Hoge boetes veranderen gedrag niet, angst wel

Racefietsers, dicht op elkaar lopende groepen wandelaars: met hun gedrag lijken zij de risico’s van besmetting door het coronavirus te negeren. Wie daar iets van zegt, krijgt te horen dat hij ‘lekker binnen moet blijven’. Vier ingrediënten om narcistische burgers tot ander gedrag te bewegen.

Net als velen wandel ik de afgelopen dagen door de aantrekkelijke natuur, in mijn geval rondom Nijmegen. Te voet, en op anderhalve meter afstand van mijn medemens. Je komt anderen tegen die dat voorschrift ook zo goed mogelijk lijken na te leven. Maar er zijn ook hele groepen wandelaars die dat niet doen. Zoals bekend uit psychologisch onderzoek: hoe groter de groep hoe sterker en opvallender het risicogedrag.

Fluim waarin virus fantastisch gedijt

Het meest irritant vind ik overigens de clubjes wielrenners; in de hele wereld nemen sporters hun rust behalve wielrenners en dat zullen we weten ook. Met het aantrekken van hun kleurrijke pakken laten ze hun gevoel voor verantwoordelijkheid zakken. Op de dijken rond Nijmegen scheuren ze vlak langs je op, zelfs op de in verbouwing verkerende Waalbrug minderen ze geen vaart en passeren je rakelings.

Ze schamen zich ook niet om op de brug tegen de rijrichting in onverminderd de vaart erin te houden: trainen gaat voor alles tenslotte. En dan zijwaarts die enorme brok speeksel uitwerpen, in een fluim waarin het coronavirus lange tijd fantastisch gedijt.

Twee jongemannen lopen hard op de defensiedijk naar Bemmel, keurig naast elkaar met anderhalve meter tussen hen in. Helaas geen ruimte voor de anderen op de smalle dijk en ze lijken dat niet op te merken. Ik herinner ze aan het afstand houden en krijg prompt te horen: blijf toch lekker binnen.

Boetes helpen doorgaans niet

In de westerse wereld leven we in een cultuur waarin onze narcistische trekken de laatste veertig jaar meetbaar sterker zijn geworden. Dit narcisme betekent dat het zelf hoger op de agenda staat dan de ander.

Als we iets over menselijk gedrag in het Nederland van de laatste weken hebben kunnen observeren, is het wel dat ons gewoontegedrag niet gemakkelijk verandert. Hoe komt dit eigenlijk, welke mechanismen veranderen ons ingesleten gedrag?

Laat ik vanuit mijn ervaring met psychodynamische psychotherapie analyseren wat er nodig is om echte gedragsverandering te realiseren. Hogere boetes uitdelen zoals nu gebeurt onderdrukt gedag, dat kan een tijdje helpen maar het verandert gedrag doorgaans niet.

Vier ingrediënten voor gedragsverandering

Voor gedragsverandering is allereerst het beleven van een sterke primaire emotie noodzakelijk. Angst ligt in deze coronatijd voor de hand. Ouderen en kwetsbare mensen zullen sneller een sterker angstniveau ervaren dan jonge mensen. Geen wonder dat jongeren en ouderen niet op het idee van een coronafeestje komen. Een vijftigjarige verstokte roker die na een daverend hartinfarct van zijn cardioloog te horen krijgt dat hij voor het aanstaande tweede infarct moet weten of hij gecremeerd of begraven wil worden tenzij hij nu echt stopt met roken, doet dit direct, zonder terugval en zonder al te veel afkickverschijnselen.

Behalve de sterke emotie is er een vertrouwensrelatie noodzakelijk waarbinnen de gedragsverandering vorm kan krijgen. In psychotherapie bestaat deze relatie met de psychotherapeut. In deze tijd is de beste kanshebber voor een vertrouwensrelatie de minister-president, al dan niet ondersteund door de koning. Terwijl de angst hevig wordt gevoeld, wijzen zij de weg.

In dit proces verandert het denken, oude cognitieve schema – ‘het valt allemaal wel mee, het is een griepje, zo’n vaart zal het met mij niet lopen’ – en maakt plaats voor nieuwe schema’s, gedachten en opvattingen, die beter zijn afgestemd op de nieuwe realiteit.

Deze drie ingrediënten trekken een noodzakelijk vierde met zich mee; verandering van bewustzijn. Het moet heel duidelijk worden wat er aan de hand is, wat er speelt, wat dit voor het eigen gedrag betekent, wat hieraan nieuw is en hoe dit nieuwe gedrag vorm kan krijgen. De vier ingrediënten samen produceren een psychologische ervaring waarin het mogelijk is dat er niet alleen gedragsverandering optreedt, maar ook meer stabiele persoonlijkheidspatronen ontstaan. Dit laatste gebeurt in langdurige psychotherapieën eveneens.

Het beleven van angst is cruciaal

Het perspectief vanuit psychodynamische psychotherapie maakt duidelijk dat voorlichting alleen niet leidt tot gedragsverandering. Dit laatste weten we overigens al heel lang in de psychologie en voorlichtingskunde.

Het ervaren van een primaire emotie - in dit geval angst maar dit kan ook agressie zijn, walging, verliefdheid, schaamte of geluk – is cruciaal voor het begin van een noodzakelijk veranderingsproces. In de coronacrisis wordt die emotie opgewekt door beelden van lijdende en stervende patiënten. Niet alleen van hoogbejaarden, maar ook van jongeren.

Het bestaan van een vertrouwenspersoon is nodig omdat gedrag anders – net als de bekende kikkers in de kruiwagen - alle kanten op springt. In de gesprekken die hierop volgen, verandert het denken en ontstaan bewustzijn. Alles bijeen, een levensreddend proces in deze tijd van een rücksichtslos om zich heen grijpend virus.

Jan Derksen is klinisch psycholoog.

 

Foto: Marja S (Flickr Creative Commons)