Toeleiding naar werk: beter een stok dan een wortel

Wat is de beste manier om mensen zonder baan aan het werk te helpen? Slecht nieuws voor degenen die hun hoop hadden gevestigd op scholing. Ook gesubsidieerde banen doen het ’m  niet. Een stick werkt beter dan de carrot: strafkorting op de uitkering bijvoorbeeld.

Vraag een willekeurige beleidsmaker of klantmanager wat het beste werkt als het gaat om re-integratie, en de kans is groot dat hij of zij antwoordt dat we maar weinig weten over de effectiviteit van interventies voor werklozen of dat de effectiviteit van scholing en bemiddeling voor werklozen laag is. Maar volgens de internationale literatuur weten we toch wel iets meer over wat werkt.

Werkhervattingskans groter door sancties

Het opleggen van sancties is een van de drie instrumenten waarvan op deugdelijke wijze en voor meerdere landen is aangetoond dat het leidt tot een substantiële toename van de werkhervattingskans van werklozen. Sancties komen in de Nederlandse bijstandspraktijk doorgaans neer op een tijdelijke strafkorting op de uitkering als de cliënt onvoldoende naar werk zoekt. Sancties kunnen leiden tot circa veertig procent meer kans op werk, waarschuwingen scoren eenzelfde percentage. Vergelijken we de effecten van sancties met die van bonussen - sticks versus carrots dus - dan valt op dat de sticks grotere effecten hebben, zowel voor mannen als voor vrouwen. Een mogelijke verklaring is dat cliënten een korte tijdshorizon hebben. Sancties reduceren de uitkering onmiddellijk, terwijl bonussen een belofte zijn op een betaling in de toekomst.

Er gaat echter niet alleen een dreigeffect uit van sancties op (onvoldoende) zoekgedrag; dit geldt ook voor het inzetten van trajecten. Verrassend of niet: cliënten ervaren het vooruitzicht van een verplicht te volgen re-integratietraject op straffe van een korting op de uitkering vaak als onplezierig. De gevonden dreigeffecten zetten de effectiviteit van re-integratietrajecten in een wat merkwaardig daglicht: dreigen met de inzet ervan kan heilzaam werken, maar het daadwerkelijk inzetten gebeurt liever niet of niet te veel, want trajecten kosten geld en effectiviteit is niet gegarandeerd, zoals later zal blijken. Hetzelfde geldt voor sancties; klantmanagers zijn er vaak niet happig op de stok ook daadwerkelijk ter hand te nemen: zij kunnen het wenselijk vinden dat een minimale inkomensstroom gegarandeerd blijft.

Regelmatige klantcontacten helpen ook

Regelmatig terugkerende klantcontacten waarin men wijst op baanmogelijkheden en op de rechten en plichten als cliënt, dragen ook bij aan terugkeer naar werk. Klantmanagers blijken de aan klantcontacten bestede tijd terug te verdienen door de uitkeringsbesparingen die ze genereren. De beleidsimplicatie spreekt dus voor zich: zorg voor voldoende klantcontacten, leg de nadruk eerder op de basisdienstverlening dan op zwaardere trajecten waarvoor vaak de inhuur van externe partijen nodig is. In dit verband is het interessant om te zien hoe de recente veranderingen in de dienstverlening van het UWV uitpakken; sinds 2012 beschikt het UWV over (digitale) e-dienstverlening. In beginsel biedt dit mogelijkheden tot veel goedkopere en wellicht ook meer klantcontacten, maar deze vinden niet langer face to face plaats. De tijd zal leren hoe de balans hiervan uitslaat en wat een gerichte inzet onder klantgroepen behelst.

Ook loonkostensubsidies werken

Tot slot zorgen ook loonkostensubsidies er voor dat mensen zonder werk een grotere kans hebben op korte termijn een baan vinden. Veel gemeenten besteden een deel van hun re-integratiegelden aan het aanvullen van de lonen van banen voor (voormalig) werklozen tot het wettelijk minimumloon. Meestal blijkt dat de mogelijkheid tot loonkostensubsidies meer mensen aan het werk helpt.

Hiermee is echter niet alles gezegd. Loonkostensubsidie kost geld en dat wordt in de regel niet terugverdiend door hogere belastingopbrengsten. Elders in het loongebouw moet dus de prijs van hogere belastingen worden betaald, met ontmoediging van arbeidsaanbod bij hogere lonen als gevolg daarvan. De vraag of en hoe je loonkostensubsidies aan de onderkant wilt inzetten, is daarom niet wezenlijk verschillend van de (optimale) wijze van belastingheffing. Met andere woorden: het gaat bij loonkostensubsidies, veel sterker dan bij interventies als scholing of bemiddeling, om de overtuiging van beleidsmakers over de mate van herverdeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Scholing en ID-banen houden mensen juist van de arbeidsmarkt af

Onderzoeken laten er weinig twijfel over bestaan: resultaten van algemene scholing zijn soms negatief, meestal insignificant en heel soms gematigd positief. Deze negatieve uitkomsten kunnen voor een groot deel verklaard worden door zogenoemde lock in-effecten: trajecten weerhouden cliënten ervan actief naar werk te zoeken, met als gevolg dat de kans op het vinden van een baan tijdelijk afneemt. De balans blijkt het meest negatief bij jongere, laagopgeleide werklozen. Zij lijken veel meer gebaat bij ontwikkeling van een beter zelfbeeld en vergroting van hun motivatie dan bij het volgen van traditionele scholingsprogramma’s. Het SKILLS-programma dat TNO (2012) sinds enige jaren aanbiedt is een voorbeeld van een dergelijke interventie. Het idee hierbij is dat jobcoaches cliënten trainen om hun effectieve gedrag te versterken en obstakels te pareren. Juist voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt zou dit een omslag in het denken en doen kunnen bewerkstelligen.

De ogenschijnlijk meest directe manier om mensen aan de slag te krijgen, is de overheid zelf banen te laten scheppen: gesubsidieerde arbeid, ook wel Instroom-Doorstroom ( ID-)banen bij de gemeenten. Idealiter zou dit arbeidsplekken opleveren die mensen ‘warm houden’ voor de arbeidsmarkt. Het tegendeel blijkt het geval: ID-banen houden mensen juist van de arbeidsmarkt af. Een gesubsidieerde baan werkt vaak stigmatiserend, gemeentediensten willen betere werknemers juist behouden, en de werknemers zelf raken vaak gesteld op het type werk en de doorgaans lagere werkstress. Hier is dus sprake van dezelfde lock in-effecten als bij scholing, maar de kosten vallen nog veel hoger uit. Gesubsidieerde arbeid zou daarom selectief moeten worden ingezet, dat wil zeggen alleen voor werklozen met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt voor wie ‘we’ het van belang achten dat zij toch werkzame arbeid verrichten. En of dat dan wat mag kosten of niet, is een morele keuze.

Dit verhaal is een sterk ingekorte versie van ‘Beter een stok dan een wortel’ van Pierre Koning in het boek Wat werkt nu werkelijk? Politiek en praktijk van sociale interventies’ , dat gisteren verscheen bij Van Gennep.

 

 

Dit artikel is 2013 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (7)

  1. Ik bespeur in dit verhaal de achterliggende gedachte -als van ouds- dat werklozen in beginsel luie donders zijn die je een schop onder de kont moet geven. Dat is niet waar. Wat heeft de Koning voor een oplossing voor 55 plussers die heel graag willen maar kennelijk niet mogen omdat men is afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Blijven we dan slaan met de stok?

  2. Als ik het goed begrijp wilt u iemand ie 880 euro per maand krijgt dus gaan korten op zijn uitkering. Van 880 euro kun je nu al niet je huur, gas/licht, internet en zorgverzekring betalen, laat staan eens iets leuks doen.
    Ook opvallend is dat er in dit stuk met geen woord wordt gesproken over werk dat voldoening kan geven, of dat mensen iets moeten doen waar ze gelukkig van worden.
    Er wordt mij callcenterwerk aangeboden. Maar degene die mij dit aanbood zei zelf al dat je hier geestelijk aan onderdoor kan gaan als je het 40 uur per week doet. Maar onder dwang moet ik dit wel accepteren, dus u zou er tevreden mee zijn neem ik aan?

  3. opinie Wat is de beste manier om mensen zonder baan aan het werk te helpen? Slecht nieuws voor degenen die hun hoop hadden gevestigd op scholing. Ook gesubsidieerde banen doen het ‘m niet. Een stick werkt beter dan de carrot: strafkorting op de uitkering bijvoorbeeld.

  4. Een zinloos en contexloos verhaal aangezien er te weinig banen zijn voor iedereen. Officieel bestaan er 500.000 werklozen terwijl het banen aanbod niet meer dan 150.000 bedraagt. Typisch een neoliberaal verhaal van deze schrijver: trappen naar beneden en likken naar boven. Pierre Koning vindt blijkbaar lustbevrediging in het knechten van mensen bij het zoeken naar werk en rekent zichzelf tot de neoliberale elite van uitbuiters.

  5. De nationale Ombudsman (Brenninkmeijer) ondanks gezegd dat iedereen wettelijk recht heeft op een basisinkomen, dus korten op een uitkering mag juridisch gezien niet.

  6. Ik vraag me af hoeveel artsen een techniek zouden willen toepassen die maar in 40% van de gevallen effect heeft.
    Binnen de wereld van medische behandelingen hebben we een adviesraad die bepaalt welke behandelingen wel of niet mogen en vergoed worden, om te voorkomen dat onsuccesvolle behandelingen worden ingezet en onnodig geld wordt uitgegeven aan behandelingen die maar bij een klein deel van de patiënten met een bepaalde aandoening effect heeft. Misschien moet zo’n adviesraad ook ingevoerd worden voor instrumenten om mensen te motiveren werk te zoeken en geen gebruik te maken van een uitkering.
    Ik zou me in ieder geval doodschamen als ik een stick methode met 40% effectiviteit zou inzetten om mensen weer naar werk te brengen, want je wilt een methode met 100% effect. Het wordt dus tijd dat gezocht wordt naar methodes die 100% effectief zijn, ipv. blij te zijn met methodes die 40% effectief zijn. Dat is als op vakantie gaan naar de Pyreneeën en blij zij als je niet verder dan de Ardennen komt.

  7. Goed om te horen dat loonkostensubsidies meer mensen aan het werk helpen. De paragraaf die u hieraan wijdt is erg helder. Er zijn inderdaad verschillende manieren om hier op in te spelen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *