Vergeet oudere migranten niet

Jonge niet-westerse immigranten staan voortdurend in de schijnwerpers. Hun ouders en grootouders krijgen die aandacht niet. Terwijl het met hen helemaal niet zo goed gaat, betoogt Jolien Klok.

Terwijl tweede en derde generatie niet-westerse migranten veelvuldig in het nieuws komen naar aanleiding van maatschappelijke problemen, blijft de positie van hun ouders en grootouders – de eerste generatie – onderbelicht. Dit betekent echter niet dat het met hen goed gaat. Zij hebben vaker een slechte geestelijke en fysieke gezondheid, een lagere sociaaleconomische status en zijn vaker sociaal kwetsbaar dan hun in Nederland geboren leeftijdsgenoten, blijkt uit diverse studies.

Vanwege hun leeftijd – oudere, niet-westerse migranten worden voor het eerst oud in de Nederlandse samenleving –, wordt hun problematiek steeds pregnanter. Bijkomend zal hun aantal in  de vier grote steden, gedurende de aankomende 25 jaar verdrievoudigen.

Halal voedsel in woonzorgcentra

In het zorg- en welzijnswerk in met name de grote steden wordt momenteel aandacht gevraagd voor oudere, niet-wetserse migranten. Werknemers in de zorg worden geconfronteerd met voor de hand liggende praktische problematiek, zoals belemmeringen in communicatie of de onmogelijkheid om halal voedsel aan te bieden. Veel verder dan hoe we de zorg voor deze mensen in de toekomst gaan organiseren – hoe belangrijk ook – komt de discussie echter niet. Daarmee blijft het publieke debat oppervlakkig en voornamelijk van praktische aard en komt de positie van oudere migranten ook niet hoger op de politieke agenda.

In de wetenschap nemen oudere migranten ook nog altijd een marginale positie in, terwijl zij van grote betekenis zijn in het ontwikkelen van nieuwe theoretische inzichten. Ouderen (migranten), met hun eigen kenmerken (een slechtere gezondheid, verlies van sociale rollen, een krimpend sociaal netwerk en zich bevindend in de laatste levensfase), verruimen ons begrip van migratie en integratie, daar waar onderzoek zich hoofdzakelijk  richt op mensen van jonge of middelbare leeftijd.

Het thuis is gelijktijdig 'hier' en 'daar'

Maar niet alleen vanuit de migratie literatuur kunnen we lering trekken uit de levens van oudere migranten. Het gerontologische ideaal van langer zelfstandig thuis wonen en de behoefte aan stabiliteit en continuïteit wordt geproblematiseerd door oudere migranten, die vaak hun thuis gelijktijdig ‘hier’ en ‘daar’ hebben.

Uit onderzoek (Klok et al., 2017) blijkt dat oudere migranten met een sterke emotionele verbondenheid aan het herkomstland, eenzamer zijn. In datzelfde onderzoek wordt overigens gevonden dat het herkomstland bezoeken dit effect niet heeft, evenals contact met mensen aldaar of het overwegen om voorgoed terug te keren.

Maatschappelijk liggen er vragen die sterker aan beantwoording toe zijn. Want kunnen we oudere migranten bereiken met de mantra van ‘de participatiesamenleving’? Zijn ze in staat hun sociale netwerk succesvol in te zetten als dat nodig is en wie vormen dat sociale netwerk? Zijn dat voornamelijk familieleden of is hun netwerk meer divers? En als het netwerk onverhoopt ontoereikend blijkt: waar is het dan mis gegaan? Weten oudere migranten zonder hulp de weg in een bureaucratisch doolhof?

En als we hun situatie alleen binnen de grenzen van de Nederlandse samenleving bekijken, missen we dan ook een deel van hun belevingswereld en hun sociale steun? In hoeverre beantwoorden Turkse of Marokkaanse tv, halal vlees en een tolk in woonzorgcentra aan de behoeften van oudere migranten? En als we verder tegemoet komen aan dat unheimische gevoel: hoe passen volledig Turkse, Marokkaanse of Surinaamse voorzieningen in een multiculturele maatschappij? Kortom: hoe leid(d)en oudere migranten hun leven, hoe staan zij in de Nederlandse samenleving en wat zijn hun behoeften?

Nieuwe migratiestromen

Hoewel de huidige niet-westerse oudere migranten wetenschappelijke en maatschappelijke aandacht nodig hebben, is het ook met het oog op de toekomst naïef om deze groep buiten beschouwing te laten. Ondanks een afname in het aantal migranten die nu naar Nederland afreizen, hebben we de afgelopen jaren te maken gehad met een relatief hoge instroom van vluchtelingen.

Hoewel vluchtelingen niet één-op-één te vergelijken zijn met de migranten uit de jaren ’60 en ’70 en zij in een ander politiek klimaat naar Europa afreizen dan hun voorgangers, bestaan er overeenkomsten in hun migratiehistorie. Het merendeel van hen komt hier met jonge kinderen of laten vrouw en kinderen achter die later overkomen. Zij vluchten uit een land dat op vele fronten verschilt van Nederland.

Ook migreren zij relatief vroeg in het leven en brengen zij dus decennia in Nederland door voor ze oud worden. Dit zijn omstandigheden vergelijkbaar met die van de huidige oudere niet-westerse migranten. Laatstgenoemden bieden daarom een buitenkans om te leren van hun ervaringen en de maatschappij op verschillende facetten voor te bereiden op vluchtelingen die oud worden in Nederland.

Daarnaast, zou het niet een verrijkende ervaring voor ons zijn om met deze ouderen in gesprek te gaan? Leren van oudere migranten die geboren werden in een ander land, die een groot deel van hun leven in dit land hebben doorgebracht en die hun kinderen opvoedden in een land waarin zij zelf niet geboren zijn?

Zij namen levensveranderende besluiten en gingen het avontuur aan. Ze bekeken Nederland vanuit een ander gezichtspunt en die visie kan ons wellicht helpen te reflecteren op wat normaal is, of abnormaal of misschien zelfs beangstigend.

Jolien Klok studeerde culturele antropologie en is als promovenda verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij onderzoekt de banden die oudere migranten onderhouden met hun land van herkomst en welke implicaties dit heeft voor hun welbevinden.

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)