COLUMN Bezuinigen doe je (niet) zo

Het kabinet is naarstig op zoek naar geld om de defensie-uitgaven mee te bekostigen. Hoogleraar Marcel Canoy bespreekt drie domme en drie slimme manieren om die middelen te vinden. En zoomt vervolgens in op bezuinigingsmogelijkheden in de zorg.

Eerst drie domme manieren. Om te beginnen zijn er maatregelen die de meest kwetsbare mensen raken. Aanvankelijk was het kabinet van plan te bezuinigen op de gehandicaptenzorg en op de bijstand (werkende armen). Gelukkig bleek de Kamer een stokje te steken voor deze ondoordachte plannen. Zo’n minderheidskabinet is zo gek nog niet.

Dit soort bezuinigingen maakt de boekhouder blij, maar uiteindelijk delft de schatkist het onderspit

Nu kun je je afvragen wat er zo dom is aan die bezuinigingen: de ene persoon hecht nu eenmaal meer waarde aan solidariteit dan de ander. Maar zo simpel is het niet. Het bezuinigen op juist deze groepen zorgt voor schade en kosten elders. Zo kunnen mensen die recht hebben op bijstand, maar daar geen gebruik van maken, uiteindelijk op straat komen te staan. Daar worden zij niet alleen zelf slechter van, maar de samenleving ook. Bezuinigingen van dit soort maakt de boekhouder blij maar uiteindelijk delven de schatkist en de burger het onderspit.

Onbedoelde neveneffecten

Een tweede domme manier van bezuinigen is kiezen voor een optie waarvan de gevolgen nauwelijks te overzien zijn. Dat zagen we bij de AOW-plannen van het kabinet. Daarmee zou het kabinet flink wat politiek kapitaal verspelen – er was immers jarenlang gepolderd om de AOW-leeftijd niet verder te verhogen.

Maar belangrijker in dit verband: er zit van alles aan zo’n besluit vast, zoals de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel, waardoor onbedoelde neveneffecten kunnen ontstaan. Het ligt genuanceerder dan dit, maar aangezien er genoeg andere mogelijkheden zijn om op relatief pijnloze manieren geld op te halen, zou ik er maar van afzien.

De kaasschaafmethode is schadelijk omdat je geen onderbouwde inhoudelijke keuzes maakt

Een derde domme manier, waar ik in dit kabinet gelukkig weinig over hoor, maar de klassieker aller domme bezuinigingen: de kaasschaafmethode. Lekker makkelijk omdat je niet hoeft na te denken of te onderhandelen, maar schadelijk omdat je geen onderbouwde inhoudelijke keuzes maakt en daarom dingen onnodig versobert.

Terugdraaien, verbeteren en hervormen

Gelukkig zijn er ook slimme manieren om geld op te halen. Als eerste wil ik noemen het ongedaan maken van onnodige en dure plannen. Neem het onzalige idee om de kinderopvang (bijna) gratis te maken. De maatregel is bedoeld om gedoe met terugbetalingen van toeslagen te vermijden en om arbeidsparticipatie aan te wakkeren.
Maar de huidige plannen leiden alleen maar tot het overmaken van een zeer substantieel bedrag naar ouders die dat niet nodig hebben, terwijl de beoogde effecten op arbeidsparticipatie uitblijven. Dat geld kan het kabinet zonder een zweetdruppeltje gewoon in zijn zak steken, want er zijn alternatieven genoeg.

Bij hervormingen struikelen oppositiepartijen over elkaar heen met reacties als ‘afbraak’ en ‘kapotbezuinigen’

Een tweede categorie is om wetten te verbeteren door verstandige adviezen op te volgen. Neem het hoofdpijndossier van het UWV: de uitvoering van de WIA. De huidige wet is zowel voor de uitvoerders als burgers te complex, onuitvoerbaar en onrechtvaardig. In een inmiddels al weer twee jaar oud rapport legt een commissie van wijze mensen nog eens uit hoe de uitvoering van de WIA verbeterd kan worden. Waarom bespaart dat geld? Omdat mensen niet vermorzeld worden in een onrechtvaardige en administratieve nachtmerrie, maar daar waar dat kan gewoon aan het werk geholpen worden. In een krappe arbeidsmarkt toch geen overbodige luxe.

Een derde slimme manier van bezuinigen is hervormen, bijvoorbeeld omdat huidige regelingen te ruim zijn of niet goed zijn vormgegeven. Dat is overigens het merkwaardige van bezuinigen. Als je iets wilt hervormen struikelen oppositiepartijen over elkaar heen om het over ‘afbraak’ of ‘kapotbezuinigen’ te hebben, alsof alle huidige regelingen per definitie optimaal zouden zijn. Jimmy Dijk van de SP had zelfs een Trumpje in huis met zijn ‘frontale aanval op de beschaving’. Welja.

Zorgbezuinigingen zonder solidariteitsverlies

In de zorg zijn er allerlei mogelijkheden om geld te besparen zonder dat de solidariteit wordt aangetast. Zo is het helemaal niet gek dat miljonairs niet langer op kosten van de belastingbetaler hun huishoudelijke hulp vergoed krijgen, wat verder nergens in de wereld gebeurt.

Ook het eigen risico handhaven maar slimmer vormgeven levert geld op, terwijl het kwetsbare burgers ontziet. En neem de aftrekpost specifieke zorgkosten, een fraudegevoelig gedrocht waar het kabinet terecht vanaf wil. Maar hoe compenseer je dan de mensen die er terecht van gebruik maken? Dat is nog wel even een dingetje, en dat geldt ook bij andere te ruime of onhandige regelingen.

Heel wat SROI’s in de jeugdzorg en de ggz zullen negatief uitpakken

Maar dan ben je er nog niet. Mensen groepsgewijs in plaats van individueel ondersteunen is ook belangrijk. Ik schrijf mijn vingers krom om samen met mijn collega’s van VitaValley Social Return on Investment (SROI) analyses te maken voor zorgzame gemeenschappen. Investeren in de buurt kan veel geld besparen. Overigens moet me van het hart dat het onredelijk is dat over dit onderwerp wél wordt gevraagd om allerlei maatschappelijke business cases te overleggen –  ook voor initiatieven waarbij iedereen op zijn klompen aanvoelt dat die positief uitpakken –  maar andere sectoren buiten schot blijven.

Er wordt wel eens schamper gezegd dat die SROI’s altijd positief zijn en dat dat verdacht zou zijn. Maar laat mij maar eens SROI’s maken van initiatieven in de jeugdzorg of de ggz. Ik geef je op een briefje dat er genoeg zijn die negatief uitpakken. Waarom? Omdat jeugdzorg of ggz-zorg in lang niet alle gevallen een goed antwoord is op de hulpvragen die er zijn. De reden (bij de ggz) is dat veel mensen met mentale uitdagingen meer baat hebben bij activiteiten met lotgenoten of ervaringsdeskundigen, dan bij klassieke individuele behandelingen op basis van een DSM-5 diagnose.

Trial and error

En als je dan toch bezig bent, moet de financiering aangepakt worden, zodat aanbieders geen prikkel meer hebben om volume te stampen. Het aanpakken van sectoren die goed zijn georganiseerd, is misschien politiek lastig, maar je bespaart er wel miljarden door.

Het lijkt erop dat het kabinet-Jetten een strategie van trial and error hanteert als het gaat om het vinden van geld. Ik snap dat het ingewikkeld is om in een minderheidskabinet te zitten en iedere keer in de Kamer meerderheden te moeten zoeken. Maar een visie op bezuinigen kan alvast geen kwaad.

 Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Reacties 3

  1. De meest disruptieve methode om de stagnatie in zorg en sociaal domein op te lossen zou een tot nu toe ondenkbare shift zijn van aanbodfinanciering naar vraagfinanciering. In de vorm van persoonsgebonden of persoonsvolgende budgetten of door het toekennen van trekkingsrechten aan groepen burgers. In combinatie met streng toezicht dat de sprinkhanen, criminelen en parasieten weet weg te houden (dezelfde waaraan het huidige pgb in de zorg bijna ten onder is gegaan). Veel van het huidige aanbod zou verdwijnen omdat er geen vraag naar is en tussen vraag en aanbod zouden er minder fricties zijn omdat er bewegende koopkracht is. Maar zie maar eens met dit soort ideen voorbij de kippendrift van de bureaucraten te komen. Probeer het eens zou ik zeggen. In de jeugdzorg bijvoorbeeld. Met twee systeemtaken; toelating , toetsing en tarifering van aanbieders (zowel oude als nieuwe) en verantwoorde, gekaderde toekenning van budgetten (goedkoop gaat voor duur, algemeen gaat voor gespecialiseerd, dichtbij gaat voor veraf, kort gaat voor lang, ervaringsdeskundig gaat voor professioneel) En dan mag iedereen zijn gang gaan met misschien wat steun van ervaringswerkers bij de vraag welke aanbieder het beste past bij iemands vraag . De vraag is wat hebben we eigenlijk te verliezen, erger dan nu kan het allicht niet worden.

  2. Een stuk over slim bezuinigen in de zorg dat de Zorgverzekeringswet zelf vrijwel buiten beschouwing laat, is natuurlijk geen systeemanalyse maar de zoveelste afleidingsmanoeuvre.

    Marcel Canoy bespreekt huishoudelijke hulp voor miljonairs, de aftrekpost specifieke zorgkosten, het eigen risico en SROI-analyses voor zorgzame gemeenschappen.

    Allemaal onderwerpen aan de randen van het stelsel. Maar de minstens 80 miljard euro die jaarlijks via de Zvw circuleert blijft grotendeels onbesproken.
    Geen analyse van de transactiekosten van gereguleerde marktwerking.
    Geen bespreking van de DBC-systematiek, de risicoverevening, de parallelle verantwoordingsstructuren of de administratieve productie die het stelsel zelf genereert.

    Dat is opmerkelijk, omdat Canoy elders in hetzelfde stuk zijn eigen definitie geeft van een “dom plan dat teruggedraaid moet worden”: een maatregel die bedoeld is om iets op te lossen, maar vooral leidt tot het rondpompen van geld terwijl de beoogde effecten beperkt blijven.

    Hij gebruikt dat criterium voor de bijna-gratis kinderopvang.

    Maar hetzelfde criterium kan echter zonder veel moeite worden toegepast op de Zvw van 2006.

    Juist daarover blijft het stil.

    De kern van het betoog zit in de toeschrijving van verantwoordelijkheid. Productieprikkels worden gepresenteerd alsof zij primair voortkomen uit gedrag van “aanbieders”, alsof die prikkels niet rechtstreeks voortvloeien uit het financieringsmodel zelf.

    De kritiek op de ggz wordt verschoven naar het “medische model” en de DSM-5-diagnose, terwijl die diagnose in de praktijk mede functioneert als bekostigingsvoorwaarde binnen het stelsel zelf .

    Problemen rond de WIA worden geframed als uitvoeringsproblemen, niet als ontwerpproblemen.
    Telkens opnieuw blijft de systeemarchitectuur buiten beeld, terwijl de gevolgen worden toegeschreven aan uitvoerders, professionals of patiënten.

    Zo herkennen wij de bijdragen van Canoy:

    Zijn project ( u weet wel: ‚the only show in town‘ ) mislukt nooit door zijn eigen aannames. Nooit door slechte analyse. Nooit door verkeerde prikkels die hij zelf mee heeft ontworpen.

    Nee: het ligt aan de verkeerde windrichting. Aan “de complexiteit van het speelveld”. Aan burgers die onvoldoende zijn meegenomen. Aan professionals die weerstand tonen. Aan critici die het simpelweg niet begrijpen. Aan populisme. Aan framing. Aan de media. Aan “de uitvoering”. Aan incidenten. Aan een gebrek aan draagvlak. Aan de stand van de sterren, desnoods.
    Iedere verklaring is toegestaan, zolang de spiegel maar verboden terrein blijft.

    Twintig jaar Zvw heeft geleid tot een verder gemedicaliseerde, gejuridiseerde en geadministreerde zorgsector.

    Wie vandaag over bezuinigen in de zorg schrijft zonder de structuur van die minstens 80 miljard euro serieus te analyseren, schrijft uiteindelijk niet over bezuinigen maar over symptoombestrijding aan de randen van het systeem — precies voldoende om de kern ongemoeid te laten.

    ( Tip: kijk ook eens op ‚heilige zorghuisjes‘ en ‚inenaandezorg‘ van Marjet Veldhuis, voor een goed onderbouwd ander geluid) .

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *