De schaduwzijde van financiële support aan burgerinitiatieven

Buurtinitiatieven die zich met hun diensten en activiteiten inzetten voor maatschappelijke vraagstukken hebben vaak ondersteuning nodig. Maar externe partijen die financiële steun aanbieden, stellen soms zulke strenge eisen dat initiatiefnemers het gevoel krijgen dat ze nooit genoeg doen.

Burgerinitiatieven zijn er in verschillende soorten en maten: in mijn onderzoek focus ik mij op burgerinitiatieven die publieke diensten en/of goederen zelf organiseren om daarmee te voorzien in behoeften van de lokale gemeenschap. Ze zetten zich in voor maatschappelijke vraagstukken rondom bijvoorbeeld zorg, armoede en educatie.

Soms is duurzaamheid gelukkig geen issue

Hoewel er hoge verwachtingen zijn van burgerinitiatieven, is er weinig onderzoek gedaan naar hun bestendigheid. Niet elk burgerinitiatief streeft overigens naar duurzaamheid. En dat is in sommige gevallen maar goed ook. Je moet er bijvoorbeeld niet aan denken dat het spontaan bedachte buurtfeest 24/7 jaar in, jaar uit plaatsvindt.

Vooral bij kleinschalige initiatieven waarbij de initiatiefnemer vrijwel alles zelf doet (en hier ook tevreden mee is), is duurzaamheid minder relevant. Denk bijvoorbeeld aan een buurtbewoner die kunst voor de buurt maakt. Dat doet de initiatiefnemer vanuit diens betrokkenheid met de buurt, diens plezier met het maken van de kunstwerken en soms met hulp van enkele buurtgenoten. De initiatiefnemer kan zelf bepalen wanneer het initiatief stopt.

Dat is moeilijker bij burgerinitiatieven die diensten organiseren voor specifieke doelgroepen. Als die initiatieven er na pakweg een jaar mee stoppen, dan is dat meer dan vervelend voor de buurt. Want wat komt ervoor in de plaats als een zorgcoöperatie, die gezamenlijke maaltijden organiseert voor buurtbewoners die minder te besteden hebben, haar activiteiten staakt? En wat is het alternatief voor een stadstuin die frequent wordt bezocht door vrouwen die anders zelden buiten komen of voor een speeltuin die tevens als ontmoetingspunt fungeert voor gezinnen uit verschillende culturen? Bij al deze initiatieven is continuïteit belangrijk, initiatiefnemers investeren daarom al vanaf het begin in de bestendigheid ervan.

Risico’s van financiële ondersteuning

Voor hun duurzaamheid zijn initiatieven vaak afhankelijk van langdurige financiële of materiële ondersteuning van gemeenten of particuliere fondsen – ook als ze gelijktijdig aan een eigen verdienmodel werken. Dit is niet zonder risico, want deze afhankelijkheid kan op den duur de bestendigheid van het burgerinitiatief ondermijnen.

In een van onze onderzoeken kwamen we bijvoorbeeld een gemeente tegen waar een wethouder had besloten om de voorwaarden voor huisvesting van burgerinitiatieven aan te passen. Dit betekende dat het specifieke initiatief – in overleg met de gemeente – op zoek moest gaan naar andere manieren om hun huisvesting en plek in de buurt te financieren. Als je geen plan b had hiervoor komt dat nieuws hard aan.

Het is een voorbeeld dat aantoont hoe kwetsbaar een subsidie-relatie met de gemeente op den duur kan zijn voor de duurzaamheid van burgerinitiatieven. Je ziet ook dat diverse initiatieven voor een andere relatie met de gemeente pleiten. Bijvoorbeeld via een vorm van maatschappelijk aanbesteden, waarbij de gemeente en het bewonersinitiatief voor x aantal jaar een overeenkomst aangaan. Het is echter de vraag hoe deze relaties vorm kunnen krijgen, want met hoeveel van de tientallen burgerinitiatieven kan een gemeente een structurele financiële relatie aangaan? Hoe moet een gemeente verantwoord kiezen tussen initiatieven die allemaal goede prestaties leveren?

Gemeenten willen harde resultaten zien

Een ander risico van financiële ondersteuning heeft te maken met de voorwaarden die aan burgerinitiatieven worden gesteld. Diverse initiatiefnemers klagen over de strenge eisen van overheden en fondsen. Als een burgerinitiatief door verschillende partijen, zowel overheid als particulier, wordt ondersteund, krijgt het te maken met verschillende tijds- en arbeidsintensieve verantwoordingsmethodieken.

Hiernaast geven verschillende initiatiefnemers aan dat gemeenten vooral naar targets en output kijken, ze willen aantoonbaar harde resultaten zien. Bijvoorbeeld, hoeveel mensen van een specifieke doelgroep heeft het initiatief bereikt? Dat kan botsen met de doelstellingen van de initiatiefnemer die het niet zozeer gaat om hoeveel buurtbewoners hij of zij bereikt – al is het bij wijzen van spreken maar één – maar dat er überhaupt bewoners zijn die het initiatief omarmen en willen meedoen.

Te weinig aandacht voor de sociale component

Prestaties en impact in de publieke sector en in het maatschappelijk middenveld zijn multidimensionaal. Je moet rekening houden met diverse aspecten van performance bij het meten van prestaties van burgerinitiatieven. Het gaat niet alleen om effectiviteit en efficiëntie, maar bijvoorbeeld ook om sociale cohesie, probleemoplossend vermogen, de kwaliteit van dienstverlening en legitimiteit.

Vooral voor het sociale aspect, dat een initiatief iets levert waaraan de buurt behoefte heeft, is volgens initiatiefnemers weinig aandacht bij financiële supporters. Daardoor kan wrijving ontstaan. Initiatiefnemers kunnen het gevoel krijgen dat ze alsmaar meer moeten doen om nog beter bij het beleid van de gemeente te passen, terwijl ze volgens hen diensten leveren waaraan buurtbewoners behoeften hebben en die de gemeente – om wat voor reden dan ook – minder goed kan leveren.

Op zoek naar gelijkwaardigheid

Buurtinitiatieven zijn dan ook op zoek naar gelijkwaardigheid in hun relatie met financiële supporters, voornamelijk de overheid. Ze willen als een serieuze en gelijkwaardige partner worden behandeld en verkennen steeds meer nieuwe vormen om hun relatie met de gemeente te bestendigen.

Het lastige voor gemeenten is dat zij te maken hebben met tientallen initiatieven die deze relatie willen hebben; de vraag is hoe daar op een verantwoorde en financieel realistische manier mee om te gaan. Welke ‘’overheidsinitiatieven’’ lopen er bij de Nederlandse gemeenten om met deze maatschappelijk steeds relevantere vraag om te gaan?

Malika Igalla is promovenda bij de afdeling Bestuurskunde en Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze doet onderzoek naar duurzaamheid en prestaties van burgerinitiatieven. Dit artikel is gebaseerd op een interview en haar inleiding op de midterm RePolis conferentie ‘Actieve burgers, ambivalent bestuur?’ georganiseerd door het RePolis onderzoeksprogramma in samenwerking met de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences.

Foto: aisletwentytwo (Flickr Creative Commons)