Anja werkt in de keuken van het ziekenhuis. Ze komt bij de huisarts met depressieve en suïcidale klachten. De huisarts verwijst haar naar de ggz. Daar wordt Anja afgewezen omdat men vindt dat haar intelligentieniveau te laag is voor behandeling.
Een goede score op een intelligentietest is steeds vaker een voorwaarde voor behandeling in de ggz. Als je, zoals een op de zes Nederlanders, een IQ hebt van 85 of minder, is de kans groot dat je niet in de ggz terechtkunt en wordt uitgesloten voor behandeling (Wieland & Ten Doesschate, 2018). Dit niet behandelen van – soms ernstige – psychische stoornissen heeft grote gevolgen voor mensen, hun omgeving en de maatschappij.
Behandelaren hebben het idee dat deze patiënten niet passen binnen een reguliere behandeling
Bijna alle ggz-instellingen in Nederland gebruiken IQ als exclusiecriterium. Deze exclusie is soms expliciet, maar vaker impliciet en bestaat eruit dat mensen met een laag IQ afgewezen worden voor bepaalde handelingen of doorverwezen worden naar andere vormen van zorg. Behandelaren hebben het idee dat deze patiënten vanwege hun intellectueel functioneren niet passen binnen een reguliere behandeling of beter af zijn met een verwijzing naar het sociaal domein. De ggz kan of wil hen er niet bij hebben.
Onze jarenlange inzet en die van collega’s voor betere toegang tot geestelijke gezondheidszorg voor deze patiënten door het vergroten van kennis en bijdragen aan passend beleid, lijkt niet te hebben geholpen (Wieland et al., 2022). Hoe kan het dat deze uitsluiting blijft bestaan? Waarom denkt de ggz nog steeds dat een dergelijke uitsluiting moreel en juridisch mag?
Verklaringen voor uitsluiting
Antwoorden op deze vraag lijken niet te vinden binnen de ggz, maar zijn eerder sociologisch, filosofisch en ethisch van aard (Horstman & Dijkstra, 2024; Olthof, 2024). Na veel lezen en luisteren naar collega’s uit die domeinen zijn wij tot de conclusie gekomen dat de verklaring voor deze uitsluiting drie kanten kent.
De hoogopgeleide mens is de norm geworden
Als eerste is dat het dominante mensbeeld in onze zorg, waarbij de hoogopgeleide mens de norm is geworden. Daarnaast is er de eenzijdige focus op het beperkt zijn van het individu, zonder te kijken naar verantwoordelijkheden van de maatschappij en de zorg. Ten slotte is de grote kans op exclusie te verklaren door een te eenzijdige aandacht op diversiteit in een omgeving waarin inclusie niet vanzelfsprekend is (RVS, 2022).
Uitgangspunt is de zelfredzame patiënt
In de ggz, net als in de samenleving, is het gezonde hoogopgeleide deel van de patiënten de norm geworden. Wij en zij die op ons lijken zijn uitgangspunt voor het ontwikkelen, onderzoeken en bieden van zorg. Zo wordt uitgegaan van zelfredzame patiënten die verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid, goed geïnformeerd meebeslissen en de regie houden over de zorg.
Voor mensen die niet aan deze norm voldoen, zijn er labels
Voor mensen die niet aan deze norm voldoen, zijn er labels, zoals laaggeletterdheid, beperkte gezondheidsvaardigheden of lvb. Deze labels lijken een oplossing te bieden of tenminste een verklaring, maar ze besmetten onze kennis en taalgebruik met stereotype denkbeelden die onjuist zijn en stigmatiserend.
Zo lijkt het label lvb een groep mensen te duiden met een verstandelijke beperking. Veel mensen weten niet dat het gaat om een praktijkdefinitie die niet overeenkomt met de formele classificatie verstandelijke beperking. Het grootste deel van de mensen met het label lvb heeft een IQ tussen 70 en 85, onderdeel van de ‘normale’ intelligentie.
Zij worden verstandelijk beperkt genoemd omdat ze moeite hebben zich staande te houden in onze samenleving
Zij worden verstandelijk beperkt genoemd omdat ze moeite hebben zich staande te houden in onze samenleving. Door hen te labelen als verstandelijk beperkt, lijkt de oorzaak bij hen te liggen. Zo wordt de aandacht afgeleid van de werkelijke oorzaak: de toenemende complexiteit van onze maatschappij en in onze zorg (Woittiez et al., 2014).
Ggz voelt zich niet verantwoordelijk
Deze manier van denken heeft een grote impact op hoe we onze geestelijke gezondheidszorg inrichten. Toenemende aandacht in de ggz voor het herkennen van een laag IQ leidt daarbij niet tot het gevoel van verantwoordelijkheid voor het aanpassen van behandelingen zodat alle patiënten – ongeacht IQ – kunnen profiteren maar tot exclusie.
Dit is het gevolg van het beeld dat deze mensen per definitie beperkt en kwetsbaar zijn en dat zij iets heel anders nodig hebben dan de ggz kan bieden. De ggz voelt zich hier niet verantwoordelijk voor.
Het gevolg is het ontbreken van passende behandeling
We horen van onze patiënten wat het met hen doet om afgewezen te worden in de ggz omdat zij zoals zijzelf zeggen ‘te dom zijn voor een behandeling’. Het gevolg van deze uitsluiting is het ontbreken van passende behandeling voor een omvangrijke groep patiënten.
Dit zorgt voor groot menselijk lijden. Doorverwijzing naar het sociale domein en de verstandelijk gehandicaptenzorg als alternatief voor behandeling leidt tot complexe ondersteuningsvragen die zonder betrokkenheid van de ggz onvoldoende opgelost kunnen worden.
De snel in complexiteit toenemende maatschappij zal deze ontwikkeling versterken, wat bijdraagt aan een toename van de nu al onaanvaardbare gezondheidskloof (RVS, 2020).
Zelfreflectie vereist
De oplossingen vragen zelfreflectie van de zorg. De ggz moet erkennen dat zij bijdraagt aan de exclusie van een grote groep mensen en de morele plicht voelen te focussen op inclusie. Dit vergt bewustwording van het mensbeeld en de verwachtingen die er zijn van mensen met een laag IQ. Inclusie betekent niet dat je erbij mag als je je aanpast, maar dat iedereen erbij mag en dat de ggz zich op hen afstemt.
Dit betekent stoppen met het problematiseren van het IQ van de patiënt
Dit betekent stoppen met het problematiseren van het IQ van de patiënt en kijken hoe deze groep beter bediend kan worden. De noodzakelijke kennis is beschikbaar en bereikbaar.
De ggz moet veranderen
Wij pleiten voor verandering in de ggz zodat ook mensen met een laag IQ een behandeling kunnen krijgen voor hun psychische stoornissen. Zo moet de ggz mensen met een laag IQ actief een stem geven bij het inrichten van onze ggz. Bestuurders moeten starten met een expliciet inclusiebeleid voor alle mensen ongeacht hun IQ en een antidiscriminatiebeleid formuleren.
Opleiders kunnen deze patiënten integreren in alle bestaande curricula en hen niet wegzetten in een keuzemodule. Onderzoekers zouden bij elk onderzoek ook mensen met een laag IQ kunnen includeren. En behandelaren moeten zich in de communicatie afstemmen op deze patiënten zodat deze ook kunnen profiteren van hun behandelaanbod.
Erica Aldenkamp is gz-psycholoog en Jannelien Wieland is psychiater. Zij werken allebei bij de Poli+ in Leiden. Wieland werkt ook bij LUMC Curium.
Foto: Maksim Chernishev (Flickr Creative Commons)