Ook imams moeten verantwoordelijkheid nemen

Opvattingen van islamitische schriftgeleerden uit een ver verleden roepen op tot vijandigheid en agressie. Een meerderheid van de moslims keurt deze legitimering van geweld steeds openlijker af. Ook imams zouden daarin verantwoordelijkheid moeten nemen, vindt Mohamed Ajouaou.

Wie het woord boeddhisme hoort denkt onmiddellijk aan geweldloosheid. Komt het woord islam voorbij, dan kost het enige moeite om de associatie met geweld te onderdrukken. Niet alleen zien mensen een overvloed aan geweld gepleegd door moslims over de gehele wereld, maar ze worden ook geconfronteerd met bronteksten van de islam (Koran en Hadith ofwel overleveringen van de profeet) die vijandig en onvriendelijk tegenover de ander zijn. Deze bronteksten worden bovendien expliciet gebruikt door islamitische extremisten om geweld te gebruiken. Neem bijvoorbeeld de Korantekst: ‘Strijdt tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers’.

Maar klopt het dat dit probleem in zulke religieuze teksten ligt en is de islam intrinsiek een gewelddadige religie? Voor zo’n stelling zijn geen goede gronden. Om te beginnen is het aantal islamitische religieuze teksten dat het gebruik van het geweld lijkt te aanvaarden beperkt ten opzichte van de omvang van de bronnen. Daarnaast is het aantal teksten dat juist tot vreedzaam leven uitnodigt groter. Het allerbelangrijkste is dat een meerderheid van de moslims zich steeds openlijker uitspreekt tegen legitimering van het geweld vanuit de islam.

De doctrine verdeelt mensen in gelovigen versus niet-gelovigen

Heeft de islam, of beter gezegd de moslims, dan geen probleem? Dat wel. Maar het probleem ligt ergens anders. Hedendaagse moslims dragen namelijk de last van invullingen van en veronderstellingen bij theologische noties in de bronteksten en van concepten die de schriftgeleerden in het (verre) verleden hebben ontwikkeld. Het zijn juist deze invullingen en veronderstellingen die vijandigheid en agressie kunnen oproepen. Deze noties hebben betrekking op de ideologische dimensie van de religie, zoals geloof en ongeloof, jihad, huis van oorlog, huis van de islam, sharia, umma (gemeenschap) enzovoort. Kern van het probleem is dat men bij deze noties uitgaat vanuit een ‘uitsluitingshouding’ of van wat socioloog Ruud Koopmans noemt de out-group hostility.

Een belangrijke notie die de out-group hostility in zich draagt is al-walā’ wa al-burā’ ofwel loyaliteit en disloyaliteit. In feite is dit een doctrine die systematisch is ontwikkeld door de schriftgeleerde Ibn Taymiyya (gestorven in 1328) en vervolgens vervolmaakt door Muhammed ibn Abd al-Wahād (gestorven in 1792) tot één van de geloofsfundamenten van het wahabisme. Deze doctrine is populair onder radicale groeperingen, maar heeft, mede vanwege de promotie door de wahabieten, ook weerklank onder gewone moslims.

De doctrine van al-walā’ wa al-burā’ deelt mensen in twee gescheiden categorieën: gelovigen versus niet-gelovigen, wij versus zij. De eersten moeten bemind worden (loyaliteit), de anderen moeten gezien worden als bedreiging en moeten dus vermeden, gehaat en bestreden worden (disloyaliteit). Dit geldt zowel voor individuen en groepen als voor staten. Wie bewust of onbewust vanuit deze theorie denkt en handelt, zal eerder geneigd zijn om geweld tegen andersgelovigen, andersdenkenden, religieuze minderheden enzovoort goed te keuren of ermee te sympathiseren.

Verantwoordelijkheid nemen voor het aanreiken van nieuwe perspectieven

Wij kunnen dus niet stellen dat islamitische religieuze teksten oproepen tot geweld. Dit hangt namelijk af van de richting die moslims die teksten sturen, van de keuzes die ze maken ten opzicht van vreedzame teksten en van hun sensibiliteit voor de dynamiek van oudere theologische noties (sommige betekenissen zijn gedateerd of achterhaald). Er is heden ten dage een groot aantal moslimtheologen, islamologen, activisten en andere intellectuelen die hier werk van maken. Lieden als Arkoun , Yasien en Khalis Jalabi en Ahmed Asid maakten van de bestudering van gangbare noties (al-mafâhîm) een hedendaagse hermeneutische opgave. Dit hermeneutische project is een vorm van constructieve religiekritiek die zich niet zozeer richt op de exegese van religieuze teksten, maar op concepties en veronderstellingen die moslims hebben, zoals de doctrine van al-walā’ wa al-burā’. Het is de bedoeling met deze doordenking en deconstructie van bestaande concepten het geloof nieuwe perspectieven aan te reiken en het geloofshandelen verder te ontwikkelen. Constructieve religiekritiek heeft niet als doel religie af te serveren als zijnde niet relevant.

Maar is deze hermeneutische opgave slechts een verantwoordelijkheid van bovengenoemde intellectuelen? Niet alleen. Er rust ook een verantwoordelijkheid op imams en geestelijken om stil te staan bij elke theologische notie die over de ander gaat. Elke negatieve uitspraak over de ander, de ‘ongelovige’, de andersgelovigen, de jood, de christen, de atheïst, de secularist, de vrouw, de homoseksueel, enzovoort leidt potentieel tot geweld. En deze attitude zouden ook geestelijken van andere religies en seculiere levensvisies beter kunnen aannemen. Want zoals Cavanaugh in zijn boek The Myth of Religious Violence onderbouwt, vinden we zowel in religies als in seculiere levensbeschouwingen gewelddadige trekjes.

Mohamed Ajouaou is universitair docent Islam aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2014 verscheen zijn boek ‘Wie is moslim? Geloof en secularisatie onder westerse moslims’, Meinema.

Reacties op dit artikel (2)

  1. De mythe van een onfeilbare profeet

    Het echte probleem van de hedendaagse islam is niet het fanatisme of de geweldpleging van een groep extremistische fundamentalisten die een schaduw werpt op het geloof, maar het mythologische denken van een grote -dus ook gematigde- meerderheid van moslimgelovigen, die niet in het reine kunnen komen met de werkelijke geschiedenis van hun religie en die blijven vasthouden aan een islamitische heilsgeschiedenis, waarbij alle historische feiten in het licht van het ‘ware geloof’ betekenis krijgen.

    Zelfs onder de meest universeel denkende moslims door de eeuwen heen, de soefie’s, met hun mystieke interpretatie van het geloof, is in de moderne tijd weinig te bemerken van hun ruimdenkendheid. Hun spirituele boodschap vindt over het algemeen weinig aansluiting bij de westerse cultuur, ook niet als ze zijn gevestigd in de Verenigde Staten of Europa.

    Het moslim-zijn is zo dominant op de voorgrond tredend -zelfs bij in het westen opererende soefi-broederschappen als de Haqqani Fellowship- dat het op niet-moslims weinig aantrekkingskracht uitoefent en niet uitnodigt tot een nadere kennismaking. Alle orthodoxe geloofswaarheden en mythische verhalen over de profeet, krijgen enkel een spiritueel sausje en zijn voor de rest in niets verschillend van het orthodox geloof. De culturele brug wordt niet geslagen en het exotische karakter van de soefi-terminologie, symboliek en rituelen werkt eerder vervreemdend dan mesmeriserend. Lees verder…http://svensnijer-essays.blogspot.nl/2015/01/de-mythe-van-een-onfeilbare-profeet.html

  2. Het zou natuurlijk prachtig zijn als geestelijken meer ruimte zouden kunnen scheppen voor discussie en kritische reflectie. Maar juist de gelovigen waar zij rechtstreeks contact mee hebben, die de moeite nemen om het gebedshuis te bezoeken, zijn daar niet van gediend. Die horen liever het in hun ogen ‘zuivere’ en bekende verhaal, dat zwart-wit is en geen nuance kent. Dat geldt voor moslims, maar voor andersgelovigen evengoed.

    Ik denk dat er meer te verwachten valt van discussie in diverse media, aangezwengeld door (en voor!) gelovigen met een onafhankelijke geest, zoals Hanina Ajarai doet in Nrc Next met haar ‘preek van de leek’. En kijk eens naar het christelijke reliblog Staat Geschreven (https://staatgeschreven.nl/), waar vrijzinnige en ultraconservatieve christenen met elkaar in discussie gaan en elkaar de ruimte geven hun theologische kijk op zaken te verwoorden. Van christelijke predikanten hoef je volgens mij ook niet veel spannends te verwachten, om dezelfde reden, zij moeten rekening houden met hun hele gemeente, en focussen zich liever op rust en stabiliteit, de bekende, vertrouwde weg.

    Als kritische gelovige kun je volgens mij dus je ei niet kwijt bij voorgangers of binnen je lokale geloofsgemeenschap, daarvoor kun je beter andere platforms opzoeken waar je ook gelovigen treft die (juist vanwege hun kritische geest) níet in het gebedshuis komen, maar wel die behoefte hebben zich spiritueel verder te ontwikkelen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *