Waarom ook de deskundigen dit niet zagen aankomen

Verrassingen als de verkiezing van Trump kunnen beter voorzien worden wanneer wetenschappers langdurige vertrouwensrelaties aangaan met hun informanten en over de disciplinegrenzen heen kijken, schrijven leden van onderzoeksinstituut SCOOP.

De verkiezing van Donald Trump tot 45e president van de Verenigde Staten is ook een wake-up call voor de gedrags- en maatschappijwetenschappen. Niet alleen vrijwel alle onderzoeksbureaus, maar ook de meeste experts zagen zijn overwinning niet aankomen. Met de financiële crisis en de Brexit in het achterhoofd is dat voor de krantlezer een deja vu-ervaring. Op het onvermogen van de economische wetenschappen om de ineenstorting van het financiële stelsel te voorspellen is toen met veel onbegrip gereageerd.

De wanprestatie bij het voorspellen van deze verkiezingsuitslag roept de vraag op of de andere gedrags- en maatschappijwetenschappen wel in staat zijn op belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen te anticiperen. Als je zo’n aardverschuiving niet ziet aankomen, wat betekent dit dan voor de vele andere gevallen waarbij een beroep wordt gedaan op sociale wetenschappers om een maatschappelijke diagnose te stellen? En hoe moet het dan wel?

Twee voorbeelden van een goede diagnose

Belangrijke aanknopingspunten voor een antwoord schuilen in twee recente voorbeelden van onderzoek waar wel een goede diagnose werd gesteld. Van het eerste voorbeeld werd in de NRC Handelsblad (10-11-2016) verslag gedaan. Het betreft de peilingen die David Lauter voor de Los Angeles Times heeft uitgevoerd, volgens de NRC ‘de enige grote peiler die winst voor Trump voorspelde en daarvoor veel kritiek kreeg’. Opmerkelijk is de manier waarop Lauter deze correcte diagnose wist te realiseren: hij gebruikt een vast panel voor zijn enquêtes, geeft de respondenten een week de tijd om over hun antwoord na te denken en houdt systematisch rekening met de vertekeningen die door sociale wenselijke antwoordpatronen kunnen ontstaan – Trumpstemmers voelen zich veel minder op hun gemak om hun stem te delen met een enquêteur dan Clintonstemmers.

Een compleet andere, maar even effectieve benadering koos de Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild voor het onderzoek dat ten grondslag ligt aan haar net verschenen boek Strangers in their Own Land. Hochschild heeft vijf jaar lang etnografisch onderzoek gedaan in Louisiana, één van de bolwerken van ‘conservatief Amerika’, waar kiesdistricten met 80 procent of meer Trumpstemmers voorkomen. Ze heeft banden opgebouwd met een breed spectrum van mensen, van Tea Party-activisten tot uitkeringstrekkers. Ze kreeg inzicht in de diepgewortelde angsten van een groep die zwaar getroffen is door de economische malaise, families die hun huis en baan hebben verloren. Maar ook een groep die hunkert naar gemeenschap en voor wie de zorg voor familie en kinderen centraal staat.

Een langdurige vertrouwensrelatie met hun informanten

Twee uiteenlopende, maar krachtige methodes: de een stoelt op een vast panel van drieduizend deelnemers, de ander bouwt voort op interviews en observaties, langdurig vergaard binnen een enkele gemeenschap. Waar de een kiest voor representativiteit, standaardisatie en een beperkt aantal attitudes en gedragingen, kiest de ander voor diepgang en het in kaart brengen van complexe psychologische, socio-economische en historische processen.

Ondanks hun methodologische verschillen delen beide benaderingen een aantal relevante uitgangspunten. Zo hebben beide geïnvesteerd in een langdurige vertrouwensrelatie met hun informanten. Hun onderzoek heeft een langere tijdshorizon dan de gebruikelijke eenmalige enquête. Het opbouwen van een duurzame samenwerkingsrelatie met de deelnemers aan het onderzoek is daarmee een belangrijke vereiste om te komen tot een goede maatschappelijke diagnose.

Kennis van de menselijke ziel en van de context

Ook houden beide benaderingen rekening met de complexiteit van de menselijke ziel. Niet alleen bij de analyse en interpretatie van de gegevens, maar al bij het ontwerp van de dataverzamelingsstrategie zelf. Zo houdt Lauter rekening met gevoelens van schaamte, die veel geïnterviewden ervan weerhouden om hun mening te delen. Hochschild tracht, zonder te oordelen, het perspectief van haar gesprekspartners te begrijpen. Dit geeft hen zicht op wat er gebeurt binnen de gemeenschap – en levert informatie op die voor buitenstaanders niet toegankelijk is.

Kennis van de bredere sociale context en de historische ontwikkelingen van de gemeenschap zelf is hierbij essentieel – de derde voorwaarde voor een goede maatschappelijke diagnose. Dit geeft inzicht in het lange-termijnproces dat tot het afglijden van de middenklasse heeft geleid, en tot de erosie van lokale gemeenschappen door een anonieme markt.

Wat kunnen de sociale wetenschappen hiervan leren om tot betere maatschappijdiagnoses te komen? Idealiter zouden de twee geschetste strategieën moeten worden gecombineerd. Dat vraagt om investeringen in het opbouwen van langdurige en duurzame samenwerkingsrelaties met onderzoekspopulaties in uiteenlopende gemeenschappen.

Wetenschappers moeten hun krachten bundelen

Het vraagt ook om een samenwerking tussen de sociaalwetenschappelijke disciplines. Laat sociologen en antropologen met hun collega’s van sociale psychologie, politicologie en economie een slimme en synergetische mix van methoden ontwikkelen om gegevens te verzamelen en te analyseren.

Om de lange termijn ontwikkelingen van de betrokken gemeenschappen en hun regionale context in kaart te brengen is een historisch perspectief onontbeerlijk. En ethici kunnen ons inlichten over de onderliggende bredere dilemma’s en waardenconflicten. Als wetenschappers op deze manier hun methoden combineren en hun krachten bundelen, neemt de kans toe dat we belangrijke ontwikkelingen op tijd zien aankomen.

De auteurs zijn allen lid van SCOOP, een interdisciplinair onderzoeks- en opleidingsinstituut gericht op duurzame samenwerking als kernelement van veerkrachtige samenlevingen.

Rafael Wittek (r.p.m.wittek@rug.nl), hoogleraar Theoretische Sociologie Rijksuniversiteit Groningen

Russell Spears, Endowed Chair Psychologie Rijksuniversiteit Groningen

Naomi Ellemers, universiteitshoogleraar Universiteit Utrecht

Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie Universiteit Utrecht

Bas van Bavel, faculteitshoogleraar Transitions of Economy and Society, Universiteit Utrecht

Martin van Hees, hoogleraar Ethiek VU Amsterdam

Foto: Gage Skidmore (Flickr Creative Commons)

 

Reacties op dit artikel (2)

  1. Zo lang de sociale wetenschappen klakkeloos en kritiekloos de natuurwetenschappelijke opvattingen van onderzoek doen volgen en dito theorievorming nastreven, zal men regelmatig belangrijke ontwikkelingen missen. Veel onderzoek is verklaringsgericht, vanuit de idee dat de werkelijkheid met objectieve methoden te meten is en dat je op basis van rekentrucs als multivariate analyse tot inzicht komt.

    Als de sociale wetenschappen relevanter willen worden dan zij de voorbije 100 jaar waren dan zullen zij (wij) meer kwalitatieve methoden moeten omarmen en niet op zoek blijven gaan naar ‘wetmatigheden’.

  2. Trump derives his presidential victory from the factor enthusiasm. An unexpected triumph, as may be expected given the meaning of the word ‘enthusiasm’ = being in god’ (ενθεοσ). And an almost unmeasurable factor. So the polls were doomed to fail, their agents blinded, only the believer could feel, see and win.

    Following month after month Trump’s presidential struggle, I came to understand what was at stake in the USA and even beyond. Trump was and is trying to clean up and repair a (the) Big Democratic Society brought slowly to a standstill, and so far he did it rather heroically. And not the meanest of his Herculean tasks was to stop and kill Hillary Bhengazi Clinton’s‘ lying machine.
    We may thank God now, and Trump! He 1. destroyed the – how unAmerican! – ‘monarchical’ Houses of the Bushes and the Clintons, 2. brought fresh air into the Republican Party fascinated and petrified by electoral considerations (Latins) and 3. shattered Liberals’ illiberal taboos on free speaking.

    And so I came to see Trump first as a kind of ‘libertador’, reviving in the USA an old Latin-American political tradition, later as a kind of Culture Hero. The last term may be considered as exaggerated, but then read Mytheos Holt’s:

    ‘Trump Is the Culture Warrior We Need, and that is not exaggerated. In part, it is because he’ [Trump] ‘corrects massive ideological failures by the Right, which have enabled unmitigated cultural overreach by the Left, eliminating the social and cultural basis that permits a western order to exist’. (Holt in: ‘The Federalist; senior fellow at the Institute for Liberty’, 2016).

    For the good order: I do not endorse all Trump’s political ideas. Especially I reject his latest standpoint on abortion. And he is certainly not stainless, maybe fortunately so, and overloaded with scandals. But nor were for that matter Indra, Starkadr, Hercules (Dumézil).

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *