Het mag wel wat meer over de echte noden van de verzorgingsstaat gaan

Het onvermogen om onderscheid te maken tussen noden en wensen van burgers is volgens Kees Schuyt de achilleshiel geworden van de verzorgingsstaat (2013). Zijn analyse verdient meer aandacht in debatten naar aanleiding van de huidige decentralisaties bij gemeenten.

De gemeenten hebben er allerlei taken bijgekregen, maar moeten die uitvoeren met minder geld dan het Rijk daar voorheen aan uitgaf. Zij kozen veelal voor continuïteit van zorg en ondersteuning en lijken te slagen in hun bezuinigingsdoelen door de tarieven te verlagen en soms ook door minder zorg en ondersteuning te bieden, zo rapporteerde de Transitiecommissie Sociaal Domein onlangs. In het beleid wordt ingezet op de eigen kracht en het sociale netwerk van burgers. En alleen als dat echt nodig is, kan een beroep worden gedaan op de overheid. Maar een meer fundamenteel debat over wat wel en niet tot de ‘noden’ behoort ontbreekt.

Schuyt beschrijft in zijn historische analyse hoe de verzorgingsstaat steeds verder werd uitgebouwd. In de opbouwfase was de aandacht gericht op de leniging van dringende noden en tekorten bij diverse bevolkingsgroepen. Onder druk van allerlei belangengroepen gingen daarna echter steeds meer wensen deel uitmaken van de door de overheid gefinancierde voorzieningen. Schuyt noemt bijvoorbeeld het recht op studiefinanciering voor alle studenten, ongeacht het inkomen van de ouders of de intellectuele vaardigheden, en de ruimhartige fiscale faciliteiten bij de aanschaf van een woning. Het profijt van de overheid van de algemene voorzieningen, zo laten de SCP-studies met deze titel steeds weer zien, werkt systematisch in het voordeel van reeds bevoorrechte groepen.

Er lijkt sprake van een steeds meer bureaucratisering en juridisering

Het ontbreekt in ons land aan een brede, integrale bezinning op wat echte noden zijn waarvoor terecht een beroep op de overheid gedaan kan worden, en wat toch meer wensen zijn waarvoor burgers zelf moeten zorgen. Er lijkt sprake van een steeds verder gaande bureaucratisering en juridisering van de verzorgingsstaat. De politiek laat het vaak aan rechters over om te bepalen wat nog wel en niet van de overheid gevraagd mag worden. Als er al discussie is, blijft die beperkt tot afzonderlijke, specifieke kwesties. Dat leidt tot beschamende toestanden. Het zal niet altijd zonneklaar zijn wanneer sprake is van noden, maar vaak ook wel. Actuele voorbeelden van noden waaraan het beleid te weinig recht doet zijn de bed-bad-en-brood-regeling en de regelingen voor mensen met schulden. Het wordt aan rechters – zelfs internationale - overgelaten om te bepalen in hoeverre mensen zonder verblijfsvergunning in Nederland recht hebben op zeer sobere basisvoorzieningen. En om in aanmerking te kunnen komen voor schuldhulpverlening moet je aan allerlei strenge, soms onmogelijke, voorwaarden voldoen. Een schuldenaar met een eigen huis met overwaarde komt bijvoorbeeld niet in aanmerking voor hulp, ook al is het huis moeilijk te verkopen.

Moet een traplift publiek gefinancierd worden?

Tegelijkertijd zijn er ook voorbeelden van voorzieningen waarvan men zich kan afvragen of die wel in alle gevallen publiek gefinancierd moeten worden. Voorbeelden daarvan zijn de huishoudelijke hulp en woonvoorzieningen zoals een traplift in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het is aan gemeenten om (binnen bepaalde kaders) te bepalen wie daar recht op hebben en vaak moet men een inkomensafhankelijke bijdrage betalen. Maar waarom zouden mensen die het zelf kunnen betalen, überhaupt recht hebben op een bijdrage van de overheid voor dergelijke voorzieningen?

Het zou goed zijn het onderscheid tussen noden en wensen centraal te stellen in het debat en daarbij verschillende voorzieningen tegen elkaar af te wegen. Een deel van de ‘verworvenheden’ van de verzorgingsstaat zal op de schop moeten gaan om ruimte te scheppen voor de financiering van werkelijke noden. Het niet vervullen daarvan is schadelijk voor mensen, fysiek of mentaal. Het werkt verlammend en maakt mensen onvrij. Als wensen niet worden vervuld is dat misschien frustrerend, maar schadelijk toch niet.

Saskia Keuzenkamp is manager Effectiviteit bij Movisie en bijzonder hoogleraar Emancipatie bij de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit.

Dit artikel verschijnt binnenkort in het nieuwe nummer van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Zie ook de samenvatting van de tweede Van Doornlezing die Kees Schuyt hield op 24 juni 2013.

Noten:
Schuyt, K. (2103) Noden en wensen. De verzorgingsstaat gezien als historisch fenomeen. (Erasmus Universiteit Rotterdam, 24 juni 2013).

Dit artikel is 2229 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (6)

  1. De gedachte achter de huidige decentralisaties is dat burgers via hun gemeenten gaan bepalen welke noden gelenigd worden. Het functioneren van dit proces, bijvoorbeeld over de representativiteit van de verplichte Wmo-Adviesraden, is nog niet erg inzichtelijk. Het verleden leert daarnaast dat niet alleen het maken van de juiste afweging maar ook het afschuiven van de problemen op de agenda kan komen te staan.
    Het inwilligen van wensen heeft zijn oorsprong in de gedachte dat het draagvlak voor de verzorgingsstaat zo breed mogelijk moet zijn (waarom wel betalen maar er geen gebruik van kunnen maken). Daarnaast moest de koers verlegd worden naar investeringen in de toekomst van de samenleving. Dat deze koers als gevolg van de economische crisis onder druk kwam te staan is evident. De gemeenten hebben nu de schone taak om onder druk van bezuinigingen aan vele aspecten van dit wensdenken een halt toe te roepen. Het waren echter de gemeenten en de VNG voorop die niets liever wilden dan een uitbreiding van hun verantwoordelijkheden. Het vergroten van de mogelijkheid om zelf belasting te heffen is de volgende stap.
    Alle reden om als burgers alert te zijn. Het platform waarop het gesprek over noden en wensen en de bekostiging ervan kan plaatsvinden is nog zeer diffuus.

  2. Wat meer aandacht voor de gedachte dat idere mens recht blijft houden op een fatsoeenlijk bestaan ziu ibnderdaad wel handig enb verstandig zijn.

  3. Op zich heel goede en terechte vragen: wanneer is iets echt nodig, en hoe ver reikt onze solidariteit om die noodzaak ook collectief (uit belastinggeld) te bekostigen. Toch is enige voorzichtigheid geboden. Het komt recentelijk maar al te vaak voor dat een maatschappelijk probleem wordt geweten aan morele tekortkomingen van burgers. Zo is discriminatie het probleem van Mohammed, die moet zich maar invechten (Rutte), armoede het probleem van ouderen, die moeten maar een moestuintje beginnen (Klijnsma), ziekte het probleem van burgers, die moeten een schoon vaatdoekje nemen (Schippers), overvolle universiteiten het probleem van vwo-ers, die allemaal zo nodig hogerop willen (Bussemaker), etcetera. Daarmee wordt heel handig de discussie verschoven van falende politiek en gevolgen van bezuinigingen naar onwillende, luie en profiterende burgers. Zo ook hier. Wat is er afgelopen decennia gebeurd? Waar voorheen een plek in een verzorgingshuis nog in redelijke mate voorhanden was, worden de verzorgingshuizen nu en masse gesloten. Thuis blijven is het devies, want zoveel goedkoper, en de kinderen die kunnen wel zorgen, toch? Terwijl die kinderen wél allebei moeten werken, en ook moeten verhuizen als ze elders een baan kunnen krijgen. Ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen, ook als dit eigenlijk allang niet meer gaat. Een traplift is dan wel het minste wat zij keihard nodig hebben. Laten we dus niet alleen focussen op tekorten van burgers, maar ook op het grotere plaatje.

  4. Er zijn ook goedkopere oplossingen dan een traplift.

    Wanneer traplopen een probleem wordt, heb je traditioneel keuze uit 3 ‘prijzige en ingrijpende’ oplossingen: traplift, verbouwen of verhuizen.
    Nu is er een slimme 4de mogelijkheid bijgekomen: de Easysteppers!

    De Easysteppers bestaan uit stevige tussentreden voor uw eigen trap waardoor u met halve treden de trap op en af kunt lopen. U heeft minder kracht nodig en hoeft uw (pijnlijke) knieën, enkels en heupen minder te buigen en daardoor worden de gewrichten minder belast.

  5. Hoe voor de hand liggend het verschil tussen noden en wensen ook is, beiden zijn in hoge mate afhankelijk van aangeleerde denk- en gevoelskaders en van de beschikbaarheid van oplossingen. Of een huishoudinkomen in Nederland als armoede ervaren wordt hangt af van de rijkdom van anderen, van de verwachtingen ten aanzien van welvaart en van de mogelijkheden om het inkomen te verhogen. Of somberheid een nood is hangt mede af van cultureel gevormde geluksverwachtingen en van de mogelijkheden om stemmingen te sturen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *