Gunstige economie gaat aan deel oudere werklozen voorbij

De werkloosheid daalt al jaren, maar amper onder ouderen. Zij zouden onvoldoende hun best doen om een nieuwe baan te zoeken en te hoge looneisen hanteren. Maar: klopt dat wel?

Er is inmiddels al weer enkele jaren sprake van een aantrekkende conjunctuur en dalende werkloosheid. Toch slagen vooral oudere werklozen er lang niet allemaal in opnieuw een baan te bemachtigen. Hun aandeel in het werklozenbestand groeit daardoor voortdurend.

Met het toenemen van hun werkloosheidsduur verminderen hun kansen op een nieuwe baan bovendien nog verder. Immers: met iemand die ondanks de toenemende krapte op de arbeidsmarkt nog altijd geen nieuwe baan gevonden heeft, moet wel haast iets mis zijn.

Verschillende factoren worden regelmatig aangedragen ter verklaring waarom oudere werklozen zo moeilijk opnieuw aan de slag komen. Bijvoorbeeld zoekintensiteit, de met leeftijd oplopende beloning en de mate waarin ouderen bereid zouden zijn hun loonwensen aan te passen.

Oudere werklozen zouden – met als steuntje in de rug hun ‘riante’ uitkering – onvoldoende hun best doen om een nieuwe baan te vinden en niet bereid zijn in een nieuwe baan een stapje terug te doen. In economische termen: hun ‘reserveringsloon’ zou te hoog zijn. Maar: klopt dit wel?

Oudere werklozen zoeken net zo vaak als jongere

Aan de hand van onderzoek op basis van het Arbeidsaanbodpanel (AAP) van het Sociaal en Cultureel Planbureau voor de periode 2008-2016 komen wij tot de conclusie dat deze verklaringen geen steun vinden in de verzamelde gegevens. We zien in de eerste plaats dat oudere werklozen niet substantieel minder vaak solliciteren dan jongere werklozen. Wel moet daarbij het voorbehoud worden gemaakt dat we niet de kwaliteit van de sollicitaties hebben onderzocht.

Het kan niet worden uitgesloten dat een oudere werkloze die al decennialang niet heeft gesolliciteerd moeilijker de juiste toon weet te treffen om een moderne, jonge HR-manager te overtuigen hem of haar uit te nodigen dan leeftijdsgenoten van de HR-manager. Die leeftijdsgenoten hebben de afgelopen jaren veelal in tijdelijke of andere flexbanen gewerkt. Daaraan zijn veel nadelen verbonden, maar goed voor je sollicitatievaardigheden is het wel.

Ouderen gaan niet ‘steeds maar meer’ verdienen

Over de stelling dat ouderen ‘steeds maar meer’ zouden gaan verdienen, kunnen we kort zijn. Inderdaad, Nederland kent een stelsel van oplopende loonschalen. In veel van die schalen bereiken werknemers echter tussen hun veertigste en hun vijftigste het maximum. Als ze dan alsnog meer gaan verdienen, is dat doordat ze naar een hogere schaal gaan. Dat gaat meestal niet zonder een expliciet besluit van de werkgever die kennelijk tot de conclusie is gekomen dat de bevorderde werknemer wel degelijk een hoger loon waard is.

Ook de claim dat oudere werklozen nauwelijks bereid zijn hun loonwensen neerwaarts aan te passen vindt geen steun in de feiten. Natuurlijk zijn er altijd individuen die de werkelijkheid niet onder ogen willen zien dat met name hun bedrijfsspecifieke kennis en vaardigheden in een nieuwe werkcontext veel minder waard zijn dan in hun oude baan. Gemiddeld richten werklozen – jong en oud – hun loonwens naar hun laatst verdiende loon.

Maar: de variatie is groot. Ongeveer de helft stelt zijn loon in neerwaartse richting bij. Afhankelijk van leeftijd en geslacht verschilt de mate van aanpassing. Juist bij de groep ouderen is het aandeel werkzoekenden dat het loon neerwaarts bijstelt het grootste. Verder vinden we niet dat het ‘reserveringsloon’ – het uurloon dat men minimaal zou willen verdienen – daalt naarmate men langer werkloos is. Dat zou het gevolg van een selectie-effect kunnen zijn: mogelijk vinden degenen die hun loonwensen verder verlagen eerder een baan en verdwijnen ze daarmee uit de onderzochte populatie werklozen.

Lagere loonwens leidt nauwelijks tot grotere kans op vinden nieuwe baan

Om te zien of dat verband daadwerkelijk bestaat, hebben we vervolgens onderzocht of een lagere loonwens bijdraagt aan een grotere kans om een nieuwe baan te vinden. Uit onze schattingen blijkt dat er slechts een heel beperkt verband bestaat tussen het reserveringsloon en de baanvindkans. Bereid zijn salaris in te leveren, is dus niet genoeg.

Wel is er een duidelijk negatief verband tussen leeftijd en de kans op het opnieuw vinden van een baan. Het is dus niet zo dat ouderen niet opnieuw een baan vinden vanwege hun te hoge inkomenseisen. Ook het (drastisch) omlaag bijstellen van die eisen lijkt geen succesvolle strategie.

Deze bevinding sluit aan bij wat men oudere werkzoekenden wel eens hoort verzuchten: als ze solliciteren op hun vorige baan- en salarisniveau, worden ze geconfronteerd met de reactie dat ze kennelijk vergeten zijn dat ze in een nieuwe baan minder productief zijn (en dus qua salaris water bij de wijn moeten doen).

Maar als ze solliciteren op een baan- en salarisniveau dat beduidend lager ligt dan hun laatste baan, worden ze niet serieus genomen, omdat ze onder hun niveau solliciteren. Het resultaat is in beide gevallen gelijk: ze worden niet aangenomen.

Grote invloed normen en tradities bij werkgevers

Bij de vraag of werkgevers hun oudere werknemers stimuleren om te stoppen of juist langer door te werken, bleek uit eerder onderzoek dat de normen onder werkgevers over wat ‘passend gedrag’ is grote invloed hebben. Dergelijke normen lijken ook een rol te spelen als het over een passend baan- en salarisniveau voor een oudere werknemer gaat.

Een oudere werkloze die voor iets meer dan het minimumloon aan de slag wil omdat hij in zijn nieuwe baan nog veel te leren heeft, is op een of andere manier niet geloofwaardig. Een man of vrouw van boven de vijftig met een eigen woning en gezinsverantwoordelijkheden ‘afschepen’ met een dergelijke beloning voelt voor veel werkgevers niet goed en past slecht bij de Nederlandse traditie van oplopende loonschalen.

Basisbaan voor ouderen

Het aannemen van oudere werklozen past sowieso slecht bij de diepgewortelde – en ooit rationele – traditie binnen organisaties om continu te streven naar verjonging. Toch zal deze traditie op de helling moeten in een tijd waarin toenemende krapte op de arbeidsmarkt en vergrijzing van de beroepsbevolking samen komen. De traditie is immers niet langer rationeel: in veel functies en beroepen zijn jongeren niet automatisch productiever dan ouderen en bovendien droogt het reservoir jongeren langzaam op.

Zoals eerder de inzet van vrouwen organisaties een voordeel kon opleveren, is de vraag of dat thans ook het geval is met oudere werknemers. De recente geschiedenis leert dat lang niet alle organisaties er tot dusver van overtuigd zijn dat zo een voordeel bestaat. Gevreesd moet dan ook worden dat een flinke groep oudere werklozen op alternatieven, zoals de hier eerder besproken basisbaan, is aangewezen dan op werkgevers die hun eigenbelang onvoldoende in het zicht hebben.

Joop Schippers is hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit Utrecht/NSVP-fellow bij het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS).

Jan Dirk Vlasblom is als onderzoeker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau

 

Dit artikel is een bewerking van “Werkloze ouderen weer aan het werk? Het effect van reserveringsloon en zoekintensiteit” in het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken.

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)