INTERVIEW Ex-wethouder Boeve blikt terug op de sluiting van Amersfoortse buurthuizen: ‘Juist in de zwakste wijken zie je de meeste kracht’

Vijf jaar lang was Gert Boeve voor het CDA wethouder Welzijn in Amersfoort. Vanwege de grote bezuinigingen op het welzijnswerk werd Boeve wel ‘de slachter van welzijn’ genoemd. Een bijnaam die hij vooral dankt aan zijn besluit in 2009 om álle buurthuizen te sluiten. Zelf ziet hij zichzelf meer als ‘gelover in de veerkracht van de samenleving’.

We treffen Gert Boeve, een jonge, energieke dertiger, in het voormalige schoolgebouw ‘de Witte Vlinder’, tegenwoordig de vestigingsplek van Kruiskamp Onderneemt! in Amersfoort. Na zijn wethouderschap ((2008-2013), dat tot een plotseling einde kwam na politieke onenigheid in de coalitie van VVD, D66, GroenLinks, ChristenUnie en het CDA, was hij een jaar lang Ambassadeur maatschappelijk vastgoed voor de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Nu is hij adviseur voor de gemeente Arnhem en toezichthouder in zorg, welzijn en onderwijs. En nog altijd zeer betrokken bij het denken over burgerinitiatieven en een nieuwe invulling van democratie.

Met de sluiting van de Amersfoortse buurthuizen toonde u zich een daadkrachtig bestuurder, maar vanuit welke visie?
‘Ik heb een groot geloof in de veerkracht van de samenleving. Tot voor kort deden we in Nederland alsof iedereen gelijk was en organiseerden we welzijnsactiviteiten in alle wijken. Een foute veronderstelling: slechts 5 tot 10 procent van de bevolking redt het zelf niet, de overgrote meerderheid wel. Daarnaast vond en vind ik dat als de overheid moet bezuinigen, je eerst de overheid zelf efficiënter moet laten zijn. Zo was mij het overaanbod van bijna leegstaand vastgoed een doorn in het oog.

Mijn besluit om alle buurthuizen te sluiten, bracht destijds een enorme schokgolf teweeg. Wie goed naar me had geluisterd, had echter niet verrast kúnnen zijn. Ik had herhaaldelijk gezegd dat ik het niet over stenen, maar over activiteiten wilde hebben. Gebouwen sluiten betekent namelijk niet activiteiten afstoten. Ook hier, in Kruiskamp is het buurthuis destijds gesloten, maar de activiteiten zijn door wijkbewoners en -ondernemers ondergebracht in een oude school en ze bloeien als nooit tevoren.’

Na het besluit om de buurthuizen te sluiten bleken bij vier van de zes buurthuizen bewoners het over te willen nemen. Had u die mensen ook iets te bieden?
‘Wij hebben diverse maatregelen genomen om de overgang te vergemakkelijken. De gemeente heeft bijvoorbeeld een expertteam opgezet, dat om niet beschikbaar was voor bewoners die het buurthuis in hun buurt wilden overnemen. Ook heb ik een ingroeiregeling in het leven geroepen, waardoor de initiatiefnemers in het eerste jaar slechts een kwart van de huur hoefden te betalen, de rest van de verschuldigde huursom kwam uit subsidie. De subsidie werd in vier jaar afgebouwd tot nul. Ook heb ik subsidies verstrekt voor de startkosten. ‘

‘Ik heb elk initiatief verwelkomd, maar heb de initiatiefnemers tegelijkertijd gewaarschuwd: weet waar je aan begint want een buurthuis runnen is heel hard werken. In andere wijken zagen we namelijk dat het ook goed mogelijk was om de activiteiten in andere gebouwen onder te brengen. Dat scheelt inwoners heel veel tijd.’

In de onderhandelingen over de huur voor buurthuis het Klokhuis vroeg de gemeente van een initiatiefgroep van bewoners 12 duizend euro per maand. In ongeveer dezelfde tijd wist een aannemer een huur van 5000 euro te bedingen. Nadat de aannemer bekend maakt dat hij namens de bewonersgroep onderhandelde, bleek de prijs ineens te kunnen zakken naar 4300 euro. Hoe kan dat nu, dat een commerciële partij ruim minder dan de helft hoeft te betalen dan de bewoners?
‘Het zou niet moeten kunnen dat dat is gebeurd, maar of dat gebeurd is weet ik niet precies. In die tijd was de vastgoedadministratie van de gemeente niet op orde. Het ambtelijk apparaat kon mij toen niet eens vertellen hoeveel huurders in de diverse gebouwen zaten, hoeveel die betaalden, zelfs de verhuurbare oppervlakte was bij de gemeente niet bekend. Tot op de dag van vandaag heb ik er moeite mee hoe het toen ging, maar het heeft er echt mee te maken dat we niet anders dan globaal konden aangeven hoe dingen in elkaar staken.’

Uitgangspunt was dat er met maatschappelijk tarieven gerekend zou worden. Maar bij de verkoop van een ander buurthuis, ‘t Middelpunt, aan de Alevitische Vereniging , lijkt de gemeente met een vraagprijs van 600.000 euro een commerciële prijs te hebben gevraagd. Dat is toch vreemd?
‘Uitgangspunt voor overname - huur of koop - was voor de maatschappelijke functie gangbare prijzen. Wij rekenden voor huur een standaardprijs per vierkante meter. Voor 't Middelpunt gold dat de berekening is gemaakt door een taxateur en die is uitgegaan van de verkoopwaarde die een pand met een maatschappelijke bestemming op de markt kennelijk heeft. Daar heb ik me als wethouder niet mee bemoeid, ieder zo zijn vak en deskundigheid.’

Bij ‘t Middelpunt is de verkoopprijs u uiteindelijk uitgekomen op 400 duizend euro, te betalen via een huurkoopconstructie in 8 jaar. De kritiek is dat u de Alevitische vereniging heeft uitgeknepen.
‘Hier maar ook elders in Amersfoort heb ik de bewoners absoluut niet aan hun lot overgelaten, maar ze wisten wel dat ik erop stond dat het gebouw zoveel moest opbrengen. Dat gold ook voor ’t Middelpunt. Alle andere aspecten waren bespreekbaar, maar de financiële kaders lagen vanwege de bezuinigingen vast.’

Ondanks al zijn succes heeft ook buurthuis het Klokhuis nu gezegd dat het niet langer met alleen vrijwilligers kan en dat het wil professionaliseren, en dat er mensen in dienst moeten komen. De gemeente is gevraagd om daaraan bij te dragen. Terecht?
‘Briljant. Ik ben er sterk voor dat de gemeente haar begroting flexibel maakt. Ik ben tegen die enorme berg inspiratieloze prestatieafspraken met instellingen en zeg daarom hoera voor afspraken op wijkniveau. Als bewoners in de wijk Randenbroek Het Klokhuis belangrijk vinden voor hun welzijn, dan moet het mogelijk zijn om zo’n initiatief te professionaliseren.’

Dus als bewoners laten zien dat ze een buurthuis willen, moet er toch weer overheidsgeld beschikbaar zijn?
‘Dat gaat niet zo maar hoor, want als een wethouder dit voorstelt, dan antwoordt de gemiddelde gemeenteraad meteen dat zij lokaal de representatieve volksvertegenwoordiger is, en niet een groep buurtbewoners. Punt is evenwel dat de gemeenteraad de enige is die dat eigenlijk nog gelooft. Ik denk dat we toe zijn aan andere vormen van democratie. Wanneer inwoners direct invloed krijgen een deel van de begroting, zal de betrokkenheid sterk vergroot worden. Dat is niet altijd zonder problemen. Amersfoort had voorheen een systeem van buurtbudgetten, waarbij op wijkniveau ideeën konden worden ingediend om geld uit te geven aan een voetbaldoel hier en een wipkip daar. Soms kreeg je dan felle discussies en beschuldigingen van “ja, maar hij heeft al zijn bekenden in de straat opgeroepen om voor (of tegen) te stemmen”. Dat gebeurde ook, maar de manier waarop de gemeenteraad nu de zaken verdeelt, is niet per se representatiever voor wat de hele stad vindt.’

Hoe zou je burgers nog meer invloed kunnen geven?
‘In de gemeenteraad van Arnhem is een motie aangenomen over the right to challenge. Daarbij krijgen bewoners veel meer het eerste recht om deel te nemen in alles wat de overheid wil. Daarmee moet het beginnen, met dat type bewegingen. De dingen zullen niet van vandaag op morgen veranderen, de begroting van Amersfoort zal evenmin van het ene op het andere moment 100 procent flexibel zijn, kan ook helemaal niet. Uitkeringen moeten morgen toch echt worden betaald.’

Onderzoeker Imrat Verhoeven waarschuwt ervoor dat right to challenge leidt tot grotere ongelijkheid, omdat het instrument is dat vooral hoogopgeleiden kunnen hanteren.
‘Dan word ik dus pislink. Juist in de wijken waar volgens mensen als Verhoeven de zwakste Amersfoorters wonen, zie je de meeste kracht. Het is een vorm van afschrijven van grote groepen mensen, dat is funest en legt het politieke debat lam. Natuurlijk heb je vaandeldragers nodig in wijken en die moet je als gemeente ondersteunen, vooral door ze op een voetstuk te zetten opdat zo iemand kan glanzen. De mensen van het Klokhuis zijn veel beter in staat gebleken om kwetsbare wijkbewoners mee te krijgen dan dat de overheid dat kan. ’

Jan van Dam is freelance journalist, Marcel Ham is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Dit artikel is 1531 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Dit is echt geweldig. Deze meneer heeft met zijn consorten op kosten van de belastingbetaler projectontwikkelaartje zitten spelen in Vathorst. Daarmee zijn ze voor honderden miljoenen nat gegaan. En zwaksten in de samenleving, mensen geen dure lobby-afdelingen hebben om hun belang veilig te stellen, hebben hiervoor moeten bloeden.

    Dat vanwege 1 onverwacht succesje bij 1 wijkcentrum deze meneer ook nog eens op het schild wordt gehesen als een goeroe in burgerparticipatie, het is gewoonweg geweldig. Kafka in ultima forma. Keer op keer komen handige carrière tijgers met dit soort ongein weg. Pek en veren, dat is wat ze verdienen.

  2. Over het vastgoedbeleid van Gert Boeve of van de gemeente Amersfoort wil ik hier niet hebben. Veel essentiëler vind ik de woorden: ‘In de zwakste wijken zit de meeste kracht.’ Nederland, van oudsher een handelsnatie, is nog steeds een land waarin we heel veel en vrij snel in diensten en dienstverlening denken. Dienstverlening voor mensen die hulp nodig hebben of kunnen gebruiken. En voor dat we er erg in hebben creëren we een volgende groep hulpbehoevenden, want die kunnen we helpen, redden of met een dienstenaanbod omringen. We creëren als het ware de hulpvraag. Volgens mij heeft de samenleving meer veerkracht dan we denken of toelaten. We zien het niet of onvoldoende omdat we die veerkracht nu geen ruimte bieden. Wat Gert Boeve laat zien is: maak die veerkracht zichtbaar, geeft het de ruimte en ook een kans. Dat vraagt durf van de overheid en van de samenleving.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *