COLUMN Jongeren van de straat

Meelopen met hulpverlener Salah toont hoogleraar Marcel Canoy hoe zorgzame gemeenschappen in de praktijk werken.

Op donderdagmiddag stap ik op de OV-fiets richting het Wijkpaleis, alwaar Rotterdam ZorgVrijstaat is gevestigd, een prachtig initiatief waar ik met VitaValley net een Social Return on Investment van heb berekend; zwaar positief natuurlijk, wat niemand kan verbazen. Ik ben er vanmiddag om mee te lopen met Salah Tahir, een bijzondere man met een even bijzondere missie.

Als ze dan helpen, denken mensen dat ze dat oudje willen beroven

Salah heeft Change West opgericht waarmee hij zo’n vijftig jongvolwassenen uit Delfshaven helpt die het moeilijk hebben. Hij doet dat omdat hij een goed hart heeft en het vroeger ook niet gemakkelijk had. ‘Ik ga het niet mooier maken dan het is. Het is een wonder dat ik niet tegen de lamp ben gelopen want ik deed dingen waarvoor ik me nu schaam, zeker nu ik kinderen heb.’

Goed hart

Die wereld ligt inmiddels ruimschoots achter hem. De jongeren die hij helpt, dreigen in een vicieuze cirkel te belanden. Veelal hebben ze een ingewikkelde jeugd gehad en gaat het – eufemistisch - met opleiding of werk niet vanzelfsprekend goed. Op een zeker moment komen ze dan in aanraking met de overheid. Dat kan gaan over sociaal werk, schuldhulpverlening, een woningcorporatie, ggz of de politie, en niet zelden allemaal tegelijk.

‘Deze jongens hebben vaak wel een goed hart’, vertelt Salah met passie. ‘Ze willen dat oudje met die zware boodschappentas echt wel helpen bij het oversteken. Maar als ze het dan doen, denken mensen dat ze dat oudje willen beroven. Het is moeilijk om uit dat beeld te ontsnappen.’

De jongeren hebben niet het idee dat de overheden waar ze mee te maken hebben er voor hen zijn. Dat kan aan hen liggen, aan de diensten in kwestie of (waarschijnlijk) aan beide. Maar het is wel een feit. En dan begint de ellende.

Kafkaiaans spektakel

Verplaats je je even in de volgende casus. Een jongen heeft in een onbewaakt moment een bank zo gek weten te krijgen om hem 60.000 euro te lenen om een auto te kopen. Detail, dat had deze bank helemaal niet mogen doen, want de jongen heeft geen inkomen, geen huis en trouwens ook helemaal geen auto nodig. Maar het is gebeurd. Waar de jongen in kwestie dan in belandt, is een kafkaiaans spektakel dat zijns gelijke niet kent.

Gaat hij het oplossen? Misschien, maar hij is de enige persoon die überhaupt wat kan doen

Dan komt Salah van pas. Uiteraard heeft deze jongen nog een hele berg andere uitdagingen en kan hij dit er eenvoudig niet bijhebben. Ons rechtssysteem is niet ontworpen voor dit soort gevallen, daar moeten we gewoon eerlijk in zijn. Salah regelt een advocaat en houdt de jongen met veel moeite half overeind. Tijdens het interview belt hij nog even met wat mensen. Dat is ook zijn leven: mensen bellen hem altijd en overal, ook ‘s nachts of als hij op vakantie is. Gaat hij het oplossen? Misschien niet, misschien wel, maar hij is de enige persoon die überhaupt wat kan doen.

Bubbelstoel

Dit klinkt als een extreem verhaal, maar voor Salah is het dagelijkse kost. De meest frustrerende problemen vallen altijd tussen de wal en het schip. Iemand die geen geld (over) heeft voor een fysiotherapeut, dan niet kan werken en vergeet een uitkering aan te vragen. Een vrouw die een taalcursus krijgt aangeboden, maar geen DigiD heeft en nog tien problemen die urgenter zijn dan een taalcursus. En dan te horen krijgen dat ze de taal niet willen leren.

Jongeren die in deze positie zijn beland - door pech of eigen schuld – kunnen niet in hun eentje de problemen de baas en hebben geen thuisfront dat hen daarbij kan helpen. De overheid is dan al snel niet je vriend maar je vijand, of zo voelen ze het dan toch. De verleiding is enorm om te zwichten voor het snelle geld van de drugshandel of de gokwereld. Daar kan ik vanuit mijn bubbelstoel van alles van vinden, maar dit is gewoon wat het is.

Het is duidelijk dat voor deze mensen geen goede oplossing is in het formele systeem, zelfs als die welwillender is dan de jongeren denken. Deze jongeren kunnen in de gevangenis komen. Als ze geluk hebben, komen ze daar beter uit, maar meestal gebeurt dat niet.

Alternatieve route

Bij Change West van Salah gebeurt dat wel. Niet snel, niet gemakkelijk en zeker ook niet altijd. Hij heeft de geloofwaardigheid om jongeren te laten zien dat er een alternatieve route is; een route met minder instant geluk, maar met veel grotere langetermijnbaten.

Ik spreek met twee van dit soort jongens. Halfbroers van begin twintig die allebei in de bak hebben gezeten. Ze kwamen bij Change West met een veelvoud aan mentale uitdagingen. Nu is de één vrijwilliger waarbij hij andere jongeren helpt met muziek. De ander volgt een opleiding met als doel straks kwetsbare jongeren te begeleiden.

Mensen ervaren Change West als surrogaatfamilie waar ze zichzelf mogen zijn

Wat maakt dat deze aanpak succesvol is? Om te beginnen is het al snel ‘succesvol’ als er eenvoudigweg geen goed alternatief is. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Salah ook geen wonderdokter is die mensen spontaan doet genezen met een magische zalf. Maar de succesverhalen zijn er wel degelijk. Mensen ervaren Change West als surrogaatfamilie waar ze zichzelf mogen zijn, waar ze met ervaringsdeskundigen kunnen praten en waar praktische zaken worden opgelost.

Rolmodellen

Ze zien rolmodellen die in dezelfde shit zaten als zij, soms zelfs kortgeleden, maar er toch uit zijn gekomen. Ze zien dat er gekeken wordt naar wat ze wél kunnen, en dat is soms veel meer dan ze zelf dachten. Zo hoor ik vandaag het verhaal van een rapper die de dag ervoor een hele conferentie van bestuurders heeft mogen afsluiten en de mensen echt wist te raken. De combinatie van familie, vertrouwen en veiligheid kan een perspectief geven op een leven dat anders is dan wat ze tot nu toe hebben geleid en waarvan ze deep down weten dat het ze toch niets gaat opleveren.

Iedereen kan zien hoe de jongeren worden geholpen en de samenleving er beter van wordt

Salah wijst op de ruimte waar we zijn. ‘Deze plek is eigenlijk helemaal niet geschikt voor deze jongeren. Het lijkt hier wel een wachtkamer!’ Ze kunnen de ruimte maar twee middagen benutten, terwijl er behoefte is aan meer en misschien een eigen ruimte, maar daarvoor ontbreken de middelen. Het is het eeuwige verhaal van zorgzame gemeenschappen. Iedereen kan met zijn eigen ogen aanschouwen wat hier gebeurt, hoe de jongeren worden geholpen en de samenleving er beter van wordt. Maar bij het verdelen van de middelen staan burgers altijd achteraan in de rij.

Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

 

Reacties 2

  1. Marcel Canoy liep voor deze rubriek een middag mee met Salah Tahir van Change West in Delfshaven en leverde een warm portret af van een man die zo’n vijftig jongvolwassenen overeind probeert te houden die het formele stelsel heeft laten vallen.
    Salah verdient die aandacht. Over hem gaat dit weerwoord dan ook niet.
    Eén zin in Canoys column verraadt meer dan het hele portret.
    Hij vertelt dat hij met VitaValley net een Social Return on Investment van het initiatief heeft berekend, zwaar positief natuurlijk, wat niemand kan verbazen.
    Een rekeninstrument waarvan de uitkomst op voorhand vaststaat meet namelijk niets. Het bewijst over Salah niets wat we niet al met het blote oog konden zien. Het doet iets anders, en daar wil ik het over hebben.
    De SROI vertaalt de surrogaatfamilie die Salah biedt naar de taal van rendement op investering. Die handeling is verre van neutraal. Het informele verband van Change West bestaat juist omdat het formele stelsel deze jongeren niet bereikt. Om binnen dat stelsel financierbaar of zelfs maar zichtbaar te worden, moet Salahs werk zich opnieuw laten uitdrukken in de grammatica van precies het systeem dat de jongeren liet vallen.
    De econoom levert die vertaling en presenteert haar als ‘ gunst’ .
    Het genre draagt die afstand al in zich.
    De hoogleraar stapt op de OV-fiets, loopt een middag mee en gaat met een column en een SROI naar huis.
    Salah doet ondertussen het werk, dag en nacht, ook op vakantie, zoals Canoy zelf optekent.
    Het schrijnende verschil tussen wie de last draagt en wie er betekenis uit wint loopt dwars door het stuk heen, zonder dat het wordt benoemd.
    Neem het voorbeeld waarmee Canoy zijn betoog kracht bijzet.
    Een bank leent een jongen zonder inkomen zestigduizend euro voor een auto die hij niet nodig heeft.
    Canoy noemt het resultaat ‘ een kafkaiaans spektakel ‘ .
    Dat is de verkeerde naam. Er is niets absurds of bureaucratisch aan.
    Een kredietverstrekker doet hier wat de prikkel voorschrijft, krediet uitzetten, rente incasseren en het risico afwentelen op iemand die het niet kan dragen.
    De door Canoy aanbeden markt richt de schade aan, Salah ruimt haar op.
    Door het kafkaiaans te noemen verschuift Canoy de oorzaak van marktlogica naar ambtelijke onmacht, en blijft de bank buiten schot.
    Dat hij juist deze verschuiving maakt, valt niet los te zien van waar hij zit.
    Hij is hoogleraar gezondheidseconomie, werkt bij VitaValley en is verbonden aan de Autoriteit Consument en Markt, het orgaan met als opdracht markten te laten functioneren.
    Vanuit die positie schrijft hij een aandoenlijk stuk over de mensen die op marktwerking stuklopen, taxeert hij het vangnet dat hen opvangt, en stopt hij zijn analyse op het punt waar zij hemzelf zou raken.
    De bubbelstoel die hij zo eerlijk benoemt werkt daarbij als excuustruus;
    Door zijn afstand vooraf toe te geven, ontslaat hij zichzelf van de plicht haar te overbruggen.

    Canoy ziet het falen wel degelijk. Hij schrijft dat ons rechtssysteem niet voor dit soort gevallen is ontworpen en dat er in het formele systeem geen goede oplossing voor deze mensen bestaat.
    Waar dat falen vandaan komt, blijft echter in het vage.
    Het formele systeem is de schuldige, samen met een verdeling van middelen waarbij de burger achteraan staat. Zo wordt een ontworpen stelsel, met aanwijsbare keuzes en aanwijsbare belanghebbenden, teruggebracht tot generieke bureaucratie en een kwestie van budgetvolgorde. En dat is de manier waarop verantwoordelijkheid uit beeld verdwijnt.
    Mijn grootste zorg betreft de term waarmee hij het geheel optilt, ‘ zorgzame gemeenschappen’ .
    Die uitdrukking heeft alle kenmerken van een container in wording, vergelijkbaar met ‘ passende zorg’ .
    Iedereen kan er iets goeds in horen, en juist daarom is hij bruikbaar voor wie iets heel anders wil. De column toont dat de gemeenschap werkt en dat de middelen ontbreken, en laat het daarbij als ontroering.
    Maar de hardere lezing dringt zich op.
    Een vermarkt stelsel leunt op onbetaalde, vrijwillige solidariteit om zijn eigen gaten te dichten, en de SROI verkoopt die afwenteling vervolgens terug als investering.
    Bezuiniging krijgt zo een menselijk gezicht en gaat ‘ empowerment’ ( sic) heten.
    Van een professor gezondheidseconoom verwacht ik de rekensom die in dit stuk ontbreekt.
    Wat kost het stelsel dat mensen als Salah moeten repareren, wie incasseert de baten van het krediet dat uiteindelijk op het bordje van een vrijwilliger belandt, en op grond waarvan noemen we de opvang van die schade een opbrengst?
    Zolang die vragen onbeantwoord blijven zegt een zwaar positieve SROI helemaal niets over de waarde van Change West, en alles over de bereidheid van de opsteller om de oorzaak buiten beeld te houden

  2. E. Kriek legt de vinger op de zere plek. Zolang oorzaak en gevolg systemen ongecorrigeerd blijven functioneren, blijft het dweilen met de kraan open.
    Neem het voorbeeld van die lening van € 60.000. Zuid Korea had een soortgelijk probleem met financiering door credit card maatschappijen. De regering besloot tot invoering van een wet waarbij die financiers zelf voor al het verlies opdraaiden en dat dat niet op de jongeren verhaald mocht worden.

    Probleem opgelost en geen empowerment meer nodig. Leg verantwoordelijkheden daar neer waar ze thuis horen.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *