Laten we ophouden met woorden als ‘papadagen’

De ‘participatiemaatschappij’ noopt ertoe toe dat iedereen zowel zorgt als werkt. Om dat te bereiken, moeten we anders gaan praten en denken over de verdeling werk en zorg. Laten we om te beginnen eens ophouden met woorden als ‘papadagen’ en ‘werkende moeders'. De media voorop.

Ieder van ons staat voor de puzzel hoe te zorgen voor onze dierbaren (of door wie verzorgd te willen worden), hoe tegelijkertijd in ons inkomen te voorzien en welke oplossing daarvoor nu en in de toekomst het beste is – voor onze portemonnee en voor onze dierbaren. In de BV Nederland zijn werk en zorg nogal ongelijk verdeeld over mannen en vrouwen. Dat is niet alleen nadelig voor het leven en de loopbaan van zowel mannen als vrouwen, maar ook voor dat van al die diegenen voor wie gezorgd moet worden.

De norm in Nederland is het anderhalfverdienersmodel

Bijna de helft van de Nederlandse mannen wil het liefst de zorg voor hun kinderen delen met hun (ex-) partner in een constructie waarin beiden vier dagen werken – maar ze doen het vaker niet dan wel. Uit onderzoek dat wij recent hebben gedaan blijkt dat vaders die vier dagen werken en zorgtaken delen met hun partner op hun werk minder competent en succesvol gevonden worden dan vaders die kostwinner zijn. Moeders die vier dagen werken worden juist gezien als ambitieuzer en competenter dan moeders die kostwinner zijn. Waarom? Parttime werkende vaders en fulltime werkende moeders houden zich niet aan een impliciete norm in onze samenleving. Ze krijgen daarvoor een rekening gepresenteerd: aan beide kleeft een miniem vlekje als het gaat om hoe ambitieus en competent ze overkomen.

Die norm in Nederland is het anderhalfverdienersmodel, waarbij de man een hele baan heeft en de vrouw een halve. Wijd verspreid is de overtuiging en de retoriek van de vrije keuze: zo doen wij dat nu eenmaal het liefst. Maar deze en andere normen over hoe mannen en vrouwen zich dienen te gedragen zijn zo alomtegenwoordig en vanzelfsprekend dat wij ons van het bestaan ervan nauwelijks bewust zijn. We hebben ze geïnternaliseerd, ze voelen alsof ze uit onszelf komen.

De dwingende kant er van is echter duidelijk terug te zien in ons taalgebruik. Zo kennen we wel het begrip papadagen, maar hebben we het nooit over mamadagen. Papadagen zijn de uitzondering, mamadagen de regel. En niemand kijkt op van de kop ‘Werkende moeder vaak in de knoop’, want die sluit aan bij de gedachte dat een moeder die werkt ook verantwoordelijk is voor de zorg voor haar kinderen en dus veel op haar bordje heeft. Als zo’n krantenkop over werkende vaders zou gaan, klinkt het ineens gek. En een kop als ‘Kind lijdt niet onder baan papa’ zou de krant niet eens halen. De kop met ‘mama’ deed dat wel.

De media herhalen en versterken de normen over werk en zorg

De media hebben een belangrijke rol in het herhalen en versterken van de normen rondom werk en zorg. Zo kreeg voormalig minister van Gezondheid Maria van der Hoeven de indringende vraag van Pauw en Witteman of zij zich niet schuldig voelde tegenover haar man die leed aan de ziekte van Alzheimer: Of hij niet het liefst alleen door haar verzorgd wilde worden. En of zij het niet extra moeilijk vond toen het voorzitterschap van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) op haar pad kwam en ze helemaal naar Parijs zou moeten reizen.

De vraagstelling was geladen met de impliciete norm dat vrouwen de zorgtaak op zich dienen te nemen en daaraan hun werk ondergeschikt te maken. Aan mannelijke mantelzorgers met een verantwoordelijke baan wordt nooit gevraagd of zij zich schuldig voelen. Ja, antwoordde Van der Hoeven, haar man zag haar het liefst, maar dat kon nu eenmaal niet altijd, want niemand kan de zorg voor iemand met Alzheimer in zijn of haar eentje aan. En nee, zei zij, ze voelde zich niet schuldig. Ook niet toen ze het voorzitterschap van het IEA accepteerde. Want weet u, zei ze fijntjes, Parijs is vanuit Maastricht net zo ver als Den Haag. En zo is Maria van der Hoeven een prachtig rolmodel voor mensen die zorg en werk willen of moeten combineren. Haar keuze is zowel respectvol als duurzaam.

‘Eigen keuze’ wordt ingeperkt door impliciete normen

En daar moeten wij als samenleving naar toe: naar duurzame keuzes die recht doen aan degenen voor wie wij zorgdragen, maar ook aan onszelf en onze toekomst. Want de scheve verdeling van werk en zorg is nadelig voor individuele mannen en vrouwen en voor de samenleving als geheel. De nadelige gevolgen voor vrouwen bestaan onder andere uit lagere pensioenopbouw, minder economische zelfstandigheid, lagere lonen en minder carrièreperspectieven. Mannen kunnen niet zonder loopbaanstrafpunten kiezen voor een combinatie van werk en zorg. En hebben later massaal spijt er niet meer voor de kinderen te zijn geweest. Maar ook de samenleving ondervindt de nadelen in de vorm van suboptimale (mantel)zorg omdat het zwaarste beroep wordt gedaan op de helft van de bevolking – en suboptimale economische ontplooiing van diezelfde helft van de bevolking. En dat leidt weer tot hogere sociale lasten op de langere termijn.

Uiteraard is iedereen vrij om het leven naar eigen inzicht in te richten. Maar deze ‘eigen keuze’ wordt beperkt door impliciete normen, bevestigd in de structurele inrichting van de maatschappij en voortdurend gereproduceerd door de media. Deze normen fungeren als een keurslijf, dat heel specifiek gedrag afdwingt van zowel vrouwen als mannen en staat ware keuzevrijheid in de weg. Wie zich onverhoopt niet houdt aan de norm, kan rekenen op vragen, opgetrokken wenkbrauwen of zelfs discriminatie. Daardoor zijn er weinig afwijkingen van de norm en blijft deze gewoon in stand. De vraag is dus hoe we uit die vicieuze cirkel kunnen ontsnappen. Hoe vervangen we de beperkende normen door een meer duurzame kijk op de combinatie van werk en zorg?

De media moeten het voortouw nemen

De media kunnen hierin een belangrijke rol vervullen, door niet in woord en beeld de heersende normen te herhalen en versterken, maar door een nieuwe (beeld)taal te ontwikkelen en nieuwe rolmodellen in de schijnwerpers te zetten. Laten we om te beginnen eens ophouden met woorden als ‘papadagen’ en ‘werkende moeders’ en voortaan ook aan mannen vragen hoe zij werk en zorg combineren en of ze zich soms schuldig voelen. Laten we onze vanzelfsprekende verwachtingen loslaten of zelfs omdraaien. Oftewel: ambitie zien bij mannen en warmte bij vrouwen die zorg en werk combineren. Laten we mensen in staat stellen duurzame keuzes te maken in hun leven. Werk én zorg, niet werk of zorg, door iedereen die dat kan voor iedereen die dat nodig heeft.

Claartje Vinkenburg is universitair hoofddocent organisatorisch gedrag aan Vrije Universiteit Amsterdam, Marloes van Engen universitair docent bij Human Resource Studies aan de Tilburg University. Met dank aan Monic Lansu van VVdemens.

Foto: Bas Bogers