Politieke bijstelling op links: het kan en het moet

Om de praktisch opgeleide klasse voor zich te winnen, moet links weer een verhaal vertellen waarin iedereen zich kan vinden. Wordt dat aan rechtse partijen overgelaten, dan komen we in Noord-Amerikaanse toestanden terecht, waarschuwt Luuk Eilers.

De politieke ideeënstrijd wordt al geruime tijd gedomineerd door opvattingen over cultuur en identiteit. Hoewel partijen uit het hele spectrum zich op dit thema proberen te profileren, lijkt vooral de rechterzijde te profiteren. Wat we zien voltrekken, is eind vorige eeuw al voorspeld door de Noord-Amerikaanse politiek filosoof Richard Rorty.

Trots met mate

Rorty (1931–2007) was een linksliberale pragmaticus. In 1998 schreef hij Achieving Our Country. In dat boek stelde hij dat cultureel links een enorme fout beging door de focus van economische naar identitaire/culturele ongelijkheid te verleggen.

Te veel trots leidt bij landen tot imperialisme en bij individuen tot arrogantie

Hij was allerminst tegen gelijkheid op basis van achtergrond. Iedere stap richting een meer gelijke samenleving zag hij juist als vooruitgang. De nadruk op culturele verschillen echter vergroot de al dan niet vermeende tegenstellingen, en, erger nog, maakt het hebben van een gedeeld verhaal onmogelijk.

Rorty bepleitte een progressief patriottisme, omdat nationale trots voor landen, net als zelfrespect voor individuen, een voorwaarde is voor zelfverbetering. Te veel trots leidt bij landen tot imperialisme en bij individuen tot arrogantie.

Te weinig trots bij landen en individuen zorgt tegelijkertijd voor een gebrek aan morele moed en beklemt het publieke debat. Voor het formuleren van een gezamenlijk verhaal is een zekere mate van nationele trots nodig. Over een 'wij' dat burgers het gevoel geeft deel uit te maken van hetzelfde project.

Rorty voorspelde dat wanneer links zich voornamelijk zou focussen op culturele thema’s, de praktisch opgeleide klasse zou kunnen gaan denken dat de overheid zich niet om hen bekommert. Vervolgens zou die klasse kunnen gaan oordelen dat het systeem heeft gefaald en zou het op zoek gaan naar een sterke leider. Precies dat is gebeurd in de Verenigde Staten. Hoewel Rortys analyse betrekking had op de VS, is deze ook toepasbaar op de huidige Nederlandse situatie.

Linkse makke

Waar partijen ter linkerzijde van oudsher bekend staan om hun strijd voor economische rechtvaardigheid, worden ze nu vaak geassocieerd met hun standpunten op culturele thema’s.

Links laakt hokjesdenken, maar benoemt wel alle hokjes die onrecht worden aangedaan

Gezien de partijprogramma’s is deze associatie lang niet altijd terecht, maar hun jarenlange focus op minderheden heeft ertoe geleid dat bijvoorbeeld het verzet tegen de verhoging van de AOW-leeftijd voor deze partijen van secundair belang lijkt.

Daarnaast propageren ze vaak een reductieve kijk op identiteit. Links laakt hokjesdenken, maar benoemt wel alle hokjes die onrecht worden aangedaan. Aangezien het onmogelijk is om alle vormen van identitair onrecht aan te kaarten, zullen mensen die zich om andere redenen niet gehoord voelen - denk aan regionale ongelijkheid - zich afzetten tegen deze retoriek.

Rechtse effectivteit

Op rechts maken diverse partijen gretig gebruik van deze ontwikkelingen. Zij stellen dat links zich druk maakt om iedereen, behalve de gewone Nederlander, wie dat ook moge zijn. Zelf maakt rechts zich overigens ook schuldig aan identiteitspolitiek, maar dan in exclusieve vorm. Ze plaatsen de Nederlanders met verschillende culturele achtergrond tegenover elkaar.

De werkwijze van de rechtse partijen is effectief, omdat zij claimen te zeggen wat het volk denkt en wil. Ze schetsen een toekomst waarin het volk een cultuur deelt en een gedeeld verhaal heeft. Je kunt dit verhaal misschien onwenselijk vinden, maar het roept bij sommigen kennelijk wel gevoelens van solidariteit en eenheid op.

Het kan wél

Dat Rortys’ gedachtegoed en voorspellingen ook voor linksliberalen bruikbaar zijn, blijkt uit de verkiezingsoverwinning van D66. Waar de partij eerst het toonbeeld van woke was, heeft de nadruk op een gedeeld, nationaal toekomstbeeld, inclusief de verandering van toon en de omarming van de Nederlandse vlag, de partij tot ongekende hoogte gestuwd.

Rortys voorspelling is in de VS bewaarheid geworden, hier hebben we nog tijd om de koers bij te stellen

D66 behield niet alleen haar academische achterban, maar breidde deze zelfs uit naar andere groepen. Blijkbaar zat er in haar progressieve boodschap genoeg groeipotentie; en waren er maar een paar kleine veranderingen nodig om meer mensen ertoe te brengen om hun stem op de partij uit te brengen.

Rortys voorspelling is in de VS bewaarheid geworden, hier hebben we nog tijd om de koers bij te stellen. Voor die aanpassing zullen de linkse partijen een nieuwe vorm van trots moeten uitvinden. Progressief zijn is mooi, maar het is minstens zo belangrijk om aan te geven welke kant die vooruitgang op zou moeten gaan.

Mensen hebben behoefte aan een richtingwijzer die anders dan een puur theoretische exercitie, gegrond is in de samenleving. Een gids die doelen aangeeft, grotendeels in termen van economisch welzijn, brede welvaart en gelijkheid, en die tot tastbare resultaten leidt.

Wie het idee van een gezamenlijk 'wij' uitsluitend aan rechts overlaat, mag en moet niet verbaasd zijn wanneer dat 'wij' steeds nauwer wordt gedefinieerd.

Luuk Eilers is redacteur-analist bij het Montesquieu Instituut. Dit opiniestuk heeft hij op persoonlijke titel geschreven. 

 

Foto: Mandy Preston (Flickr Creative Commons)