De afgelopen weken kwam ik er niet onderuit: het gesprek over boetes. Ik was te gast bij de vaste Tweede Kamercommissie Veiligheid en Justitie waar werd gediscussieerd over verkeersboetes en oplopende betalingsproblemen. De Volkskrant besteedde er in haar magazine zelfs een special aan. Het ging onder andere over boetes voor honden die langdurig blaffen (160 euro), over mensen die duiven voeren waar dat niet mag (100 euro) of vuurwerk afsteken (250 euro) en, echt waar: stoepkrijten (170 euro).
Hoppa, 120 euro boete, driemaal achter elkaar
De meeste boetes echter worden uitgedeeld voor verkeersovertredingen, vorig jaar maar liefst 7,5 miljoen keer. Zo zag ik op onlangs gele hesjes door de hele stad op hoeken mensen aanhouden die door rood gefietst waren. Hoppa, 120 euro boete, driemaal achter elkaar.
Scheefgroei
Rechters in Midden-Nederland oordeelden onlangs dat er sprake is van een scheefgroei tussen verkeersboetes en boetes voor andere strafbare feiten. Een eenvoudige mishandeling - een droge klap zonder letsel - levert een boete van 400 euro op. Parkeren op een gehandicaptenplaats die gereserveerd is voor een specifiek voortuig kost de overtreder 500 euro.
Boetes worden gebruikt om de begroting rond te krijgen, er is sprake van verkapte belastingheffing
Boetes zijn bedoeld als normerings- en gedragsveranderingsinstrument. In Nederland lijkt dit al een tijdje uit de pas te lopen, tenminste als het om verkeer gaat. De hoogte van verkeersboetes neemt elk jaar toe. De bedragen zijn sinds 1994 met meer dan 220 procent gestegen. De inflatie steeg in dezelfde periode ongeveer 70 procent. Daarnaast loopt het aantal uitgegeven boetes stug door en lijkt het aantal boetes eerder een functie te zijn van hoeveel er gehandhaafd wordt.
Door de sterke verhogingen van verkeersboetes de afgelopen jaren, oordeelden dezelfde rechters dat er sprake is van verkapte belastingheffing. Boetes worden gebruikt om de begroting rond te krijgen. Dit wist Merel van Rooy, die dit alles heel scherp samenvatte in haar boek De boetefabriek, al lang. Het is veelzeggend dat rechters hierop aanhaken. De komende tijd moet blijken hoe andere rechtbanken, het gerechtshof en de Hoge Raad hier tegenaan kijken.
Gelijk bijstand
Tijdens een rondetafelgesprek over (verkeers)boetes en betalingsproblemen in de Tweede Kamercommissie werd duidelijk dat er draagvlak is voor een andere koers, als het gaat om de ophogingen bij verkeersboetes. De verhogingen lopen op van 50 procent bij de eerste aanmaning tot 100 procent bij de tweede aanmaning. Zo kan een boete van 440 euro voor niet handsfree bellen bij een eerste aanmaning oplopen naar 660 euro en als je nog steeds niet betaalt, naar 1320 euro. Het moge duidelijk zijn dat dit enorme bedragen zijn en ongeveer overeenkomt met een netto maand bijstandsuitkering voor een alleenstaande (1331,42 euro). Een verkeersboete in de bijstand kan je failliet maken.
Bij ongeveer 134 duizend huishoudens is de verkeersboete inmiddels opgelopen tot een problematische schuld. Dit betreft 18,5 procent van de huishoudens met problematische schulden. Na verplichtingen aan de Belastingdienst, het BKR en het CAK zijn verkeersboetes de vijfde meest voorkomende oorzaak voor problematische schulden.
In de afgelopen drie jaar is het aantal huishoudens met verkeersboete als problematische schuld met 12 procent toegenomen. Een stijging die je alleen terugziet bij de toename van schulden aan de Dienst Toeslagen en bij de stijging van oninbare belastingschulden.
Disproportioneel
In de helft van West-Europa wordt op een andere wijze beboet, namelijk met zogenaamde dagboetes, of inkomensafhankelijke boetes. Het idee hierachter is dat een vast bedrag voor iemand met een hoog inkomen nauwelijks impact heeft, terwijl het voor iemand met een laag inkomen tot schulden kan leiden. Om dit meer gelijk te trekken zijn boetes gebaseerd op een x aantal dagen aan inkomen. Een dagboete zal niet snel op dertig dagen uitkomen.
De ophogingen van boetes zijn kortom niet proportioneel
Sceptici zullen zeggen dat een klein bedrag niet tot lering leidt. Los van de vraag of dat werkelijk zo is, concluderen de onderzoekers Rosanne Oomkens, Nadja Jungmann, Susanne Tonnon en Paul Vroonhof in hun onderzoek naar de validiteit, proportionaliteit, doelmatigheid en doeltreffendheid van ophogingen dat deze bij verkeersboetes in een onevenredige verhouding staan tot de oorspronkelijke boetes. De ophogingen van verkeersboetes zijn kortom niet proportioneel.
Een verlaging van verkeersboetes en hun successievelijke ophogingen zodat ze weer proportioneel te noemen zijn, betekent dat het kabinet geld moet zien te vinden om een gapend gat in de begroting te voorkomen. Verkeersboetes en ophogingen zijn goed voor bijna 1 miljard euro aan inkomsten per jaar. Het valt te betwijfelen of het minderheidskabinet van Rob Jetten daartoe in staat is. Zijn coalitie is vooral op zoek naar politieke steun voor manieren, bijvoorbeeld door bezuinigingen op de sociale zekerheid, om de almaar hogere defensie-uitgaven te financieren. Een extra kostenpost maakt daarbij weinig kans.
Anna Custers is lector Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze schrijft op deze plek over alles wat opvalt rondom armoede en schuldenproblematiek.