Ongelijkheid schoolloopbanen: gefeliciteerd met diploma van je ouders!

Waarom heeft niet iedereen de kans om eenzelfde schoolloopbaan te doorlopen als ik, vraagt bijzonder hoogleraar Louise Elffers zich af. Ligt dat aan verschillen in talent, aan de thuisomgeving of aan de inrichting van ons onderwijs?

Om de positie van hoogleraar te bereiken, stonden bij mij alle schuifjes de goede kant op. Ik kreeg van mijn ouders de taal en de cognitieve bagage mee waarop een beroep wordt gedaan op school. Mijn ouders waren bekend met het Nederlandse onderwijs en konden mij wegwijs maken in de geschreven en ongeschreven regels van het systeem. De culturele codes op het gymnasium sloten aan bij wat ik van huis uit meekreeg. Ik heb mij daardoor nooit hoeven afvragen of iemand zoals ik eigenlijk wel thuishoorde op het gymnasium.

Er was bij ons voldoende stabiliteit, bestaanszekerheid en rust om mij op schoolwerk te kunnen concentreren

Er was bij ons thuis voldoende stabiliteit, bestaanszekerheid, rust en ruimte om mij op mijn schoolwerk te kunnen concentreren. En waar nodig kon ik bij het maken van mijn huiswerk putten uit de boeken en hoofden van mijn ouders. Zij konden meedenken over spreekbeurten en werkstukken, en als het moest, was er geld voor bijles of huiswerkbegeleiding. En misschien wel het allerbelangrijkste: mijn leraren twijfelden er niet aan dat ik thuishoorde op het gymnasium.

Eenmaal op de universiteit voelde ik mij, als dochter van twee wetenschappers, helemáál als een vis in het water. De manier van denken en doen op de universiteit paste me als een jas. Inmiddels ben ik hoogleraar Kansengelijkheid in het Onderwijs. Als ik daarvan de ironie niet zou inzien, dan zou ik niet geschikt zijn voor dit ambt.

Aanhoudende ongelijkheid

In Nederland zien we al jaren structurele verschillen in het verloop van schoolloopbanen tussen groepen leerlingen en studenten. Met name de aanhoudende ongelijkheid in schoolloopbanen van leerlingen met verschillend opgeleide ouders springt in het oog. Leerlingen van wie de ouders een hbo- of universitaire opleiding hebben afgerond, presteren in het basis-, voortgezet en hoger onderwijs structureel beter dan leerlingen met ouders die geen hoger onderwijs hebben gevolgd (Borghans & Diris 2021; Ministerie van OCW 2023).

Ligt dat aan ongelijke kansen in het onderwijs of aan de thuisachtergrond van deze leerlingen?

Deze ongelijkheid blijkt al jaren opvallend stabiel (ministerie van OCW 2023). Zulke patronen geven op z’n minst aanleiding om te concluderen dat leerlingen uit sociaal-economisch minder bevoorrechte gezinnen niet dezelfde kansen hebben om zich te ontwikkelen tot op het niveau van leerlingen uit meer bevoorrechte gezinnen.

Maar ligt dat aan ongelijke kansen in het onderwijs of aan de thuisachtergrond van deze leerlingen? Verschillen in aangeboren talent of IQ, in taal- en cognitief aanbod in de thuisomgeving en in de aanmoediging en ondersteuning die leerlingen thuis krijgen, spelen een rol in hun aanleg en ontwikkeling. Dat gegeven is juist een belangrijke reden waarom we kinderen naar school sturen. Daarmee voorkomen we dat de leerontwikkeling louter afhangt van de aan- of afwezigheid van input en ondersteuning in het gezin waarin kinderen opgroeien.

Al jaren zien we dat gelijk presterende leerlingen ongelijk geadviseerd worden naar gelang hun sociaal-economische achtergrond

Toch zien we, ook wanneer we kijken naar het verloop van schoolloopbanen van leerlingen die op hetzelfde niveau presteren, een aanzienlijke ongelijkheid naar sociaal-economische achtergrond. Leerlingen die gelijk gekwalificeerd zijn, doorlopen heel verschillende schoolloopbanen. Hoe komt dat? Maken gelijk presterende leerlingen ongelijke keuzen, spelen factoren buiten het onderwijs een rol in het verschillende verloop van hun schoolloopbanen, of zijn er obstakels in het onderwijs die deze ongelijkheid veroorzaken?

Ongelijke leerkansen

In Nederland worden leerlingen vanaf hun twaalfde levensjaar verdeeld over een groot aantal onderwijsroutes. Daartussen bestaan grote verschillen in inhoud, niveau, duur, intensiteit, oriëntatie en eindtermen. De toegang tot die verschillende routes wordt bepaald door het niveau-advies aan het eind van het basisonderwijs. Al jaren zien we dat gelijk presterende leerlingen ongelijk geadviseerd worden naar gelang hun sociaal-economische achtergrond (Borghans & Diris 2021). Die ongelijke advisering zorgt voor ongelijke kansen om in te stromen in een van de verschillende routes in het voortgezet onderwijs.

Het merendeel van de vmbo-t-leerlingen presteert op hetzelfde niveau als havisten

De overlap in vaardigheidsniveaus tussen leerlingen in de verschillende routes is groot: zo presteert het merendeel van de vmbo-t-leerlingen op hetzelfde niveau als havisten, en presteren de sterkere leerlingen in het vmbo-t op hetzelfde niveau als de wat minder sterke vwo-leerlingen (Gubbels e.a. 2019). Toch zijn de leerkansen van deze leerlingen volstrekt ongelijk.

Ongelijke leerkansen in het voortgezet onderwijs blijken een belangrijke verklaring voor de sociaal-economische ongelijkheid in leerprestaties (Schmidt e.a. 2015). Leerlingen die in principe op hetzelfde niveau functioneren, volgen in Nederland heel verschillend onderwijs en hebben daarmee zeer ongelijke perspectieven op onder meer vervolgonderwijs, werk, inkomen en status. De een krijgt vier jaar voortgezet onderwijs, de ander vijf of zes. De een krijgt bepaalde vakken aangeboden, de ander niet. De een behaalt een startkwalificatie in het voortgezet onderwijs, de ander niet. De een kan direct doorstromen naar het hoger onderwijs, de ander niet. De een noemen we hoogopgeleid, de ander laagopgeleid.

Gezinnen investeren steeds meer geld in de verwerving van diplomakapitaal

En zo bezien is die terminologie niet eens zo vreemd: wij delen leerlingen hiërarchisch in en leiden ze op voor een hogere of lagere positie binnen een maatschappelijke hiërarchie die we legitimeren aan de hand van verschillen in het onderwijs die we zelf aanbrengen.

Diplomakapitalisme

De bepalende rol die onderwijskwalificaties spelen in de kansen op welvaart en welzijn jagen diplomakapitalisme aan: het verzamelen van zo veel mogelijk en zo hoog mogelijke diploma’s. Schoolloopbanen staan in het teken van het verwerven van het onderwijskapitaal dat nodig is om toegang te krijgen tot bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt en de samenleving. Diploma’s vormen het bewijs van dat verworven kapitaal. Ze bieden individuen de mogelijkheid om zich te positioneren ten opzichte van anderen, uitmondend in een hiërarchie van lagere en hogere kwalificaties. En ze bieden geprivilegieerde groepen de mogelijkheid om de toegang tot de maatschappelijke bovenlaag te controleren.

Kinderen van ouders met veel diplomakapitaal hebben meer kans om zelf ook veel diplomakapitaal te verwerven

Wie voldoende diplomakapitaal bemachtigt, heeft niet alleen toegang tot posities met meer inkomen, status en macht; diegene mag ook gebruikmaken van voorzieningen als datingbureaus, sportscholen, wooncomplexen en verzekeringen exclusief ‘voor hoogopgeleiden’ (Elffers 2022).

Gezinnen investeren steeds meer geld in de verwerving van diplomakapitaal. Kapitaalkrachtige gezinnen zetten met succes verschillende vormen van kapitaal in, zoals hun kennis, netwerk en geld, om de schoolloopbaan van hun kinderen een zetje in de gewenste richting te geven. Kapitaal dat bij andere gezinnen ontbreekt. Diplomakapitaal vormt daarmee een essentiële schakel in de kapitaalcumulatie in een ongelijke samenleving; niet alleen binnen generaties, ook tussen generaties. Want de kinderen van ouders met veel diplomakapitaal hebben meer kans om zelf ook veel diplomakapitaal te verwerven. ‘Gefeliciteerd met het diploma van je ouders!’ is niet voor niets een gevleugeld gezegde in het debat over kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs.

‘Winnaars’ van de onderwijscompetitie

Universiteiten worden bevolkt door de ‘winnaars’ van deze onderwijscompetitie. Voor de meeste wetenschappers pakte het systeem gunstig uit. Hun kwaliteiten werden gezien, gestimuleerd en beloond, zowel in materiële als immateriële zin. Het is bekend dat winnaars sterker geloven in het meritocratisch gehalte van die competitie.

Dat heeft gevolgen voor de bril waarmee wij vanuit de wetenschap naar het vraagstuk van kansenongelijkheid kijken. Het is van belang dat wetenschappers zich bewust zijn van de ervaringen die hun kijk op het vraagstuk mogelijk kleuren en dat ze dat perspectief toetsen aan de ervaringen en perspectieven van anderen. Een wetenschapper die kritische vragen stelt bij een samenleving waarin een universitair diploma de beste kansen biedt op welvaart en welzijn, mag die kritische blik evenzeer richten op de eigen positie binnen die samenleving. Want hoe gelijk zijn de kansen voor verschillende groepen in de Nederlandse samenleving nou werkelijk om eenzelfde schoolloopbaan te doorlopen als die van mij?

Louise Elffers is bijzonder hoogleraar Kansengelijkheid in het Onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is gebaseerd op haar oratie De grote (on)gelijkmaker. Onderwijs in een ongelijke samenleving, die ze uitsprak op 14 december 2023.

 

Foto Karolina Grabowska via Pexels

 

Bronnen

 

 

 

 

Dit artikel is 1689 keer bekeken.

Reacties 3

  1. “Want hoe gelijk zijn de kansen voor verschillende groepen in de Nederlandse samenleving nou werkelijk om eenzelfde schoolloopbaan te doorlopen als die van mij?”

    Het moet in het onderwijs niet gaan om ‘kansengelijkheid’ maar om de mogelijkheid je naar eigen vermogen te ontwikkelen. Ieder mens en iedere leerling is in feite uniek en dat kun je in het onderwijs niet tot uiting brengen door leerlingen te onderwerpen aan een wedloop van ‘kansen’ zoals dat bij een casinospel het geval is.
    Het moet in het onderwijs gaan over gelijkwaardigheid en niet over kansengelijkheid.
    Gelijkheid komt trouwens in geen enkel sociaal maatschappelijk systeem voor. Ook niet in de biologie. Gelijkheid is alleen als sociale constructie denkbaar maar in filosofische zin zoals o.a. Nietzsche beschreef onjuist.
    In het huidige dominante onderwijsdenken wordt hoofd arbeid boven die van handen arbeid gesteld hetgeen een verkeerde visie op onderwijs betekent.
    Louisse Elffers is weliswaar hoog opgeleid maar is zij ook in staat een spijker in de muur te slaan of de accu in haar auto te vervangen?
    Het is dan ook niet aannemelijk dat onze maatschappij alleen ‘hoog’ opgeleiden nodig heeft.
    ‘Kansen ongelijkheid’ als vorm van persoonlijke ontplooiing in het onderwijs is wellicht een betere manier om veel leerlingen een betere plaats in de samenleving te geven, om te doen waar een samenleving echt behoefte aan heeft.

  2. Ik weet niet eens meer hoe lang het geleden is dat ik Jan Brands boek “Die hoeft nooit meer wat te leren” gelezen heb. Met als inhoud levensverhalen van academici met laaggeschoolde ouders. Waar die mensen toen tegen aan liepen, daar lopen mensen die uit een laagopgeleid nest komen nog steeds tegen aan

  3. Het is goed dat er mensen uit “hogere klassen” zijn die inzien dat het onderwijs werkt als sorteerfabriek Zoals bijv. Sander Schimmelpennick, Joris Luijendijk en ook Louise Elffers.
    Ik hecht daarentegen veel waarde aan de ervaringen van bijvoorbeeld Milio van de Kamp of Lenette Schuijt (die een weinig opgemerkte maar uitstekende studie schreef getiteld Transklasse).
    Waarom financieren we voortgezet en hoger onderwijs nog altijd op basis van de output aan gedipliomeerden en niet op basis van de sociale herkomst van leerlingen. In het basisonderwijs doen we dat een beetje……
    Plus dat het goed is te bedenken dat na de opleiding er vervolgens mechanismen werken die ’transklasses’ in hun beroepsleven op achterstand houden. (Lees The class ceiling van Friedman en Laurison). Opleiding telt, maar is het halve verhaal van de ongelijkheid.
    Veel respect voor Louise Ellfers oratie maar ik hoop dat zij verder gaat dan empathie te tonen en als hoogleraar aan beleidsvoorstellen toe komt die hout snijden..

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *