Het leven na zijn pensioen gaat eigenlijk gewoon door, vertelt hij ontspannen. ‘Ik zoek nog wel naar het ritme, maar ik doe hetzelfde soort dingen als toen ik bij Vilans werkte. Maar met een wat groter gevoel van keuzevrijheid en minder verantwoordingsdiscipline. Ik ben nog een dag in de week hoogleraar aan de VU en heb een aantal tijdelijke nevenwerkzaamheden, bijvoorbeeld voor een commissie in de SER. Ik heb een hoog agendabewustzijn, ik vind ook dat ik een reden moet hebben om op te staan. Ik slaap alleen in het weekend uit en ga door de week ook niet heel lang de krant zitten lezen.’
Wil je dit leven zo volhouden tot 2040?
‘Ik heb wel steeds meer de behoefte om lokaal actief te worden, en dat eindigt misschien in de tuin. Je moet je natuurlijk steeds meer aanpassen, de jaren gaan tellen, je overziet het minder.’
Misschien een zorgcoöperatie beginnen?
‘Dat komt er misschien nog van. Ik zie wel mensen om me heen met wie ik dat zou kunnen oppakken. Maar ze moeten er wel zin in hebben en ik moet er dan echt mijn hoofd op gaan zetten.’
Het maatschappelijk ideaal is om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen.
‘Maar dat heeft wel zijn grenzen. Cruciaal is hoelang je in staat bent om je relaties in stand te houden. Zolang ik fris en fruitig ben, een partner heb, de kinderen en de kleinkinderen komen logeren – zolang is “thuis” waar ik nu woon. Maar er komen tijden dat mensen wegvallen, dat je zelf niet meer de vitaliteit hebt voor zo’n groot huis. Als je helemaal alleen bent, dan is het thuis zijn niet zonder meer een feest. Het verpleeghuis ook niet, dus een tussenvorm zou goed zijn. Thuis wordt vaak gezien als het pand waar je altijd gewoond hebt. Maar ik kijk naar de gevoelswaarde. Het is fijn als je de gevoelswaarde van thuis hebt, ook al heb je hulp nodig. Dat staat of valt met relaties kunnen hebben. En met een setting waarvan jij de eigenaar bent en die ook de look and feel van thuis heeft. Dat kan je aangepaste huis zijn, maar ook iets anders.’
‘Als je de zorg niet goed voor iedereen zeker stelt, komt de solidariteit onder druk te staan’
Hoe zie jij in dit verband het probleem van ongelijkheid in de zorg?
‘Ik zie het zo: zorg, ondersteuning voor wat je niet meer kunt doen, moet goed verzekerd zijn. Maar alles wat met het wonen te maken heeft, of met hoe mensen hun vrije tijd of hun geld besteden, daar moet de overheid zich niet te veel mee bemoeien. Ook in het “gewone” leven accepteren we daarin verschillen. Als je de zorg niet goed voor iedereen zeker stelt, komt de solidariteit onder druk te staan, terwijl iedereen naar mijn idee hier recht op heeft. Mensen met veel geld gaan dan, dankzij de overwaarde van hun huis bijvoorbeeld, eigen verpleegkundigen of een zorgbutler nemen. Dat is nu soms al zo en dat trekt ook nog eens arbeidskrachten uit de markt. Maatschappelijk gezien is dat zonde, maar je kunt het mensen niet verbieden. Ik weet het antwoord daarop niet goed.’
Marcel Canoy suggereerde onlangs in zijn oratie als hoogleraar aan de Vrije Universiteit om een beroep te doen op ouderen als vrijwilliger in de langdurige zorg.
‘Ja, goed idee, zorg bijvoorbeeld dat mensen wat kunnen bijverdienen. Dat het leven nu erg duur wordt, kan een extra impuls geven om actief te worden. Ik sprak een tijdje terug een schilder, een steigerbouwer en een bakker, die alle drie na hun pensioen weer actief waren geworden. Mensen krijgen als ze stoppen met werken vaak het advies om zich twee jaar te oriënteren, “anders word je erin gezogen”. Maar wat is daarvan nou het probleem? Dat is toch prima? Oudere mensen doen al veel, maar het mag best wat meer.’
Henk NiesHenk Nies (1955) was tot zijn pensioen deze zomer directeur Innovatie van Vilans, kennisorganisatie voor de zorg, en daarvoor lid van de raad van bestuur. Tot 1 juli 2023 is hij nog bijzonder hoogleraar Organisatie en Beleid van Zorg aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Nies studeerde psychologie met als afstudeerrichting gerontologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Van 2001 tot en met 2006 was hij als directeur NIZW Zorg verbonden aan het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Nies houdt zich tegenwoordig bezig met verschillende projecten op het gebied van zorg, zingt in een koor en loopt twee keer in de week tien kilometer hard. |
De vrijblijvendheid moet ervanaf? Je moet iets terugdoen voor je AOW?
‘Of je krijgt een bonus. Ik ken een oud-onderwijzer die weer tien uur per week voor de klas staat. Die krijgt te horen: “We hebben je nodig.” Dat werkt, weten we uit het vrijwilligerswerk. Ik studeerde ooit gerontologie en daar ging het over de “rolloze rol” die komt als je met pensioen gaat. Het is een levensfase zonder maatschappelijke betekenis. Jong zijn is leren, daarna komt werken, met pensioen hoef je niks meer. Maar nu die pensioenfase vijfentwintig of dertig jaar duurt, wordt de existentiële vraag “Wat is de zin van mijn bestaan?” steeds urgenter. Daar moeten we met z’n allen over nadenken.’
‘Laat de ouderen maar eens solidair zijn met de jongeren’
Is er een maatschappelijk debat nodig?
‘Ik zou wel voelen voor een debat over de vraag: “Waarom hebben wij oude mensen nodig?” Ik ben een boomer, van de generatie die overal van heeft geprofiteerd en de toekomst voor jongeren ingewikkeld heeft gemaakt. Je zou kunnen zeggen: het is payback time. Laat de ouderen maar eens solidair zijn met de jongeren. Wij ouderen zijn in vergelijking met jongeren over het algemeen een welvarende groep.’
Het sociaal domein kan hierin wellicht ook meer betekenen. Maar gek genoeg wordt daar helemaal niet naar gekeken. In het Integraal Zorg Akkoord komt het hele sociaal werk niet voor. Waar gaat dit nou mis?
‘Problemen zijn makkelijker te definiëren vanuit het medische. Waarom heb ik er zoveel geld voor over om me te verzekeren tegen een gaatje in mijn kies, maar niets tegen een groot gat als eenzaamheid? Een gaatje in je kies is misschien duidelijker, en is geen persoonlijk falen, het is gewoon pech. Eenzaamheid vindt iedereen wel een belangrijk probleem, maar niemand durft ervoor uit te komen. De causaliteit is ook ingewikkelder. Laten zien dat mensen doodgaan op de ic is veel makkelijker dan mensen die sterven uit eenzaamheid. Het is misschien wat cynisch geredeneerd, maar je mag hopen dat, nu een bredere laag van de bevolking met sociale problematiek te maken krijgt, het voor iedereen duidelijker wordt dat het geen individueel probleem is.’
Jij ziet betaalde mantelzorg ook als deel van de oplossing in de langdurige zorg. In een pleidooi daarvoor kreeg je tegengeworpen dat je daaraan geen prijskaartje kunt hangen aangezien het om relaties en gevoelens gaat.
‘Dat vond ik niet zo’n sterk tegenargument. We betalen ook voor allerlei andere dingen om te zorgen dat mensen een aangenaam leven hebben. Als je niet kunt lopen, betalen we een scootmobiel. Maar als je met iemand een eindje aan je arm gaat lopen, dan hebben we daar niks voor over. Waarom niet een van de kinderen vergoeden in de onkosten? Een vrijwilligersvergoeding is ook akkoord. En iemand die je gaat compenseren voor verlies aan pensioen, is ook prima.’
‘Laten we eerlijk zijn: het contact met het zorgpersoneel is ook niet altijd ideaal’
Technologie op de oude dag, daar zie je ook geen probleem in. In een YouTube-filmpje zeg je dat een robotbutler en een Japans toilet je wel wat lijken. Je lijkt niet bang voor de verschraling van het persoonlijk contact.
‘Technologie kan heel veel. Neem Spot, de robothond. Die kun je allerlei instructies geven om dingen te pakken, zodat je niet alles hoeft op te sparen voor als de verzorgende binnenkomt. Een robot die je door de wasstraat haalt – ook prima, net als een bed dat je met een takelsysteem helpt opstaan. Het is natuurlijk geen vervanging van persoonlijk contact, maar laten we eerlijk zijn: het contact met het zorgpersoneel is ook niet altijd ideaal. Bijvoorbeeld wanneer een jou onbekende zorgverlener even binnenkomt met een gehaast praatje.’
Je hebt drie dagen in een verpleeghuis doorgebracht. Wat leerde je dat?
‘Met een bonzend hart ging ik naar binnen. Ook al was het een gesimuleerde werkelijkheid, ik stelde me voor: ik ben oud en kwetsbaar en laat nu alles achter me. Het is ook een enorme inbreuk op je leven als er elk moment iemand op de deur kan kloppen. De zorgmedewerkers die ik dat naderhand teruggaf (en dat altijd netjes deden), realiseerden zich dat niet.’
Deed je aan alles mee?
‘Ja, en ik vond bingo top! Dat had ik van tevoren niet gedacht, het leek me heel oubollig. Maar het is echt een heel goede activiteit, want je zit met mensen aan tafel die je niet goed kent en je hebt iets om over te praten. Je kunt iemand met parkinson die naast je zit, helpen de nummertjes te leggen. Of het nummer herhalen voor iemand die het niet goed kan horen. Dus ik kon van betekenis zijn. Je gaat ook bij een ander langs als het begint: “Ga je ook mee naar de bingo?” Het enige wat ik jammer vond, was dat ze niet een bewoner vroegen de nummers op te lezen. Ook in het verpleeghuis moeten we nog de vraag stellen: “Waarom hebben we deze oude mensen nodig?”’
Marcel Ham is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Anita Peters is programmadirecteur bij Movisie.
Foto: Sjef Prins / APA Foto