Daklozen en migranten wel heel makkelijk zelfredzaam verklaard

Mensen die in armoede leven en migranten lopen in de praktijk tegen dezelfde problemen aan. Niet alleen worden beide groepen op een negatieve manier benaderd en zijn ze het slachtoffer van stereotypering en criminalisering; de overheid verwacht ondanks hun benarde positie ook nog eens dat ze volledig zelfredzaam zijn.

In het huidige klimaat van zelfredzaamheid wordt ook van de kwetsbaardere groepen verwacht dat ze zichzelf redden. Opvallend zijn de overeenkomsten waar zowel mensen in armoede als migranten tegenaan lopen.

Stereotypering treft arme mensen én migranten

Stereotypering is een eerste probleem waar zowel mensen in armoede als migranten mee te maken krijgen. Beide groepen worden gezien als profiteurs. Mensen in de bijstand zouden wel kunnen werken maar willen dat niet. Migranten komen naar Europa voor een uitkering en een woning. Volgens VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra komen migranten zelfs naar Nederland voor een borstvergroting.

Criminalisering van gedrag

Criminalisering van gedrag is een andere barrière waar arme mensen en migranten allebei tegenaan lopen. Mensen in armoede die hun verplichtingen uit bijvoorbeeld de Participatiewet niet nakomen krijgen mechanisch boetes opgelegd zonder dat sprake hoeft te zijn van strafbaar gedrag, zoals fraude of misbruik.

Hetzelfde geldt voor migranten. Er is voor dit fenomeen al een term: crimmigratie. De versmelting van migratie- en strafrecht. Het wetsvoorstel strafbaarstelling illegaal verblijf is daar een goed voorbeeld van. Ondanks dat er geen sprake is van strafbaar gedrag zouden migranten toch strafbaar zijn, enkel omdat ze zich in Nederland bevinden. Het wetsvoorstel is weliswaar ingetrokken, maar staat wel opnieuw in het verkiezingsprogramma van de VVD.

Daklozen zonder verslaving en psychische problemen moeten zelfredzaam zijn

Zowel mensen in armoede als migranten worden geacht zelfredzaam te zijn. Staatssecretaris Jette Klijnsma van Sociale Zaken zei bij de lancering van een website over armoede: ‘Door uit te gaan van zelfredzaamheid en talent, komt iemand met eigen waarde en kracht makkelijker uit een moeilijke situatie.’

Een voorbeeld uit de praktijk zijn daklozen zonder psychische problemen en zonder verslaving. Zij worden geacht zelfredzaamheid te zijn: daarom krijgen zij in sommige gemeentes geen toegang tot de daklozenopvang. Dit terwijl het Europees Comite inzake Sociale Rechten in een uitspraak over ongedocumenteerde daklozen oordeelde: ‘Ze lopen een aanzienlijk risico op ernstige onherstelbare schade aan hun leven en hun integriteit wanneer zij worden uitgesloten van de toegang tot onderdak, voedsel en kleding.’

Uit onderzoek onder de Utrechtse populatie van de nachtopvang komt het volgende beeld naar voren: het grootste deel heeft schulden, bijna de helft is laaggeletterd, 40% heeft een (licht) verstandelijke beperking, de helft heeft bijna niemand in zijn sociaal netwerk om op terug te vallen; meer dan de helft is al een keer dakloos geweest; van een derde zijn de cognitieve vaardigheden voor dagelijkse besluiten verminderd. Trek hiervan af de personen met psychische problemen of een verslaving die wel opvang kunnen krijgen. Kijk dan naar de groep daklozen die overblijft, die geen opvang krijgt: zijn dat mensen die we zelfredzaam kunnen noemen?

Kersverse migranten: binnen drie jaar zelfstandig inburgeren

Kersverse migranten moeten zelf zorgen dat zij binnen drie jaar ingeburgerd zijn. Sinds 2013 krijgen zij geen begeleiding meer van de gemeente en slechts beperkte financiële ondersteuning. Migranten zijn zelf verantwoordelijk voor inburgering: inburgering als ‘one way street’.

Een probleem waar jongeren met een migratie-achtergrond in de praktijk mee te maken krijgen is discriminatie. Onze minister-president Rutte zei over hen: zij hebben een keus als ze gediscrimineerd worden bij het zoeken naar een baan of stage. Afhaken of doorgaan. Als ze te maken krijgen met discriminatie, moeten ze zich invechten. En dat terwijl we weten dat de werkloosheid onder migranten drie keer hoger is dan onder Nederlanders. Deels vanwege de discriminatie die zij ervaren bij het zoeken naar werk.

Verantwoordelijkheid hoort niet bij de burger

Migranten en daklozen zelfredzaam noemen, negeert het probleem waar de overheid verantwoordelijk voor is. In het geval van daklozen: dat er onvoldoende opvangplekken zijn. In het geval van jonge migranten: dat de overheid onthand is hoe discriminatie daadwerkelijk te bestrijden. In deze gevallen is zelfredzaam niet wat deze mensen zijn, maar is het een doel om naar te streven. Mensen in deze situatie zelfredzaam noemen, legt de verantwoordelijkheid voor het verwezenlijken van mensenrechten bij de verkeerde partij. Namelijk bij de burger in plaats van bij de overheid.

We kunnen in plaats van het begrip zelfredzaamheid dan ook beter spreken over ‘persoonlijke autonomie’ en ‘participatie’, dat zijn mensenrechtelijke termen. Deze termen betekenen voor de overheid iets heel anders dan “zoek ‘t zelf maar uit”. Het betekent dat de overheid de autonomie van mensen in armoede en van migranten respecteert en verplicht is te helpen als dat nodig is om die te verwezenlijken. Sterker nog, de overheid heeft de mensenrechtelijke verplichting om te helpen die autonomie te realiseren. En als de overheid zijn verplichting verzaakt, moet de burger zijn recht kunnen halen. En dat brengt ons bij de vierde barrière waar zowel migranten en mensen in armoede tegen aan lopen.

De toegang tot het recht

Zowel mensen in armoede als migranten zijn beperkt in hun toegang tot het recht. Zo worden daklozen bij de opvang weggestuurd zonder dat zij dat op schrift krijgen. Daardoor kunnen zij geen bezwaar en beroep tegen deze weigering aantekenen. Beide groepen zijn ook niet vanzelfsprekend digitaal. Terwijl digitale toegang broodnodig is om informatie over rechten te vinden.

Dus ook ten aanzien van de toegang tot het recht zijn deze groepen niet vanzelfsprekend zelfredzaam, juridisch zelfredzaam. Ook daar heeft overheid dus een plicht om dit mensenrecht waar te maken.

Hoe bevorderen we de toegang tot het recht?

Gijsbert Vonk en Job Cohen deden beiden eerder de suggestie dat burgers de mogelijkheid moeten krijgen om schending van sociale en economische mensenrechten aan het College voor de Rechten van de Mens voor te leggen. Iets dat nu niet kan. Maar is het logisch om de geschilbeslechting over sociale en economische mensenrechten centralistisch bij het College voor de Rechten van de Mens neer te leggen?

We hebben jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsparticipatie gedecentraliseerd. Dat hebben we gedaan, omdat gemeentes beter zicht hebben over wat er bij de burger speelt. En Juist daar, op lokaal niveau, spelen mensenrechten. Is het dan niet logischer om in een zo gedecentraliseerd sociaal domein ook de geschilbeslechting te decentraliseren. Kunnen we niet beter zorgen dat elke gemeente een ombudsman heeft?

Stans Goudsmit was jarenlang advocaat met vreemdelingenrecht en nationaliteitsrecht als specialisme. Deze tekst is gebaseerd op haar afscheidsrede als collegelid van het College voor de Rechten van de Mens. De volledige rede staat hier.

Foto: Jonathan Vahsen (Flickr Creative Commons)

Reageer

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *