Weten mannen te verrassen?

De behoefte aan zorg neemt de komende jaren flink toe. De overheid doet daarom een beroep op alle burgers, maar heeft weinig oog voor de huidige verdeling van zorgtaken tussen vrouwen en mannen. Is dit een impliciete oproep aan vrouwen?

Er zijn 3,5 miljoen mantelzorgers in Nederland, waarvan er 1,1 miljoen intensieve zorg verlenen. Volgens het recente SCP-rapport over mantelzorg zijn de verschillen tussen vrouwelijke en mannelijke mantelzorgers minder groot dan vaak gedacht. Bij mantelzorgers voor partners in de werkzame leeftijd is dit inderdaad ongeveer gelijk verdeeld over vrouwen en mannen. Mantelzorg wordt echter in het algemeen het meest verleend door vrouwen (45-65 jaar). Oudere mensen worden meestal geholpen door hun kinderen. Dit zijn twee keer zo vaak dochters als zonen (Boer e.a. 2015). Mantelzorg voor kinderen wordt zelfs drie keer zo vaak door moeders als vaders verricht. Een nadere analyse laat verder zien dat hoe intensiever de zorg, des te hoger het aandeel vrouwelijke mantelzorgers (Wierda, 2015).

Volgens het SCP is er geen verband tussen mantelzorg verlenen en minder gaan werken. Echter, werkenden die met mantelzorg begonnen, hadden al een kortere werkweek dan werkenden die niet begonnen met mantelzorg. Oftewel: fulltime werk is het legitieme excuus om geen of minder zorg te verlenen. Veel mantelzorgers voor kinderen hebben geen betaalde baan. Blijkbaar is mantelzorg voor kinderen dermate zwaar dat een van ouders (moeders) besluit helemaal niet meer te werken.

Familieleden worden toch min of meer gedwongen

Intensieve en langdurige mantelzorg heeft een negatief effect op de ervaren gezondheid en ziekmeldingen op het werk, blijkt uit een nieuwe longitudinale analyse van het SCP (Josten & Boer, 2016), wat kan leiden tot het helemaal uitvallen van werken. Er is dus wel degelijk sprake van concurrentie tussen mantelzorg en werk. Naast de intensiteit van mantelzorg is de mate van keuze die mensen voelen voor het bieden van zorg een belangrijke voorspeller van overbelasting (Boer e.a., 2010). Wat betreft de mate van keuze: mantelzorg kan niet wettelijk verplicht worden, maar door bepaalde zorg en ondersteuning niet meer te financieren, worden familieleden toch min of meer gedwongen hierin te voorzien.

Vrouwen moeten hetzelfde werk doen, nu tegen minder gunstige arbeidsvoorwaarden

In de indicatiestelling voor ondersteuning onder de WMO wordt expliciet bekeken wat de familie kan betekenen. Het uitbesteden van onder andere huishoudelijke hulp kan een uitkomst zijn voor familieleden die ver weg wonen en/of werken. Het langdurige inhuren van 'betaalde mantelzorgers' is echter voor de meeste mensen financieel niet haalbaar. Daarnaast zijn veel (lager opgeleide) vrouwen die eerder werkzaam waren in de verzorging hun baan juist kwijtgeraakt als gevolg van de bezuinigingen. Fijn dat er voor deze vrouwen weer werk is, maar nu moeten zij hetzelfde werk uitvoeren als zelfstandige onder minder gunstige arbeidsvoorwaarden.

Daarnaast gebruikt men bij de indicatiestelling de term ‘gebruikelijke zorg’. Dat is de ‘normale’ dagelijkse zorg die men redelijkerwijs van huisgenoten mag verwachten waarvoor geen indicatie mogelijk is. Een gemeente mag nader invullen wat men hieronder verstaat. Naast de WMO, geldt het begrip ‘gebruikelijke zorg’ ook in de Wet Langdurige Zorg voor de zorg door ouders van zorgbehoevende kinderen. In die context betekent dit dat men een behoorlijke bijdrage in de zorg voor een kind met bijvoorbeeld een verstandelijke handicap verwacht.

Wat de effecten zijn van de hervorming van de langdurige zorg en de jeugdzorg voor de zorglast van ouders met zorgbehoevende kinderen is net zoals bij de zorg voor ouders nog niet bekend, maar zeker is dat langdurige en intensieve zorg zijn tol eist op het werkende leven.

Ons favoriete scenario: partners werken beide 30 uur

De staatssecretaris van VWS roept burgers op ‘sekseneutraal’ meer voor elkaar te gaan zorgen. Gebaseerd op de huidige verdeling van zorgtaken zullen in de praktijk vooral vrouwen meer gaan zorgen. Vrouwen worden echter ook gestimuleerd meer te gaan werken. Niet alleen uit emancipatoir oogpunt, maar ook om de verzorgingsstaat in de toekomst te kunnen betalen. Het combineren van deze twee doelstellingen is op zijn minst een 'uitdaging' te noemen.

In 2009 concludeerde het SCP al dat de benodigde stijging in arbeidsdeelname samen met de grotere behoefte aan informele zorg een spanning oplevert (Sadiraj e.a. 2009). In hun toekomstverkenning naar mantelzorg hebben zij in verschillende scenario’s gekeken naar het effect op het aantal mantelzorgers. In het scenario waar vrouwen en mannen beiden meer gaan werken, daalt het aantal mantelzorgers. In het scenario waar partners binnen een huishouden de betaalde arbeidstijd gelijk verdelen (allebei 30 uur), zodat beiden tijd hebben voor mantelzorg, stijgt het aantal mantelzorgers juist. Zowel professioneel als persoonlijk is dit ons favoriete SCP-scenario.

Monitoren decentralisaties moet centraal

Het monitoren van de genderspecifieke effecten van de decentralisaties is wezenlijk, en moet in ieder geval niet gedecentraliseerd worden. In deze monitor moet ook rekening gehouden worden met de toenemende diversiteit in de samenleving. Het effect op de arbeidsdeelname van vrouwen zal waarschijnlijk pas over jaren duidelijk worden. Daarom moet men daarnaast de (ervaren) balans tussen werk en zorg monitoren, als indicatie op latere uitval. De twee recente onderzoeken van het SCP geven een eerste beeld van de psychosociale belasting van langdurige mantelzorg, maar geven nog geen antwoord op de vraag wat de decentralisaties voor de arbeidsparticipatie voor vrouwen betekenen.

De politieke keuze voor een 'zorgzame' samenleving kan alleen 'genderneutraal' uitpakken als mannen de helft van de benodigde mantelzorg voor onze ouders gaan leveren. Zoals ons favoriete SCP-scenario laat zien betekent dit dat ook mannen (tijdelijk) hun betaalde arbeidstijd omzetten in onbetaalde arbeidstijd. Wij laten ons in de komende jaren graag verrassen door een dergelijke sympathieke omwenteling in de arbeidspatronen van mannen. 'Maar' dat zou wel een enorme trendbreuk betekenen met wat we tot nu toe gezien hebben.

Diana van Dijk is zelfstandig onderzoeker, Eelco Wierda werkt bij Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Beiden zijn betrokken bij het project zorg m/v, waar de Nederlandse Vrouwenraad de trekker van is.

Dit is een verkorte versie van het artikel dat onlangs verscheen in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Bronnen
Boer, A., de, Klerk, M., de & Merens, A. (2015), Vrouwen, mannen en de hulp aan (schoon)ouders. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau
Boer, A., de, Broese van Groenou, M. & Keuzenkamp, S. (2010), Belasting van werkende mantelzorgers. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, (88)6: 313–319
Grootegoed, E. & Dijk, D., van (2012), The return of the family? Welfare state retrenchment and client autonomy in long-term care. Journal of Social Policy 41(4): 677-694
Josten, E. & Boer, A. de (2016), Mantelzorg en betaald werk bij vrouwen en mannen, in: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2016/1, Utrecht.
Klerk, M. e.a. (2015), Informele hulp: wie doet er wat? Omvang, aard en kenmerken van mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning in 2014, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Sadiraj, K., Timmermans, J., Ras, M. & Boer, A., de (2009), De toekomst van de mantelzorg. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Wierda, E., (2015) De nieuwe mantelzorger (v/m); Bouwstenen voor een gendersensitief mantelzorgbeleid, Amsterdam: Atria.

Afbeeldingsbron: 23 Images Photography (Flickr Creative Commons)