Utrechtse studenten vinden lachgas ‘niet zo’n ding’

Lachgas wordt door gebruikers vaak niet gezien als drug, maar er zitten wel gevaren aan. Twee Utrechtse bachelorstudenten vroegen medestudenten wat zij vinden van recreatief lachgasgebruik. Wat blijkt? Lachgas is onder hen ‘niet echt een ding’.

Recreatief gebruik van lachgas neemt de laatste jaren sterk toe in het uitgaansleven. In 2019 gaf 14,6 procent van de twintig- tot vierentwintig-jarigen aan dat jaar lachgas te hebben gebruikt (Van Laar et al., 2019). Lachgas wordt gebruikt door ballonnen met het gas te vullen en dit vervolgens te inhaleren. Dit geeft een hallucinerend effect, wat kan leiden tot euforische gevoelens en lachbuien.

Niet zo onschuldig als het lijkt

Lachgas lijkt een onschuldige drug, maar niets is minder waar. Bij veelvuldig en onzorgvuldig (bijvoorbeeld te lang in- en uitademen in een ballon) gebruik nemen de gezondheidsrisico’s toe. Naast hoofdpijn, concentratiestoornissen en verwarring, kan lachgas neurologische stoornissen en verlamming veroorzaken (Van Amsterdam, Nabben & Van den Brink, 2015). Alarmerende berichtgeving in de media laat zien dat sommige jongeren meer dan honderd ballonnen per dag gebruiken. In de afgelopen twee jaar hebben tientallen van hen door overmatig en onzorgvuldig gebruik dwarslaesies opgelopen (Volkskrant, 25 juni 2020).

Inmiddels heeft staatssecretaris Blokhuis een oproep gedaan om lachgas toe te voegen aan de opiumlijst (Rijksoverheid, 2019) en roept het RIVM op om meer onderzoek te doen naar dit recreatieve gebruik en om voorlichting over het gebruik te intensiveren (2019).

Recreatief lachgasgebruik onderzocht

Maar wat vinden de jongeren zelf van recreatief lachgasgebruik? Voor onze bachelorscriptie onderzochten wij de houding van Utrechtse hbo- en wo-studenten tegenover lachgasgebruik en formuleerden we adviezen ter verbetering van het Utrechtse voorlichtingsproject LOS. LOS is een samenwerkingsproject tussen Sense en Jellinek dat door middel van peer education voorlichting geeft aan Utrechtse hbo- en universiteitsstudenten.

We onderzochten de houding van de Utrechtse studenten ten aanzien van lachgasgebruik aan de hand van 82 ingevulde vragenlijsten en zeventien kwalitatieve interviews met geselecteerde studenten, die ook de vragenlijst invulden.

Ze vinden lachgas schadelijk, maar niet bij eigen gebruik

De resultaten van ons onderzoek laten zien dat de meerderheid van de studenten geen lachgas gebruikt. Studenten die dat wel doen, gebruiken het altijd op feestjes in het bijzijn van vrienden. Veelal wordt dit gebruik gecombineerd met alcohol. De redenen voor gebruik zijn voornamelijk nieuwsgierigheid en het positieve effect.

De studenten die niet gebruiken of gestopt zijn, gaven aan dat zij geen behoefte hebben aan lachgas. Veelgehoorde argumentaties waren dat zij het niet nodig vinden om een leuk feestje te hebben of dat zij tegen het gebruiken van drugs zijn. Bovendien schatten iets meer dan de helft van de studenten in dat het gebruik van lachgas schadelijk kan zijn. Wat opvalt is dat veel lachgasgebruikers de schadelijkheid van hun eigen gebruik bagatelliseren.

‘Lachgas zie ik niet echt als drugs’

Een algemene tendens die bij vrijwel alle studenten naar voren kwam is dat zij lachgas als niet noemenswaardig beschouwen. Een student zei hierover: ‘Lachgas zie ik, eigenlijk toch onterecht, niet als echt drugs ofzo. Ik weet niet, als iemand vraagt “wat voor drugs heb je gedaan?”, dan komt lachgas toch eigenlijk gewoon überhaupt niet bij mij op meestal.’

De redenen die de studenten hiervoor gaven waren de laagdrempeligheid, veroorzaakt door de korte duur van de effecten en de makkelijke verkrijgbaarheid van lachgas. Bovendien gaven enkele studenten expliciet aan lachgas in vergelijking met andere drugs veel onschuldiger te vinden: Het is alsof je één koekje uit de koektrommel haalt (lachgas), in plaats van dat je een hele taart koopt zeg maar (andere soorten drugs).’

Sociale norm en groepsdruk: open, onverschillige houding domineert

Uit de interviews bleek bovendien dat lachgas in de omgeving van de ondervraagde studenten ‘niet echt een ding is’. Het wordt weinig gebruikt, is geen onderwerp van gesprek en er heerst een sociale norm die stelt dat lachgas niet bedoeld is voor (actief) gebruik. Of zoals een student zei: ‘Maar het is niet iets waar we het over hebben ofzo. (…) En niet omdat het taboe is, maar gewoon omdat het niet zo’n ding is.’ Alle studenten zagen bij hun vrienden en leeftijdsgenoten een onverschillige, maar open houding ten aanzien van lachgasgebruik.

Opvallend is dat sommige studenten aangaven sociale steun te ervaren om niet te gebruiken, maar anderen juist sociale druk ervaren die het gebruik van lachgas impliciet of expliciet aanmoedigt: ‘De eerste keer zei mijn grote broer “het is hartstikke leuk dus doe maar” en dan denk je: nou ja, kan geen kwaad.’ De meeste studenten die géén lachgas hebben gebruikt, gaven duidelijk aan dat zij niet gevoelig zijn voor groepsdruk, terwijl slechts één gebruikende student ditzelfde aangaf.

Focus bij voorlichting op risicoperceptie en sociale steun

Aan de hand van deze resultaten formuleerden we adviezen voor verdere ontwikkeling van de voorlichting van LOS. Het blijkt bij voorlichting voor gebruikende studenten vooral belangrijk om te focussen op het vergroten van de risicoperceptie. Kennis kan worden bijgebracht door gesprekken te voeren, kritisch te kijken naar eigen gedrag en middels voorlichting via sociale media (Prochaska, Redding & Evers, 2015).

Voor studenten die niet (meer) gebruiken, lijkt het belangrijk om aandacht te geven aan de sociale steun van vrienden. Praten met vrienden kan bevestigen dat de sociale omgeving lachgas niet iets voor actief gebruik vindt. Dit soort sociale steun maakt gedragsbehoud makkelijker (Prochaska et al., 2015). Voor alle groepen is het belangrijk om meer vertrouwen te krijgen in eigen vaardigheden om weerstand te kunnen bieden wanneer een van hun vrienden lachgas aanbiedt.

Door de situatie omtrent het coronavirus heeft LOS nog geen mogelijkheid gehad om de resultaten van onze scriptie te verwerken in hun voorlichting, maar dit staat hoog op hun prioriteitenlijst. Wij hopen dat deze voorlichting Utrechtse studenten bewuster kan maken van de gevolgen van lachgas, met het doel gebruik te verminderen en veelvuldig en onzorgvuldig gebruik te voorkomen.

Vera Cup is student Liberal Arts and Sciences en specialiseert zich in maatschappelijke opvoedingsvraagstukken. Thirza Ham is student pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in jeugdcriminaliteit en jeugdrecht. Dit artikel is gebaseerd op hun bachelorscriptie ‘Ballonnetje doen? Een Kwalitatief Determinantenonderzoek naar de Houding van Utrechtse Studenten ten aanzien van Recreatief Lachgasgebruik’, 2020.

 

Foto: cheberlyphoto (Flickr Creative Commons)