Strenge controle nodig voor digitale technologie in zorg

Overheden vinden digitale technologieën aantrekkelijk om problemen in de (geestelijke gezondheids-)zorg tegen te gaan. Volgens een groep wetenschappers is strenge controle nodig om de belangen te beschermen van mensen die digitale hulp zoeken, met name in een commerciële context.

Sinds de coronapandemie is de druk op het Nederlandse zorgsysteem toegenomen. Dit heeft geleid tot hernieuwde beleidsaandacht voor schaarste. Door een toename in de zorgvraag en een afname van personeel zijn wachttijden vaak lang. In deze context van schaarste worden digitale technologieën vaak als oplossing gezien.

Een voorbeeld hiervan is het gebruik van e-health-platform Minddistrict door zorgaanbieder GGz Breburg. Dit platform kan onder andere aangeboden worden aan mensen op de wachtlijst voor gespecialiseerde ggz. Zo kunnen zij alvast toegang krijgen tot gepersonaliseerde modules. Een ander voorbeeld is de app Room to grow, ontwikkeld door onderzoekers van de Erasmus Universiteit. Deze app is erop gericht om mentale problemen onder studenten te voorkomen. Op basis van machine learning biedt de app gepersonaliseerde aanbevelingen voor oefeningen om welzijn te bevorderen. De app is sinds de lancering meer dan drieduizend keer gedownload.

Naast zorgaanbieders en publieke organisaties hebben verschillende bedrijven commerciële zorg- en welzijnsapps op de markt gebracht

Naast zorgaanbieders en publieke organisaties hebben verschillende bedrijven een grote hoeveelheid commerciële apps voor diverse zorg- en welzijnsdoeleinden op de markt gebracht. Deze zijn direct voor consumenten beschikbaar via appstores en variëren van apps voor meditatie tot het omgaan met depressieve klachten.

Mogelijkheden voor de zorg

Digitale tools, zoals de voorgaande voorbeelden, kunnen de toegankelijkheid van de zorg vergroten. Vooral nieuwe technologieën onder de parapluterm artificiële intelligentie (AI) bieden belangrijke mogelijkheden voor de zorg; van het detecteren van verdachte plekken op scans in de radiologie tot het bieden van gezelschap door zorgrobots. Zo onderzoekt GGz Breburg bijvoorbeeld de mogelijkheden van het gebruik van large language models (LLM’s) voor het samenvatten van consulten tussen patiënten en professionals. Hierdoor vermindert de administratieve last voor professionals, wat hun tijd voor patiëntenzorg en hun werkplezier kan bevorderen.

Ook kan het leiden tot verbetering van de kwaliteit van zorg, omdat patiënten bijvoorbeeld sneller hun rapportages kunnen lezen en niet hoeven te wachten tot hun behandelaar helemaal klaar is met schrijven. Tot slot zou digitale technologie interventies ook meer gepersonaliseerd en gemakkelijker kunnen maken omdat patiënten ze in hun eigen tijd kunnen inzetten.

Veiligheid en doelmatigheid

Naast kansen kennen digitale toepassingen ook beperkingen. Op 3 april 2025 verkenden wetenschappers, beleidsmakers en zorgprofessionals de groeiende rol van digitale technologie in de formele en informele (geestelijke) gezondheidszorg tijdens het symposium ‘De regulering en praktijk van AI in de (geestelijke) gezondheidszorg’. Aan bod kwamen onderwerpen als de invloed van deze ontwikkeling op hoe zorg wordt georganiseerd, geleverd en ervaren. Daarnaast ging het over hoe verantwoordelijkheden voor persoonlijk welzijn en voor gebruik van technologieën verschuiven. Het symposium werd georganiseerd in het kader van de startersbeurs ‘Boundaries in digital mental health: ethical, legal, and social issues in negotiating responsibilities’, geleid door dr. Tineke Broer.

Voor deze apps is er vaak onvoldoende bewijs dat ze toegevoegde waarde hebben in de praktijk

Een belangrijk vraagstuk is wie verantwoordelijk is voor deze technologieën. Uit het symposium kwam naar voren dat in een klinische setting, zoals de ggz, strikte richtlijnen gelden die voorschrijven wat wel en niet is toegestaan en hoe technologieën getest en gevalideerd moeten worden. Op die manier kan de veiligheid en doelmatigheid ervan worden gegarandeerd. Daarbij is het delen van persoonlijke gegevens met derde partijen streng verboden.

Dit geldt echter niet voor apps die vrij verkrijgbaar zijn op de markt en te downloaden zijn zonder aanbeveling van een zorgprofessional. Voor deze apps is er vaak onvoldoende bewijs dat ze toegevoegde waarde hebben in de praktijk.

Naast commerciële apps die zich op welzijn richten, zijn er ook meer algemene, niet op zorg gerichte AI-toepassingen, die ook steeds vaker voor zorggerelateerde doeleinden worden gebruikt. Hiervan is ChatGPT het bekendste voorbeeld. In sommige gevallen zoeken mensen met mentale problemen gezelschap of advies bij deze technologieën, wat in het verleden desastreuze en zelfs fatale consequenties heeft gehad.

Gebrek aan overzicht en kwaliteitscontrole

Vooral commerciële digitale tools met of zonder AI, zoals welzijns- of leefstijlapps voor smartphones, vallen veelal buiten het terrein van de Wet medische hulpmiddelen en andere EU-regelgeving die veiligheid en kwaliteit moet garanderen. De toegevoegde waarde van deze technologieën is vaak niet bewezen effectief. Daarbij maakt het groeiende aantal apps op de markt elke vorm van toezicht door overheidsorganisaties of zorgprofessionals praktisch onmogelijk.

Het is onmogelijk om te verwachten dat geïnformeerde consumenten zelf apps kunnen evalueren

Gebruikers lezen privacy- en gebruikersvoorwaarden vaak niet, voelen zich onvoldoende capabel om de effectiviteit van apps te beoordelen en zijn geneigd om apps te vertrouwen na markttoelating. Het is niet alleen onverstandig, het is ook onmogelijk om te verwachten dat mensen als geïnformeerde consumenten zelf apps kunnen evalueren. In het verleden zijn er pogingen gedaan om vergelijkingstools te ontwikkelen die consumenten helpen om een kwalitatief goede app te vinden. Een voorbeeld hiervan was de Appwijzer, maar deze tool is niet meer beschikbaar en een alternatief ontbreekt.

Ook in het ziekenhuis is er geen duidelijke verantwoordelijke die ervoor zorgt dat digitale innovatie goed past bij de behoeften van patiënten, artsen en andere belanghebbenden. Dit is met name het geval als technologieën niet als medisch hulpmiddel bestempeld zijn. De consequentie hiervan is vaak dat de verantwoordelijkheid voor het gebruik van AI-toepassingen verschuift naar de professional. Vanwege het ontbreken van heldere richtlijnen en beleid leren artsen voornamelijk door te doen bij het implementeren van deze technologieën.

Privacyrisico’s

Zorginstellingen en andere (semi-)publieke organisaties slaan persoonlijke gegevens vaak lokaal op en delen deze niet met derde partijen. Over de verzameling en het gebruik van deze data in het kader van commerciële apps is echter veel minder bekend. Zorgen rond privacy is een van de belangrijkste redenen voor mensen met langdurige psychische klachten om e-health-toepassingen niet te gebruiken.

Kwetsbare mensen zijn sneller geneigd om concessies te doen ten aanzien van hun privacy

Maar juist kwetsbare groepen ervaren druk om e-health-toepassingen te gebruiken. Bijvoorbeeld mensen die te maken hebben met eenzaamheid of angsten, die geen sociaal netwerk hebben en door wachtlijsten geen toegang kunnen krijgen tot formele zorg. Zij zijn voor het krijgen van de benodigde hulp via een app sneller geneigd om concessies te doen ten aanzien van hun privacy en beschikking over hun gegevens. De verzameling en het gebruik van data is vooral problematisch in het kader van commerciële apps.

Taal van consumentisme

Een ander probleem is dat bij het gebruik van de term ‘veiligheid’ bij welzijnsapps de daadwerkelijke behoeften en zorgen van gebruikers niet worden genoemd. Gebruikers hebben vaak een andere definitie van veiligheid dan app-ontwikkelaars en toezichthouders. Het huidige dominante frame in het bedrijfsleven rond veiligheid van apps (met impact op regelgeving) benadrukt cyberveiligheid en gegevensbescherming. Mensen die overwegen om mentale hulp te zoeken via een app, bijvoorbeeld omdat zij geen formele hulp willen of kunnen krijgen, maken zich echter meer zorgen over misbruik van hun gegevens vanwege het winstoogmerk achter veel welzijnsapps. Huidige regelgeving kan dit risico onvoldoende inperken, waardoor gebruikers toch instemmen met voorwaarden als een vorm van zelfbescherming.

Wij pleiten voor het uitbreiden en aanpassen van de reikwijdte van regulering

De toename in het gebruik van digitale apps door consumenten laat de gevaren zien van het beschouwen van mentale gezondheid als een vorm van consumentisme. Vanuit reguleringsperspectief zijn individuen die terugvallen op vrij toegankelijke apps consumenten, in plaats van patiënten. Terwijl zij in deze laatste rol worden beschermd door professionele normen voor zorgverlening, worden zij in de eerste rol gezien als redelijk geïnformeerd en voldoende in staat om zichzelf te beschermen.

Dergelijke taal van consumentisme is vooral problematisch wanneer kwetsbare mensen of mensen in lastige situaties gebruikmaken van welzijnsapps. Zij hebben daarom speciale bescherming nodig. In plaats van het consumentenvertrouwen in de digitale markt voor zorg te versterken, is er een strengere controle nodig om de belangen te beschermen van mensen die hulp zoeken via digitale toepassingen, met name in een commerciële context.

Uitgebreider regulering

Om de eerdergenoemde kwesties aan te pakken, pleiten wij voor het uitbreiden en aanpassen van de reikwijdte van regulering. Momenteel reguleert de Europese Wet medische hulpmiddelen alleen technologieën met een medische toepassing en zijn AI en andere technologieën met meer algemene of leefstijldoeleinden uitgesloten. Op dezelfde grond zijn deze toepassingen uitgesloten van de strenge bepalingen voor hoogrisicosystemen van de Europese AI-verordening.

Digitale technologieën en AI in het bijzonder vormen een aantrekkelijke optie voor overheden om direct of indirect schaarste en andere problemen in de (geestelijke gezondheids)zorg te adresseren. Afhankelijkheid van technologische innovatie voor het oplossen van deze complexe problemen kan leiden tot een toename van publieke en individuele uitgaven aan technologie, die de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg niet bevordert. Bovendien kan het problematische data-gedreven businessmodellen van techbedrijven versterken.

Deze toepassingen zouden moeten vallen onder scherp toezicht en een vorm van validatie of certificering

Om de mogelijke voordelen van digitale toepassingen te kunnen benutten ‒ ook toepassingen die niet direct voor patiëntenzorg gebruikt worden, maar wel effect hebben op gezondheid en welzijn ‒ dienen de toepassingen onder de reikwijdte te vallen van nationale en internationale regelgeving voor medische technologie. Deze toepassingen zouden onder scherp toezicht en een vorm van validatie of certificering moeten vallen. Zo is te garanderen dat digitale tools in en voor de ggz voldoen aan noodzakelijke klinische en ethische standaarden, tastbare voordelen opleveren op een rechtvaardige manier en schadelijke praktijken voorkomen. Ook een (nationaal) overzicht van digitale tools die veilig, effectief en nuttig zijn (zoals de Appwijzer), moet worden overwogen. Dit versterkt niet alleen het vertrouwen van professionals in het aanbevelen van dergelijke tools; het is ook behulpzaam voor gebruikers.

Gezamenlijke aanpak

Wij doen een beroep op beleidsmakers en toezichthouders in de zorg voor passende oplossingen om tegemoet te komen aan de behoeften en voorkeuren van mensen die online op zoek gaan naar mentale hulp. Hiervoor is een systematische en gezamenlijke aanpak nodig door beleidsmakers, zorgaanbieders, technologie-ontwikkelaars, patiënten en burgers. Dit vraagt om duurzame financiering van mentale zorg, zowel persoonlijk als digitaal. Hiervoor moet ook worden gekeken naar andere oplossingen voor schaarste dan technologie.

Tjaša Petročnik is postdoc-onderzoeker bij Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Universiteit Tilburg.
Dr. Jolien van de Sande is postdoc-onderzoeker bij Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Universiteit Tilburg.
Jens Holm is programma-manager Digitale Zorg bij GGz Breburg.
Aafje Knispel is wetenschappelijk medewerker Zorg & Participatie bij het Trimbos-instituut.
Tonka Milošević is promovendus bij Erasmus School of Social and Behavioral Sciences, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Prof. dr. Guus Schoonman is bijzonder hoogleraar Digitale Communicatie in de Klinische Praktijk aan Tilburg School of Humanities and Digital Sciences, Universiteit Tilburg; neuroloog en klinisch onderzoeker ETZ-ziekenhuis.
Prof. dr. Linnet Taylor is hoogleraar International Data Governance bij Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Universiteit Tilburg.
Dr. Leonie Westerbeek is postdoc-onderzoeker technologie voor gezamenlijke besluitvorming bij de faculteit Maatschappij en Gedrag, Universiteit van Amsterdam.

 

Foto: Rasak Vazhiyoram via Pixabay

Dit artikel is 524 keer bekeken.

Reacties 1

  1. De Gevaren van de Digitale Doolhof: Waarom Technologie Zonder Menselijke Interface de Zorg-Crisis Verdiept

    Reactie op: Strenge controle nodig voor digitale technologie in zorg (Petročnik et al., 3 februari 2026).

    Erkenning van het Probleem: De Illusie van de Technologische Quick-Fix
    Het artikel van Petročnik en collega’s legt met grote precisie de vinger op een zere plek binnen het huidige beleidsdenken: de neiging om technologische innovatie en commerciële apps in te zetten als doekje voor het bloeden bij acute zorgschaarste en stijgende wachtlijsten.

    De waarschuwingen van de auteurs zijn volkomen terecht:

    Consumentisme vervangt patiëntenzorg: Kwetsbare burgers op wachtlijsten worden overgelaten aan commerciële techbedrijven en veranderd in “consumenten” die hun privacy en fysiologische veiligheid opofferen uit pure noodzaak.

    Gebrek aan borging en kwaliteitscontrole: Het woud aan ongeteste leefstijl- en welzijnsapps creëert een schijnveiligheid die bij acute mentale nood fataal kan uitpakken.

    Toenemende druk op de professional: Het ontbreken van heldere kaders verschuift de verantwoordelijkheid naar de toch al overbelaste behandelaar.

    De roep van de wetenschappers om strengere regulering, certificering en toezicht op digitale zorgtechnologie is een noodzakelijke stap. Maar vanuit een fysiologisch en systeemtechnisch perspectief ontbreekt er nog een fundamenteler inzicht: technologie op zichzelf kan nooit een menselijk zenuwstelsel co-reguleren.

    De Neurobiologische Blinde Vlek: Waarom een App Geen Veiligheid Biedt

    Wanneer een zorgzoeker vastloopt op een wachtlijst of in mentale nood verkeert, bevindt zijn of haar autonome zenuwstelsel zich fysiologisch in een toestand van hoge stress (sympathische vecht-of-vluchtmodus) of bevriezing/ontmoediging (dorsale shutdown).

    In deze toestand is de prefrontale cortex (het denkbrein dat nodig is om interactieve modules door te werken of e-health-oefeningen te begrijpen) grotendeels uitgeschakeld.

    Coderingsruis en Eenzaamheid achter het Scherm:
    Analoog aan de kritiek op bureaucratische protocollen, werkt een digitale app vaak als een binaire filter. Een scherm biedt geen neuroceptieve signalen van echte veiligheid (zoals stemmodulatie, oogcontact, fysieke nabijheid en ademhalingsfrequentie). Een app die iemand op een wachtlijst “gepersonaliseerde modules” voorschotelt, verhoogt in feite de fysiologische eenzaamheid en de cognitieve belasting. Het zenuwstelsel herkent het algoritme niet als een veilige haven.

    De Vervreemding van de ‘Chatbot als Behandelaar’:
    Het inzetten van algemene AI-modellen of commerciële chatbots voor mentale ondersteuning introduceert een gevaarlijk niveau van coderingsruis. AI beschikt niet over emotionele broncodes of interoceptief vermogen. Het imiteert taal, maar kan geen fysiologische co-regulatie bieden. Het overlaten van ontregelde mensen aan een chatbot verhoogt het risico op escalatie.

    De Oplossing: De Systeem-Tolk als Analoge Interface voor Digitale Innovatie

    De oplossing ligt niet in het afwijzen van technologie, noch in het blind vertrouwen op extra Europese regelgeving. Technologie moet worden gedefinieerd voor wat het werkelijk is: een hulpmiddel dat de administratieve ruis moet verminderen, zodat de menselijke maat en fysiologische afstemming kunnen terugkeren.

    Hierin vervult de Systeem-Tolk (Project Resonance) de cruciale rol als filter en interface tussen het digitale systeem, de bestuurlijke kaders en de reële leefwereld.

    BESTUUR, WETGEVING & TECH-ONTWIKKELING
    (AI-Verordening, Wet Medische Hulpmiddelen, E-Health Protocollen)


    DE SYSTEEM-TOLK INTERFACE
    – Filtert commerciële en administratieve ruis
    – Waarborgt de fysiologische en menselijke randvoorwaarden
    – Vertaalt technologische data naar klinisch bruikbare rust


    DE REËLE LEEFWERELD EN HET AUTONOME ZENUWSTELSEL
    (Patiënt op wachtlijst, Zorgprofessional, Fysiologische Co-regulatie)

    Hoe de Systeem-Tolk de Digitale Zorgtransformatie Stuurt:
    Randvoorwaarde van Fysiologische Inbedding:
    Een digitale tool (zoals een LLM die consulten samenvat) is pas waardevol als de gewonnen tijd direct wordt teruggegeven aan fysiologische co-regulatie op de werkvloer. Als de tijdwinst van een administratieve AI-toepassing door het bestuur wordt gebruikt om de consulttijd te verkorten, verhoogt technologie de stress in plaats van deze te verlagen. De Systeem-Tolk bewaakt dat technologische efficiëntie leidt tot meer menselijke rust.

    Strippen van Coderingsruis bij E-Health:
    De Systeem-Tolk analyseert de digitale modules en haalt de overbodige cognitieve ruis weg. E-health mag nooit dienen als surrogaat-behandeling om wachtlijsten ‘af te dekken’ op papier, maar moet functioneren als een nuchtere, laagdrempelige ondersteuning die de fysiologische spanning van de gebruiker niet verhoogt.

    Bescherming tegen Commerciële Datadruk:
    Kwetsbare mensen op zoek naar hulp mogen niet worden overgeleverd aan de “taal van het consumentisme”. De Systeem-Tolk adviseert instellingen en bestuurders over hoe digitale hulpmiddelen puur als veilige, analoge verlengstukken van de zorgrelatie ingericht kunnen worden, vrij van commerciële prikkels of datagewin.

    Conclusie: Gebruik de Machine, Behoud de Menselijke Frequentie

    Petročnik et al. tonen overtuigend aan dat de ongereguleerde wildgroei van digitale gezondheidsapps een gevaar vormt voor de zorg en de burger. Marktwerking en consumentisme horen niet thuis in de geestelijke gezondheidszorg.

    Maar strenge wetgeving alleen is onvoldoende als we de kern van het zorgprobleem niet aanpakken. Technologie lost geen zorgcrisis op zolang het wordt ingezet als vervanging van menselijk contact.

    Pas wanneer we digitale middelen strikt inzetten om de bureaucratische en administratieve ruis op te ruimen, ontstaat er weer ruimte voor wat werkelijk geneest: nuchtere, menselijke verbinding en fysiologische veiligheid. Dat is de kern van de Systeem-Tolk. Niet de technologie centraal stellen, maar de mens die de technologie gebruikt om de eenvoud in de zorg te herstellen.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *