Zelfs in de publieke sector zijn middelbaar opgeleiden straks niet meer nodig

Ook in de publieke sector verdwijnen lager en middelbaar administratieve functies in rap tempo. Dit als gevolg van big data en andere technologie. Er ontstaan wel nieuwe banen, maar die vereisen vaak een hoger opleidingsniveau.

Dit heeft grote gevolgen voor de positie van de overheid als werkgever. Technologische ontwikkelingen lijken de voorbeeldrol van overheidswerkgevers te ondermijnen: steeds minder geven zij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans. Als deze trend zich doorzet hoef je straks met een mbo diploma niet meer de moeite te nemen om te solliciteren bij de overheid. Betekent dit het einde van de overheid als ‘inclusieve werkgever’?      

Het middensegment staat onder druk

Toen staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën in mei vorig jaar aankondigde dat er een grondige reorganisatie van de Belastingdienst op komst was, benadrukte hij dat de 5.000 mensen die door de reorganisatie zouden worden getroffen elders bij de Belastingdienst of binnen de Rijksoverheid een andere baan aangeboden zouden krijgen. Een jaar later lijkt dit eerder wensdenken te zijn geweest dan een realistische belofte. De realiteit is dat er bij de Belastingdienst weinig toekomst is voor deze groep middelbaar opgeleiden, en dat het ook een enorme opgave lijkt om elders binnen de Rijksoverheid werk voor hen te vinden.

Dat juist het middensegment momenteel onder druk staat door het toenemend gebruik van ICT mag geen verrassing zijn. Verscheidene onderzoekers hebben al gewezen op de negatieve verdelingseffecten van technologische innovatie. Graetz en Michaels (2015) deden onderzoek naar de introductie van industriële robots en concludeerden dat dit niet gepaard ging met een afname van de totale werkgelegenheid, maar dat lager en gemiddeld opgeleide werknemers wel minder kansen krijgen. De stelling dat het middensegment krimpt wordt door meerdere onderzoekers ondersteund (zie bijvoorbeeld Autor en Dorn, 2013; Goos et al., 2014). Van den Berge en Ter Weel concluderen in een Policy Brief van het CPB dat er ook op de Nederlandse arbeidsmarkt sprake is van polarisatie (Van den Berge en Ter Weel, 2015). Terwijl de werkgelegenheid aan zowel de bovenkant als de onderkant van de arbeidsmarkt groeit, daalt de werkgelegenheid in het middensegment en komen de lonen onder druk. Mensen die daardoor hun baan kwijt raken komen veelal terecht op een lager niveau waardoor ook aan de onderkant van de arbeidsmarkt druk op de lonen ontstaat.

De Belastingdienst zit met medewerkers in zijn maag

Bij de Belastingdienst zullen in de komende jaren met name administratieve taken op mbo 2-4 niveau worden geautomatiseerd. Door verschillende systemen te koppelen en werkprocessen met behulp van data anders in te richten, maken de handmatige aangiftecontroles plaats voor sterk geautomatiseerde data-analyses. Dat wil echter niet zeggen dat deze beroepen volledig verdwijnen. Wel is er binnen het werk een duidelijke verandering van het takenpakket zichtbaar. Terwijl routinematige taken worden overgenomen door computers, ontstaan er nieuwe analytische taken. Het betreft dan bijvoorbeeld vaststelling van identiteit, bestrijding van fraude of ander soort toezicht. De inhoud van deze banen verandert dus sterk. Medewerkers moeten daarom andere competenties aanboren om hun werk uit te oefenen en zullen in veel gevallen bijgeschoold moeten worden.

Van de 5.000 medewerkers die hun baan verliezen verwacht men binnen de Belastingdienst dat ongeveer 1.000 medewerkers nog om te scholen zijn voor de nieuwe banen die ontstaan. Veel van de overige medewerkers hebben niet de bagage om deze stap te zetten of zien bijscholing vanwege hun leeftijd niet meer zitten. Het gevolg is een mismatch tussen het personeel en het werk dat overblijft. Het wordt dus ook bijzonder moeilijk om binnen de Belastingdienst passend ander werk voor deze mensen te vinden. Omdat deze trend zich ook elders op de arbeidsmarkt voordoet, zijn ook van-werk-naar-werk-trajecten niet altijd heilzaam. De Belastingdienst zit dus met deze medewerkers in haar maag.

Kloof tussen insiders en outsiders groeit

In een vorig jaar verschenen white paper van de Universiteit Utrecht over de duurzaamheid van de Nederlandse arbeidsmarkt wordt het onderscheid gemaakt tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt (Schippers et al, 2015). De insider is een steeds beter opgeleide burger die met geavanceerde technologie een steeds hogere productiviteit bereikt. De outsider is een laagproductieve burger, die steeds vaker buiten het arbeidsproces staat en dus ook moeilijk aan een baan komt. De auteurs betogen dat de kloof tussen de insider en outsider almaar groter zal worden als er niet wordt ingegrepen. De huidige focus op automatisering van delen van het arbeidsproces bij de Belastingdienst zal de kloof tussen insiders en outsiders alleen maar vergroten. En dat terwijl we volgens de auteurs gebaat zouden zijn bij een arbeidsmarkt waarin ‘elk talent optimaal benut wordt en ieder individu een rol te vervullen heeft’.

Het is juist de publieke sector jarenlang goed gelukt om outsiders een kans te bieden op de arbeidsmarkt. Vorig jaar nog lanceerde minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het plan om bij de overheid in 10 jaar tijd 25.000 banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Het zijn van een ‘inclusieve werkgever’, een werkgever van en voor iedereen, is in de loop van de jaren een waarde geworden die onderdeel vormt van de notie van ‘goed werkgeverschap’ van publieke werkgevers. Zo ook bij de Belastingdienst. Maar bij de Belastingdienst wordt die waarde momenteel hevig ondermijnd met de vergaande automatisering van banen op mbo-niveau. Het personeelsbeleid zal zich de komende jaren bijna volledig richten op kennis-recruitment van hbo of hoger. De Belastingdienst is dus niet langer werkgever voor iedereen, niet langer een inclusieve werkgever. En daarin is zij waarschijnlijk niet eens een uitzondering. Dit proces lijkt zich ook elders in de publieke sector voor te doen.

Er is wat aan te doen

Niets aan te doen? Jawel. Automatisering moet je natuurlijk niet tegenhouden. Het is goed dat ook organisaties in de publieke sector gebruik maken van nieuwe technologie om hun productiviteit en product te verbeteren. Het lijkt er echter sterk op dat niet iedereen in gelijke mate profiteert van de huidige technologische vernieuwing. Wanneer een grote groep middelbaar opgeleiden weinig tot geen perspectief op werk heeft, dreigt een maatschappelijk probleem. Juist publieke organisaties moeten daarom het debat voeren over de manier waarop technologie wordt gebruikt en de verdere implicaties die dit heeft voor hun notie van goed werkgeverschap.

De WRR pleitte begin december al voor een ‘inclusieve robotagenda’ in haar verkenning ‘De robot de baas’ (Went, Kremer en Knottnerus, 2015). Zo een agenda omvat een brede discussie over hoe organisaties invloed kunnen uitoefenen op de manier waarop robot-technologie wordt ontwikkeld en toegepast. Volgens de WRR zou er meer moeten worden ingezet op de complementariteit van mens en machine: ‘Niet zo veel mogelijk mensen proberen te vervangen door robots, maar mensen samen mét robotica productiever maken.’ Niet alleen de Belastingdienst als één van de grote werkgevers in de publieke sector, maar juist ook andere onderdelen van de overheid – de lokale gemeente, politie etc.- zouden het voortouw moeten nemen om deze discussie te starten. Zij hebben een traditie van ‘inclusief’ werkgeverschap hoog te houden.

Djurre Das deed bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoek naar de gevolgen van technologische innovatie voor werk in de publieke sector. Voor zijn afstudeerscriptie deed hij onderzoek naar automatisering bij de Belastingdienst. Sinds april werkt hij als junior onderzoeker bij de WRR.

Bronnen:

 

Foto: Juan Pablo Olmo (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (1)

  1. Met de techniek van ‘gisteren’ kan je het werk van middelbaar opgeleiden door computers laten doen. Met de techniek van vandaag krijg je vaak al meer kwaliteit als mensen op hun handen gaan zitten en ict het werk laten doen. Dat gebeurt inmiddels in de aandelenhandel, in de luchtvaart, in de chirurgie. De vraag is ook niet of je één mens kan vervangen door ‘een’ computer, maar of een team van tien mensen beter werk levert dan een team van twee met goede ict. Voor het onderwijs durf ik die vraag al te beantwoorden: kinderen zouden veel meer leren van ict met een beetje juf dan van een juf met een beetje ict.
    Voor hoogopgeleiden in de publieke sector is burgerkracht een veel beter alternatief dan we nu denken. Het verpleeghuis van mijn vader zou beter gerund worden als er drie vrijwilligers, een rij computers en een goede secretaresse de kiet runden dan met het hooggeschoolde volk dat nu de beslissingen neemt. Let op, degegen die mijn vader verzorgen zijn onvervangbaar.
    De echte reden dat de middengroepen het nu zo moeilijk hebben is, dat hoger opgeleiden wel naar beneden kunnen afschalen, maar andersom niet. Mbo-ers hebben meer te vrezen van academici met de goede netwerken dan van computers.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *