Hoe ambtenaren burgerinitiatieven laten werken

Hoe kan de overheid het creatief vermogen van de samenleving beter benutten? Twintig lokale en regionale ambtenaren gingen op onderzoek uit en vonden innovatieve antwoorden die werken.

 

 

Tijdens de eerste ‘Burgermeester Academie’ zochten wij naar kleine doorleefde antwoorden op een grote vraag: ‘Hoe kan een lokale overheid vernieuwende initiatieven en ideeën uit haar eigen gemeenschap beter benutten?’ (Zie ook elders op deze site: Van participatie naar innovatie). Samen met de twintig deelnemende professionals uit lokale en regionale overheden bezochten wij een zestal burgermeesterpraktijken - stadslandbouw, lokale energie coöperatie, zorgcoöperatie, asielopvang, duurzame renovatie, duurzame mobiliteit. Wij keken hoe het bijzondere burgers lukte om te pionieren met innovatieve praktijken en hoe lokale ambtenaren hierin participeerden.

In Rotterdam spraken wij met Johan Bosman, stadslandbouw pionier van ‘Uit je eigen stad’, en liaison officer van de gemeente Rotterdam, Annemiek Fontein. Bosman ziet vanuit zijn vastgoedperspectief een scala aan mogelijkheden in de stad. Na een voorbereidingstijd van enkele jaren en vele gesprekken met steeds weer verschillende ambtenaren heeft hij een voormalig rangeerterrein in het Rotterdamse havengebied weten om te toveren tot een stadslandbouwbedrijf van twee hectaren met een restaurant. Ambtenaar Fontein bleek een belangrijke schakel: daar waar obstakels opdoemden, zoals de fijnstofnorm die de kippenfokkerij kon dwarsbomen, was zij er om de weg te effenen.

Leren faciliteren kost tijd, veel tijd, en dat herkennen de deelnemers aan de Burgermeester Academie. We vroegen hen achteraf naar hun eyeopeners - naar datgene wat hun visie op participatie heeft aangescherpt of wat direct bruikbaar is in hun eigen praktijk. De boodschap is helder en duidelijk:

1. Maak Google-tijd

Jaloerse blikken alom als Fontein vertelt over de tijd en ruimte die ze kreeg om de noodzakelijke verbindingen tussen initiatieven als ‘Uit je eigen stad’ en de gemeente tot stand te brengen. Ze gebruikte die tijd vooral om als ambtenaar te leren faciliteren: door goed te luisteren en uit te vinden wat de vraag is en om mensen met elkaar te verbinden.

Geef jezelf de ruimte om rond te surfen buiten de grenzen van je organisatie. Verken waar beweging is, volg de initiatieven waar jij vernieuwing in ziet! Leg contact met de trekkers! Probeer te begrijpen waarom ze doen wat ze doen!

2. Ga duurzame relaties aan

Het bewonersinitiatief ‘Duurzaam Zwaag’  dankt haar succes mede aan de enthousiaste ambtenaar Gine Nicolai. Er groeide een intuïtief vertrouwen tussen haar en initiatiefnemer Fred Gardner waardoor een vriendschap ontstond. Dit zien we iedere keer weer: overal waar een succesvol, bijzonder project van de grond komt, is dat omdat een ambtenaar zijn afstandelijke objectiviteit heeft losgelaten. Er ontstaat een klik tussen beiden.

Bouw dus een relatie op met koplopers en vernieuwers. Gebruik je unieke positie, zet het netwerk in je organisatie in om samen het verschil te betekenen.

3. Experimenteer

In Gent experimenteren bewoners met de ‘Leefstraat’. Door een autoluwe inrichting van de straat is er meer ruimte voor groen, ontmoeting en samenleven. Het initiatief en de praktische organisatie in hoofdzaak bij enthousiaste straatbewoners; bedrijven, organisaties en de gemeente ondersteunen hen hierbij. De Gentse leefstraten zijn een uitvloeisel van een groter netwerk dat via experimenten wil aantonen dat het mogelijk is robuuste keuzes over duurzame mobiliteit te maken. Durven doen is ook hier het motto bij het vernieuwen:

De snelste manier om te weten te komen of iets werkt is door het uit te proberen. De beste manier om succes af te dwingen is door continu opnieuw te kijken welke mogelijkheden zich voordoen. Kortom vernieuwen betekent ondernemen.

4. Gebruik de tangconstructie

Bouwe de Boer, ambtenaar in Leeuwarden, ondersteunt bewoners bij het maken van goede voorstellen en helpt hen die vervolgens bij de wethouder in te brengen.‘Vroeger bedacht de gemeente alles zelf. De laatste jaren komen de initiatieven van de bewoners. Mensen willen bijvoorbeeld duurzaam renoveren in deze wijk en dat maakt indruk.’ Deze (in)druk van buiten, zet mensen binnen de gemeentelijke organisatie aan het denken.

Op de werkvloer in grote organisaties zijn vaak interne vernieuwers te vinden. Meestal is er steun voor die vernieuwing van het topmanagement. Maar het middenmanagement is regelmatig cynisch of afstandelijkheid. Zo bestaat betrokkenheid in de ene laag van de hiërarchie, in de volgende niet en in de derde juist weer wel. Voer daarom de druk op vanuit het topmanagement en mobiliseer de werkvloer met concrete plannen als het niet lukt om het middenmanagement mee te krijgen. Dan verandert deze leemlaag in een vruchtbare bodem.

Luisteren naar maatschappelijke pioniers

Wanneer we met een transitiebril kijken naar de huidige maatschappelijke veranderingen, zien we hoe belangrijk het is om kleine, nieuwe praktijken te volgen en naar maatschappelijke pioniers te luisteren. Als we veranderingen bestuderen vanuit het perspectief van macht, en die macht definiëren als het vermogen hebben om iets te veranderen, krijgt participatie een nieuwe betekenis. Participatie betekent dan het verbinden van het creatieve vermogen van de samenleving met het reproductieve vermogen van onze instituties. Maar dan met de intentie om die te transformeren. De gemeenteambtenaren De Boer, Fontein en Nicolai gebruiken hun kennis van de regels, bestemmingsplannen en stimuleringsmaatregelen om actief ruimte te maken voor creatieve praktijken van burgers.

Het type participatie dat wij tegenkwamen tijdens de Burgermeesterpraktijken is participatie waarbij positieve energie wordt omgezet in daadkracht. We zien telkens weer dat ambtenaren zich verbinden met een initiatief en het succes helpen afdwingen door hun kennis van en invloed in overheidssystemen aan te wenden. Hiermee zorgen ze ervoor dat het initiatief in ieder geval niet wordt tegengewerkt en zo nodig maken ze ruimte voor het initiatief met hun kennis van procedures, regels en wetten, doelstellingen, politieke ambities en contacten.

Gedreven ambtenaren organiseren hun participatie slim

Eigenlijk is deze vorm van participatie iets heel menselijks en natuurlijks. Je trekt samen op in iets waar je in gelooft en je zet daarbij alles in wat je kan. Toch is deze houding ongebruikelijk in het ambtelijk systeem. De reflex is om persoonlijk afstand te houden in plaats van persoonlijke verbinding aan te gaan.

Grenzen verkennen en het ongewone gewoon maken vraagt strategisch inzicht en vertrouwen op eigen intuïtie.

Dit vraagt ambtenaren die zich verbonden voelen met gemeenschap, een eigen visie hebben op maatschappelijke innovatie en die het leuk vinden om te experimenteren.

Pepik Henneman en Debora Timmerman zijn eigenaar van respectievelijk Meneer de Leeuw en Springtij Communicatie; Jeroen Roeloffzen is partner van het bedrijf Over Morgen. Voor meer informatie: ‘Burgermeester Academie’  en het Burgermeesterleerboek. De tweede Burgermeester Academie start in februari 2014.

 

Dit artikel is 565 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (5)

  1. Eigenlijk zijn alle voorbeelden te triest voor woorden. Het gaat overwegend uit van de klik die ambtenaren hebben met een voorstel of de initiatiefnemer. Pure willekeur dus met een hoog hobby gehalte. Daarnaast zijn de initiatiefnemers vrijwel altijd mensen / bewonersorganisaties die de weg kennen en het via elke route redden.
    Tegelijkertijd wordt er landelijk maar ook in veel steden stevig bezuinigd op het sociale domein en zijn er steeds meer wanhopige mensen die de weg niet weten en gewoon goede hulp of voorzieningen behoeven. Dus stop met hobbyen en experimenteren en ga snel back to basics!

  2. Die reactie van Hans is een voorbeeld van de Nederlandse zeurcultuur. Stop de innovatie en doe normaal.
    Burgerinitiatieven komen voort uit frustratie, en visie en daadkracht om het anders te doen. Daar heb je geen ambtenaar voor nodig. Geen idee waar je wel ambtenaren voor nodig hebt, anders dan om elkaár gezelschap te houden. Maar dat terzijde.

    Mensen als Hans (de alles-tegenhoudende-eenlingen) draaien burgerinitiatieven de nek om. Zij zitten voor de TV en klagen.

    Burgers,
    Kom in opstand tegen Hanzen en doe het anders, niet gewoon. Ruk die tegels uit de stoep en laat duizend bloemen bloeien. Begin vandaagen wacht op niemand.

  3. Ik timmer samen met andere collega’s binnen gemeente Teylingen al een tijdje aan de weg op het gebied an burgerinitiatieven. Ik maak filmpjes van inwoners die zelf, of met hulp van de gemeentelijke wijkregisseur initiatieven hebben opgepakt. En ik moet zeggen dat ik juist positief verrast ben over de wilskracht en inzet van burgers. Een aanvulling voor een ‘eyeopener’ zou zijn: laat voorbeelden van inwoners die een initiatief hebben opgepakt zien via social media onder het motto ‘inspiratie’. Natuurlijk neemt het niet alle pijn van bezuinigingen weg, maar door mee te denken en mee te doen zijn er wel manieren om oplossingen te vinden. Bijvoorbeeld het project Fietsmaatjes:
    http://www.youtube.com/watch?v=iYIek9J3c4U&feature=youtube_gdata_player

    Kijk voor nog meer inspiratefilmpjes op het Youtube-kanaal van gemeente Teylingen.

  4. Burgerinitiatief behoeft bredere inbedding bij de locale overheid.

    Amersfoort, 22 december. Een week geleden.
    Op initiatief van drie raadsfracties wordt een rondetafel bijeenkomst gehouden voor de vrijwel voltallige gemeenteraad en een tiental burgerinitiatieven (BI’s). Thema: hoe moet de overheid BI’s faciliteren. Wat mij bij zo’n bijeenkomst opvalt is de grote afstand tussen BI’s en het gemeentelijk domein: het college, de raad en vooral niet te vergeten de ambtenaren, terwijl er juist korte lijnen nodig zijn om veelbelovende BI’s een impuls te geven.
    Als opvallende thema’s noteerde ik die avond:
    – De grote verwarring wat een BI is. Kortom het begrip behoeft een striktere definiëring. Daarnaast ontstaan er in korte tijd zoveel BI’s dat raadsleden in verwarring verkeren. Zij benadrukken het belang van horizontale verbinden tussen de stedelijke BI’s en zijn verbaasd te horen dat die al grotendeels bestaan.
    – Rond de facilitering van burgerinitiatieven denken veel raadsleden in kwantitatieve termen: “Wat gaat het de gemeente kosten”, terwijl BI’s meer denken in kwalitatieve termen als co-creatie , eigen kracht en horizontale samenwerking. Zij wensen een overheid als partner, niet als een top-down instituut. Opvallend daarbij is het gebrek aan inzicht dat veel BI’s dure taken van de institutionele zorg+welzijnsverbanden overnemen, voor een fractie van de kostprijs.
    – “Een betrokken ambtenaar maakt nog geen lente”. Er bestaan grote onderlinge verschillen in de wijze waarop de diverse diensten omgaan met BI’s . Door gebrek aan consistent beleid raken BI’s overbelast in het moeizaam zoeken naar hun weg binnen het gemeentelijk apparaat
    – Partijpolitieke gekissebis en de Collegewisselingen verhinderen een duurzame en consistent beleid met betrekking tot BI’s . Veel tijd gaat nu verloren aan lobby’s bij fracties, wethouders en ambtenaren. Ook voor de overheid is dit een tijdverslindend proces.
    – Bij de prijsbepaling van maatschappelijk onroerend goed bij overdracht aan de burger, zoals buurthuizen, groenvoorzieningen e.d., wordt de waarde veelal uitgedrukt in strikt boekhoudkundige termen. Dit terwijl BI’s juist aandringen op een maatschappelijke/sociale waardepaling en de verdiscontering daarvan.
    – Meer dan afhankelijk te zijn van een individuele ambtenaar of afdeling , wat kan leiden tot geïsoleerde ‘good practices’, is het scheppen van een bestuurlijk kader waarbinnen BI’s worden getoetst op hun maatschappelijke bijdragefunctie, vaak als vervanging van vormen van institutionele zorg en welzijn in buurten en wijken, werkzaam. Binnen dat kader kan vastgesteld worden waar een initiatief wel en niet op kan rekenen wat betreft de faciliterende overheid.
    Een manier om dat te doen is de vorming van een werkgroep met mandaat, bestaande uit raadsleden, ambtenaren en vertegenwoordigers van burgerinitiatieven. Dit komt tegemoet aan de wens tot co-creatie.
    Wat tenslotte in een breder verband opvalt zijn de grote onderlinge verschillen in beleid en werkwijze van gemeentes. Er zullen voorspelbaar nog heel wat dure congressen en adviescommissies passeren, die hun licht op bovenstaande problematiek laten schijnen.
    Maar of de burgerinitiatieven daarop kunnen wachten?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *