Boos op de politiek en de buitenlanders

Veel burgers zijn boos en ontevreden. Over de buurt, over de politiek, maar vooral over de ‘buitenlanders’. Het Verwey-Jonker Instituut deed onderzoek naar de oorsprong van deze ‘witte woede’. ‘Ik ben niet haatdragend tegenover andere mensen, als ze zich maar aanpassen.’

In oude volksbuurten, maar ook in vrij nieuwe steden als Almere en Zoetermeer is steeds vaker een geluid hoorbaar van onvrede en wantrouwen. Het is de stem van de boze autochtone burger die geen vertrouwen meer heeft in de overheid en die boos is op ‘buitenlanders’. Waar komt deze ‘witte woede’ vandaan?

Ontevreden
We voerden ons onderzoek uit in vier buurten met een (snel) veranderende bevolkingssamenstelling en een gemiddeld laagopgeleide, deels afzijdige bevolking. Het gaat om Doornakkers in Eindhoven, Sterrenwijk in Utrecht, Blerick-Midden (Venlo) en Buytenwegh in Zoetermeer. De mensen die we spraken, zijn in toenemende mate ontevreden over de buurt, de samenleving, de overheid en de politiek. Het viel niet mee om buurtbewoners te vinden die bereid waren met ons te praten. Buurtbewoners koesteren veel wantrouwen tegenover de overheid, instellingen en professionals. En onderzoekers lijken onderdeel van deze ‘elite’.

Opvallend is dat de respondenten nadrukkelijk zeggen dat ze er helemaal niet tegen zijn met mensen met een verschillende etnische herkomst samen te leven. Het gaat erom hoe dit samenleven uitpakt in de praktijk: ‘In het algemeen heb ik er geen problemen mee, als ze ons ook met rust laten. Onze waarden en normen respecteren en naleven. Maar dat doen ze niet.’Deze opstelling – zo argumenteren de geïnterviewden – vrijwaart hen van eventuele beschuldigingen van xenofobie of racisme. Ze hebben immers in principe geen bezwaar, maar de ‘buitenlanders’ passen zich onvoldoende aan. En dan werkt multi-etnisch samenleven in de praktijk niet.

Onwil
Dat ‘niet aanpassen’ zit ’m volgens de respondenten in een onwil om te integreren in de Nederlandse samenleving: in het niet willen (leren) spreken van de Nederlandse taal, maar ook in een afwijkende opvoeding van de kinderen. ‘In de avond lopen die kinderen zomaar tot tien uur buiten. Dan heb ik zoiets van: sorry, die kinderen horen in bed op die leeftijd. Ze kijken er niet naar om. Want je ziet daar nooit een ouder bij of zo, alleen maar kinderen. Ik heb altijd het idee: als ze buiten de deur zijn, is het voor ons. Dan mag de maatschappij oppassen.’

Als het gaat om het functioneren van de overheid, dan valt vooral de grote afstand op die de bewoners ervaren. Ze zien overheidsfunctionarissen, gezagsdragers en politici als bevoorrechte mensen die geen idee hebben hoe de gewone man leeft. Sommige respondenten stellen dat de overheid bevolkt wordt door profiteurs, wier prioriteit vooral ligt bij het in stand houden van de bestaande machtsverhoudingen. Wat betreft de multi-etnische samenleving is de belangrijkste kritiek dat de overheid ‘niets’ voor ze doet. De voor hen zo evidente problemen in de buurt – overlast, verloedering, een voortdurende instroom van kansarmen die de taal niet spreken – worden door de overheid al dan niet moedwillig genegeerd

Watten
De wrok tegenover de overheid wordt nog groter, omdat de respondenten menen dat de overheid voor allochtonen wel uitzonderingen maakt, terwijl hún problemen worden genegeerd. De overheid is bang van discriminatie te worden beschuldigd en legt allochtonen daarom in de watten. En ‘buitenlanders’ hebben een speciaal talent om voordeeltjes te regelen en de overheid laat zich hierdoor in de luren leggen. Ook vindt men dat de overheid zich in het verleden veel te lankmoedig heeft opgesteld tegenover allochtonen door geen eisen te stellen aan integratie. De gevolgen van dit ‘slappe’ beleid werken nog steeds door. ‘De overheid had veel strenger moeten toezien op het inburgeren. Dat mensen na dertig jaar de taal nog niet spreken, vind ik volkomen onbegrijpelijk.’

Welke oplossingen zien de bewoners? Niet verbazingwekkend willen de respondenten dat de overheid minder passief is en ‘streng’ gaat optreden. Het moet afgelopen zijn met de tolerantie tegenover degenen die zich niet aanpassen. ‘Kijk naar wat er is gebeurd met die buschauffeurs in de buurt van Gouda. Ik denk dan: jongens, waarom wordt dat allemaal toegelaten? Laat die mariniers er een keer op losslaan, dan weten ze waar ze aan toe zijn. Want anders hebben we, als dat zo doorgaat, niks meer te vertellen in ons eigen land. En nogmaals, ik ben niet haatdragend tegenover andere mensen, als ze zich maar aanpassen.’

Aanpassen
Alleen als de ‘buitenlanders’ zich aanpassen, kunnen zij aanspraak maken op dezelfde behandeling als autochtonen. De respondenten hebben zich ook uitgelaten over ‘de politiek’ bij het oplossen van de problemen. Velen noemen hierbij de persoon van Geert Wilders. Ze kwalificeren zijn standpunten en ideeën als streng en ‘hard’. Juist dit zijn, zo benadrukken sommigen, noodzakelijke ingrediënten om de huidige politieke verhoudingen te doorbreken en om andere politici bij de les te houden. ‘Geert Wilders durft de waarheid in de mond te nemen. Anderen zwijgen die liever dood of vinden dat te lastig.’ Toch hebben de meesten geen hoge pet op van de daadkracht van de overheid.

Het onderzoek laat zien dat er geen panklare oplossingen zijn om de gesignaleerde problemen in de multi-etnische samenleving weg te nemen. Een aanknopingspunt is misschien dat de respondenten graag behandeld willen worden – door de overheid, de woningcorporaties en andere organisaties in het publieke domein – zoals zij dénken dat allochtonen behandeld worden. Men wil gezíén worden – niet als iemand met een ‘woonvraag’ of een overlastprobleem – maar als mens met al zijn bijzonderheden. Uiteindelijk hebben onze respondenten toch hoge verwachtingen van de overheid. Wellicht kan dit een startpunt vormen voor een hernieuwde dialoog.

Marjan de Gruijter en Eliane Smits van Waesberghe zijn onderzoekers bij het Verwey-Jonker Instituut. Zij hebben dit onderzoek uitgevoerd in samenwerking met FORUM Instituut voor Multiculturele Vraagstukken.

Van de resultaten is verslag gedaan in: Gruijter, M. de, E. Smits van Waesberghe & H. Boutellier, ‘Een vreemde in eigen land. Boze autochtone burgers over nieuwe Nederlanders en de overheid.’ Amsterdam: Aksant, 2010.

Dit is een ingekorte versie van een artikel uit TSS nummer 10, november 2010. Wilt u dit exemplaar aanvragen of wilt u een proefnummer ontvangen? Klik hier.

Foto: Bas Bogers (http://straatfotografie.com)