In de wachtruimte van mijn psychiater lees ik in een oud artikel dat opvallend veel vrouwen op latere leeftijd de diagnose AD(H)D krijgen. Bijna alles in dit verhaal, inclusief de afwezigheid van hyperactiviteit, is voor mij vreselijk herkenbaar en bepaald niet voor het eerst. In dit licht heb ik met mijn eerste psychiater mijn neurodiverse brein vaker besproken. Ook de mogelijkheid dat deze variëteit een bepalende rol heeft gespeeld in mijn jeugd. Telkens redeneerde zij dat de kenmerken van ADHD veel overeenkomsten delen met mijn bipolaire brein. Hoewel ik bleef twijfelen, nam ik daar destijds genoegen mee… nu niet meer.
De somberheid verdwijnt
Twee jaar geleden maakte ik kennis met mijn huidige psychiater. Hij beoefent het vak anders dan zijn voorganger. Na een opfrissing van mijn dossier en het opstellen van een nieuw behandelplan, kom ik een paar maanden later in een nogal ontwrichtende woonsituatie terecht. In paniek bel ik naar zijn praktijk, hij belt een paar uur later terug, relativeert, brengt rust en schrijft een kalmerend middel voor.
Als de onrust enigszins is gedempt, dreig ik weg te zakken in sombere gevoelens. Als de duisternis niet wil wijken middels gesprekken stelt hij voor om Bupropion te proberen. Het antidepressivum wordt vaak voorgeschreven bij mensen met ADHD, bij wie de eerste, tweede en derde keus medicatie niet het gewenste effect hebben. Het middel werkt op de zogenaamde dopaminereceptoren en kan veilig worden gebruikt bij mensen met een bipolaire stoornis.
Op dat moment ben ik een maand of acht in ketose en daarom gebruik ik geen stemmingstabiliserende medicatie meer. Met kleine hoeveelheden bouw ik op tot een therapeutische dosis is bereikt. Vrij subtiel verdwijnt de somberheid. Een bijzonder positieve bijwerking is dat ik me steeds beter kan concentreren en mijn aandacht beter kan richten op bijvoorbeeld het lezen van boeken… die ik opeens ook daadwerkelijk uitlees.
Het is ontluisterend en verdrietig om te lezen hoe groot mijn ontwikkelingsachterstand al die jaren is geweest
We zijn ruim een jaar verder. Met hernieuwde inspiratie neem ik het verhaal uit het artikel mee de spreekkamer in. Ondersteund met voorbeelden uit het verleden en heden, vertel ik waarom ADD naast en ver voor de bipolaire stoornis, volgens mij zeer bepalend is geweest in mijn jeugd en heden. Midden in het gesprek vraagt hij: ‘Wij hebben vorig jaar de classificatiecode voor ADHD toch al in het behandelplan opgenomen… en ook in dat verhaal voor de UWV-bedrijfsarts?’
‘Hmm… nou… eh… voor zover ik weet niet… maar... misschien heb ik dat toen niet opgemerkt, codes hebben nog steeds niet echt mijn aandacht…’
Hij wekt zijn computer en kijkt naar de monitor, klikt wat met zijn muis en constateert, enigszins verbaasd, dat de ADHD-code inderdaad niet in mijn dossier voorkomt. Tijdens de afspraken die volgen, bespreken we mijn levenslange worsteling met reguliere maatschappelijke systemen en mijn onvermogen daarbinnen te functioneren.
Gevolgen van onbegrepen zijn
Om een dieper inzicht te krijgen in mijn ontwikkeling op de onderbouw en bovenbouw transcript ik mijn twaalf Vrije School-getuigschriften. De inhoud is verhelderend, zeker als je het leest in het licht van mijn anders werkende brein. Het is ontluisterend en verdrietig om te lezen hoe groot mijn ontwikkelingsachterstand al die jaren is geweest. Ook het voortdurende onbegrip voor het anders zijn is nog aldoor bepalend voor mijn wankele zelfbeeld.
Om de diagnose ADHD officieel vast te stellen, neemt mijn psychiater een interview af tussen mijn moeder en mij, een zogenaamd DIVA-assessment. Het eerste deel van de vragen gaan over concentratie én aandachttekort…ik score 100 procent positief. Op de vragen over hyperactiviteit score ik 100 procent negatief. Een week later bespreken we de diagnose en de mogelijkheden voor behandelingen. Er is eindelijk aandacht voor het levenslange tekort eraan en een medicijn voor extra focus. Nu kan ik aandachtig 54 jaar onzeker leven in een verhelderend perspectief gaan plaatsen.
Sander Griek is toegepast kunstenaar