Maak van islamkritiek geen racisme

De meeste negatieve uitlatingen over de islam hebben meer te maken met stereotypering - met racisme - dan met zorgvuldige kritiek.  Marieke Slootman vindt dat kritiek gericht moet zijn op gebruiken en opvattingen, niet op ‘de islam’ en op ‘moslims’.

De discussie over de manier waarop islam en moslims in Nederland besproken worden is een interessante. In de Volkskrant was dit thema de laatste weken onderwerp van debat. Ik kan me, als burger en socioloog, sterk vinden in Martijn de Koning’s constatering (De Volkskrant, 7 mei) dat op basis van de islam een groep burgers als moreel inferieur wordt beschouwd en wordt uitgesloten van de nationale ‘wij’. De Koning spreekt daarom van ‘racialisering’ van moslims en van racisme. Tegelijkertijd is de waarschuwing van Jonathan van het Reve (De Volkskrant, 13 mei) zeer legitiem. Hij beargumenteert dat het bestempelen van islamkritiek als racisme een open en gelijkwaardige samenleving bedreigt, doordat elke kritiek op de islam zo in de kiem wordt gesmoord.

Karikaturale stereotypen doen individuen te kort

Echter, hebben we het wel over islamkritiek? Negatieve uitlatingen over islam en gerelateerde stereotypen over moslims betreft in veel gevallen geen geïnformeerde, rationeel onderbouwde kritiek op specifieke gebruiken of denkbeelden. Vaak worden kwalificaties zoals ‘gevaarlijk’, ‘achterlijk’ of ‘onwenselijk’ gebruikt in relatie tot de aanwezigheid van de islam (en dus van moslims) in haar algemeenheid, bijvoorbeeld met betrekking tot buurtbewoners, moskeeën, scholen en asielzoekercentra. Deze kwalificaties zijn gebaseerd op een stereotype beeld van moslims, dat op zijn beurt is gebaseerd op een karikaturaal beeld van ‘de islam’ als fundamentalistisch, conservatief, intolerant, agressief, en onverenigbaar met ‘de Nederlandse cultuur’ (alsof iedere Nederlander even geëmancipeerd, seculier en homotolerant is).

Het ontneemt zeggenschap over eigen identiteit

Ondanks dat mensen, en dus ook moslims, niet passief en zonder zelfbeschikking zijn, ontneemt zulke dwingende etikettering moslims een groot deel van hun zeggenschap over hun identiteit in bepaalde situaties. Dit is ook voor mensen die zichzelf moslim noemen onwenselijk. Daarnaast ontneemt de krachtige karikatuur van de islam hen de mogelijkheid om zelf naar voren te brengen wat de islam voor hen betekent. Ondanks dat het heilige boek voor iedereen gelijk is en ze zich in Van het Reve’s woorden ‘toch echt allemaal moslim noemen’, is er onder moslims – net als onder andere religieuzen – namelijk veel variatie in beleving.

Label ‘racisme’ blokkeert rationele islamkritiek

Het is deze alomtegenwoordige stereotypering en de dwingende labeling – die gelijkwaardigheid en insluiting blokkeren – die een sterke parallel vormen met racisme: mensen worden bestempeld als minderwaardig, als on-volwaardig onderdeel van de samenleving, op basis van definities die op een gehele categorie burgers geprojecteerd worden. Dit gaat veel dieper dan losse opmerkingen van individuele politici. Ondanks dat mensen hun eigen uitlatingen als losstaand zien, vormen individuele uitlatingen patronen die een bepaald maatschappijbeeld weerspiegelen, met ingrijpende standpunten over (morele) inferioriteit en dus over macht, zeggenschap en subordinatie. In het geval van de islam sluit dit maatschappijbeeld aan bij een mondiaal verhaal van een ‘clash-of-civilizations’. Zowel de eigen cultuur als die van de ander worden hierin afgebeeld als eenvormige en harmonieuze entiteiten; een goede respectievelijk slechte karikatuur. We hoeven maar een blik te werpen op de verscheidenheid in Nederland en op de gewelddaden tussen burgers in het Midden-Oosten om de absurditeit van dit beeld te zien.

Is er dan inderdaad sprake van racisme? Naast de parallellen zijn er ook verschillen tussen het negatieve islambeeld  en racisme. Racisme is onmogelijk los te zien van de geschiedenis van slavernij, van een wereldwijd systeem van langdurige, diepgaande uitbuiting en ontmenselijking, en zit als zodanig waarschijnlijk dieper in het DNA van de samenleving. Daarnaast is er het verschil dat Van het Reve belicht en dat een reden vormt het label racisme in de context van islam te vermijden. In tegenstelling tot bij racisme gaat in het in het geval van de islam over een ideologie; het gaat over gebruiken en denkbeelden (weliswaar in vele varianten). En die mogen in een democratische samenleving niet automatisch gevrijwaard zijn van kritiek. Hoewel de meeste negatieve representaties van de islam meer te maken hebben met stereotypering en achterstelling (met racisme) dan met zorgvuldige islamkritiek, lopen we het risico dat het label racisme ook rationele islamkritiek blokkeert. En dat is een onwenselijke situatie.

Genuanceerd kritisch zijn op specifieke gebruiken en opvattingen

Wat valt er nu te leren van deze discussie? Ten eerste is het belangrijk vast te stellen dat een negatieve stereotype representatie van de islam en het labelen van moslims als (primair) moslim onderdeel vormen van een systeem van uitsluiting, en dat dit in veel gevallen niet gaat om een zorgvuldig geformuleerde kritiek op gebruiken en opvattingen van (sommige) moslims. Hoewel deze stereotypering en stigmatisering uitdrukkelijk bestreden moeten worden, geldt dit niet voor alle vormen van  islamkritiek.

Laten we deze kritiek niet richten op ‘de islam’ en ‘de moslims’. Het is beter deze kritiek te formuleren in termen van specifieke gebruiken en opvattingen die ‘we’ ‘onwenselijk’ vinden. Hierbij moeten we niet alleen zorgvuldig formuleren wat we onwenselijk vinden (niet ‘de islam’, maar misschien het gebruik van boerka’s dragen in de publieke ruimte), maar ook onder welke condities en waarom (als dit onder dwang gebeurt of daadwerkelijk de veiligheid in gevaar brengt), en wie deze ‘we’ dan zijn (iedereen die vindt dat ook vrouwen recht op zelfbeschikking hebben). Dan worden discussies een stuk inhoudelijker, en vallen scheidslijnen niet per se tussen moslims en niet-moslims, maar bijvoorbeeld tussen geëmancipeerden en traditionelen,  progressieven en conservatieven, of tussen democraten en niet-democraten. Maar laten we bovenal met zijn allen goed overwegen in hoeverre we in Nederland burgers niet alleen wetten, maar ook normen en waarden willen voorschrijven.

Marieke Slootman is socioloog en maakt deel uit van de onderzoekscommissie Diversiteit aan de Universiteit van Amsterdam.

Foto: Bas Bogers (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (4)

  1. Mens, Fauna, Flora zijn natuurlijke soorten; kort: Soorten. Zijn dieren (en planten) per species onderverdeeld in sub-soorten oftewel rassen, de Mens is dat in onnatuurlijke = culturele groepen. Wie Cultuur zegt, zegt groep en vv.

    Soort, ras en groep zijn verzamelingen van singuliere exemplaren; bij groepen spreekt men bij voorkeur van individuen. Deze benoemingen & distincties zijn conventioneel, maar laten zich ontologisch voldoende waarmaken.

    Mensen kun je onderscheidenlijk individueel of als co-lid van een groep beoordelen en respectievelijk conform behandelen. In de modern-Westerse cultuur is de eerste benadering ideologisch voorgeschreven. Dat niet te doen, i.e. iemand als lid van een groep of subsoort bejegenen, is bedrijven van RACISME.
    Vroeger was in die vloek ‘groep’ niet ingegrepen en had je het eventueel over hogere / lagere volken maar dat is 2016 anders. Ethnocentrisme is in racisme overgegaan. Een logische evolutie.

    Soort heeft de groep aangestoken, collectief zijn we ‘beesten’ geworden. Naar modern-Westerse opvatting put de individu alle ratio cum status uit, het stoffelijke, minderwaardige is aan de groep / soort gelaten. Dit alles zonder dat de band individu / groep is opgeheven, wat realiter ook niet kan. Wel wordt die relatie er obscuur van, tot op het onbewuste af. Je ziet de groep niet meer, i.e. je mag haar niet meer zien, en in dezelfde mate neemt de glamour van de individu toe.
    Deze overheersende ideologische toestand is strijdig met de werkelijkheid. Mensen blijven nolens volens groepsgebonden – denk Taal – en volgen onbewust regels die niet van hen persoonlijk (kunnen) zijn. De groep, met haar eigen ratio, eist dat van ze, blindelings, wan wij mogen haar formeel niet raadplegen en gehoorzamen. En hier uitgekomen doemt de Sociologie op, pari passu met de Individu ontstaan, als zijn Kritiek.

    De meeste samenlevingen zijn niet op de principes van de ideologische individu gebaseerd.
    ´AMERICANS and Europeans stand out from the rest of the world for our sense of ourselves as individuals. ‘We like to think of ourselves as unique, autonomous, self-motivated, self-made. As the anthropologist Clifford Geertz observed, this is a peculiar idea.
    People in the rest of the world are more likely to understand themselves as interwoven with other people — as interdependent, not independent. In such social worlds, your goal is to fit in and adjust yourself to others, not to stand out. People imagine themselves as part of a larger whole — threads in a web, not lone horsemen on the frontier. In America, we say that the squeaky wheel gets the grease. In Japan, people say that the nail that stands up gets hammered down.´ (NYT 3 DEC 2014) RECENSIE DOOR T.M. Luhrmann, professor of anthropology at Stanford and a contributing opinion writer.´

    De Nederlandse Massa Immigratie heeft ons veel representanten van groepsgeoriënteerde samenlevingen bezorgd, i.h.b. Islamitische. Wil je hun gedrag doorgronden en uit lijfsbehoud en fatsoenlijkheidshalve effectief pareren, kan dat slechts door ze als groep te nemen. Dat wil o.m. zeggen ze niet psycho-individualistisch willen benaderen, doch collectief en cultureel. Maar deze benadering wordt versperd. Want wanneer je die voorslaat, word je niet racist genoemd, dan bén je het dezer dagen. Dat schrikt af, zoals je heel vroeger zou zijn geschrokken hadden ze je toen ketter genoemd. Tabu, effectief dreigement, uitsluitingsmechanisme, het ligt allemaal in dat ene boosaardige woord ‘racisme’ besloten. Een machtig wapen in de handen van slechte mensen. Terwijl uiteindelijk zou kunnen blijken dat racisme helemaal niet bestaat. Van ketterij is dat inmiddels ingezien. ’t Bestond vroeger eigenlijk ook al niet, al kon je er best voor op de brandstapel. Voor niets!

  2. Wie zich als vreemdeling blijft gedragen en er niet bij wil horen, heeft geen recht van klagen als hij over het hoofd wordt gezien.
    Wie met de rug naar onze samenleving gaat staan moet zich niet verbazen als hij met de nek wordt aangekeken.
    Wie de mening zijn toegedaan dat de ontvangende samenleving zich maar aan hen moet aanpassen komen van een koude kermis thuis.
    Voor religieuze uitingen in de openbare ruimte is in Nederland geen steun te vinden.
    Islamgedienstigheid is niet één van de kenmerken van onze moderne samenleving, het tegendeel eerder.
    Wie zich blijft afzetten tegen onze moderne samenleving zal er nooit bij horen.
    Wie de eeuwige benadeelde verongelijkte te kort gedane blijft uithangen vindt steeds minder gehoor.
    Want zo tolerant als Nederlanders altijd werden afgeschilderd blijken we niet (meer) te zijn.
    Dit alles is geen gevolg discriminatie, xenofobie of islamofobie maar een gevolg van door de moslims zelf gekozen uitsluiting.

  3. Kritisch zijn op een religie is niet hetzelfde als angst hebben voor deze religie (fobie). Een persoon die kritisch is op het christendom wordt toch ook geen christenofoob genoemd? Wanneer er bijvoorbeeld iemand kritisch is over het socialisme wordt deze persoon ook niet verweten socialisten te haten. Is een ex-moslim/islamcriticus dan wel een moslimofoob?…

  4. Is islam of de moslims een ras?,…he,he…De ISLAM heeft in 1400 jaar nog nooit iets anders gedaan dan dood en verderf zaaien!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *