Als derdewereldlanden vluchtelingen kunnen opvangen, dan kan Europa dat ook

Als ontwikkelingslanden erin slagen om vluchtelingen te veranderen in waardevolle ‘activa’ , dan moet Europa dat toch ook kunnen. En dan zijn onze Westerse zorgen over de gevolgen van het opnemen van vluchtelingen voor onze economie, infrastructuur en sociale cohesie, misschien wel onnodig.

In de afgelopen paar jaar zijn we getuige geweest van een continue discussie over de druk die het gastvrij opnemen van grote aantallen vluchtelingen plaatst op de Europese samenleving. Er werden zorgen geuit over de druk op onze economie, de verstoring van de sociale cohesie en de stress die dat geeft voor de infrastructuren van de lidstaten.

Maar wat de Europese media hebben gelabeld als de migrantencrisis is in feite onderdeel van een fenomeen van een veel grotere omvang dan wat in Europa alleen wordt waargenomen. Het is een verschijnsel van gedwongen verplaatsing dat armere landen onevenredig raakt, eerst en vooral de buurlanden van conflictgebieden.

Zijn vluchtelingen een last?

Van de 21,3 miljoen vluchtelingen wereldwijd in 2015 vingen ontwikkelingslanden 86 procent op, waarmee slechts veertien procent overbleef voor de ontwikkelde landen (UNHCR, 2016). Vluchtelingen kunnen sterk drukken op de nationale hulpbronnen als een enkel land belast is met de ondersteuning en bescherming van grote aantallen. Dat is bijvoorbeeld het geval in Libanon dat grenst aan het door conflicten geteisterde Syrië. Het land heeft 183 vluchtelingen op iedere duizend inwoners en worstelt met het bieden van adequate ondersteuning aan zowel vluchtelingen als de eigen bevolking (UNHCR, 2016).

Andere landen met nog altijd relatief grote aantallen internationale ontheemden laten zien dat vluchtelingen niet alleen een last zijn, maar dat ze ook een positieve invloed kunnen hebben op hun gastlanden. Deze landen zijn in staat om een grote instroom van vluchtelingen en asielzoekers te verwerken en weten daar zelfs voordelen uit te halen.

Arme landen die al heel lang vluchtelingen opvangen

Oeganda, Tanzania en Rwanda zijn zulke landen. Zij kennen een lange traditie als gastland voor vluchtelingen. Rwanda bood in januari 2017 onderdak aan 74.000 Congolese vluchtelingen, van wie sommigen al meer dan twee decennia in ballingschap leven, ontheemd door terugkerende conflicten in de Democratische Republiek Congo (UNHCR 2017). Tanzania was in de jaren negentig van de vorige eeuw bestemmingsland van duizenden Burundezen en Rwandezen die ontheemd raakten door de conflicten en genociden in hun eigen landen. (Maystadt & Duranton, 2014). Mensen die noodgedwongen hun huizen moesten verlaten in met name Zuid-Soedan, Burundi en Congo vonden een toevluchtsoord in Oeganda. Eind 2015 was Oeganda het derde grootste vluchtelingengastland van Afrika en verschafte onderdak aan bijna 511.000 vluchtelingen en asielzoekers (UNHCR, 2015).

Deze drie landen behoren tot de armste landen van de wereld en bieden onderdak aan flinke aantallen vluchtelingen in vergelijking met de eigen bevolking. Toch heeft de instroom niet geresulteerd in onoverkoombare hindernissen voor hun infrastructuren, maar heeft die hier en daar zelfs geleid tot verbeteringen voor de eigen bevolking.

Nabijheid van vluchtelingenkamp geeft eigen bevolking meer kansen

De druk die ze leggen op de economie van het gastland is misschien wel de meest gevreesde impact van de toestroom van vluchtelingen. In Oeganda, Tanzania en Rwanda zien we echter een positief of op z’n minst niet negatief effect van het opnemen van vluchtelingen.

Een grootschalige studie naar de sociaaleconomische impact van Congolese vluchtelingen in Rwanda laat zien dat wonen in de nabijheid van een vluchtelingenkamp de kans vergroot dat een kind naar een voorschool gaat, dat het ingeschreven wordt op een basisschool, dat het financiële steun ontvangt en deelneemt aan een voedselprogramma. Verder zijn huishoudens die dicht bij kampen wonen niet slechter af wat betreft voedsel, sanitaire voorzieningen en schoon water (Loschmann, Siegel & Bilgili, 2016).

Het opnemen van vluchtelingen maakte in de Tanzaniaanse regio Kampala ontwikkeling van het wegennet noodzakelijk. Hierdoor werd niet alleen transport mogelijk voor internationale organisaties naar vluchtelingenkampen, maar ook voor de omliggende gastgemeenschappen (Maystadt & Duranton, 2014). Deze wegennetuitbreiding had tevens een direct effect op de transportkosten die omlaag gingen. De lagere voedselprijzen die daarvan het gevolg waren, leidden ertoe dat de bevolking haar consumptie kon verhogen.

Koopkracht en werkgelegenheid stijgen door vluchtelingen

Vluchtelingen hebben op verschillende manieren een positieve invloed op het algemene economische welzijn van de gastlanden. In Oeganda bijvoorbeeld droeg hun koopkracht direct bij aan de inkomens van de plaatselijke bevolking. Bovendien voorzagen ze in waardevol menselijk kapitaal: ze werkten voor hun Oegandese buren, droegen hun meegebrachte unieke kennis en vaardigheden over en creëerden ook meer werkgelegenheid voor de Oegandese bevolking (Betts, Bloom, Kaplan & Omata, 2014). Negatieve effecten op het algemene economische welzijn van de gastlanden werden niet gevonden (Loschmann, Siegel & Bilgili, 2016).

Met een vluchtelingenkamp in de buurt is er meer sociale cohesie

Ook de sociale cohesie en het vertrouwen leken positief beïnvloed te worden door de toestroom van buitenlandse vluchtelingen. In de directe omgeving van vluchtelingenkampen wonen had geen negatieve invloed op het vertrouwen tussen gemeenschappen, noch op het ervaren gevoel van veiligheid of op de formele ondersteuningsnetwerken. In tegendeel, er was sprake van een positieve correlatie tussen nabijheid van kampen en steun uit informele netwerken (Loschmann, Siegel & Bilgili, 2016).

Europa hoeft niet bezorgd te zijn

Als ontwikkelingslanden zoals Rwanda, Oeganda en Tanzania, die aantoonbaar minder toegerust zijn om gastvrijheid en steun te bieden aan een extra toestroom van mensen, in staat zijn om voordelen te ontlenen aan hun rol als gastland, dan mag je veronderstellen dat de Europese ontwikkelde landen dat ook kunnen.

In plaats van ons ongerust te maken over de druk die vluchtelingen op onze Europese samenleving leggen, kunnen we daarom beter gaan bedenken hoe we hun meerwaarde voor onze landen kunnen maximaliseren. We moeten onszelf tot taak stellen de kanalen bloot te leggen waarlangs vluchtelingen een positieve bijdrage kunnen leveren en contexten voor hen creëren om dat te doen.

Vluchtelingeninstroom betekent immers ook meer consumenten en dus meer kopers. Dikwijls starten ze ook eigen bedrijfjes die lokale bewoners in dienst nemen en verkopen ze hun producten aan hen. Investeringen van de nieuwkomers komen vaak ook ten goede aan de lokale bevolking. Dat kan ook in Europa.

Melissa Siegel is hoogleraar migratiestudies aan Maastricht University. Met dank aan Laura Rahmeier.

Foto: Photo Unit/M. Hofer (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. Mevrouw Siegel zal toch zelf ook wel weten dat het vergelijken van Afrikaanse 3e wereld economieen, die grotendeels informeel en ongereguleerd zijn, met de hooggeindustrialiseerde, hooggereguleerde Westerse welvaartsstaten nogal appels met peren is. Zoals Somek stelt: het propageren van migratie, anders dan kennismigratie is ten principale een neoliberaal mechanisme, want men is alleen in staat te concurreren op loon. Dat wringt nogal binnen die economieen, en zulks is dus ook al te zien BINNEN de EU. Maar gelukkig is migratie ontzettend gunstig voor arme landen, dus die nemen vast graag de volle 100% voor hun rekening want er zijn uitsluitend winnaars ! Gek genoeg kijken ze er daar ter plekke vaak heel anders tegenaan….

  2. MSiegel schrijft in de laatste alinea van haar opstel: ‘ALS DERDE WERELDLANDEN VLUCHTELINGEN enz:

    ‘Vluchtelingeninstroom betekent immers ook meer consumenten en dus meer kopers. Dikwijls starten ze ook eigen bedrijfjes die lokale bewoners in dienst nemen en verkopen ze hun producten aan hen. Investeringen van de nieuwkomers komen vaak ook ten goede aan de lokale bevolking. Dat kan ook in Europa.vb’

    Deze economistische visie op de Nederlandse Massa Immigratie lijkt naar intentie sterk verwant aan die welke Minister Pronk in 1994 ten beste gaf aan een NRC journalist die hem toen vroeg wat Nederland met al die immigranten aan moet. Pronk antwoordde:

    1) ‘Dat je je eigen samenleving er mee kan verrijken. [….] Het kan leiden tot minder provinciale reacties, en meer inzicht in de wereld als geheel.’ *

    2) ‘Ik ben voor deregulering – meer mogelijkheden om je te vestigen als kleine ondernemer. [ ] Iets anders is afschaffing van de winkel-sluitingswet. Dan krijg je een ander type ondernemer, die bereid is ‘s avonds hard te werken, vaak afkomstig uit een andere cultuur en zich op een ander segment van de markt richt. Daar worden onze steden rijker en cosmopolitischer van.’ (Nummering van s.d.).

    Het lijkt mij nu dat MS en Pronk wat betreft hun kijk op de NMI uit het zelfde vaatje tappen, met als bonus voor de eerste dat zij haar ontwikkelingstheorie aan de hand van feiten kan testen. Er is tussen 1994 en vandaag op NMI gebied genoeg gebeurd en tijd verstreken om via vergelijking tot harde conclusies te komen.

    Die lijken mij overigens niet gunstig voor MS’ theorie te zullen uitpakken. Mag Nederland sedert 1994 in termen van Nationaal-Product en Nationaal-Inkomen er op vooruit zijn gegaan, met de NMI hebben wij honderden milliarden guldens verstookt. Cf. o.m. Lakemans ‘Binnen zonder Kloppen’. Sublieme titel die eigenlijk alles zegt. ’t Gaat uiteindelijk om ‘goede manieren’. Daar zijn we niet goed in en daarvoor betalen en boeten we.
    Wij hadden alles kunnen hebben, maar gooiden het weg, als ‘nouveaux riches’ vaak doen. Aan een noodlottige passie. We hadden een begin kunnen maken met iets van herstel van ons ecologisch uitgewoond land, pijnloos onze bevolkingsomvang eindelijk eens kunnen doen krimpen, maar deden als gedoemden precies het omgekeerde. Van al die ellendes geven we de schuld aan Klimaatverandering, maar we zijn het Zelf. Spaarlampen moeten ons nu redden, door dodelijke, monsterachtige windmolens geassisteerd.

    Wat schrijft Prof. Heertje AD 02.10.99 in de NRC:
    1. ‘De kwaliteit van groei, werkgelegenheid, zorg en onderwijs blijft achter bij de mogelijkheden door onvoldoende expertise op het terrein van publiek-private constructies. Op grote schaal worden natuur, cultuur en milieu opgeofferd aan de verbreding van geldstromen.

    2. Onder ‘geldstroom’ verstaat H.: ‘de jacht op financieel rendement, waarbij het bevredigen van behoeften is ingesnoerd tot de calculeerbare werkelijkheid. Een natuurgebied vertegenwoordigt dan als productiefactor een potentiële geldstroom en niet een eindproduct dat in de behoefte van huidige en volgende generaties voorziet aan natuur, ruimte en leefbaarheid.’

    Nummering van s.D.

    *Misschien ben je pas ministeriabel als je politico publiekelijk in staat bent in volle ernst zulke wartaal uit te slaan. Straffeloos. Een dragonnade aanbevelen om het Volk mores te leren.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *