INTERVIEW ‘Coronacrisis vraagt niet alleen medisch, maar ook sociaal antwoord’

Hoe komen de besluiten van werkers in een wijkteam tot stand? Werken ze vanuit een visie? En kan het ook beter, bedachtzamer en vakbekwamer? Marcel Spierts en Sanneke Verweij deden daar voor Movisie onderzoek naar in twee verschillende wijkteams. Wat leert ons dat in tijden van corona? Zelfstandig onderzoeker en publicist Marcel Spierts licht toe.

Goede besluitvorming door sociale professionals is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van de ondersteuning aan cliënten en inwoners. Sinds de decentralisaties in 2015 is de druk op die besluitvorming toegenomen. De verwachtingen van het nieuwe beleid zijn hooggespannen.

Marcel Spierts Foto: Bob Bronshoff

De druk neemt ook toe doordat gemeenten meer dan voorheen over de schouders van sociaal werkers heen meekijken. Hoe kunnen ze onder deze hoogspanning het hoofd koel houden en tot goede beslissingen komen? Helemaal nu het coronavirus de werkomstandigheden bemoeilijkt.

Jullie hechten aan het belang van professionals die terug praten tegen beleidsmakers. Klopt de verwachting dat daar in tijden van crisis minder ruimte voor is?

Marcel Spierts: ‘Integendeel. In ons onderzoek laten we zien hoe sociale professionals soms worstelen met de opdracht van de gemeente en het idee hebben dat ze daar hun eigen ervaring en expertise onvoldoende in kwijt kunnen. De huidige crisis en vooral het plotselinge karakter ervan zorgt juist voor een niemandsland. De opdracht van de gemeente staat nu even tussen haakjes. Er is maar één opdracht, namelijk alles uit de kast halen om mensen waar het maar kan tot steun te zijn en een schil te vormen om de medische professionals heen.’

Wat bedoelen jullie met een schil vormen?

‘We weten van eerdere virussen zoals aids, sars en ebola dat zo’n crisis niet alleen om medische antwoorden vraagt, maar ook om sociale. Medici hebben nu vooral steun nodig om ‘social distancing’ effectief te organiseren. Jongerenwerkers kunnen bijvoorbeeld groepen jongeren aanspreken om niet samen te scholen en samen met hen naar alternatieven voor sociale nabijheid te zoeken. In die zin moeten sociaal werkers nu actief hun eigen opdracht zoeken en vormgeven. En liefst in overleg met zorgprofessionals, wijkagenten en leerkrachten’.

Jullie zagen een drietal patronen in de besluitvorming van professionals: intuïtief denken, morele verbeelding waarbij de professionals zich een voorstelling van de toekomst maken, en tot slot de rol van betrokkenheid en emoties. Hoe zien we dat terug in de huidige coronacrisis?

‘Een crisis van deze omvang is natuurlijk uniek. Ook sociale professionals hebben daar geen ervaring mee, dus hun intuïtie en ervaring zal hen daar maar beperkt te hulp schieten. Sociale professionals hebben wel veel ervaring met onvoorziene situaties en onverwachte ontwikkelingen, die complex zijn en dynamisch. Dat komt ze nu wel goed van pas. Ze zijn sterk in improviseren en experimenteren. Maar we stellen in ons onderzoek ook vast dat ze soms weinig analytisch zijn. En deze crisis spreekt wel degelijk het analytische vermogen van sociale professionals aan en vraagt om richting, structuur en organisatie.’

Kan morele verbeelding daarbij helpen?

‘Zeker, morele verbeelding betekent dat je je een voorstelling maakt van toekomstige situaties en van de mogelijke of waarschijnlijke uitkomsten van je handelen. En of die uitkomsten in moreel opzicht ‘goed’ zijn voor de inwoner en zijn of haar omgeving en of je er zelf als professional achter kan staan. Maar in deze situatie is het nog belangrijker dat je in sneltreinvaart een visie ontwikkelt over wat je als professional en als team kan bijdragen. Sociaal werkers worden niet voor niets tot de vitale of cruciale beroepen gerekend in deze crisis. Ik noemde al ‘social distancing’, dat heeft op dit moment absolute prioriteit en vraagt om informeren en creatief communiceren en organiseren. Maar het gaat ook om het wijksgewijs achterhalen waar essentiële behoeften liggen en daar proberen organisatievormen voor te vinden. Kortom, gemeenschappen zo te ondersteunen dat cruciale zaken beschikbaar zijn, niet alleen voor kwetsbare bewoners.’

‘Goede voorbeelden zijn onder andere te vinden in Tilburg en omgeving. De organisatie voor sociaal werk aldaar sluit niet alleen aan bij burgerinitiatieven, maar ontwikkelt ook tal van nieuwe, laagdrempelige diensten. In een mum van tijd is boodschappenhulp opgezet; ouderen krijgen eenvoudig bedienbare tablets ter beschikking waarmee ze kunnen beeldbellen met hun familie, spelletjes kunnen doen en gebruik maken van luisterboeken. Jongeren worden via maatschappelijke diensttijd digitaal in contact gebracht met ouderen en kwetsbare inwoners om een praatje te maken, ze op afstand te helpen, bijvoorbeeld bij het maken van een videoverbinding met vrienden of familie.’

‘Een hele nieuwe rol – die tot nu toe nog weinig wordt opgepakt – zie ik in steun voor de medische en zorgprofessionals die in de wijk wonen. In hoeverre kunnen ook zij morele en materiële steun gebruiken? Hoe kunnen sociaal werkers bijdragen aan de solidariteit met deze groep, die voor de zwaarste opgave in de coronacrisis staat.’

Er komt nog iets bij: huisbezoeken worden ernstig belemmerd. Zijn er ook alternatieven?

‘Ik noemde al het op straat aanwezig zijn en mensen aanspreken, uiteraard met gepaste afstand. Maar net als in het onderwijs is nu vooral digitale presentie gevraagd. Op dat gebied is er binnen het sociaal werk al veel ontwikkeld, maar vergeleken met het onderwijs is dat heel divers, variërend van intensief gebruik van social media om met inwoners te communiceren, tot online hulpverlening en aandacht voor negatieve effecten van social media.

Maar ook voor sociale professionals biedt deze crisis een kans om het inzetten van digitale middelen te intensiveren en te vernieuwen. Daar past wel een waarschuwing bij. Je kunt niet voorbij de digitale kloof kijken. Niet iedereen is in staat om zijn boodschappen online te bestellen. De coronacrisis versterkt overigens ook andere vormen van sociale ongelijkheid. Dat mensen thuis kunnen werken is mooi, maar dat is toch vooral voor de middenklasse weggelegd.’

Via de digitale weg bereik je sommige kwetsbare inwoners minder goed. Betekent dit dat mensen in situaties die meer analyse vergen, zoals een gezin waarvan de kinderen verwaarloosd worden, minder goed af zijn in deze tijden van coronacrisis?

‘Dat risico is er zeker. Sommige sociale kwesties waar sociale professionals dag in dag uit aan werken – bijvoorbeeld schulden, kindermishandeling en huiselijk geweld, vechtscheidingen – kunnen in deze crisis extra op scherp komen te staan, doordat mensen geïsoleerd zijn, of juist nog dichter op elkaars lip zitten. Dat is wel een forse uitdaging om daar aandacht voor te houden en creatieve manieren te bedenken hoe je daar ondanks de noodgedwongen sociale afstand toch de vinger aan de pols kunt houden.’

Voor jullie derde patroon, emoties als mededogen en bewondering, lijkt nu veel meer ruimte te zijn. Heeft dat ook nadelen?

Zulke emoties kunnen zowel een sta-in-de-weg zijn, als een geschikte bron vormen voor goede hulp- en dienstverlening. Ze kunnen bijvoorbeeld leiden tot het voortrekken of achterstellen van cliënten of burgers. In ons onderzoek hebben we voorbeelden gezien waarbij gevoelens van machteloosheid de overhand kregen, waardoor het lastig werd om zaken van een afstand en kritisch te bekijken. Humor kan dan soms helpen om de situatie te relativeren of uit te houden. Maar we zagen ook dat humor ambigu kan zijn doordat het dieperliggende kwesties ongemoeid laat. Kortom: voor betrokkenheid en emoties geldt dat ze de besluitvorming zowel kunnen versterken als kunnen verzwakken.’

‘In deze tijden van crisis is het belangrijk dat sociale professionals extra oog hebben voor de angsten van inwoners, die bespreekbaar maken en emotionele steun bieden. Maar vooral ook dat ze hun eigen gevoelens en angsten niet vergeten en daar het gesprek over zoeken met collega’s. In deze crisis is het nog meer zaak dat sociaal werkers samen optrekken’

Hoe kan de besluitvorming van professionals in deze onzekere tijden niettemin verbeterd worden?

‘Veel is afhankelijk van hoe zij er ondanks alles in slagen verschillende typen van kennis toch mee te nemen in hun werk. Nu is er natuurlijk weinig toegespitste kennis beschikbaar over deze specifieke crisis. Ik noemde eerder de kennis over aids, sars en ebola. Het is belangrijk om de kennis over de sociale implicaties daarvan in de komende tijd snel te mobiliseren. Over de ervaringen met aids is er veel kennis in Nederland, met sars en ebola vooral in het buitenland. Die internationale dimensie is vooral ook actueel van belang. Sociale professionals in China, Zuid-Korea en Italië hebben nu recent ervaringen opgedaan. In China bijvoorbeeld hebben sociaal werkers en opbouwwerkers samen met vrijwilligers – die over de nodige medische en psychologische ervaringen beschikken – teams gevormd om mensen in wijken terzijde te staan. In het Verenigd Koninkrijk hebben ze nog weinig ervaring, maar daar hebben sociale professionals zich al intensief voorbereid op wat hen te wachten staat.’

‘Het is belangrijk om de internationale uitwisseling snel op gang te brengen. Beroepsverenigingen hebben daar een rol in. De Nederlandse BPSW pakt dat nu ook op. Maar sociale professionals moeten elkaar ook opzoeken en zich onderling organiseren. Een zeer hoopgevend initiatief gaat uit van Krachtproef. Zij hebben gisteren (donderdag 19 maart) een zoomsessie gehouden. Binnen een dag hadden zich meer dan honderd opbouwwerkers en sociaal werkers gemeld om te kijken welke initiatieven ze in tijden van corona kunnen ontplooien. Van dit initiatief – en hopelijk volgen er meer – heb ik grote verwachtingen voor de komende weken en maanden.’

Het rapport Beslissen onder hoogspanning is hier te downloaden. Dit artikel verscheen tegelijkertijd bij de Vlaamse collega's van www.sociaal.net.