Geheimen zijn heilzaam en noodzakelijk voor vrijheid burger

De bonnetjesaffaire blijft ons achtervolgen, want transparantie is het buzzword. Snowden, Assange, iedereen verlangt totale transparantie. Maar een volledig transparante wereld is juist afschuwwekkend en totalitair, schrijft Paul Frissen in zijn nieuwe boek.

Nog niet zo lang geleden was een ‘transparant’, ook wel ‘sheet’ genaamd, nodig voor presentaties met een overheadprojector. Een transparant was een stuk plastic folie, doorgaans van A4-formaat, waarop met speciale stiften tekst, tekeningen of tabellen werden aangebracht, die de projector dan op een scherm vertoonde. Voor wie deze gang van zaken nogal gedateerd klinkt, is het goed te vermelden dat het gebruik van deze transparanten ooit een teken van moderniteit was, en vaak een demonstratief afscheid markeerde van het tijdperk van schoolbord en krijt.

Tussen het huidige verlangen naar transparantie in alle domeinen van de maatschappij en het toenmalige stukje folie bestaan vele overeenkomsten. Verbindende schakel is de nagestreefde en in het transparant ook daadwerkelijk gerealiseerde volledige doorzichtigheid. Merkwaardig genoeg is volledige doorzichtigheid eigenlijk een vorm van onzichtbaarheid, die voorwaarde is voor zichtbaarheid. Het zichtbare is niet doorzichtig: wat de stift aanbrengt, is zelf niet transparant en daardoor zichtbaar.

Transparantie is een buzzword van onze tijd, met alle kenmerken van een ‘hoera-begrip’. [1] Wie kan er nu tegen transparantie zijn? Toch alleen zij die iets te verbergen hebben? Edward Snowden formuleert het zo: ‘Ik ben in de meest duistere krochten van de overheid geweest, en voor licht zijn ze het bangst.’[2]

Recht en vrijheid veronderstellen geheimhouding

Intrigerend is natuurlijk dat in diezelfde krochten ook een droom van transparantie wordt gedroomd: namelijk die van de burger, en wel in een tamelijk totale vorm. Zou er verwantschap zijn tussen beide dromen? Lijken Snowden, Assange en NSA niet verrassend op elkaar in hun verlangen naar totale transparantie?

Een volledig transparante wereld is afschuwwekkend en totalitair. Geheimen zijn heilzaam en bovendien noodzakelijk voor de vrijheid van de burger en daarom voor rechtstaat en democratie. Zowel de geheimen van de burger zelf als de geheimen van de staat die deze vrijheid moet beschermen. Recht en vrijheid veronderstellen geheimhouding over handelingen die nodig zijn om ondermijning van recht en vrijheid tegen te gaan.

Geheimhouding is een voorwaarde voor vriendschap en liefde

Al te vaak vergeten we dat geheimen en geheimhouding noodzakelijk zijn in ons leven. De zekerheid dat niet alles zal worden gezegd is voorwaarde voor vriendschap en liefde. Een wereld waarin iedereen alles van iedereen weet, is even saai als afschuwwekkend. Er moet iets te gissen, iets te verlangen blijven. Een naaktstrand is precies wat het zegt te zijn: naakt en schaamteloos, alle lust voorbij.

Een wereld zonder geheimen is plat, kent geen reliëf. Een vlak land zonder verborgen, vermoede of ongekende plekken. Een horizon als een liniaal, waarachter niets anders te verwachten valt dan voortzetting van het platte landschap. En toch: de horizon is tegelijk mysterieus. Erachter schuilt het geheim.

Zonder geheimen houdt de vrijheid op te bestaan

In een vlakke wereld zonder geheimen is alles gelijk. De werkelijkheid is dan even egalitair als een communistische heilstaat waarin alle verschil is verdwenen en de staat alles wil weten. Zonder geheimen houdt de vrijheid op te bestaan. Burgers moeten hun opvattingen niet alleen vrij kunnen uiten, maar deze ook kunnen verbergen, net als hun privé-leven.

Als we van vrijheid spreken, weten we dat die bescherming behoeft. Tegen de bedreiging van de vrijheid en de ondermijning van rechtstaat en democratie moet de staat over het geweldsmonopolie beschikken. Geheimhouding en geheime operaties horen daarbij. Geen staat kan zonder geheime diensten: om democratie en rechtstaat – en dus de vrijheid van burgers – te beschermen. Deze intrigerende paradox van de democratische rechtstaat geldt voor burger én staat tegelijk. Zonder geheimen is de burger niet vrij, en zonder geheimhouding kan de staat de vrijheid van de burger niet beschermen.

Het geheim van de burger beschermen door zelf geheimen te hebben

Het geweld is een ultimum remedium, een laatste middel dat de staat altijd kan inzetten. Als ultimum remedium geldt het ook in eerste instantie: het gaat aan macht en recht vooraf. Terughoudendheid is daarom evenzeer geboden als nietsontziendheid bij de verdediging en handhaving van het monopolie. De ‘laatste mens’ van Nietzsche – zwak, vol ressentiment, niet eens in staat zichzelf te verachten, zoals Zarathustra zegt3 – vraagt dus om een laatste staat, die het geheim van de burger uiteindelijk beschermt door zelf geheimen te hebben.

Paul Frissen is bestuursvoorzitter en decaan Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (www.nsob.nl) en hoogleraar Bestuurskunde aan de Tilburg University.

Dit artikel is gebaseerd op zijn nieuwste boek: ‘Het geheim van de laatste staat. Kritiek van de transparantie’. Boom: Amsterdam

Noten:

 1. Erna Scholtes (2012). Transparantie, icoon van een dolende overheid. Den Haag: Boom Lemma, 2012 en Byung-Chul Han (2014). De vermoeide samenleving. Drie essays. Amsterdam: Van Gennep
 2. Geciteerd in Glenn Greenwald (2014). De afluisterstaat. Edward Snowden, de NSA en de Amerikaanse spionage- en afluisterdiensten. Amsterdam: Lebowski, pag. 51

Afbeeldingsbron: Pam Link (Flickr Creative Commons)