COLUMN Klimaathaat

We hebben de warmste jaren ooit gemeten, met heviger bosbranden, extremer weer, meer overstromingen en smeltende ijskappen. Plasticsoep verstikt de oceanen, glyfosaat kleurt onze morsdode weilanden oranje, fijnstof en microplastics vullen de lucht en ons lichaam. Het klimaat is ziek en ondanks tegenwerpingen en verdachtmakingen van deze onaangename waarheid, maken steeds meer mensen zich zorgen. Veel zorgen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat hier een nieuwe tak van de psychologie aan is gewijd: klimaatpsychologie. Mensen reageren op verschillende manieren op de angst voor de gevolgen van klimaatverandering, zo blijkt. Velen voelen zich machteloos. Een veelvoorkomende reactie daarop is ontkenning, sommigen houden nog steeds vast aan de gedachte dat het gaat om een hoax – ik noem geen namen.

Klimaatangst leidt niet alleen tot individueel defaitisme of welke psychologische ontsnappingsclausule dan ook, maar zorgt ook voor onderlinge spanningen, voor een gevoel van sociale onveiligheid bovenop de klimatologische. Het sociale klimaat wordt er ook niet gezonder op, zal ik maar zeggen.

Schuldgevoelens wegvegen

Volgens klimaatpsycholoog Jeanine Pothuizen bij EenVandaag zijn we enorm op elkaar gaan letten en over elkaar gaan oordelen. Daarbij is het volgens haar makkelijker om inconsequenties bij een ander te zien dan bij onszelf, we gebruiken die inconsequenties om zelf niets te doen of onze eigen schuldgevoelens over ons consumptiegedrag weg te vegen.

Want klimaatzorgen leiden niet vanzelf tot klimaatgunstig gedrag. Uit onderzoek blijkt dat 55 procent van de hoger opgeleiden zich zorgen maakt tegen 40 procent van de lager opgeleiden. Toch is juist in de hoogopgeleide groep het verschil tussen denken en doen groter: ze stoten meer CO2 uit dan lager opgeleiden, nemen vaker het vliegtuig en eten gemiddeld evenveel vlees hoewel ze zich vaker vegetariër of flexitariër noemen.

Het meedraaien in een luxer consumptiepatroon leidt vrijwel automatisch tot een grotere milieubelasting. Tegelijk kosten de meeste bewuste klimaatkeuzes méér kennis, meer inspanning, meer geld dan de gangbare en betaalbare alternatieven, ook al zijn die laatste vervuilender of belastender. Niet iedereen heeft die extra kennis, dat extra geld of de kracht voor die extra moeite in huis.

We controleren elkaar

Maar waarom verdeelt dit onderwerp ons zo? Een belangrijk probleem van de moderne samenleving is dat het marktdenken ons idee van onze samenleving tot een verzameling consumenten heeft gereduceerd. Daarmee verdwijnt het gevoel van fundamentele solidariteit en lotsverbondenheid: ieder is voor zichzelf verantwoordelijk en daarmee voor zijn of haar lot. Dit maakt ons tot elkaars concurrenten: we kijken naar wat we zelf hebben of doen, en naar wat de ander heeft of doet.

Zo worden we elkaars controleur: als de ander wel vliegt of vlees eet, zijn de gevolgen immers ook voor jou. Zelf schaam je je omdat je wel eens te lang doucht, maar ondertussen gaan de buren wel naar Bali. Volgens een bekende romanschrijfster zou daar ook nog de schaamte om meer dan twee kinderen te krijgen bij moeten komen, in het bijzonder in lagere lonen landen: ‘De aarde gaat kapot aan teveel mensen’ zegt ze op Twitter: ‘Dat is het kale, naakte feit dat niemand durft te benoemen.’ Als we elkaar gaan verwijten dat we kinderen krijgen, worden we tot in het diepst van ons bestaansrecht geraakt. En als tegelijk gevonden wordt dat Europese vrouwen juist te weinig kinderen krijgen, stijgt er een enorme putlucht op. Dat bestaansrecht is blijkbaar niet gelijk verdeeld.

Hoe terecht is klimaathaat?

Klimaathaat is behalve ongezond ook nog eens contraproductief. Het leidt de aandacht namelijk af van echte oorzaken en mogelijke oplossingen. Om te beginnen is de macht van de consument een mythe. Als consument zijn we namelijk geen collectief en wordt ons leven voornamelijk bepaald door het aanbod en de eisen die aan ons gesteld worden.

De idee van levensstijl veronderstelt een enorme keuzevrijheid, terwijl onze levens voornamelijk bepaald worden door de samenleving waar we deel van uitmaken: werk, school, infrastructuur en voeding worden in hoge mate buiten onze invloedssfeer vormgegeven. Daarbij geldt: het is meedoen of uitvallen.

We staan verdorie niet voor de lol in de file, maar omdat we gebonden zijn aan werk- en schooltijden. Degenen onder ons met betaald werk staan inmiddels zo onder druk, dat ze snakken naar een vakantie, liefst meerdere keren per jaar. En een vliegvakantie is nu eenmaal goedkoper en makkelijker dan dezelfde reis per trein. De keuzes die we maken, voelen logisch en noodzakelijk.

Wijzen naar de groeiende wereldbevolking berust op een misvatting. De rijkste tien procent van de wereldbevolking, waar wij dus deel van uitmaken, is verantwoordelijk voor de helft van de CO2 uitstoot, terwijl de armste helft van de wereldbevolking slechts 10 procent van de uitstoot produceert, maar ondertussen wel het meest lijdt onder de gevolgen van klimaatverandering, aldus Oxfam-Novib.

Het is juist ons gebrek aan collectief besef dat ons hier parten speelt. We concurreren elkaar de tent uit, zonder te merken dat ondertussen de camping overstroomt. De overheid als campingbaas heeft namelijk zijn post verlaten. De huidige politiek staat niet langer in dienst van de samenleving en de menselijke waarden waarop samenlevingen gebaseerd horen te zijn.

Mensen verwachten van hun overheid de garanties van eerlijkheid, rechtvaardigheid en zorg voor elkaar. In een interview in De Groene zegt SCP-directeur Kim Putters: ‘De mensen moeten erop kunnen rekenen dat de overheid er voor hen is als dat nodig is. Dat is de grondgedachte achter het sociaal contract. Nu al decennialang vertelt de overheid daarentegen wat zij vooral niet meer van plan is te doen.’

Politiek en de prijs van niét handelen

Het echte probleem is dus dat niet wij, maar de politiek dit heeft laten gebeuren. De politiek verzaakt haar plicht als hoeder van gemeenschappelijke belangen. Zowel ten aanzien van burgers onderling (vandaar de klimaathaat) als tussen burgers en bedrijven. Het geloof in marktwerking en het daaropvolgende beleid heeft sinds de jaren tachtig de collectieve voorzieningen uitgehold en grote bedrijven en banken vrij spel gegeven, dat zich onttrokken heeft aan welke democratische besluitvorming dan ook.

Het echte klimaatkwaad zit bij de industrie en luchtvaart. Wereldwijd zijn slechts honderd bedrijven verantwoordelijk voor 71 procent van alle CO2-uitstoot sinds 1988 (en dan hebben we het nog niet over andere milieuschade), maar controles, sancties en invloed daarop zijn juist afgebroken. Hoogovenbedrijf Tata Steel krijgt niet alleen belachelijk lage boetes bij zijn overtredingen van uitstoot -dus milieuschade-, maar die boetes blijken ook nog eens fiscaal aftrekbaar. De luchtvaart is in Nederland verantwoordelijk voor 7 procent van de uitstoot, terwijl vliegen belachelijk goedkoop blijft en in feite gesubsidieerd wordt door de belastingbetaler.

Het lukte Minister-President Mark Rutte nét niet om dividendbelasting af te schaffen, maar ondertussen ‘verdient’ Shell topman Van Beurden 20 miljoen euro per jaar, terwijl Shell al jaren geen winstbelasting betaalt in Nederland. Shell staat op nummer 9 van de meest schadelijke bedrijven ter wereld. Dit roofkapitalisme, waarbij de winsten naar de rijksten gaan en de kosten de samenleving in worden gekieperd, is een gevaar voor onze planeet en dus voor iedereen.

Volgens Rutte moeten we gewoon doorgaan met barbecueën en vooral niet méér doen dan de ons omringende landen. Sowieso vinden veel VVD’ers (en velen met hen) de plannen te duur en moeten we niet ‘het braafste jongetje van de klas willen zijn.’ Feit is echter dat Nederland in de reductie van broeikasgassen slechts op de 12e plaats van Europa staat.

Klimaatangst moet niet leiden tot klimaatverlamming

En bedenk ook eens wat de schade van te weinig maatregelen zou zijn. Kijk voor een voorzichtige schatting naar de gevolgen (en de kosten) van overstromingen in Canada, Mozambique, Malawi en Iran, en van de bosbranden in de Verenigde Staten. Het ontbreekt nog aan een model dat het destructieve kapitalisme kan vervangen, maar dat dit noodzakelijk is, staat vast.

Het goede nieuws is dat steeds meer mensen dit gaan beseffen. Klimaatangst moet niet leiden tot klimaatverlamming of onderlinge haat, maar tot gemeenschappelijke actie voor een gezamenlijke toekomst. Honderdduizenden jongeren gaan wereldwijd de straat op. Zij staken voor de toekomst die hen wordt afgenomen. Niet door hun ouders, maar door de bedrijven en de politiek. Laten wij hun voorbeeld volgen door gezamenlijk een duurzaam klimaatbeleid af te dwingen. Nu het nog kan. Àls het nog kan.

Nb: nogal profetische afbeelding van het ministerie van Economische Zaken 1976-77!

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog.

 

Foto: Marco Verch Professional Photographer and Speaker (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 3229 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Er is het Millenarisch aandoende kabaal over ‘het Klimaat’. Kinderkruistochten worden door ‘reclamebureaux’ geronseld & geregisseerd om het gevaar te bezweren annex te populariseren. Marxisten en hun Groene verwanten ruiken politieke kansen, de ‘Collaps’ via ‘Het Klimaat’ tekent zich af, de Eindtijd lijkt eindelijk begonnen.

    Dit alles is zo hilarisch en hysterisch dat een ware Boodschap erdoor wordt verdrongen, met een verwe alsof dat ook de bedoeling is. En ook die Mare verkondigt met verstikte stem een Krisis, maar dan primair een ecologische, sluipenderwijs door een groeiende wereldbevolking veroorzaakt. Niet oververhitting gaat ons de das omdoen, of ‘de atoombom’, maar Malthus en bakerpraatjes.

    Van waar het omgaat en wat de mensheid wacht, schildert Paaseiland ons in miniatuur een ‘trompe l’oeil’ beeld. Nu op makro-schaal het ellendige, vermijdelijke lot van dit eiland te zullen ondergaan, daar is tegen gewaarschuwd. Maar het uitstel van executie dat Borlaugs ‘Groene Revolutie’ ons heeft verleend, is demografisch verkwist. De opbrengsten van die omwenteling zijn en worden door een explosief groeiende wereldbevolking verzwolgen.

    Vaak wordt nog ‘en pasant’ de Economie alias het Kapitalisme meegenomen als (co)factor van de actuele en future ellende, wat niet geheel onjuist is. Want uit haar expansie worden de kosten van het bestrijden van sterfte van mensen betaald; medicijnen, voedsel, transport, uitvindingen, gaan namelijk niet gratis, en oud worden niet vanzelf. En inderdaad, we leven langer, comfortabeler hier, rampzaliger elders, en betalen allen de prijs. En kun je per saldo de Economie toch niet de schuld van de plundering van onze planeet geven. Zij doet en deed slechts wat onophoudelijk van haar wordt gevraagd.

    En deze Tijding is moeilijk te verkopen. Zo kun je bij onze Kindsoldaatjes niet met het verhaal aankomen dat zijzelf het probleem zijn. Dan marcheren ze niet meer, nu aangetrokken door de muziek van de ‘Rattenvangers van Hameln’.

    Feiten. In China bedroeg de levensverwachting voor 1950 ongeveer 34 jaar, in India was ze ongeveer 40 jaar. In 1990 was de levensverwachting in China 70 jaar, tegenover 58 jaar in India. De kindersterfte onder de vijf jaar evolueerde (devolueerde?) in China* tussen 1960 en 1990 van 203 per duizend tot 42 per duizend; in India daalde de kindersterfte over dezelfde periode slechts van 282 naar 142 per duizend.
    Over de negatieve bijdrage van de moderne Chinese bevolkingspolitiek aan deze mondiaal als positief beoordeelde ontwikkeling hoor je de Paus cum suis niet. Maar ja, wat is in dit geval ‘negatief’ en ‘positief’?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *