We zijn gek op roddels. Dat blijkt onder andere uit de hoge kijkcijfers voor RTL-Boulevard, de belangstelling van mensen voor roddelbladen en uit de populariteit van juice channels op sociale media, zoals dat van Yvonne Coldeweijer. Dat we niet vies zijn van een roddel op zijn tijd, is overigens niet nieuw. Het roddelen startte volgens wetenschappers die roddelen beschouwen vanuit een evolutionair perspectief (zie bijvoorbeeld Dunbar, R. I. (2004). Gossip in evolutionary perspective. Review of general psychology, 8(2), 100-110) al vanaf het moment dat we in groepen gingen samenwerken.
Achterklap
Hoogleraar Organisatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam Bianca Beersma vindt roddelen interessant ‘omdat je het kunt inzetten voor zowel samenwerking als voor wedijver binnen organisaties’.
Vrijwel iedereen roddelt
Enkele jaren geleden verwees bedrijfssocioloog Marinus Machiel Feddes in zijn proefschrift Onderbuikgevoel en roddelen onder andere naar de metaforische betekenis van roddelen, ofwel een ‘rommelend geluid maken (met de onderbuik)’. Organisatiewetenschapper Beersma hanteert voor haar onderzoeken bij voorkeur een brede en neutrale definitie. Een roddelaar is dan ‘iemand die met iemand anders praat over een derde persoon, achter diens rug om’.
Vrijwel iedereen roddelt. Ook bijna alle bezoekers van de Nacht van de Sociologie die in de Grote Zaal van het debatcentrum Arminius luisteren naar de lezing van Beersma. 2 procent van de toehoorders geeft via een QR-code aan nooit te roddelen. 19 procent van de aanwezigen daarentegen roddelt dagelijks, en de grote middengroep soms.
Roddelredenen
Waarom roddelen we eigenlijk? Als Beersma haar toehoorders, wederom via QR-code, daarnaar vraagt, krijgt ze verschillende antwoorden. De reacties lopen uiteen van gezelligheid, vermaak, irritatie, stoom afblazen, verbinding, toetsen van gedrag, verhalen delen, beïnvloeden van processen tot informatie inwinnen.
In studies worden vooral uitwisseling en validering van informatie als belangrijkste reden voor roddelen genoemd
In wetenschappelijke studies worden vooral de uitwisseling en validering van informatie als belangrijkste reden voor roddelen genoemd. Beersma: ‘Door te roddelen, toetst A zijn idee over collega B bij collega C. Is B inderdaad zo autoritair of onbekwaam zoals A meent te kunnen waarnemen? Is C dezelfde mening over B toegedaan?
Een ander vaak genoemde reden om te roddelen op het werk is vermaak. ‘Samen lekker kwebbelen over een derde. Als je eenmaal uitgepraat bent over het weer, kun je het altijd over anderen hebben. Dat smeedt tegelijk een band.’
Valsspelen
Relatief weinig deelnemers aan het onderzoek gaven aan dat ze roddelen om elkaar te waarschuwen tegen normovertreders. ‘Pas op, zeg je dan tegen je gesprekspartner, deze of gene collega in de organisatie is niet te vertrouwen, die moet je zo veel als mogelijk zien te mijden.’.
Beersma geeft een voorbeeld. ‘In een experiment hebben we proefpersonen dertig keer met een dobbelsteen laten gooien. Ze kregen uitbetaald op basis van de door hen zelf gerapporteerde scores: 6 dollarcent voor een 6 en 1 dollarcent voor een 1. De onderzoekers wisten niet wat de deelnemers gooiden, dus konden ze rapporteren wat ze wilden. Bij de volgende stap in het experiment lieten we een proefpersoon (B) de scores van een dobbelaar (A) zien en daarover een berichtje sturen naar weer een andere proefpersoon (C). We hadden met andere woorden een roddelconditie gecreëerd, waarin B aan C kon vertellen dat hij A niet vertrouwde: zoveel vijven en zessen, dat kon geen zuivere koffie zijn.’
De mogelijkheid dat er over je geroddeld wordt, zorgt al voor minder overtreding van normen
Opvallende uitkomst van het experiment is dat mensen minder valsspelen als ze te horen krijgen dat iemand ze observeert én daarover kan roddelen met een ander met wie ze nu en ook straks te maken hebben. De mogelijkheid dat er over je geroddeld wordt, zorgt al voor minder overtreding van normen. Dat zou je positief aan roddelen kunnen vinden.
Kritische roddelconsument
Ronduit negatief is roddelen als het aangewend wordt om er daarmee ten koste van de ander zelf op vooruit te gaan. De schade voor degene achter wiens rug om gepraat wordt, kan groot zijn. Sterker nog, zelfs als mensen alleen nog maar menen dat er achter hun rug over hen gepraat wordt, leidt dat tot een verminderd gevoel van inclusie of, binnen een organisatie, van organizational citizenship.
‘Je kunt je afvragen of een verbod op roddelen überhaupt wenselijk is’
Deze vorm van burgerschap staat voor gedrag dat je niet in een taakomschrijving terugvindt, maar wel belangrijk is voor het functioneren van de organisatie. Denk bijvoorbeeld aan een printer waarin het papier is vastgelopen, wie gaat het eruit halen? Of aan het rondleiden van een nieuwe collega: wie neemt dat voor zijn rekening? We hebben het hier over klusjes die niemand formeel hoeft te doen, maar waar je met z’n allen wel veel plezier van hebt als ze gedaan worden.’ Onderzoek laat zien dat als mensen het gevoel hebben het slachtoffer van roddelen zijn, dit ten koste gaat van vrijwillig investeren in het team.
Nog los van de vraag of je roddelen als positief of negatief beoordeelt, is er de vraag of je het als organisatie kan verbieden. Nee, zegt Beersma, onderzoek laat zien dat verbod op roddelen niet werkt. ‘Je kunt niet verbieden wat mensen in een informele setting doen. Je kunt mensen moeilijk de mond afplakken. Bovendien kun je je afvragen of een verbod op roddelen überhaupt wenselijk is: je gooit er immers ook de mogelijk positieve effecten mee weg.’
Oké, geen verbod, maar wat kan een organisatie doen om de positieve werking van roddelen te bemoedigen en de negatieve effecten tegen te gaan? ‘Je kunt mensen in organisaties opvoeden tot kritische roddelconsumenten. Wat hoor ik in deze roddel, waarom vertel jij mij dit over die ander, wil je mij en de organisatie waarschuwen voor norm overschrijdend gedrag van deze of gene, of ben je erop uit om je eigen belangen te dienen?
Als mensen intuïtief reageren, dan herkennen ze vaak niet met wat voor roddels ze te maken hebben. Als ze er iets langer over nadenken, dan weten ze de intenties achter roddels wel te onderscheiden.’ Beersma noemt dat in haar slotwoord een hoopvol teken.
Jan van Dam is freelancejournalist
Foto: ClaireTurner28 (Flickr Creative Commons)