Maak van ouderschapsverlof toch betaald verlof

Nederland is in vergelijking met omringende landen nogal ouderwets als het gaat om ouderschapsverlof. Het is van relatief korte duur, wordt niet doorbetaald en komt veelal op de moeder neer. Slecht voor man, vrouw en kind, legt Katia Begall uit. Zij pleit daarom voor recht op betaald verlof.

Op 11 december 2013 stelde minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher voor het onbetaalde vaderschapsverlof in Nederland van twee naar vijf dagen te verlengen. In een reactie hierop liet de voorzitter van werkgeversorganisatie MKB Nederland, Michaël van Straalen, weten ‘woest’ te zijn, volgens hem dient de wetgever zich niet te bemoeien met de combinatie van arbeid en zorg: ‘Dit moet van MKB-Nederland tussen de individuele werkgever en werknemer worden geregeld.’ Deze reactie is typerend voor de manier waarop er in Nederland wordt omgegaan met deze kwestie. Nederland kent in vergelijking met omringende Europese landen namelijk betrekkelijk weinig voorzieningen die jonge ouders ondersteunen in het combineren van arbeid en zorg. Dit is vooral evident als we kijken naar het recht op ouderschapsverlof, dus het verlof dat beide ouders kunnen opnemen om in de eerste jaren voor hun kind(eren) te zorgen. Sinds 2009 hebben ouders voor elk kind jonger dan acht het recht op onbetaald ouderschapsverlof voor de duur van 26 keer hun wekelijkse werkuren. De standaardverdeling is twaalf maanden ouderschapsverlof voor 50 procent van het aantal uren dat men per week werkt, tenzij anders afgesproken met de werkgever. De nu nog bestaande belastingkorting van 4,24 euro per opgenomen uur verlof (2013) wordt naar alle waarschijnlijkheid in 2015 door het kabinet Rutte weer afgeschaft.

Onbetaald verlof wordt door mannen als ongewaardeerd verlof ervaren

Dit onbetaalde karakter van het verlof heeft drie belangrijke nadelen. Ten eerste stimuleert het een ongelijke verdeling van zorgtaken doordat mannen minder gebruikmaken van onbetaalde regelingen dan vrouwen (in de periode 2008 tot 2012: 14 procent van de mannen en 26 procent van de vrouwen, CBS). Mannen zijn vaak de hoofdverdiener van het gezin en daarom kan een terugloop van hun inkomen niet makkelijk worden opgevangen. Daarnaast is uit eerder onderzoek bekend dat zelfs in situaties waarin het voor de mannelijke partner financieel mogelijk zou zijn om zijn werktijd te reduceren dit vaak niet gebeurt vanwege gevreesde consequenties voor de toekomstige carrièrekansen. Het lijkt er dus op dat onbetaald verlof door mannen ook als ongewaardeerd verlof wordt ervaren. En dit terwijl een grote groep mannen wel aangeeft meer tijd met hun gezin te willen doorbrengen, maar daarbij aanmerkt dat het werk dit niet toelaat.

Vrouwen gaan na ouderschapsverlof niet hun oude aantal uren werken

Een tweede nadeel van onbetaald verlof is dat het ertoe kan leiden dat vrouwen niet alleen tijdelijk maar duurzaam hun arbeidsparticipatie verlagen. Als het huishouden de terugloop in inkomen door het opnemen van onbetaald ouderschapsverlof kan opvangen, is er een minder sterke prikkel om na afloop van het ouderschapsverlof weer terug te keren naar de oude werkuren. Nu kan men zich afvragen of dit een probleem is, Nederland is immers kampioen deeltijdwerk, over het algemeen is de kwaliteit van deeltijdbanen goed en vrouwen geven desgevraagd in meerderheid aan tevreden te zijn met hun werkuren. Dit is echter maar één kant van het verhaal. Vrouwen zijn namelijk vooral tevreden met hun (geringe aantal) werkuren omdat dit de combinatie van zorg en werk mogelijk maakt, maar zouden wel degelijk meer uren willen werken als zorg en opvang van kinderen goed geregeld zouden zijn. Daarnaast betekenen het in internationaal perspectief zeer geringe aantal werkuren van de Nederlandse vrouwen een onderbenutting van menselijk kapitaal. Ook is het problematisch voor vrouwen zelf doordat het economische onzelfstandigheid en armoede na een eventuele scheiding in de hand werkt. Bovendien bouwen vrouwen minder pensioen op, wat hun op latere leeftijd afhankelijk kan maken van het hebben van een partner, iets wat de huidige generatie vrouwen eigenlijk ontgroeid is.

Kinderen worden al heel vroeg geconfronteerd met wisselende verzorgers

En dan zijn er nog de kinderen. Eigenlijk zouden veel ouders in het eerste levensjaar van hun kinderen zelf voor hen willen zorgen, en uit onderzoek blijkt dat dit inderdaad ook voor de ontwikkeling voor de kinderen goed en belangrijk is. In de Scandinavische landen maar bijvoorbeeld ook in Duitsland is deze wens van ouders door de overheid onderkend en maken betaalde ouderschapsverlofregelingen (met een verplicht vaderaandeel) het mogelijk dat een kind in zijn eerste levensjaar door de ouders thuis wordt verzorgd. In Nederland leidt het deeltijdkarakter van het ouderschapsverlof ertoe dat al zeer jonge kinderen worden geconfronteerd met wisselende verzorgers, vaak een mengeling van informele oppas, door bijvoorbeeld grootouders, en formele zorg in kinderdagverblijven. Vooral dat laatste is vaak niet de eerste keuze van ouders als het gaat om hun zeer jonge kinderen en zowel de kwaliteit als ook de prijs van kinderopvang wordt door veel ouders gezien als een probleem.

Zelf in te vullen betaald ouderschapsverlof is op z’n minst beter voor het kind

Hoe zou een ouderschapsverlofregeling eruit kunnen zien die deze nadelen verhelpt? Allereerst zou men de huidige duur van het ouderschapsverlof kunnen behouden, maar deze voor de gehele periode met een percentage van het inkomen doorbetalen (in andere landen varieert dit tussen de 65 en 80 procent met een maximum bedrag van bijvoorbeeld 1800 euro per maand in Duitsland). Ook zou de wet niet de deeltijd opname van het verlof moeten voorschrijven, maar de invulling over laten aan de ouders. Daarmee zouden Nederlandse ouders de kans krijgen in het eerste jaar zelf voor hun kind te zorgen. Dit door allebei hun werktijd te halveren voor de duur van één jaar, door achter elkaar volledig verlof op te nemen voor zes maanden, of elke andere combinatie die hun voorkeur heeft.

Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat alle ouders de zorg zelf op zich willen nemen. In dat geval kan het verlof in deeltijd over een langere periode worden gebruikt, in combinatie met professionele of informele opvang. Deze regeling garandeert ook niet dat moeders na hun verlof weer meer uren werken of dat vaders daadwerkelijk meer tijd doorbrengen met hun kind. Maar het schept wel de voorwaarden voor actieve betrokkenheid van beide partners bij hun jonge kinderen.

Katia Begall is postdoctoraal onderzoeker in het APPARENT Project over de invloed van ouderschap op de rolverdeling tussen mannen en vrouwen aan de Johann-Wolfgang-Goethe Universiteit Frankfurt en verbonden aan het Amsterdam Centre for Inequality Studies (AMCIS).

Reacties op dit artikel (1)

  1. Eindelijk weer eens aandacht voor dit onderwerp. Voor én kinderen, én moeders én vaders. Wat een prettig en constructief artikel.
    Hebben jullie ook contact met “Voor werkende ouders”? Zij houden zich met dit onderwerp bezig in contact met allerhande relevante partijen
    http://www.voorwerkendemoeders.nl/

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *