Pesten is een vorm van agressie gekenmerkt door herhaling, waarbij een sterkere dader een zwakker slachtoffer kwetst.
Pesten kan verschillende vormen aannemen zoals schelden, schoppen, duwen, roddelen of buitensluiten. Een relatief nieuwe vorm van pesten is cyberpesten, waarbij slachtoffers digitaal worden lastiggevallen door daders. Wat is er te winnen als we erin zouden slagen pesten op Nederlandse scholen uit te bannen?
Pesten en slechtere gezondheid
De schattingen over de mate waarin pesten voorkomt lopen uiteen, maar de meest recente cijfers staan vermeld op de website van het Nederlands Jeugdinstituut.
Deze massaal voorkomende vorm van agressie is absoluut niet onschuldig
In het schooljaar 2021-2022 gaf 17 procent van de basisschoolleerlingen en 9 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs aan weleens gepest te zijn. Als we uitgaan van 30 leerlingen in een klas zou dat neerkomen op ruwweg 5 kinderen per klas in het basisonderwijs en 3 kinderen per klas in het voortgezet onderwijs. Landelijk gezien gaat het dan om duizenden jongeren per jaar die met deze vorm van agressie te maken krijgen.
Deze massaal voorkomende vorm van agressie is absoluut niet onschuldig. Honderden onderzoeken rapporteren dat het meemaken van pesten samenhangt met een slechtere gezondheid. Slachtoffers van pesten rapporteren een lager zelfbeeld, meer depressies, meer angstklachten, vaker hoofdpijn, vaker eetstoornissen, meer zelfbeschadiging, meer suïcidale gedachtes, en meer suïcidepogingen dan kinderen en jongeren die niet betrokken zijn bij pesten.
Ook laten onderzoeken zien dat slachtoffers ook jaren na het rapporteren van pestervaringen nog een slechtere gezondheid ervaren dan mensen die geen slachtoffer waren van pesten.
Groepsaanpak
Vijftig jaar onderzoek naar pesten heeft een goed inzicht opgeleverd over de mogelijke gevolgen van pesten, maar ook een aantal interventies. Ingrepen die gebruikmaken van een groepsgewijze aanpak laten zien dat pesten in de klas prima kan verminderen.
Vaak is er slechts een minderheid die het voor het slachtoffer opneemt
Hoeksteen van deze aanpak is dat pesten niet enkel wordt gezien als een probleem tussen pestkop en slachtoffer, maar dat de hele klas daarbij een rol speelt. Als er gepest wordt zijn er vaak meelopers die de dader aanmoedigen. Ook is er een groep omstanders die vindt dat het pesten niet hun probleem is, of die er niets van durven te zeggen. Vaak is er slechts een minderheid die het voor het slachtoffer opneemt.
Een aanpak waarbij pesters worden aangesproken, meelopers worden aangespoord te stoppen, en weer andere kinderen in de klas worden aangespoord om het slachtoffer hulp te verlenen, is effectief voor het tegengaan van pesten. Deze aanpak beperkt zich niet tot klasgenoten. Ook leerkrachten en ouders worden betrokken in deze gezamenlijke aanpak die als belangrijke bijvangst heeft dat het ook cyberpesten vermindert.
Mogelijk is dit zo omdat veel slachtoffers van cyberpesten tevens slachtoffer zijn van regulier pesten. Het reguliere pesten wordt binnen dezelfde klas aangevuld met cyberpesten om een slachtoffer extra te kwellen, en kan daardoor mogelijk worden teruggedrongen met dezelfde aanpak.
Paradoxale uitwerking
Er zijn een aantal haken en ogen aan de groepsaanpak te ontdekken.
- Ten eerste is een groepsgewijze aanpak behoorlijk intensief. De hele klas wordt betrokken evenals leerkrachten en ouders, en er zijn meerdere sessies nodig om de gewenste resultaten te bereiken. Dat vraagt een behoorlijke investering van iedereen. Er is geen bewezen quick-fix die het pesten in bijvoorbeeld een halfuur oplost.
Er blijven altijd leerlingen gepest worden
- Ten tweede geldt dat er vooralsnog geen interventie is die pesten volledig uitbant. Er blijven leerlingen die gepest worden. Net zoals bij sommige medische aandoeningen boeken we vooruitgang in behandeling, maar volledige genezing voor iedereen is (nog) niet mogelijk.
- Ten derde zijn er aanwijzingen dat leerlingen die gepest worden in een klas waar een anti-pest interventie is uitgevoerd daar meer onder lijden dan leerlingen die gepest worden in een klas waar geen interventie is uitgevoerd. Dit is de zogenaamde healthy classroom paradox. Een mogelijke verklaring is dat als een klas leuk is, en je toch gepest wordt, je misschien meer geneigd bent jezelf de schuld te geven en niet de negatieve sfeer in de klas.
Hoewel de resultaten van anti-pest interventies grotendeels positief zijn, pakken ze voor enkele leerlingen misschien negatief uit. Dat betekent dat ook na het uitvoeren van een interventie we samen bedacht moeten blijven op eventuele slachtoffers, die misschien juist dan extra steun nodig hebben.
Wat is het ons waard?
Al met al is het hoopvol dat we pesten kunnen terugdringen. Duizenden kinderen en jongeren in Nederland worden gepest en dat hangt samen met ernstige problematiek. Preventie is zeker mogelijk en kan een substantiële bijdrage leveren aan de gezondste generatie ooit. Makkelijk is het terugdringen van pesten echter niet.
De gezondste generatie ooit kan er komen, maar niet via wensdenken
Leerkrachten moeten behoorlijk intensieve interventies uit kunnen voeren, en blijvend aandacht hebben voor leerlingen die ondanks een interventie toch slachtoffer worden van pesten. Decennialang onderzoek naar pesten heeft goed in kaart gebracht hoe gevaarlijk pesten is, en heeft ook methodes opgeleverd om pesten terug te dringen.
Om de gezondste generatie ooit te bereiken, zullen we echter nog beter moeten worden in het terugdringen van pesten, en moeten scholen de ruimte krijgen om zich intensief met pesten bezig te houden. De gezondste generatie kan er komen, maar niet via wensdenken. De vraag dringt zich op: wat is de gezondste generatie ooit ons waard?
Mitch van Geel is universitair hoofddocent, verbonden aan het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Paul Vedder is hoogleraar, verbonden aan hetzelfde instituut van dito universiteit.
Foto: La Fabbrica Dei Sogni via Unsplash