Tribaal. Het woord meldde zich bij Hans Boutellier enkele jaren terug op een bijeenkomst in Haarlem waar hij sprak. Onderwerp: de samenleving na de coronatijd. Boutellier verwachtte er vooraf niet zoveel van, maar trof een bomvolle zaal met zeer kritische mensen over het coronabeleid. ‘Dat waren op het eerste oog allemaal redelijke mensen. Een leerkracht, een maatschappelijk werker ‒ noem maar op. En zo boos, zo overtuigd van hun eigen gelijk, niet vatbaar voor andere argumenten. Een gesloten bolwerk. En toen dacht ik: dit is een soort stam.’
Al sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw is Boutellier, voormalig directeur van het Verwey-Jonker Instituut en gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit, een onvermoeibaar duider van de sociaal-culturele ontwikkeling van Nederland. Eerst schreef hij over de opkomst van de slachtoffercultuur, toen over de collectieve hang naar meer veiligheid, daarna over het diep Nederlandse vermogen om ondanks alle verschillen toch al improviserend oplossingen te vinden. En ten slotte schreef hij over de impact van de secularisatie en de opkomst van identiteit als thema. De laatste loot aan deze rijke boom: De neo-tribale revolte. Over vijandschap en solidariteit in een nieuw tijdperk. En dat boek begon dus in een zaaltje in Haarlem.
‘Er is in Nederland zo’n vanzelfsprekendheid gekomen in de vijandigheid naar andere groepen’
‘Ik heb heel lang nagedacht of ik dat woord ‘tribaal’ wel moest gaan gebruiken. Wat voor mij de doorslag heeft gegeven, is dat er in Nederland zo’n vanzelfsprekendheid is gekomen in de vijandigheid naar andere groepen. Dat zie je ‒ voor de duidelijkheid ‒ niet alleen bij corona, maar vooral bij populistisch rechts en ook wel in de woke-ideologie. Ook daar hoor je een sterk uitsluitende, verbaal agressieve toon naar andersdenkenden. Waarbij men tegelijkertijd denkt zelf het goede te doen of te zeggen. En dat is een manier van denken en doen die ik niet anders kan verklaren dan vanuit het tribale sentiment.’
Het tribale sentiment?
‘Het gaat over het belang van de eigen groep ten opzichte van een als bedreigend ervaren omgeving. Ik heb me verdiept in de evolutiebiologie en daar geleerd dat het diep menselijk, diep natuurlijk is om ons in stamverbanden te organiseren. Daar zijn allerlei sociale structuren overheen gegroeid: overheden, natiestaten, internationale verbanden. Maar in deze tijd komt dat sentiment weer aan de oppervlakte. Dat komt door eroderende institutionele structuren, denk aan de grote levensbeschouwingen. Na de ontzuiling hebben we nog een tijd pragmatisch kunnen doorpolderen, maar de rek lijkt eruit. We zien een soort sociale hergroepering: van zuilen naar bubbels. Internet en sociale media maken het mogelijk gelijkgestemden te vinden, vaak in een polariserende vorm.’
Wat vinden mensen in hun eigen stam?
‘Ik heb het liever over tribaal sentiment dan over stammen. Het gaat om het verlangen naar vertrouwdheid, veiligheid. De bevestiging van je eigen ziens- en zijnswijze. Dat je kunt zijn wie je wilt zijn binnen een groep waarbij je je thuis voelt, mensen die je erkennen en respecteren. En daarmee is er ook de behoefte dat jouw eigen groep er mag zijn, dat die niet expliciet of impliciet ter discussie wordt gesteld.’
Jij wilt recht doen aan mensen die bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik heb in enkele decennia tijd mijn buurt totaal zien veranderen’?
‘Ik probeer het te begrijpen. We hadden bij wijze van spreken meer begrip voor bedreigde indianenstammen in het Amazonegebied die het moeilijk hebben dan voor Rotterdammers die hun stad steeds diverser hebben zien worden. Dat is toch het miskennen van het belang van het eigene, van de eigen stam.’
Recent verscheen van de hand van Jan Willem Duyvendak het boek Spookkloven. De tegenstellingen in Nederland zijn volgens hem helemaal niet groot. En dan heb jij het over vijandige sentimenten.
‘Ik ben het grotendeels met hem eens. Op de omslag van zijn boek staat terecht dat de verschillen helemaal niet zo groot zijn als we denken. Maar waarom lopen de emoties dan zo op? Duyvendak vindt dat emoties het debat domineren, maar hoe komt dat dan? Mijn boek gaat over die emoties. Waarom zijn de sociale spanningen zo groot, waarom vinden mensen die verschillen zo belangrijk?’
‘Je kunt zeggen dat het rechtse populisme het tribale sentiment politiseert’
Het is verleidelijk om de opkomst van populistisch rechts als een logische, wellicht zelfs gezonde uiting van de ‘zo natuurlijke’ behoefte aan een eigen stam te zien.
‘Je kunt, denk ik, zeggen dat het rechtse populisme het tribale sentiment politiseert en dat dat laat zien dat daar lange tijd weinig aandacht voor is geweest. Nu komt het op in een vijandige vorm. En dan gaat het verkeerd. Terwijl een gemeenschap op zich ook positief is. Het bepaalt zelfs het succes van de mensheid. Wij zijn als organisme individueel zwak, maar als gemeenschap, in het samenwerken, zijn we sterk.’
Als jij met je boek zegt dat er meer recht gedaan moet worden aan het tribale sentiment, betekent dat dan ook dat het ideaal van inclusie op een gegeven moment te veel gevraagd kan zijn van mensen? Dat we bijvoorbeeld bepaalde gemeenschappen in Nederland niet moeten lastigvallen met lhbtiqa+ rechten?
‘Het inclusiedenken is heel individueel gericht. Daarbij wordt het belang van de gemeenschap voor mensen onderschat, het belang van de wijze waarop ze hun eigen leven en zichzelf in een groep ervaren. Ik constateer dat het belang van de eigen groep toeneemt; dat geldt voor de queer-gemeenschap en voor de tegenstanders daarvan.’
‘De keuze voor politieke partijen is nu of ze ermee doorgaan tribale sentimenten te voeden’
En wat betekent dat dan?
‘We hebben recht te doen aan gemeenschappen en tegelijkertijd oog te hebben voor het afwijzen van anderen. In de gemeenschap, in de stam ligt een perverse werking besloten: uitsluiting, vijandschap. De grote politieke vraag van deze tijd is hoe we kunnen samenleven met verschillen. Je kunt je in beleid richten op het erkennen en benutten van de kracht van de gemeenschappen onder de voorwaarde dat ze openstaan voor andere perspectieven en oog hebben voor het algemeen belang.’
Hoe kijk je vanuit dit appèl naar de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen?
‘Wat je, denk ik, in de uitslag en de campagne ziet, is dat de ander voor veel mensen een soort negatief ijkpunt is. Een derde van het electoraat stemt voor vijandgedreven politiek – tegen migranten. De keuze voor politieke partijen is nu of ze ermee doorgaan tribale sentimenten te voeden of dat er gewerkt wordt aan een overkoepelend, overtuigend verhaal waarin verschillende gemeenschappen elkaar vinden. Deze uitslag biedt de mogelijkheid een ander verhaal te maken dan het verhaal van onderlinge vijandigheid. Staat ‘de vlag van Jetten’ voor benepen nationalisme of is het een paraplu voor dynamisch gemeenschapsleven?’
‘Je hebt verhalen nodig waardoor mensen zich thuis voelen in de rechtsstaat en het belang ervan onderkennen’
In de ogen van Hans Boutellier is de liberaal-democratische rechtsstaat er lange tijd uitstekend in geslaagd de tribale sentimenten te pacificeren. Hij vertelt over een ontmoeting met een jonge moslim die aan het eind van het gesprek concludeerde dat hij eigenlijk twee geloven heeft. De islam en de liberaal-democratische rechtsstaat. De laatste maakt het, in principe, mogelijk dat verschillende geloven en gemeenschappen naast elkaar bestaan. Maar ook Boutellier ziet dat het overkoepelende geloof, in die rechtsstaat, onder druk staat.
‘Je moet die rechtsstaat als een skelet zien. En dat skelet behoeft vlees op de botten. Je hebt verhalen nodig waardoor mensen zich thuis voelen in de rechtsstaat, accepteren dat die er is en het belang ervan onderkennen. Dat dus ook het andere verhaal recht van spreken heeft. De zuilen legitimeerden het overkoepelende belang van de rechtsstaat. De afgelopen decennia is dat vlees door de neo-liberale pragmacratie waarin we leven volledig van de botten weggeschraapt. Mensen kunnen aan de rechtsstaat op zich geen identiteit ontlenen, je hebt aanvullende verhalen nodig die de waarde ervan laten zien.’
Dus het is onvoldoende dat politici zeggen dat iets niet mag van de rechtsstaat of stellen dat de rechtsstaat door andere politici ondergraven wordt?
‘Dat is te hol, te leeg. Dan wordt de rechtsstaat een soort dictaat. En dat stoort mensen enorm, omdat het hun autonomie aantast terwijl niet duidelijk is waarom dat gebeurt. Dat kwam sterk op in de coronatijd. Volgens mij moet de vraag niet zijn of je in een liberale democratische rechtsstaat wilt leven. De vraag is veel meer of je wilt leven in onderlinge vijandschap of in een vorm van tolerante solidariteit die recht doet aan verschillen. Op het moment dat mensen dat laatste willen, dan is de democratische rechtsstaat een structuur om dat mogelijk te maken.’
Dat weer andere politici juist instituties binnen de rechtsstaat bekritiseren is begrijpelijk?
‘Ik vind wel dat het mogelijk moet zijn en dat er nu soms te angstig op wordt gereageerd. Wetten mogen veranderen, dat is de essentie van politieke strijd. Maar die kritiek moet volgens mij zo zijn dat het de rechtsstaat sterker maakt, niet onderuithaalt. ‘
‘Ik zeg niet dat we in stammen moeten leven, maar je moet er wel oog voor hebben’
‘Ik vind de BBB hier een interessant voorbeeld. Je zou die partij de stem van een specifieke gemeenschap kunnen noemen. Van der Plas pleitte voor meer nabuurschap. Dat was waardevol. Maar nu zie je die partij bewegen naar vijanddenken, richting vreemdelingen, met verhalen over een partijdige elite, over de partijpolitieke bemensing van de rechtsstaat.’
Jouw constatering dat tribale sentimenten sterk zijn opgekomen en dat daar uitsluiting en strijd bij horen, kan pessimistisch stemmen.
‘Ik denk inderdaad dat groepen mensen altijd zullen strijden met elkaar. Dat hoort bij mensen. Het gaat vervolgens om de kracht van de overkoepelende structuren. Hoe geef je die vorm zodat je ook recht doet aan het gemeenschapsgevoel? Ik zeg niet dat we in stammen moeten leven, maar je moet er wel oog voor hebben als je samen vooruit wilt komen.’
Piet-Hein Peeters is freelancejournalist. Het boek De neo-tribale revolte. Over vijandschap en solidariteit in een nieuw tijdperk van Hans Boutellier is verschenen bij Van Gennep.
Foto: Patrick Simons