Waarom denken we dat Turken en Marokkanen religieuzer zijn dan hun ouders?

In onze oordeelsvorming zitten tal van vertekeningen. Actuele, sensationele én negatieve berichten kleuren ons beeld, maar benemen ons zicht op de werkelijkheid. Zo zijn jonge moslims in Nederland bijvoorbeeld niet steeds méér, maar mínder religieus.

Hoeveel procent van de Nederlanders, schat u, beschouwt zich als moslim? Uit een recente studie blijkt dat de gemiddelde Nederlander denkt dat 19 procent van de inwoners van Nederland moslim is. Sommigen zitten daar boven – zij geloven dat 30 procent moslim is –, anderen zitten er weer wat onder. Maar gemiddeld genomen is de schatting dat bijna één op de vijf inwoners moslim is. Het werkelijke percentage ligt echter rond de zes procent. Hoe kan dat? Waarom denken Nederlanders dat er zoveel meer moslims in Nederland wonen, dan er in werkelijkheid zijn?

Het roept de vraag op: waar komen percepties over moslims vandaan? Uit welke bron van informatie putte u? Een belangrijke cognitieve bias die optreedt bij oordeelvorming is de availablity heuristic. We baseren onze percepties op informatie die snel en makkelijk in ons geheugen naar boven komt, zonder daarbij een rationele afweging te maken of die informatie wel representatief en nauwkeurig is.

Nieuwsberichten over moslims overwegend negatief

Het gevolg is dat met name recente mediaberichten, vooral de sensationele, onze percepties bepalen. Wie een inschatting maakt over hoeveel moslims er wonen in Nederland, denkt bijvoorbeeld aan nieuwsberichten over het Marokkanen-proces van Wilders en zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak, over de opening van een nieuwe moskee, en over terreurdreigingen en aanslagen van extremistische moslims.

We weten uit onderzoek dat de berichtgeving over moslims in geen verhouding staat tot het aandeel van moslims in de bevolking. En, wellicht belangrijker nog, studies laten verder zien dat nieuwsberichten over moslims overwegend negatief zijn: ‘haat-imam’, ‘jihadistische terreur’, ‘criminaliteit Marokkanen’, enzovoorts. Zo ontstaat al snel het beeld dat er sprake is van een grote groep moslims in Nederland waar een enorme dreiging vanuit gaat. Het lastige is om de percepties juist te krijgen: er zijn haat-imams, er is jihadistische terreur en Marokkanen zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteit. Maar allemaal niet in die mate waarin we op grond van sensationele mediaberichten zouden denken.

Worden moslims steeds religieuzer?

Graag zou ik willen weten wat Nederlanders denken over de religieuze beleving van moslims. Maar tot op heden is dat niet onderzocht. Denken Nederlanders dat Turken en Marokkanen – de twee grootste moslimgroepen in Nederland – steeds religieuzer worden? Of juist meer seculier?

Mijn vermoeden is dat de availablity heuristic Nederlanders ook wat dit betreft parten speelt. Velen denken wellicht dat een aanzienlijk deel van de moslims in Nederland radicaliseert, dat Turkse en Marokkaanse jongeren geloviger zijn dan hun ouders, dat meisjes massaal hoofddoekjes dragen en dat het seculiere Nederland langzaamaan verandert in een islamitisch land. Gezien de frequente berichtgeving over radicalisering en salafisme ontstaat zo’n beeld algauw.

En ook hier is het weer de vraag: hoe omvangrijk is dat fenomeen? Er is sprake van radicalisering onder sommige jongeren en sommige moskeeën hebben inderdaad een zeer strikte, salafistische kijk op de islam. Maar wat weten we over de gehele groep van moslims? Worden zij inderdaad steeds religieuzer?

Koran lezen en meedoen aan de ramadan

Ons onderzoek laat zien dat Turken en Marokkanen in Nederland steeds minder religieus zijn. Deze seculariseringstrend tekent zich af tussen de generaties: de ‘tweede generatie’, geboren en getogen in Nederland, is minder religieus dan hun ouders, die in het buitenland zijn geboren.

Onze bevindingen, gebaseerd op een representatieve steekproef onder Turken en Marokkanen tussen de 15 en 45 jaar oud, laten bijvoorbeeld zien dat, in vergelijking met hun ouders, 25 procent minder vaak de koran leest, 12 procent minder vaak meedoet aan de ramadan, en 30 procent minder vaak de moskee bezoekt. Uit een andere studie, onder 14- en 15-jarigen, blijkt dat Turkse en Marokkaanse jongeren religie minder belangrijk vinden dan hun ouders.

Het SCP komt tot vergelijkbare conclusies. Onder Marokkanen daalt het wekelijkse moskeebezoek van 42 procent (1e generatie) naar 28 procent (2e generatie); neemt vijf keer per dag bidden af van 85 procent naar 67 procent, en verschuift het percentage Marokkaanse moslima’s dat een hoofddoek draagt van 89 procent naar 59 procent. Bij Turken valt eenzelfde seculariserende tendens waar te nemen bij vergelijking van de eerste en tweede generatie.

If men define situations as real…

Percepties van de werkelijkheid zijn belangrijk, ze sturen ons gedrag. ‘If men define situations as real, they are real in their consequences’, zo stelden de sociologen Thomas en Thomas reeds in 1928. Ook al kloppen onze voorstellingen niet, we handelen ernaar alsof ze wel waar zijn.

Uit ons onderzoek naar jongeren in Nederland blijkt dat zij erg negatief denken over Turken en Marokkanen. Gemeten op een ‘thermometerschaal’ van gevoelens ten aanzien van groepen (0=heel koud, 10=heel warm) geven Nederlandse jongeren zonder migratie-achtergrond de groep Turken in Nederland een 5,0 en Marokkanen een 4,5. Ter vergelijking: Nederlanders geven de eigen groep een 8,6, Turken geven Nederlanders een ruime voldoende (7,2) en ook Marokkanen denken redelijk positief over Nederlanders (6,6).

Wat betekent dit voor het etnisch-religieus diverse Nederland? Een voorwaarde voor coöperatie en duurzame samenwerking tussen leden van verschillende groepen is dat men elkaar vertrouwt. Dit vertrouwen wordt ondermijnd door selectieve, sensationele berichtgeving in de media en de availability heuristic.

Dat roept een belangrijke vraag op: hoe zorgen we ervoor dat we nu en in de toekomst op een verstandige manier omgaan met mediaberichten? De opkomst van sociale media en echokamers, en de versnippering van online informatiebronnen, maakt die vraag relevanter dan ooit.

Frank van Tubergen is hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht.

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)

Dit artikel is 3366 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (5)

  1. In Islamitische culturen zijn niet de ouders de voornaamste culturele opvoeders van de kinderen, maar de oom en de straat. In de 2e omstandigheid worden jongens door ‘Imams’ en dergelijke predikers ‘opgevangen’ en dan pas tot ware Islamieten opgeleid. Denk aan Koranschooltjes en hun Talibs. Dat veel jongeren aan Islamitische gezinnen ontsproten aanvankelijk niets aan hun geloof doen, is dan begrijpelijk en slechts een fase in hun religieuze ontwikkeling.

  2. Deze bijdrage is een toelichting óp en vervolg ván mijn commentaar op SV dd 5.07.19, 21.21u.

    Wie in een concrete Westerse omgeving de Islam praktisch wil begrijpen en op basis daarvan aan voorspellingen wil doen, kan niet volstaan met studies van de Koran en ‘ahadith’, maar moet om zo te zeggen ‘de boer op’. Wat in dit geval betekent: kennis nemen van de sociale structuren die de Islam zelf heeft gecreëerd respectievelijk naar zijn hand gezet. In het eerste geval denk ik bijvoorbeeld aan de universele viering van Ramadan en het Vrijdagavondgebed als ‘rallying point’, in het tweede aan de maatschappelijke vorming tot Islamiet die cultureel varieert. Azeri, Kirgies en Afghaan – allen Islamiet – vertonen onderling collectief-afwijkende gedragspatronen. De ISLAM is een veroveringsgodsdienst en heeft zodoende culturele patronen geadopteerd of geannexeerd die ab origine on-islamitisch zijn, maar nu het best als van Islamitische aard kunnen worden benaderd. In dit verband past het om op te merken dat in de Islam bij de opvoeding van kinderen soms de Oom van vaders of moeders zijde een doorslag gevende rol speelt. Een archaïsche, vermoedelijk pre-Islamitische functie!, waarmee hier vandaag om praktische reden rekening dient te worden gehouden.

    Bovenstaande uiteenzetting is naar aanleiding van Tubergens opstel getiteld: ‘Waarom denken we dat Turken en Marokkanen religieuzer zijn dan hun ouders?’ (dd 5.07.2019). Daarin schrijft hij o.m. dat 1. ‘Nieuwsberichten over moslims overwegend negatief zijn’, 2. het allemaal best meevalt (ad sententiam geciteerd), 3. Turkse en Marokkaanse jongeren religie minder belangrijk vinden dan hun ouders. Geen zorgen dus, lijkt de boodschap, alleen die media brengen slecht nieuws en overigens hebben Nederlanders last van ‘availability heuristisc’. Een anglo-amerikanisme dat mij voor het eerst bij Tubergen onder ogen is gekomen. Modern dus.

    Tegenover dat vreemde sociologisme houd ik dat de socioloog Tubergen zich aan een misleidend ethnocentrisme schuldig maakt – of daarvan de dupe is – en dit in toevoeging aan zijn verwaarlozing van Sociale Structuur. Want als hij het over Turkse & Marokkaanse ouders heeft die het Geloof van hun kinderen maken, staat hem zoals ik het zie het modern-Westers gezin voor ogen. Onbewust! Dat is: Pa & Ma met twee schattige kindertjes keurig en egalitair door hun ouders opgevoed en van de straat gehouden.

    Maar zo zitten die die Turkse en Marokkaanse families niet in elkaar. Dáár niet en ook hier niet, sociale stratificatie hier dan maar door mij genegeerd. Zeker leggen Islam-ouders bij hun kinderen een Islam-achtige voorbereidende intellectuele infra-structuur aan, vooral op het gebied van de man/vrouw verhoudingen, maar complete Islamiet word je pas via de straat-Imam. Deze religieuze persoonlijkheidsontwikkeling zal zeker in de Westerse diaspora een relatief afwijkend verloop nemen, maar van de meerdere tijd die ze hier mogelijk vergt, mag geen soulaas voor ons worden verwacht. Hoogstens uitstel van executie.

  3. Ik kom uit een Maasdorp van waar uit in de jaren 60 inwoners emigreerden naar Australië en Canada. Bij bezoek aan ons van enkelen van hen viel ons 2 dingen op.
    1. Zij spraken nog het dialect van 15 jaar geleden. Zij waren niet met de tijd meegegaan.
    2. Hun opvattingen over geloof waren sterk conservatiever dan dat van ons. Wij waren liberaler geworden, zij niet.

    Het lijkt mij logisch en normaal dat dat voor alle emigranten geldt. Ongeacht uit welk land zij emigreren en ongeacht welk geloof zij aanhangen.

    Dat 2e en 3e generaties daar afstand van nemen en onder invloed van de omgeving anders over geloof gaan denken ljjkt mij ook logisch. Alleen mensen die zich volledig afsluiten van hun omgeving veranderen niet.

  4. Ad Goossens cmt. 3 dd 18.07.19 ‘Alleen mensen die zich volledig afsluiten van hun omgeving veranderen niet’.

    Letten we op de Amish in USA/Pensylvania, lijkt deze bewering juist en ook van toepassing op de in Nederland gevestigde Islamitische populatie.

    De continuering en groei van de Amish cultuur werd bevorderd door een fysieke omgeving die ze toestond afstand tot andere subculturen op het USA-continent te bewaren. Inmiddels neemt die ruimte om te maneuvreren af, vanwege hun demografische explosies.

    In het overbevolkte Nederland heeft die ruimte voor boven genoemde Islamieten nooit bestaan, welk feit op hun emancipiëring van invloed moet zijn (geweest). Waar we dan wel verplicht zijn rekening mee te houden, is met 1. hun oppervlakkige aanpassing, die uiteindelijk wordt gedeponeerd, en gevolgd door 2. een heftige terugval op Islamitisch basis-normen die in de vroegste kindsjaren zijn ingeprent. Ik denk aan man-vrouw verhouding, visie op Joden, supremacistische voorstellingen e.d.

    En dat, die denkstructuren, is ‘onze’ Islam. Of ze de Ramadan vieren, doet er niet toe.

  5. Wij weten dat we uit God voortspruiten, maar de gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze. Zegt 1 Johannes 5: vers 19. Wie is die goddeloze? Dat is Satan de Duivel, de slang uit het paradijs, die Adam en Eva bedroog met die appel van de verboden boom. Die ze niet mochten aanraken nog minder er van eten. Die zij hij dat hun ogen geopend zouden worden kenende goed en kwaad, zo zei hij. Maar niets was minder waar, ze verloren het paradijs, en hun verdere leven, dat rampzalig was geworden. Die Job en zijn vrouw het leven zuur maakten, Job 1: En later Jezus in de woestijn verzocht, en hij toonden hem alle koninkrijken der wereld, want zo zei hij, ze zijn mij overgegeven en geef ze aan wie ik wil als gij een daad van aanbidding jegens mij verricht. Jezus zei daarop; er staat geschreven Jehovah uw God moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten!
    Babylon de Grote is het rijk van de valse religies op aarde volgens de Bijbel. Hieronder horen alle religies thuis: De islam, het Boedishme en alle de geloven in de christenheid enz, behalve de Jehovah Getuigen, die zijn niet aangesloten bij de organisatie van de Verenigde Naties te New York, de anderen allemaal wel. De Jehovah Getuigen zijn het ware volk van Jehovah God, want in Handelingen 15: vanaf vers 14, staat: Dat God een volk voor zijn naam zal nemen, en hiermee stemmen de profeten overeen, zoals er geschreven staat: Na deze dingen zal ik terugkeren en de hut van David, die vervallen is, herbouwen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *