Hoe kun jij minder vliegen? Hoe verander je een seksistische cultuur bij een studentenvereniging? Hoe kunnen we overgewicht onder Nederlanders terugbrengen? Deze drie vragen lijken op het eerste gezicht niets met elkaar te maken te hebben. Ze hebben betrekking op verschillende thema’s: klimaatverandering, sociale veiligheid en gezondheid. Ook het niveau van de vraagstelling is anders. Hoe jij minder kunt vliegen gaat over het individuele niveau, een verenigingscultuur heeft betrekking op het mesoniveau en overgewicht is in deze vraag een macroprobleem, op het niveau van de Nederlandse bevolking.
Ingesleten gedragspatronen
Toch hebben deze vraagstukken een gemene deler. Het oplossen van deze problemen vergt in alle drie de gevallen een verandering van gedrag. Wie wel eens heeft geprobeerd zijn of haar schermtijd naar beneden te brengen, weet: het veranderen van gedrag is niet eenvoudig. Je telefoon lonkt telkens wanneer je even niets te doen hebt.
Gelukkig houdt gedragsverandering steeds meer sociale wetenschappers bezig en reiken zij vanuit verschillende disciplines inzichten aan over hoe we ingesleten gedragspatronen effectief en blijvend kunnen aanpassen. De volgende drie tips zijn niet alleen handig voor onszelf, maar ook juist beleidsmakers kunnen er hun voordeel mee doen.
1.Maak het alternatieve gedrag minder aanlokkelijk
Ben je na een lange dag moe en zou je eigenlijk je favoriete serie willen kijken op de bank? Dat is niet het juiste moment om jezelf ertoe te zetten om een rondje te gaan hardlopen. Voor iedereen die moet kiezen tussen ontspannen of een zware inspanning leveren is de keuze immers snel gemaakt. Dat komt omdat het minder gezonde gedrag heel aantrekkelijk is.
Volgens communicatiewetenschappers moet je mensen daarom duidelijk maken dat, als je je hebt voorgenomen om meer te gaan sporten, je daarvoor beter een moment kunt uitkiezen waarop het alternatief minder verleidelijk is. Als het alternatief betekent dat je de oppas moet afbellen, de kinderen van de opvang moet halen én boodschappen moet doen, dan is dat rondje hardlopen wellicht zo erg nog niet.
Bij kleine kloof tussen gewenst en alternatief gedrag is de kans groter dat gewenst gedrag wordt vertoond
In jargon: als de kloof tussen het gewenste en het alternatieve gedrag klein is, dan is de kans groter dat je het gewenste gedrag ook echt gaat vertonen. Dit inzicht biedt ook een verklaring voor het veel en vaak niet aan de covidmaatregelen houden door jongeren, ondanks hoge draagvlakcijfers. 83 procent van de jongeren stond achter de maatregel van het houden van 1,5 meter afstand. Daadwerkelijk afstand houden, deden veel jongeren niet. Dat komt onder meer doordat niet iedereen die de intentie heeft om zich aan de regels te houden, dat ook doet.
Maar er speelt ook nog iets anders mee. In de donkere dagen van de pandemie was het animo naar alle waarschijnlijkheid nóg groter voor een feestje, voor de meeste jongeren een onweerstaanbaar alternatief voor naleving van de covidmaatregelen.
2. Maak van gewenst gedrag een gewoonte
Als je je minst favoriete klus hebt ingeruild voor een rondje hardlopen, is het vervolgens de kunst om het goede gedrag vol te houden. Om te voorkomen dat je het hardlopen na drie keer voor gezien houdt, kan het helpen om een gewoonte te ontwikkelen. Door een koppeling te creëren tussen gedrag en een cue (altijd hardlopen na een wekelijkse afspraak), wordt het een automatisme. Dat creëert een soort buffer, die een dip in motivatie kan opvangen.
Een basisniveau van positieve motivatie blijft nodig voor het volhouden van gedrag
Gewoonten worden in de sociale en gezondheidspsychologie daarom vaak sleutels tot gewenste gedragsverandering genoemd. Ze beschermen tegen de fluctuatie van wilskracht en motivatie en zijn daarmee bevorderlijk voor het volhouden van gedrag.
Voor leefstijlbeleid betekent dat dat incidentele interventies minder zinvol zijn dan het inzetten op het aanmoedigen van specifiek gedrag in een vaste situatie bij een bepaalde doelgroep, zodat deze de kans krijgt om een gezonde gewoonte te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan het introduceren van een dagelijks moment op school voor het drinken van water, in plaats van het zo nu en dan uitdelen van een gezonde traktatie.
Een gewoonte is niet de heilige graal voor gedragsverandering: een basisniveau van positieve motivatie blijft nodig voor het volhouden van gedrag.
3. Benut vriendschapsnetwerken: gedrag van vrienden is aanstekelijk
Een originele tool voor gedragsverandering is gelegen in de vriendschapsparadox, een fenomeen uit de sociologie. Het volgende principe blijkt altijd te kloppen: het gemiddelde aantal vrienden van vrienden is groter dan het gemiddelde aantal vrienden. Dit houdt in dat jouw vrienden gemiddeld een groter netwerk hebben dan jijzelf.
Om gezond gedrag te stimuleren, kunnen beleidsmakers gebruikmaken van vriendschapsnominaties
Deze breinbreker heeft consequenties voor de verandering van gedrag. Je beïnvloedt met jouw gedrag je vrienden, die met hun gedrag weer meer vrienden beïnvloeden. Gedragsverandering via vriendschapsnetwerken kan daarom snel gaan. Dit inzicht past binnen de bredere conclusie die sociologen trekken, namelijk dat we de invloed van netwerkeffecten op gedragsverandering niet moeten onderschatten.
Wat betekent deze paradox concreet voor beleidsmakers? Om gezond gedrag te stimuleren, kunnen beleidsmakers bijvoorbeeld gebruikmaken van vriendschapsnominaties: deelnemers mogen hun vrienden uitnodigen voor een leefstijlinterventie. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dat meer zoden aan de dijk zet, dan wanneer leefstijlinterventies gericht zijn op een willekeurig geselecteerde groep.
Niet altijd zijn deze en andere gedragsinzichten voldoende om ons gedrag effectief en permanent te veranderen
In deze studie leidde een interventie die was gericht op de gezondheid van meer dan 24.000 moeders en hun kinderen het vaakst tot gedragsverandering wanneer deelnemers zelf vrienden mochten selecteren om ook mee te doen.
Kennis bundelen
Zijn deze en andere gedragsinzichten voldoende om ons gedrag effectief en permanent te veranderen, en daarmee, om maatschappelijke vraagstukken op te lossen? Zeker niet in alle gevallen. Zo geldt voor vliegen dat gedragsalternatieven, zoals reizen met de trein, meestal duurder zijn en de reis veel langer duurt. Bovendien vliegen de meeste mensen incidenteel, waardoor de inzichten met betrekking tot gewoontevorming niet toepasbaar zijn.
Sociale netwerken kunnen wel een rol spelen bij de verspreiding van normen over vlieggedrag en daarnaast kunnen de klassieke juridische en economische instrumenten effectief zijn. Voor dit traditionele instrumentarium is het draagvlak echter smal.
Om het vliegvraagstuk en andere grote beleidsvraagstukken vanuit gedragsinzichten op te lossen, is meer onderzoek nodig, evenals de bundeling van bestaande sociaalwetenschappelijke inzichten tot een multidisciplinair perspectief. Zonder deze aggregatie van disciplinaire kennis is het immers onmogelijk om zoiets complex als menselijk gedrag te doorgronden.
Simone Arnold is studente aan de onderzoeksmaster Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Dit artikel is tot stand gekomen naar aanleiding van de 216de plenaire bijeenkomst van de Sociaal Wetenschappelijke Raad over gedragsverandering. De auteur bedankt sprekers Bas van den Putte, Marieke Adriaanse, Daan van Soest, Babs Westenberg en Beate Völker voor hun bijdragen, en Lars Tummers en Erwin Bulte voor de organisatie.
Foto: Frankline Heijnen (Flickr Creative Commons)