Hoe buurthulp kan werken

Veel wordt recentelijk verwacht van buurthulp, van buurtbewoners die elkaar helpen. Maar uit veel onderzoeken blijkt twijfel over de buurt als plek waar mensen naar elkaar omkijken. Voor een deel terecht, maar buurtbewoners blijken toch wel bereid om elkaar te helpen.

Allereerst: buurtbewoners zijn bereid om hulp te vragen én om hulp aan te bieden. [1] Het gaat dan wel vooral om het uitlenen van kleine dingen zoals gereedschap en om het verzorgen van planten tijdens de vakantie. Boodschappen bij ziekte, klusjes in het huis of praten over persoonlijke problemen scoren beduidend lager. Wanneer zorgsituaties complexer worden, langduriger en intensiever, dan lijkt de rol voor buurtbewoners en vrijwilligers kleiner te worden. In elk geval is daar de betrokkenheid van professionals wenselijk. [2] In de periode 2010 – 2014 hebben we met literatuurstudie, bijeenkomsten, interviews en bezoeken aan buurthulpprojecten ons een beeld gevormd van de verscheidenheid aan initiatieven. Het handboek Bouwen aan Buurthulp vormt de weerslag van dit onderzoeks- en ontwikkelproject.

Uitgaande van deze gegevens: wat mogen we dan verwachten van buurthulp? Het blijkt dat veel succesvolle projecten van buurthulp datgene verbinden wat er al gebeurt: aanschuifmaaltijden, koffieochtenden, wandel- en leesclubjes, sport, noem maar op. Vaak stellen buurtbewoners zich de vraag: wat kunnen we nog meer voor elkaar betekenen? Cruciaal is aansluiten bij wat er leeft in de buurt, bij waar mensen zelf al voor kiezen. Dit heeft alles te maken met 'eigenaarschap': een succesvol buurthulpproject is voor, door en ván de buurtbewoners.

Een sleutelbegrip bij deze activiteiten: laagdrempeligheid

Een sleutelbegrip bij deze activiteiten is laagdrempeligheid. Twee mensen uit de buurt houden bijvoorbeeld van wandelen en vertrekken iedere woensdag om half elf vanaf het zwembad. Ze wandelen dan een kleine drie kwartier. Iedereen die zin heeft kan aanhaken. Je hoeft je niet perse aan te melden, maar handig is het wel, want mocht je iets later komen, dan wachten de anderen op je. Honden zijn welkom. Zo ontstaat een vaste groep mensen die eens per week samen de honden uitlaten, samen met fitte zestigplussers die willen bewegen. Hier zijn talloze varianten op te verzinnen: dagelijkse wandelingen, wekelijkse wandelingen. Wandelingen met een thema, in de buurt of juist daarbuiten. Een klein rondje of, voor de liefhebbers, zo nu en dan een mooie dagwandeling op een van de LAW-routes die Nederland rijk is.

Verbinden: na het wandelen samen eten

Zo’n wandeling is vervolgens te combineren met een aanschuifmaaltijd. Samen eten na het wandelen. Ook daarin is de variatie eindeloos. Dat kan bij iemand thuis zijn, of in een gemeenschappelijke ruimte in de buurt. Het hoeft allemaal niet groots zijn opgezet. Soms zijn er speciale menu's: een retro-maaltijd met draadjesvlees bijvoorbeeld. In sommige gevallen is er een gespreksthema bij de maaltijd: iemand bereidt een inleiding voor of er wordt een spreker gevraagd. Het is leuk voor een buurthulpproject om op verschillende plekken, op verschillende dagen in de maand een aanschuifmaaltijd te organiseren, zodat bewoners kennis maken met verschillende mensen, straten en gerechten.

Nog een stapje verder gaat de Zorgvrijstaat Rotterdam West, dat zo nu dan 'Lekker oud eten', eten wat de oud-Hollandse pot schaft, serveert naar een simpel recept. Tien buurtbewoners schuiven aan bij tien bewoners van een verzorgingshuis. De kosten zijn acht euro. De helft daarvan wordt gebruikt om iemand anders uit Rotterdam-West, die het goed kan gebruiken, voor een volgende aanschuifmaaltijd uit te nodigen.

Bekende gezichten uit de buurt leren kennen

Voor sommige mensen beantwoordt de activiteit zelf, het samenzijn, al de hulpvraag. De gezelligheid van het ontmoeten van andere mensen is vaak genoeg. Tijdens het samenzijn ontstaat ook uitwisseling: doordat mensen met elkaar in gesprek raken, wisselen ze tips en ervaringen uit. Je kent elkaar misschien persoonlijk nog niet zo goed, maar je hebt wel weet van elkaar. Dat geeft duidelijkheid en vaak ook een veiliger gevoel over de buurt. Dit wordt ook wel publieke familiariteit genoemd. Met het delen van een maaltijd ken je elkaar natuurlijk nog niet persoonlijk. In eerste instantie leer je vooral de 'bekende gezichten uit de buurt' kennen. Na verloop van tijd leer je elkaar misschien beter kennen en bestaat de kans dat mensen deel gaan uitmaken van elkaars persoonlijke netwerk. Met andere woorden: door herhalende activiteiten en ontmoeting groeit de overlap van verschillende persoonlijke netwerken met die van de buurt.

Hoe weet een buurtbewoner nou het buurthulpproject te vinden? In onze zoektocht naar initiatieven troffen we veel creatieve middelen aan: tassen, kaartjes, banners, posters, bordjes, flessenpost, boekenleggers en t-shirts aan met daarop logo's en slogans. Mensen gingen de straat op om buurtbewoners te bevragen, schoolkinderen gingen het dorp door met vragen als 'wat zou u willen doen?' en 'kunt u wat hulp gebruiken?'. Maar ook digitaal wordt er stevig aan de weg getimmerd: websites, Facebook-pagina's, nieuwsbrieven, noem maar op.

Hierboven gaat het vooral om ontmoeting, om dingen met elkaar doen: de sociale component van een netwerk bouwen. Bij buurthulp is er ook alle mogelijkheid om gebruik te maken van digitale systemen om vraag en aanbod te matchen. Denk aan websites als www.wijkconnect.com, www.wehelpen.nl of www.zorgvoorelkaar.com. Handige systemen die je als middel kunt gebruiken om hulpvraag en -aanbod aan elkaar te verbinden.

Buurthulp is een aanvulling geen vervanging

Passen deze praktijken nu mooi in het plaatje dat de overheid graag ziet van voor elkaar zorgende burgers? Niet als het te instrumenteel wordt benaderd. Wanneer beleidsdoelen top-down aan buurtbewoners opgelegd worden, dan zal een buurthulpproject zeker falen. Wanneer er ruimte is voor buurtbewoners om zelf te bepalen hoe zij hun burenhulp vormgeven, is er flink wat mogelijk in de buurt. En let wel: als aanvulling op andere vormen van informele en formele zorg, niet als vervanging.

Wilco Kruijswijk werkt bij Movisie als projectleider en onderzoeker.

Kruijswijk, W., Hoek, K. van den, Maat, J.W. van de (2014). Bouwen aan Buurthulp. Handboek voor het organiseren van onderlinge hulpverlening in de buurt.

 

Foto: Bas Bogers

Noten:

1. SCP, 2014; Burgermacht op eigen kracht? Pg 74 e.v. Auteurs: Pepijn van Houwelingen, Anita Boele en Paul Dekker.

2. Runia & Machielse, 2012; Betrokken professionals, betrokken vrijwilligers. Een uitgave van het Landelijk Expertisecentrum Sociale Interventie (Lesi).

Dit artikel is 1827 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Grenzen buurthulp komen snel in zicht!
    In wat voor een buurt leef ik eigenlijk ?
    Omzien naar de buren en waar mogelijk een helpende hand toesteken, tijdig signaleren waar het dreigt te escaleren achter een voordeur en waar mogelijk professionele krachten ontlasten.
    Met dit motto, u niet onbekend, heb ik mijn straat eens gescreend, waar ik nu tien jaar woon.
    Het resultaat van dat onderzoekje is ontluisterend, zowel wat betreft de grenzen aan wat je als buurman kan betekenen als in de zin van graadmeter van de geestelijke gezondheid van de bewoners van mijn buurt.

    Even rustig gaan zitten
    Gaat u maar even rustig zitten: in de afgelopen jaren maakte ik het volgende mee: 1 geslaagde suïcide, 1 huisuitzetting na gedwongen psychiatrische opname na extreem huiselijk geweld;
    1 vereenzaamde man met een drankprobleem niet in staat is zijn huis zelfstandig te bewonen; 1 jong echtpaar dat tot in de vroege uren van de morgen hun ruzies met geschreeuw probeerde te beslechten; 1 recente psychiatrische opname; en het overlijden van een dierbare buurvrouw waar ieder altijd terecht kon.
    Dan heb ik het nog niet over slepende conflicten tussen buren; een politie inval; seksistisch intimiderende telefoontjes als de overbuurman ziet dat een dame uit de badcel komt met weinig kleding aan en …niet te vergeten mijn directe buurvrouw die alleen maar de kunst van het ‘vragen’ volledig beheerst maar van ‘geven’ nog nooit heeft gehoord. Die mijn auto leent om een begrafenis te kunnen bezoeken, maar haar beklag doet als de fiets van mijn dochter net voorbij de grens van de voorkant van het huis en ‘op haar terrein komt’.

    Wat me restte
    Voor de goede orde, ik heb het hier over zo’n twintig (!) buren en woon in een rustige wijk waar ogenschijnlijk nooit iets heftigs speelt. In een aantal van bovenstaande situaties heb ik niet weggekeken, maar moest al snel concluderen dat het hier werk voor professionals betrof.
    Wat restte was het doen van een boodschapje voor een zieke buurvrouw, de politie of het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling bellen, boormachines en ander gereedschap uitlenen en begripsvol luisteren naar verhalen waar geen touw aan vast te knopen is.
    En vooral hopen dat de situatie in mijn buurtje om duistere redenen een absolute uitzondering is in een wijk waar we het (nog) niet gewoon zijn om achter de voordeur te kijken. Begrijp u waarom?

    Rustige buurt
    Ondanks al het bovenstaande wil ik graag kwijt dat ik woon in een heerlijk huis, in een rustige straat.
    Tenminste als er geen kids om 1 uur ’s nachts op het kunstgrasveld gaan voetballen en mits ik tijdig mijn raam sluit voor de decibellen die de kinderen van de basisschool in de pauze produceren.
    Maar dat is nu eenmaal de consequentie van het wonen in de stad.
    Het is eerder dat ik wat reserves begin te voelen bij de slogan ‘de burger is aan zet’ als verantwoordelijke voor de leefbaarheid in buurt en wijk. Graag zou ik horen wat er van me als ‘betrokken burger in het nieuwe sociale domein’ verwacht wordt als bovenstaande calamiteiten zich onverhoopt nog eens voordoen. Ik heb zo’n flauw vermoeden dat ik daar voorlopig geen antwoord op krijg.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *