Kinderbijslag houdt vrouwen van het werk

De emancipatie van de Nederlandse vrouw is ‘af’, stond onlangs te lezen in een opiniebijdrage in NRC. Als vrouwen minder werken dan mannen dan is dat omdat ze zelf besluiten niet te werken. Nee, zegt Rense Nieuwenhuis, ook kinderbijslag en ouderschapsverlof spelen een rol.

In welke mate stoppen vrouwen in Nederland met werken als ze een kind krijgen, en in welke mate werken vrouwen minder dan mannen? Het CBS publiceerde een tabel met daarin de verandering in het arbeidspatroon van ouders na de geboorte van hun eerste kind. Voorafgaand aan de geboorte van hun eerste kind werkten vrouwen niet eens zo veel minder dan mannen: 87 procent van de vrouwen tegenover 96 procent van de mannen. Na de geboorte van hun eerste kind besloot zeven procent van de vaders minder te gaan werken of te stoppen. Onder de moeders was dat meer dan vijf maal zo vaak: 37 procent. Dit patroon tekende zich niet alleen in 2012 af, maar ook in de jaren daarvoor: het krijgen van kinderen blijkt nog altijd sterk samen te hangen met de arbeidsparticipatie van vrouwen.

Een hoge kinderbijslag blijkt er toe te leiden dat moeders minder vaak werken

Niet alleen in Nederland werken moeders minder vaak dan vrouwen zonder kinderen, zo blijkt uit mijn proefschrift. In Denemarken werken moeders haast even vaak als vrouwen zonder kinderen, terwijl moeders in Ierland juist relatief weinig werken. Ook de trends blijken te verschillen tussen landen. In Duitsland werd het verschil in werk tussen moeders en vrouwen zonder kinderen tussen 1975 en 1999 groter, in Denemarken was er geen trend en in Nederland was er vanaf 1975 een toename in de mate waarin vrouwen werk combineren met het hebben van een kind. In 1975 werd alleen door vrouwen in Ierland werk en gezin minder vaak gecombineerd dan in Nederland; in 1999 bevond Nederland zich in de middenmoot van landen om ons heen.

Verschillen in het gezinsbeleid van landen blijken een belangrijke verklaring te zijn voor de mate waarin vrouwen werk en gezin combineren. Overheden kunnen beleid voeren dat specifiek gericht is op het werken van moeders, zoals bijvoorbeeld zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof en de doorbetaling van loon tijdens dit verlof. Dergelijk beleid blijkt effectief: moeders werken vaker in landen met (doorbetaald) verlof. Minder bekend zijn de effecten van beleid gericht op de financiële ondersteuning van gezinnen, zoals kinderbijslag. Een hoge kinderbijslag blijkt er toe te leiden dat moeders minder vaak werken.

Inkomensongelijkheid is lager door arbeidsparticipatie van vrouwen

De omstandigheden zijn dus wel degelijk medebepalend voor de keuzes die uiteindelijk gemaakt worden. Bovendien hebben die keuzes verdere gevolgen. De arbeidsparticipatie van vrouwen is de afgelopen decennia toegenomen, en daarmee ook hun inkomens - zowel in loondienst als uit ondernemerschap. Daarmee is de bijdrage van vrouwen aan het totale huishoudinkomen gestegen, maar is ook de inkomensongelijkheid tussen vrouwen onderling sterk gedaald. Het gevolg daarvan is dat de inkomensongelijkheid tussen huishoudens een stuk lager is dankzij de inkomsten van vrouwen. Uit berekeningen blijkt dat als alle vrouwen in Nederland in 2005 plotseling en volledig waren gestopt met betaald werk, de inkomensongelijkheid tussen huishoudens van de één op de andere dag met zo'n 30 procent zou zijn gestegen. Dit is natuurlijk een volstrekt kunstmatig scenario, maar geeft wel aan hoe groot de invloed van de lonen van vrouwen is op de inkomensongelijkheid tussen huishoudens.

Ook hier blijkt gezinsbeleid een belangrijke rol te spelen. In landen met uitgebreid beleid gericht op het combineren van werk en gezin is de arbeidsparticipatie van vrouwen hoog, en daardoor verlagen de inkomsten van vrouwen in die landen in grotere mate de ongelijkheid tussen huishoudens. In landen met een hoge kinderbijslag is de arbeidsparticipatie van vrouwen juist lager. In die landen verlagen de inkomens van vrouwen de ongelijkheid tussen huishoudens dus in mindere mate. Met andere woorden: gezinsbeleid beïnvloedt dus niet alleen de arbeidsparticipatie van vrouwen maar ook de inkomensongelijkheid tussen huishoudens.

Vrijheid en ongelijkheid: beleid speelt een belangrijke rol bij keuzes rondom werk en gezin

De arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland is de afgelopen decennia gelijker geworden aan die van mannen. Maar, zodra er kinderen in het spel zijn werken vrouwen ook nu nog aanmerkelijk minder vaak. Onderzoek laat zien dat beleid een belangrijke rol speelt bij keuzes rondom werk en gezin. Deze bevindingen tonen natuurlijk niet aan dat de keuzes van vrouwen volledig door hun omgeving bepaald worden, maar de opvatting dat keuzes geheel vrij zijn van externe invloeden lijkt evenmin houdbaar. De keuzes van moeders zijn in ieder geval systematisch anders dan die van vrouwen zonder kinderen (en van vaders), en die keuzes worden voor een deel door de omgeving beïnvloed.

Het belang van de ongelijke positie van vrouwen op de arbeidsmarkt reikt verder dan dat van de invididuele keuzevrijheid. De inkomensongelijkheid is in Nederland en daarbuiten de laatste decennia toegenomen. Zonder de toename van de arbeidsparticipatie en inkomens van vrouwen was deze toename in ongelijkheid sterker geweest. Met andere woorden, gezinsbeleid dat bijdraagt aan meer gelijkheid tussen partners binnen huishoudens, draagt ook bij aan meer gelijkheid tussen huishoudens.

Rense Nieuwenhuis promoveerde met het proefschrift ‘Family Policy Outcomes: ‘Combining Institutional and Demographic Explanations of Women's Employment and Earnings Inequality in OECD Countries, 1975-2005’ aan de Universiteit Twente (2014). 

Foto: Bas Bogers