Verwarde personen: naar een sterke staat én een sterke samenleving

Naast een sterke staat, die Nederland reeds heeft, heeft ons land behoefte aan een sterke sociale structuur rondom personen die verward zijn. Dat blijkt uit de de gang van zaken rond de hulpverlening aan Bart van U., de verdachte van de moord op oud-minister Els Borst.

Na onderzoek naar de hulpverlening aan de verwarde Bart van U., verdacht van het doden van oud-minister Els Borst en zijn eigen zus, concludeerde de Commissie Hoekstra dat de aanpak van verwarde personen in Nederland nogal te wensen overlaat. Het rapport (Hoekstra, et al., 2015), dat onlangs in de Tweede Kamer werd besproken, laat duidelijk zien dat er een betere aansluiting moet komen tussen de strafrechtketen en de zorgketen, en een bredere interpretatie van het beroepsgeheim. Verder moet er een regionaal ‘aanjaagteam’ komen en in iedere gemeente moeten professionals de ruimte krijgen om te doen wat nodig is. Regionale samenwerkingsverbanden van partijen uit de strafrechtketen, zorgketen, gemeentelijke partners en bestuur moeten er voor zorgen dat overlast, huiselijk geweld en criminaliteit worden teruggedrongen. Kortom, de staat moet een grotere rol krijgen in de ondersteuning van dit soort problematiek.

Bart van U. legt problematiek rondom verwarde personen bloot, met Kamerdebat als gevolg

De Kamerleden Segers (CU) en Van der Staaij (SGP) dienden woensdagavond een motie in die een andere richting uitwijst. Zij vroegen minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de mogelijkheden te onderzoeken van Eigen kracht-conferenties om verwarde personen met hulp van hun sociale netwerken vooruit te helpen. Dit zijn conferenties waar een verward persoon samen met zijn sociale netwerk onder leiding van een onafhankelijke, getrainde medeburger een plan maakt om uit de moeilijkheden te komen. Kern van deze werkwijze is dat er een kring gevormd wordt met mensen die allemaal willen dat het met de centrale persoon weer goed gaat. Deskundigen van de GGz en andere instanties leveren informatie aan op grond waarvan de groep een plan maakt.

Minister Schippers voelde wel voor de motie en wil ook dat verwarde personen een persoonlijk plan krijgen. Het zou logisch zijn als verwarde personen allemaal de kans krijgen om samen met mensen om hen heen en met informatie van hulpverleners zelf zo’n plan te maken. Daar heeft iedereen iets aan.

Het is deze constatering waarop de motie van Segers en Van der Staaij geënt is; het versterken van de sociale structuur rondom personen die verward zijn en overlast of incidenten veroorzaken. Bij de uitvoering van deze motie krijgt de samenleving een grotere rol. Daarvoor is echter een omslag nodig bij politici, instanties, hulpverleners, maar uiteindelijk ook bij ons als burgers.

Versterking sociale structuur moet prioriteit hebben

Buurtbewoners en familie durven zich vaak pas in te laten met hun sociaal kwetsbare naasten als professionele hulpverlening bereikbaar en beschikbaar is. Professionals blijven dus nodig. Omgekeerd valt of staat de professionele hulp bij de samenwerking met het sociale netwerk van de verwarde mensen. Hulpverleners die een brug slaan tussen extreem geïsoleerde burgers en maatschappelijke verbanden, en die het aandurven om het plan dat de kring maakt met hun expertise te steunen, zijn het meest succesvol .

Voor het verbeteren van de hulpverlening aan verwarde mensen, en dus het voorkomen van drama’s zoals bij Bart van U., is ons land dus gebaat bij een sterke staat én een sterke samenleving. Nederland heeft een sterke staat, een staat die de neiging heeft om verantwoordelijkheden naar zich toe te trekken, risico’s in te dammen door de inzet van steeds meer professionals. Daarnaast is een sterke samenleving nodig die zoveel sociale veerkracht heeft dat geborgenheid geboden kan worden aan mensen die zich anders niet goed staande weten te houden. Een overdaad aan professionals kan de beschermende kracht van de gemeenschap niet vervangen. Overheden geven miljoenen uit aan sociale wijkteams, GGz-meldpunten en veiligheidshuizen - de budgetten voor sociale hulpverlening zijn tussen 2000-2012 meer dan verdubbeld [1]- het versterken van de sociale structuur zou nu prioriteit moeten hebben.

Recht op een eigen plan van burgers moet je faciliteren

De nieuwe Jeugdwet laat zien dat ook wanneer burgers recht hebben op het maken van een eigen plan, de neiging van professionals om het over te nemen groot blijft. Zo’n recht moet dan ook gefaciliteerd worden, zeker wanneer het om kwetsbare mensen gaat. Dat een terugtrekkende overheid niet vanzelf actieve, zelfredzame burgers voortbrengt moge duidelijk zijn. Eigen Kracht-conferenties zijn dan ook voorlopig nodig om in complexe situaties een plan te maken dat hieraan tegemoet komt.

Gert Schout promoveerde op een studie naar zorgvermijding. Bij het VUmc leidt hij een onderzoek naar de mogelijkheden om dwang in de psychiatrie terug te dringen.

Literatuur
Hoekstra, R.J., Van Hoorn, E., De Wit, L. & Zuijderhoudt, R. (2015). Rapport van de onderzoekscommissie strafrechtelijke beslissingen openbaar ministerie naar aanleiding van de zaak-Bart van U. Steenwijk: Bariet.

[1] Zie de twee uitgaven van het CBS: Zorguitgaven stijgen met 1,8 procent en Persbericht zorguitgaven, maar vooral de eerste vijf tabellen uit het rapport - De zorg: hoeveel extra is het ons waard? Den Haag: Ministerie van VWS, juni 2010.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Er is niets nieuws onder de zon. Het rapport van de commissie Hoekstra is er – gelukkig – gekomen, maar wel omdat er nu een bekende Nederlander het slachtoffer was. Er zijn onder meer door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) al meerdere rapporten uitgebracht die tot soortgelijke conclusies komen: de aansluiting tussen de (straf)rechtsketen en de zorgketen is onvoldoende. Zie bijvoorbeeld het rapport ‘Straf en zorg: een paar apart’ uit 2007. Ook daarin staan goede mogelijkheden om de situatie te verbeteren. Mijn eigen proefschrift over de relatie tussen forensische psychiatrie en de algemene GGz ontleedt problemen op dit gebied en komt met een aantal oplossingen.
    Wellicht dat door het rapport van de commissie Hoekstra de zaak nu weer als urgent wordt beschouwd. In elk geval is het hierboven genoemde voorstel voor het organiseren van Eigen Kracht-conferenties een goede praktische werkwijze.

  2. Het klinkt mogelijk als een dooddoener, maar bij mij dringt zich direct de vraag op: wat als de verwarde persoon geen sociaal netwerk heeft? Gaat het niet vaak om geïsoleerde personen (in de tekst spreek je zelfs van extreem geïsoleerde burger), die in de loop der jaren steeds meer het contact verloren hebben met de maatschappij? En laten we niet vergeten ook mogelijk heel wat kapot gemaakt hebben. Hoe creëer je daar een veerkrachtige netwerk omheen? Uit ervaring weet ik dat buren niet eens voor hulp de politie durven te bellen. Door overlast en gevoelens van onveiligheid trekken mensen zich terug. Dan lijkt mij deelname aan een eigenkracht-conferentie en verantwoordelijkheid nemen voor het slagen van het plan voor de psychotische agressieve buurman wel een hele grote stap.

  3. Wie is je moeder, wie is je vader? Zo begint tante Es, alter ego van Jörgen Raymann, haar gesprekken. Iedereen heeft mensen die het belangrijk vinden dat het goed gaat met hem of haar. Maar inderdaad, voor de mensen waar het hier om gaat zijn de contacten vaak verbroken. Toch wil dat niet zeggen dat familieleden of bekenden zich geen zorgen meer maken. Die betrokkenheid is er vaak nog wel en kan positief zijn (ik wil dat het hem/haar goed gaat), maar ook negatief (ik heb er last van en accepteer het niet meer). Zo is er ook voor hen een belang bij het maken van een plan.

    In ons vorige onderzoek naar Eigen Kracht-conferenties (EK-c’s) in de openbare geestelijke gezondheidszorg hoorden we vaak: “die heeft geen netwerk”. Vaak bleek dat er wel sociaal netwerk was, maar dat ze moegestreden waren, teleurgesteld of boos. Soms waren de contacten verwaterd. Soms waren naastbetrokkenen ontevreden over de verhouding tussen wat ze gaven en wat ze terugkregen. Een veerkrachtig netwerk ontstaat inderdaad niet zomaar. Meestal willen familie, vroegere vrienden of buren wel meedenken over hoe het verder moet. Zeker als andere naastbetrokkenen ook meedoen; als ze weten dat ze er niet alleen voor komen te staan; als verwachtingen zijn uitgewisseld; als ze weten dat de hulpverlening beschikbaar en benaderbaar is als het spannend wordt. Maar zeker ook als de bijeenkomst op neutraal terrein is georganiseerd door iemand die buiten de partijen staat.

    Eigen Kracht-coördinatoren doen feitelijk niet veel meer dan gespreksruimte creëren en iedereen er weer bijhalen door te vragen “wie willen dat het weer goed met je gaat?”. De vraag van Silke “wat als de verwarde persoon geen netwerk heeft” is eigenlijk de vraag “hoe kan er weer een context ontstaan waarin onze verbondenheid vorm kan krijgen?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *