COLUMN Waarom wil ik de uitvoering veranderen in plaats van het stelsel?

Er wordt mij de laatste tijd vaak gevraagd wat ik zou willen veranderen aan de wetgeving in het sociaal domein. Zo ook Jan van Eeden, die in zijn recensie van mijn boek ‘Maatwerk in het sociaal domein’ op socialevraagstukken verwijst naar verharding in de wetgeving en dit boek ‘braaf’ vindt. Hoog tijd om daarop wat uitgebreider antwoord te geven.

Er zijn naar mijn idee 3 lijnen waarlangs het sociaal domein verbeterd kan worden. Ten eerste een stelselwijziging, ten tweede een wetswijziging en ten derde de uitvoering. Ik pleit er voor om met dat laatste te beginnen. Waarom? Omdat we dat vandaag al kunnen doen en het bovendien een noodzakelijke voorwaarde is om verandering daadwerkelijk te realiseren.

Stelstelwijziging of …

Een stelstelwijziging, zo hebben we gezien bij de decentralisaties, duurt heel wat jaren. Het ontwerpen van het stelsel vraagt om een heel zorgvuldig proces en dat kost tijd. Daarna is tijd nodig om de uitvoering voor te bereiden (ICT, beleid, verordeningen, training, organisatiewijzigingen, etc). En dan moet het nog geïmplementeerd worden. En ook dat kost tijd, omdat het echt even duurt voor iedereen alles in de vingers heeft, de onvermijdelijke kinderziektes eruit zijn en het goed loopt. Voordat de vruchten van zo’n wijziging geplukt kunnen worden, zijn we jaren verder.

... menselijke maat in de wet vastleggen, of…

Wetswijzigingen gaan vaak sneller, maar niet altijd. Zeker als een wetswijziging invloed heeft op meerdere domeinen, zoals bijvoorbeeld de vereenvoudiging beslagvrije voet, kan daar ook een aantal jaren overheen gaan. Daarnaast is de vraag of nieuwe regels de problemen altijd oplossen. Neem de vrijlating van giften voor mensen in de bijstand. Daar was veel commotie over naar aanleiding van iemand die boodschappen kreeg van haar moeder en daarom bijstand moest terugbetalen. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen waarin wordt opgeroepen om een bedrag van 1200 euro per jaar vrij te laten aan giften.

Op dit moment is de regel dat de gift vrijgelaten kan worden als het met de bijstand verenigbaar is. Het is de vraag of de nieuwe regel de menselijke maat beter bedient dan de oude regel. In Utrecht werd een crowdfundingactie opgezet om laptops te regelen voor kinderen van ouders met een laag inkomen. Door de lockdown en het thuisonderwijs werd een laptop voor elk schoolgaand kind geen luxe, maar noodzaak. Stel dat een groot gezin met een bijstandsuitkering 4 laptops krijgt en de totale waarde komt boven de 1200 euro uit. Moeten ze dan een deel van de bijstand terugbetalen? Of gaat het hier om een gift die met de bijstand verenigbaar is? Hiermee wil ik absoluut niet deze regel ter discussie stellen, wel de vraag of de menselijke maat in het sociaal domein (en daarbuiten) enkel door het aanpassen van de wet gerealiseerd kan worden.

… investeren in de uitvoering?

En precies dat is de reden dat ik pleit om éérst naar de uitvoering te kijken in plaats van naar een wijziging van het stelsel of de regels. Omdat regels altijd, in elke situatie, op meerdere manieren toegepast kunnen worden. Menselijk of bureaucratisch. Ik heb lang niet alle gemeenten van binnen gezien, maar wel heel veel. En mijn ervaring is dat ze echt allemaal willen dat het hun inwoners goed gaat. Er zit zeker wel verschil tussen gemeenten, de ene gemeente zet echt in op groei en welbevinden, de ander garandeert meer een minimum aan voorzieningen, maar er is werkelijk niet één gemeente die tot regel heeft om de inwoners te benadelen. En ik weet ook van de tientallen casussen die ik heb besproken met klantmanagers, consulenten en schuldhulpverleners, dat je elke vraag van een inwoner op verschillende manieren kunt uitleggen en oplossen binnen de huidige kaders van wet- en regelgeving.

Dat begint al met het gesprek, waarin een open houding belangrijk is. Echt willen luisteren en begrijpen wat de inwoner wil bereiken met zijn vraag en daarbij aansluiten. Het gaat ook om de beslissingsruimte die wordt ervaren binnen de wet, die vaak veel groter is dan professionals denken. Je kunt de kostendelersnorm tijdelijk buiten toepassing laten als je daarmee dakloosheid voorkomt, je kunt een e-bike toekennen als dat in een individueel geval echt noodzakelijk is voor iemand om deel te kunnen nemen aan de samenleving en je kunt giften vrijlaten als dit past bij het vangnetkarakter van de bijstand. Je kunt iemand, ondanks recidive, nog een keer een schuldhulpverleningstraject aanbieden, je kunt een hogere norm toekennen als dat in een individueel geval echt noodzakelijk is.

Hetzelfde wetsartikel kan in veel gevallen op meerdere manieren worden uitgelegd en toegepast. Zeker als we daarbij ook oog hebben voor de algemene beginselen van behoorlijk bestuur die echt heel wezenlijk zijn voor een goede uitvoering. De beleidsvrijheid en de beslissingsruimte in het individuele geval kunnen echt het verschil maken.

Daarom mijn antwoord: begin bij de uitvoering

Het grote voordeel is dat we daar vandaag al mee kunnen beginnen. En daarmee is dit echt de eerste stap. We kunnen het ons niet veroorloven om door te gaan op dezelfde voet in afwachting van een nieuwe wet of wetsartikel. Dan laten we de inwoners veel te lang wachten. En bovendien, zo lang de uitvoering niet verandert, gaat een nieuwe wet ook niet helpen. Dus start met de uitvoering, vandaag, omdat het kan!

Evelien Meester is manager Innovatie en Strategie bij kennis- en adviesorganisatie Stimulansz en auteur van het ‘Maatwerk in het sociaal domein’, hét Handboek voor omgekeerd werken, denken en doen. 

 

Foto: Drew Patrick Miller on Unsplash

Dit artikel is 1956 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. Ook binnen een gemeente. Doordat gemeenten steeds meer in hun hoofd en hun regels zijn gaan leven ipv de uitvoering zelf vorm te geven hebben gemeenten en hun ambtenaren een disharmonisch profiel ontwikkeld. Verbaal sterk maar performaal zeer zwak. Hoe dat uitwerkt in de praktijk merken wij elke dag aan de keukentafel. We hebben een meterslange behangrol waarop we in een tijdslijn van meer dan 20 jaar de ontwikkelingen in de jeugdzorg hebben geplaatst en aan de andere kant de hulp en bemoeienis met onze meer dan 10 pleegkinderen. Van 1 tot 2 naar 16 of meer instanties en/of personen die zich met een kind bemoeien. Ik zou zeggen kom eens kijken in de werkelijke wereld aan onze keukentafel. En lees dan nog eens uw stukje.

  2. In de uitvoering ligt altijd de handelingsvrijheid en keuze om naar eer en geweten voor de cliënt op te komen. Organisatie sociologen zeggen dat er slechts ‘informele’ organisaties bestaan omdat de praktijk niet in regels is te vangen en veel weerbarstiger is dan de regels veronderstellen.
    Aanpak van de bureaucratie moet altijd een aandachtspunt bij hulpverlening organisaties zijn aangezien het blind toepassen van organisatie regels leidt tot ontmenselijking zoals de Toeslagen affaire laat zien.

  3. Dank Henk van Arkel voor uw reactie, heel waardevol. Ik kom veel bij gemeenten en spreek gelukkig ook met enige regelmaat met mensen die gebruik maken van voorzieningen in het sociaal domein. En dat wat u beschrijft is precies de reden waarom we naar mijn idee in de uitvoering zaken anders moeten doen. Wijzigingen in het stelsel of in de wet gaan dit probleem niet oplossen. Wat naar mijn idee nodig is, is dat de gemeente veel meer naast de inwoner gaat staan om samen te kijken wat er nodig is. En ook samen te kijken hoe dat het beste gerealiseerd kan worden. Als u 20 jaar ervaring heeft met pleegkinderen, dan weet u dat veel beter dan de ambtenaar van de gemeente. Dat vraagt om vertrouwen van de gemeente in de inwoner en dat is simpelweg niet wettelijk te regelen.

  4. Dag Evelien, goed dat je nog eens uitlegt wat je beweegt om de uitvoering van sociale wetgeving menselijker te maken. Daar heb ik zeker respect voor en het is goed dat waar er discretionaire ruimte is, die ook echt wordt gebruikt ten gunste van clienten. Je hebt ook nog eens gelijk met jouw stelling dat wets- en zeker stelselwijzigingen kwesties van lange adem zijn.
    Maar wat ik mis in de praktijk is dat sociaal werkers aan de bel trekken rond het onrecht dat veel mensen die van uitkeringen afhankelijk zijn wordt aangedaan. Ze zouden boven hun bed de leus van Nancy Fraser moeten hangen: “Ik accepteer niet langer dingen die ik niet kan veranderen, ik verander dingen die ik niet kan accepteren.” Dus signaleren, desnoods klokkenluiden. En politici, waar het uiteindelijk vandaan moet komen, voor de voeten lopen. Zoals de sociaal advocaten deden in de kindertoeslagaffaire, ondanks hun eigen penibele inkomenssituatie.
    Ambtenaren hebben een eigen mening en moeten die niet methodisch terzijde stellen, wat jij aanbeveelt.Daarover verschillen wij. Ik mis politisering van het sociaal werk. De uit de hand gelopen ongelijkheid vraagt daar om.Jan van Eeden

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *