COLUMN Opvoeden doe je niet alleen

In alle verdeeldheid zijn we het met ons allen over één ding eens: ouders in Nederland kunnen niet meer opvoeden. De talloze dreinende en kinderen, dikke kinderen, gepeste of juist pestende kinderen, vernielende en comazuipende kinderen, hangjeugd die dag en nacht aan hun Iphone of Ipad vastgeklonken zit, agressie tegen hulpverleners of leerkrachten; criminaliteit en jihadisering, dit alles bewijst telkens opnieuw ons gelijk.

Ouders deugen dan ook voor geen meter. Ze stellen geen grenzen, zijn lui, gemakzuchtig of juist overdreven beschermend, rijden hun kinderen continu van paardrijles naar hockeytraining, beschermen het tegen teleurstellingen en pijntjes en vinden dat hun kind overal voorrang heeft, ook op havo of vwo, desnoods via bijles, citotraining of een rechtszaak tegen de school.

Het gaat altijd over ándere ouders

Opvallend is telkens weer dat Nederlandse kinderen tot de gelukkigsten ter wereld behoren. Nou hoeft dat niet het gevolg van de opvoeding alléén te zijn, dat Nederland een van de welvarendste landen is, speelt ook een flinke partij mee. Daarbij kan geluk ook opgelegd worden, als een gebod: ‘gij zult gelukkig zijn’, waarmee elke tegenslag dubbel zo hard aankomt. Maar kennelijk doen Nederlandse kinderen het prima, ze hebben een fijne band met hun ouders en zitten doorgaans goed in hun vel. De kritieken gaan dan ook vooral, vrijwel uitsluitend, over ándere kinderen, van ándere ouders, soms heel gericht, vaak in het algemeen, maar meestal zonder zich te verdiepen in de achtergronden en beweegredenen van die ouders. Het lijkt duidelijk wat de eisen zijn van in deze tijd ‘goed opvoeden’, en dat ouders tekort schieten.

Het is niet goed of het deugt niet

Maar wat zijn die eisen dan? Wat houdt goed opvoeden in? Als je nader inzoomt op de kritiek, dan blijkt er vrijwel altijd sprake van conflicterende eisen. Aan de ene kant moet het kind en zijn/haar behoeften centraal staan (want anders zijn ouders egoïstisch en hebben zij geen oog voor hun kind). Maar doén ouders dat, dan verwennen ze hun prinsjes en prinsesjes. Ook op het gebied van werkende ouders (lees: moeders) is dat conflict er: de thuismoeder schittert in de rol van zorgende, zichzelf opofferende (of liever nog: daar optimale ontplooiing in vindende) moeder, maar verwaarloost zichzelf en haar kansen op de arbeidsmarkt. De nieuwe norm is immers óók dat je als vrouw financieel onafhankelijk bent (zeker als je huwelijk op de klippen loopt). Ondertussen zijn de scholen en vrijetijdsarrangementen (zwemles, avondvierdaagse, sport en muziek) niet of nauwelijks aangepast aan de nieuwe eisen, en zijn ze dat wel, dan is het óók niet goed.

Ouders vechten elkaar om zo’n beetje alles de tent uit: thuisbevallen tegenover ziekenhuis, natuurlijk bevallen tegenover de ruggeprik, borstvoeding en flesvoeding, crèche of oppas, et cetera. Het echte drama is natuurlijk dat wat je ook kiest, je altijd een flinke weerstand tegenover je zult vinden en bijzonder weinig steun. Pedagogen noemen dit eufemistisch ‘opvoedingsonzekerheid’ alsof je als ouder vervolgens het probleem bént in plaats van dat het een adequate reactie op een verwarrende werkelijkheid is. Sterker nog: ouders die ergens juist zeker over zijn, worden onmiddellijk aangevallen, denk aan de moeder van de jongen die alleen rauw voedsel kreeg. Denk aan de ouders die de school aanklagen, of die hun kind thuishouden omdat school tekortschiet. Niet onzekerheid is het probleem, de ouders zijn dat. Blijkbaar.

Opvoeden doe je in een context

Mensen zijn groepsdieren. Opvoeden doe je dan ook binnen de cultuur van een groep. En we hebben in het huidige leven met meerdere groepen te maken. Zodra je kind naar het dagverblijf gaat, of televisie kijkt, of met andere kindjes speelt, naar school gaat, begint de invloed van anderen. Daar hebben ouders maar heel beperkt zeggenschap over, maar het maakt wel duidelijk dat ouders niet de enige opvoeders zijn en hun keuzes niet vrij van anderen maken. Natuurlijk maken ze keuzes, natuurlijk voeden ze op naar hun eigen mening, maar altijd binnen een context.
En die is, zelfs binnen de overkoepelende Nederlandse cultuur (voor zover er sprake is van één cultuur) heel verschillend. Het maakt veel uit of een kind opgroeit in Oost-Groningen of in Zeeland, of in de Randstad. Of de ouders samen zijn of gescheiden, of het hoogopgeleide ouders zijn in Oud-Zuid, of lager opgeleiden in Nieuw-West, enzovoorts. Opleiding, inkomen en woonomgeving zijn van grote invloed op de omstandigheden waaronder ouders hun kinderen opvoeden. Veel kritiek op ‘ouders’ is in feite een verkapte minachting en onbegrip voor lagere sociale klassen (roken, overgewicht) of andere culturen - daarbij even over het hoofd ziend wat discriminatie, armoede en de stress van een lagere sociale positie met een kind doen.

Uiteraard is er tussen de gezinnen een enorme persoonlijke variatie: elke ouder neemt zijn of haar eigen mogelijkheden en bagage mee: er kan sprake zijn van oude pijn van vroeger, stress van werkloosheid of juist een veeleisende baan, familietrubbels, psychische klachten, verslaving, schulden en dwars door dit alles heen je stinkende best doen en zielsveel van je kind houden. En natuurlijk, een aantal zaken zijn evident slecht voor kinderen: incest, kindermishandeling, roken, alcohol en drugs en/of een totaal liefdeloze opvoeding. Toch is hierbij de vraag in hoeverre ouders hier een volstrekt vrije keuze in hebben, of dat hun sociale achtergrond, eigen beperkingen en oude pijn of nieuwe stress hier de hoofdrol spelen. Dat is geen goedpraten, maar geeft wel aan hoe gecompliceerd het kan liggen, ook als je echt van je kind houdt.

Maar wij zijn blind voor context

In Nederland wordt het bestaan van sociale verschillen het liefst ontkend. Daarbij is contextdenken überhaupt uit de mode: in de samenleving overheerst het denkbeeld dat iedereen vrij is om te kiezen en dat alle keuzen dus je eigen verantwoordelijkheid zijn. Het is dus óf biologie (brein), óf opvoeding. Zelfs een professor als Jan Derksen ziet slechts deze uitersten als verklaring voor problemen van kinderen. Alsof daartussen niet een enorm spectrum zit van sociale context, interactie en geschiedenis. Alsof die context voor iedereen volstrekt gelijk is.

Hoezeer onze opvoeding een Nederlandse opvoeding is, wordt pas duidelijk als je de normen en waarden van buitenlandse opvoeding erop loslaat. Of als wij met onze Nederlandse ogen naar het buitenland kijken. Zo brak Volkskrantcolumniste Sheila Sitalsing een lans voor de Surinaamse opvoeding, maar kreeg ze half internet over zich heen. Logisch, een dergelijke opvoeding past niet in deze samenleving, waarin zelfsturing en overleg centrale begrippen zijn en slaan uit den boze is. Pamela Druckerman kwam er in haar boek ‘Franse kinderen gooien niet met eten’ achter dat ze in Parijs niet ver kwam met haar Amerikaanse opvoeding, en dat de Franse opvoeding óók zo zijn voordelen heeft - die overigens niet neerkomt op ‘kinderen zijn monsters’, zoals Peter Giesen in de Volkskrant beweerde, maar eerder dat kinderen, ook baby’s, rationele wezens zijn aan wie je kunt uitleggen dat boeken ín de kast horen en niet op de grond. Druckerman wees er ook op dat ouders evenzeer hun behoeften hebben, dat die van het kind niet altíjd centraal hoeven te staan. Ze liet zien dat je opvoedt binnen een context. Met een Amerikaanse opvoeding kom je in Parijs in botsing met je omgeving.

Opvoeden tussen betutteling en beschuldiging

Dit alles wordt in de dagelijkse discussies totaal over het hoofd gezien. De rol van de samenleving zelf is uit beeld, dus moeten problemen wel aan de ouders – niet nader gespecificeerd- liggen. Waar vroeger de ‘jeugd’ niet deugde, geldt dat nu voor de ouders - want kinderen zijn het biologische gegeven, de ouders zijn de toegevoegde waarde.

Wijzen op ouders is een logisch gevolg van het gebrekkige inzicht in context, maar heeft ondertussen wel een maatschappelijke functie: waar structuren verdwijnen (jarenlange bezuinigingen in de verzorgingsstaat), ontstaan problemen. De roep om (meer) moraal of het wijzen met een beschuldigende vinger, vraagt in feite dat burgers de gaten in de structuur opvangen. Veel burgers kunnen dat ook, maar juist waar de gaten het grootst zijn, is de veerkracht inmiddels het kleinst. Met ongericht mopperen dat ouders niet kunnen opvoeden bedoelt men eigenlijk dat heel specifieke problemen in de samenleving liggen aan de mensen die daarvan juist het slachtoffer zijn. Dat is gemakkelijk: je houdt je eigen handen schoon en er hoeft niets te veranderen. Ouders als kop van Jut dus, wat fijn de aandacht afleidt van de echte oorzaken. Dit past trouwens in het politieke klimaat van Nederland: discriminatie is het probleem van Mohammed, en de overige Nederlanders lijden aan het ‘dikke Ik’.

Nederlandse ouders voeden prima op, blijkt telkens weer uit onderzoek. Maar ze krijgen daarbij bijzonder weinig steun. De hypes volgen elkaar op, en de media springen hier gretig op in. Niet om iets op te lossen, maar om te profiteren van de ophef en aandacht. Ouders voeden op in een vijandige omgeving van verwijten, beschuldigingen, betutteling en eeuwige kritiek. Dit is zinloos en schadelijk, voor de ouders en dús voor de kinderen. Als wij kinderen echt zo belangrijk vinden, laten we dan eens beginnen met wat meer solidariteit voor de ouders. Opvoeden kan heel leuk zijn, met een beetje steun van je vrienden.

Mieke van Stigt

Dit artikel is 5071 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (8)

  1. Wat een geweldig stuk Mieke. Ik voel me helemaal opgekikkerd. Leuk dat inzicht dat de perfecte opvoeding (whatever that may be) in de ene cultuur tot compleet falen leidt in de andere. “It takes a village” staat nog wel als een paal boven water, opvoeden doe je in een context.

  2. Dank je wel voor dit artikel, Mieke. Eindelijk iemand in de media die een lans breekt voor ouders. Je hebt mijn visie op het ouderschap van nu prachtig beschreven. Ik had gewild dat ik dat zo zou kunnen.

  3. ´Mensen zijn groepsdieren. Opvoeden doe je dan ook binnen de cultuur van een groep.´

    Hier zou een verwijzing naar Talcott Parsons´ functionele variabelen niet hebben mogen ontbreken. Ze zijn: I. Pattern-Maintenance = opvoedingssystemen, II. Integration = moraal, religie, III. Goal Attainment = politiek en IV. Adaptation = economie.
    Letten wij erop dat Parsons onder II. Integratie, niet de economie laat vallen. Als stabiele factor vindt Parsons I. de voornaamste functie (hij hiërarchiseert dus!) en zijn I en II interne functies tegenover III en IV die de externe relaties regelen.

    Het zal duidelijk zijn dat onze de facto multiculturele samenleving met meer dan een type van patroonhandhaving te kampen heeft.

  4. Wat een heerlijk en bovenal genuanceerd stuk over opvoeden. Fijn dat er ook zulke artikelen worden geschreven.

  5. Inderdaad, ‘it takes a village .. ‘. Goed stuk Mieke! Kijk eens naar het eindrapport ‘Samenspel van Factoren’ uit 2005 (De Vries et al), http://parlis.nl/pdf/bijlagen/BLG5147.pdf
    waarin het Balansmodel wordt genoemd. Daaruit wordt duidelijk hoe allerlei factoren op micro-, meso- en macroniveau van invloed zijn op ouderschap..en dat geldt niet alleen voor ouders met een verstandelijke beperking!

  6. Wat een fijn stuk!!
    Wij zijn onlangs in onze woonplaats mbv de family factory gestart met het opzetten van een ‘netwerk van ouders’. Om elkaar te ontmoeten bij diverse (laagdrempelige) activiteiten en workshops, van elkaar te leren en elkaar te helpen als dat nodig is.
    Onze visie sluit prachtig aan bij jouw column; wellicht zou je in de toekomst eens iets voor ons kunnen betekenen?!!

  7. Nog niet lang geleden wilde je als ouder met name, dat je kind gelukkig zou worden. Tegenwoordig wil je als ouder dat je kind presteert.
    Heb je zèlf als ouder niet zo’n hoog diploma, dan wil je dat je kind alles uit zichzelf haalt, wat die ouder vaak zelf niét heeft gedaan. Heb je zelf wél een hoog diploma, dan knijp je hem ook behoorlijk, want haalt je kind wel eenzelfde niveau?

  8. @Henk
    Dit zie ik om mij heen op de basisschool van onze oudste. Die kinderen worden zo erg gepusht. Dat is gewoon niet goed denk ik. Laat een kind gewoon een kind zijn, of is dat een naïeve gedachte?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *