Mantelzorger is in de toekomst vaker een man

Over een tijd zal de druk op mantelzorgers toenemen. Diana van Dijk en Eelco Wierda vrezen dat vooral vrouwen daarvoor opdraaien. Maar volgens Leontine Treur zullen mannen geleidelijk een steeds groter deel van deze mantelzorg op zich nemen.

Vrouwen tussen de 45-65 jaar zijn lager opgeleid en hebben een (veel) lagere arbeidsparticipatie dan mannen van dezelfde leeftijd. Van deze vrouwen heeft slechts 58 procent een betaalde baan van meer dan twaalf uur per week, tegenover 78 procent van de mannen. Toen zij jonger waren, namen deze vrouwen als vanzelfsprekend de zorg voor kleine kinderen voor hun rekening; nu de kinderen groter zijn komt de zorg voor hun ouders met dezelfde vanzelfsprekendheid bij hen terecht. Werkende vrouwen tussen de 45-65 jaar werken gemiddeld 26 uur per week, tegenover 39 uur voor mannen. Het verbaast dan ook niet dat ouderen twee keer zo vaak door dochters als door zonen worden geholpen (SCP, 2015). Het geven van intensieve mantelzorg (acht uur per week of meer) is nu eenmaal lastig te combineren met een fulltime baan - en lastig te weigeren bij een (kleine) parttime baan.

Geleidelijke verschuiving rolpatronen

Maar dat zal veranderen. Voor de generatie van 25-45 jaar geldt dat vrouwen juist hóger zijn opgeleid dan mannen. Hoewel hun arbeidsdeelname nog altijd achterblijft bij die van mannen wordt het verschil flink kleiner: 74 procent van deze vrouwen heeft een betaalde baan van tenminste twaalf uur per week tegen 86 procent van de mannen. De mannen van deze generatie zijn een grotere rol gaan spelen in de zorg voor kinderen; het door sommigen verfoeide woord ‘pappadag’ deed eind jaren negentig zijn intrede en is steeds meer gemeengoed geworden.

Een scenario waarin partners binnen een huishouden de betaalde arbeidstijd gelijk verdelen (allebei dertig uur) en allebei tijd hebben voor zorgtaken klinkt aantrekkelijk, maar de huidige trends wijzen erop dat vrouwen meer uren zijn gaan werken terwijl mannen nauwelijks minder werken. Hoewel een 50/50-verdeling van zorgtaken nog ver weg is, is de zorg voor kinderen allang niet meer het exclusieve domein van de vrouw. Daarom is te verwachten dat mannen van deze generatie ook een groter deel van de zorg voor ouders op zich zullen nemen dan voorgaande generaties.

Tekort aan potentiële mantelzorgers op komst

Naast een geleidelijke verschuiving van rolpatronen speelt ook demografie een rol. Ouderen leven langer en hebben –vergeleken met voorgaande generaties– steeds minder kinderen. Hierdoor wordt de verhouding tussen het aantal potentiële ontvangers van mantelzorg en de belangrijkste verleners van mantelzorg steeds schever. Met andere woorden: met het kleiner worden van de gezinnen zullen er in de toekomst steeds minder 75-plussers zijn die een dochter hebben. Een zoon kan dan mantelzorgtaken minder gemakkelijk afwentelen op zijn zus, simpelweg omdat hij minder vaak een zus heeft.

Toekomstige ouderen zijn koopkrachtiger

De vraag naar mantelzorg zal minder sterk stijgen dan het aantal ouderen. De sterkste rem op de vraag naar mantelzorg in het komende decennium is de veel betere sociaaleconomische positie van toekomstige ouderen (SCP, 2009). Ouderen zijn gemiddeld steeds koopkrachtiger, omdat zij steeds vaker een aanvullend pensioen hebben opgebouwd (Rabobank, 2015). Ook hebben ouderen gemiddeld een hoger vermogen dan jongere generaties, zelfs als we alleen maar kijken naar spaartegoeden en de overwaarde op de woning niet meerekenen. Voor steeds meer ouderen is het inhuren van ‘betaalde mantelzorgers’ dus wel degelijk haalbaar. Ouderen zullen steeds vaker gebruik maken van betaalde diensten aan huis: van huishoudelijke hulp, reparatiediensten en maaltijdservice tot ‘mantelzorgstudent’ of ‘mantelzorg au pair’. Sommige ouderen zullen verhuizen naar woonvormen waarbij zij een servicepakket kunnen afnemen, zoals een aanleunwoning, serviceflat of woon-zorgcomplex.

Op zoek naar nieuwe alternatieven

Niet alleen worden gezinnen kleiner, ook blijven steeds meer mensen kinderloos. Alleenstaande kinderloze ouderen met weinig financiële armslag kunnen nauwelijks een beroep doen op mantelzorg of betaalde diensten. Mogelijk zullen andere leden uit het sociale netwerk, zoals buren, vrienden en kennissen, mee gaan helpen - als zij tenminste niet hun handen vol hebben aan de zorg voor de eigen ouders of partner. Of vrijwilligersorganisaties meer mensen kunnen mobiliseren valt te betwijfelen; recente cijfers geven aan dat het aantal vrijwilligers de afgelopen jaren niet is gestegen (CBS, 2015).

De vraag is dan ook hoe gemeentes of nieuwe particuliere initiatieven, zoals maatschappelijke ondernemingen, deze groep het beste kunnen ondersteunen. In Duitsland, dat al eerder en sterker vergrijsde dan Nederland, bestaan er ouderencoöperaties (‘Seniorengenossenschaften’), waarin vitale ouderen andere ouderen helpen. Zij bouwen hiermee een ‘spaartegoed’ op dat zij kunnen laten uitbetalen in diensten wanneer zij zelf hulp nodig hebben (Movisie, 2011). Ook in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Japan bestaan dergelijke ‘Time Banking’-systemen waarmee particulieren voor elkaar diensten verrichten. Of deze diensten ook in Nederland zullen aanslaan is nog de vraag. Maar zeker is dat de stijgende vraag naar mantelzorg voor (schoon-)ouders in de toekomst niet meer hoofdzakelijk door vrouwen wordt ingevuld. Er zijn er gewoon niet genoeg.

Leontine Treur is econoom en werkt als onderzoeker bij de afdeling Kennis & Economisch Onderzoek van de Rabobank. Dit artikel is een bewerking van de publicatie ‘Vooruitzichten vergrijzing en mantelzorg: wie is de mantelzorger van de toekomst?’

Bronnen

Centraal Bureau voor de Statistiek (2015), Statline tabellen Arbeidsdeelname; kerncijfers (12-uurs grens) en Prognose bevolking; geslacht en leeftijd, 2016-2060.

Centraal Bureau voor de Statistiek (H. Schmeets, J. Arends, J. van Beuningen, M. Coumans, W. Gielen, L. Moonen F. Peters, M. Vink), 2015, Sociale samenhang 2015. Wat ons bindt en verdeelt.

Movisie, 2011, Seniorengenossenschaften, Praktijkdossier vrijwillige inzet.

Rabobank (T. Smid), 2015, Een toereikend pensioen is niet vanzelfsprekend, Rabobank Special.

Sociaal en Cultureel Planbureau (K. Sadiraj, J. Timmermans, M. Ras, A. de Boer), 2009, De toekomst van mantelzorg.

Sociaal en Cultureel Planbureau (A. de Boer, M. de Klerk en A. Merens), 2015, Vrouwen, mannen en de hulp aan (schoon)ouders.

Sociaal en Cultureel Planbureau (E. Josten, A. de Boer), 2015b, Concurrentie tussen mantelzorg en betaald werk.

Sociaal en Cultureel Planbureau (M. Klerk, A. de Boer, I. Plaisier, P. Schyns, S. Kooiker), 2015c, Informele hulp: wie doet er wat? Omvang, aard en kenmerken van mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning in 2014.

Afbeeldingsbron: Ben Lawson (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (1)

  1. Dankjewel Leontine voor deze heldere schets van de toekomstige mantelzorger. Als mantelzorgmakelaar kan ik bevestigen wat jij zegt: in zorgsituaties voor ouderen zijn het, in het geval van meerdere kinderen, vrijwel altijd de dochters die het voortouw nemen. Behalve dat dit met hun lagere arbeidsparticipatie te maken heeft of kan hebben, speelt volgens mij ook een zeker automatisme een rol. Vrouwen zorgen gemakkelijker. Alle goedbedoelde pappa-dagen ten spijt. Ik verheug me trouwens op de toekomst. Laat maar komen, die gemengde klantenkring. En dat betaalde dienstverlening een grotere rol gaat spelen is hier in Amsterdam al duidelijk merkbaar. Vriendelijke groeten Nicolien Reith, Mantelzorgmakelaar Amsterdam

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *