Serieus te nemen: kindermishandeling en partnergeweld binnen één gezin

Kinderen die slachtoffer zijn van kindermishandeling en daarnaast te maken hebben met ander huiselijk geweld, meestal geweld tussen de eigen ouders of een ouder en diens (ex-)partner, zijn een zeer kwetsbare groep. Tot nu toe was over de omvang van deze zogenoemde ‘samenloop’ weinig bekend in Nederland. Voor de aanpak en preventie ervan kan het ecologisch model uitkomst bieden, betogen de auteurs.

Begin dit jaar werd onder regie van het WODC een grootschalig prevalentieonderzoek naar huiselijk geweld en kindermishandeling afgerond. Dit onderzoek vond plaats in opdracht van de ministeries van VWS en JenV. Uit het overkoepelende rapport komt het beeld naar voren dat een aanzienlijke groep kinderen en volwassenen te maken heeft met kindermishandeling en/of huiselijk geweld (Ten Boom & Wittebrood, 2019).

Voor het merendeel gaat het daarbij om incidentele voorvallen. Wat weten we uit dit onderzoek over de samenloop van kindermishandeling en ander huiselijk geweld?

Bij kindermishandeling vaak ook sprake van ander huiselijk geweld

Een eerste globale schatting over de samenloop van kindermishandeling en ander huiselijk geweld verkrijgen we uit de zelfrapportagestudie onder middelbare scholieren (Schellingerhout & Ramakers, 2017). Dit onderzoek laat zien dat jaarlijks bij 2,5 procent van de 12- tot 17-jarige scholieren sprake is van kindermishandeling tegen het kind zelf gericht (fysiek geweld, seksueel misbruik of psychologische agressie) én van fysiek geweld tussen de ouders onderling, voor zover bekend bij de scholier. Kijken we alleen naar de groep jongeren die te maken had met kindermishandeling (en dus niet meer naar alle jongeren), dan was bij 17 procent tevens sprake van fysiek geweld tussen de ouders.

Een tweede schatting over de samenloop verkrijgen we uit het onderzoek onder professionals die werkzaam zijn in verschillende sectoren; de professionals konden mishandeling rapporteren waar zij beroepshalve kennis van hebben (Alink et al., 2018). Afhankelijk van de vorm van kindermishandeling loopt het samenlooppercentage op van 28 procent (bij de groep slacht­offers van seksueel misbruik) tot wel 65 procent (bij de groep slachtoffers van emotionele mishandeling).

Omdat in deze studie veel ernstiger zaken van kindermishandeling worden gemeten dan in de zelfrapportagestudie onder scholieren, is het begrijpelijk dat ook een hoger percentage samenloop met ander huiselijk geweld is gevonden.

Zowel eerder onderzoek als de beide genoemde studies laten zien dat de risicofactoren voor de samenloop van kindermishandeling en ander huiselijk geweld, voor zover ze in deze studies gemeten zijn, niet anders zijn dan de risicofactoren voor het alleen voorkomen van kindermishandeling. Denk bijvoorbeeld aan lage opleiding, werkloosheid, niet-Nederlandse afkomst, eenoudergezin, stiefgezin, groot gezin en jonge leeftijd van het kind. Deze risicofactoren zijn zeker geen oorzaken van kindermishandeling, maar moeten gezien worden als kenmerken van gezinnen met een verhoogd risico op allerlei problemen, waaronder huiselijk geweld. Vooral de opeenstapeling van meerdere risicofactoren binnen een gezin is van belang.

Geen one-size-fits-all aanpak mogelijk

De uiteenlopende vormen van kindermishandeling, al dan niet in combinatie met ander huiselijk geweld, en de veelheid aan risicofactoren maken dat er geen one-size-fits-all aanpak mogelijk is. In ons overkoepelende rapport is een ecologisch model geschetst dat aangrijpingspunten biedt voor preventie en interventie in de veelheid aan mogelijke situaties.

Bij de aanpak van samenloop van kindermishandeling en ander huiselijk geweld kan op alle niveaus uit het ecologisch model worden gewerkt. Een enkelvoudige oplossing, op slechts één van de niveaus of gericht op één gezinslid volstaat meestal niet. In dit model, waarbij we nadrukkelijk niet pretenderen volledig te zijn, worden factoren op verschillende niveaus onderscheiden. Die factoren zijn in samenhang en in een bepaalde interactie tussen individu en omgeving werkzaam. Sommigen staan vast en anderen zijn veranderlijk.

Wanneer wordt geweld geaccepteerd?

Kindermishandeling en huiselijk geweld ontstaan en bestaan in de context van maatschappelijke verhoudingen en menselijke relaties op verschillende niveaus. Juridische, politiek-bestuurlijke en sociaal-culturele factoren op maatschappelijk niveau, evenals factoren op het niveau van de gemeenschap dragen bij aan een context waarin geweld (inclusief de corrigerende tik) meer of minder wordt geaccepteerd en ook aan de snelheid van signalering en ingrijpen.

Op het niveau van het gezin spelen factoren een rol die het risico op geweld in dat gezin directer beïnvloeden. Dat is onder meer stress, bijvoorbeeld als gevolg van financiële problemen, chronische armoede, werkloosheid en slechte woonomstandigheden. Ook een gebrek aan vaardigheden voor conflicthantering draagt eraan bij dat eerder geweld zal plaatsvinden in het gezin.

Binnen het gezin bestaan verschillende één-op-één relaties die uiteindelijk het gezin tot een geheel maken. Op dit niveau is niet alleen de ouder-kind relatie, maar ook de kwaliteit van de partnerrelatie belangrijk (ook bij kindermishandeling!)

Ouders die zelf stress ervaren in de partnerrelatie door conflicten, huiselijk geweld of een scheiding brengen eerder onvoldoende aandacht en genegenheid voor hun kinderen op, en dit kan bijdragen aan verschillende vormen van geweld en verwaarlozing. Een gewelddadige partnerrelatie draagt bovendien bij aan een cultuur in het gezin waarin men van elkaar leert om met (verbaal of ander) geweld conflicten op te lossen.

Risico op geweldsspiraal

Tot slot is het individuele niveau van elk lid van het gezin te onderscheiden. Bij kindermishandeling zijn onder meer een jongere leeftijd en mentale, fysieke of gedragsproblemen bij het kind risicoverhogend. Risicofactoren voor het plegen van geweld in het gezin zijn onder meer algemeen antisociaal of delinquent gedrag, verslaving, depressie en andere persoonlijkheidsproblemen. Ook de persoonlijke geschiedenis van ieder lid van het gezin ligt op dit niveau van het ecologisch model.

Een volwassene kan bijvoorbeeld een geschiedenis van mishandeling in de eigen kindertijd meebrengen of getuige zijn geweest van geweld tussen de ouders in het gezin van herkomst. Opgroeien in een gezin met agressie en geweld maakt kinderen kwetsbaarder op allerlei terreinen. Onder andere vergroot het de kans om zelf later geweld te plegen tegen partner en/of kinderen, maar kan ook bijdragen aan een de herhaling van slachtofferschap. Zo kan een (intergenerationele) geweldsspiraal ontstaan.

Mogelijkheden voor preventie en interventie

Op dit moment komt hulpverlening vaak pas in beeld als de problemen die zich uiten in kindermishandeling en huiselijk geweld al tamelijk ernstig zijn. Mogelijkheden om de preventie en signalering te verbeteren, liggen in het serieus nemen van de bekende risicofactoren in de basis van de zorg en hulpverlening.

Vanuit deze gedachte ontstaan steeds vaker nieuwe manieren van samenwerking tussen organisaties (new design thinking), zoals woningbouwcorporaties, welzijnswerk, school en hulpverlening en een goede koppeling tussen het medische en sociale domein, inclusief de publieke gezondheidszorg.

Het werken vanuit de bekende risicofactoren biedt goede mogelijkheden voor preventie en interventie, maar kan er toe leiden dat kindermishandeling en huiselijk geweld vooral gesignaleerd zullen worden op bepaalde scholen, in specifieke wijken en in gezinnen die aan bepaalde kenmerken voldoen.

Het is belangrijk ervan bewust te blijven dat in veel gezinnen met risicofactoren kinderen gezond opgroeien en dat in andere gezinnen wel degelijk sprake kan zijn van geweld.

Annemarie ten Boom is wetenschappelijk medewerker bij het wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum (www.wodc.nl), Karin Wittebrood is zelfstandig onderzoeksadviseur en coach bij Meer Ruimte in je Hoofd en Lian Smits is bestuurder bij Sterk Huis.

Foto: Nathan Rupert (Flickr Creative Commons)