Online agressie is een wijdverbreid fenomeen dat voornamelijk bestudeerd wordt bij kinderen, jongeren en (universiteits)studenten. Tot nu toe zijn er nog weinig inzichten over de betrokkenheid van oudere generaties bij online agressie. Nochtans brengen ook 66-plussers heel wat tijd online door. Recente cijfers onder Nederlandse volwassenen tonen aan dat deze leeftijdsgroep gemiddeld zo’n 86 minuten per dag gebruikmaakt van sociale media (Van der Veer, Bloemert, & Lohuis, 2025).
Mensen voelen online minder remmingen en zeggen dingen die ze niet offline zouden durven zeggen
Voorbeelden van online agressief gedrag zijn kwetsende dingen online zeggen tegen iemand of over iemand (bijvoorbeeld roddels) of iemand bewust uitsluiten uit een online groep (bijvoorbeeld iemand niet toelaten tot een chatgroep).
Bedreiging voor volksgezondheid
Onderzoekers, autoriteiten en andere instanties zijn het erover eens dat online agressie voorkomen en verminderd moet worden. Dit soort gedrag kan namelijk beschouwd worden als een bedreiging voor de volksgezondheid: het kan schadelijke gevolgen hebben voor de geestelijke gezondheid en het welzijn van degenen die worden aangevallen (Wyckoff, Buss & Markman, 2019).
Mensen voelen online vaak minder remmingen – ook wel online disinhibitie genoemd (Suler, 2004) – en zeggen daardoor dingen die ze niet offline tegen anderen zouden durven zeggen. Om dit schadelijke gedrag te verminderen, moeten we eerst begrijpen welke socialemediagebruikers aan online agressie doen en waarom.
We kunnen niet zomaar veronderstellen dat 66-plussers dezelfde beweegredenen hebben als kinderen, jongeren en studenten
We kunnen niet zomaar veronderstellen dat 66-plussers dezelfde beweegredenen hebben voor dit gedrag als kinderen, jongeren en (universiteits)studenten. Ze bevinden zich in een heel andere leefwereld, vaak gekenmerkt door aspecten die typisch zijn voor ‘ouder worden’, zoals frustraties door beperkte mobiliteit, beperkte interpersoonlijke interacties, verminderende gezondheid en financiële druk, die misschien online worden ‘afgereageerd’. Online agressie kan ook een manier zijn voor ouderen – die vaak controle- en statusverlies ervaren – om ‘macht’ terug te verwerven.
Eén op vijf 66-plussers
Onze studie, uitgevoerd bij tweeduizend volwassenen tussen 18 en 79 jaar, biedt inzicht in hoe groot het aandeel is van 66-plussers die zich online agressief gedragen (Pabian & Vandebosch, 2024). We vroegen naar ervaringen met online agressie als dader en slachtoffer. Meer precies gaven respondenten voor elf kwetsende online gedragingen aan hoe frequent ze deze recent (in de voorbije drie maanden) zelf hadden uitgevoerd (frequentie daderschap) of er het slachtoffer van waren (frequentie slachtofferschap).
Iemand bewust uitsluiten of negeren online was de vorm die het vaakst door 66-plussers werd uitgevoerd
Ongeveer één op vijf 66-plussers gaf aan recent dader (22,7 procent) of slachtoffer (26,8 procent) te zijn geweest van één of meerdere vormen van online agressie. Deze cijfers zijn heel wat lager dan die van het aantal recente daders (60,1 procent) en slachtoffers (54,6 procent) bij jongvolwassenen (18-25 jaar).
Toch is een aanzienlijk deel van de laatvolwassenen dus ook betrokken bij dit soort gedrag. Iemand bewust uitsluiten of negeren online was de vorm die het vaakst door 66-plussers werd uitgevoerd, gevolgd door kwetsende dingen zeggen over iemand tegen anderen online.
Verband slachtofferschap en daderschap
Daarnaast werd gevraagd naar determinanten van daderschap van online agressie bij alle volwassenen, zoals zelf slachtoffer zijn en de attitude ten aanzien van online agressie. Net als bij de andere leeftijdsgroepen was er een overlap tussen slachtofferschap en daderschap bij 66-plussers: hoe vaker iemand recent slachtoffer is geweest van online agressie, hoe vaker iemand zelf ook online agressief gedrag vertoont.
Hoe positiever de attitude ten aanzien van online agressie, hoe hoger de frequentie van online agressie
De attitude ten aanzien van online agressie was enkel een goede voorspeller voor daderschap in de leeftijdsgroepen 18-25 en 66-plus: hoe positiever de attitude ten aanzien van online agressie, hoe hoger de frequentie van online agressie in de afgelopen drie maanden.
Het lijkt erop dat dat deze leeftijdsgroepen een positievere attitude ten aanzien van online agressie vaker omzetten in agressief gedrag online dan de andere leeftijdsgroepen die misschien ook positief aankijken ten aanzien van online agressie.
We onderzochten ook of overtuigingen die immoreel gedrag online goedpraten daderschap kunnen voorspellen, zoals ‘iedereen doet het’ of ‘online is het niet zo erg’. Deze overtuigingen verklaarden daderschap van online agressie bij 46-65-jarigen, maar niet bij jongere leeftijdsgroepen en 66-plussers.
Campagnes op maat
Online agressie vindt plaats bij alle leeftijdsgroepen, maar er zijn verschillen in aantallen en beweegredenen. Onderzoekers en praktijkmensen die online agressie willen begrijpen en verminderen kunnen daarom volwassenen niet als één groep behandelen.
Een campagne gericht op 66-plussers zou een andere boodschap moeten overbrengen
Voor effectieve interventies zijn campagnes op maat nodig voor verschillende leeftijdsgroepen. Bijvoorbeeld voor de leeftijdsgroep 46-65 jaar zou een interventiecampagne zich kunnen richten op de overtuigingen die immoreel gedrag online goedpraten. Een campagne gericht op 66-plussers zou een andere boodschap moeten overbrengen, namelijk dat zelf kwetsend gedrag online uitvoeren nadat anderen online agressief waren naar jou toe geen goede manier is om hiermee om te gaan.
Sara Pabian is universitair docent aan Universiteit Tilburg bij de afdeling Communicatie en Cognitie. Heidi Vandebosch is gewoon hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Dit artikel is gebaseerd op hun publicatie in het wetenschappelijk tijdschrift Deviant Behavior.
Foto: Neil Moralee (Flickr Creative Commons)