Mensen met een verstandelijke beperking moeten zelf keuzes kunnen maken

Ook mensen met een verstandelijke beperking willen meedoen in de samenleving. Om dat zo zelfstandig mogelijk te kunnen doen, hebben ze de steun van hun sociale omgeving nodig en is meer samenhang in de zorg gewenst.

Hulpvragers nemen in toenemende mate zelf de regie over hun zorg en ondersteuning. Dat willen zij zelf, maar de regering verwacht dat ook van hen, zie bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet op de jeugdzorg. Die ontwikkeling sluit prima aan op de theorie van de hoogleraar psychologie Edward Deci en de hoogleraar sociale wetenschappen Richard Ryan over de menselijke motivatie (2000). De kern van hun zelfdeterminatie-theorie bestaat eruit dat er drie natuurlijke psychologische basisbehoeften zijn – autonomie, verbondenheid en competentiebeleving - die, indien bevredigd, optimaal functioneren en groei van een persoon mogelijk maken. Met andere woorden, de mens moet zich psychologisch vrij voelen om te handelen, om zelfstandig relaties op te bouwen, om te zorgen en verzorgd te worden, en om te kunnen ervaren dat hij bekwaam is in de dingen die hij doet.

De vraag is of dit ook geldt voor de mens met een verstandelijke beperking. En als dat zo is, wat heeft hij of zij dan nodig om zijn psychologische basisbehoeften te bevredigen en aan de moderne, veeleisende samenleving deel te kunnen nemen?

Mensen met een verstandelijke beperking weten heel goed wat ze zelf willen

Aan de hand van de door Deci en Ryan geïdentificeerde basisbehoeften kunnen we zicht krijgen op wat van belang is om de eigen kracht van mensen met een verstandelijke beperking te waarderen en te versterken. Hoe ook zij hun eigen kracht kunnen leren kennen (empowerment, autonomie en zelfbepaling), hoe zij het geleerde vervolgens in de praktijk kunnen brengen (competentie), en hoe ze dat samen met anderen in partnerschap en verbondenheid kunnen doen. Uit onderzoek van Roeleveld, Embregts, Hendriks en Van den Bogaard (2011) blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking zelf prima in staat zijn om hun behoeftes en wensen te formuleren voor een betekenisvolle relatie.

Als co-presentator en ervaringsdeskundige Jelle Vos gevraagd wordt hoe hij heeft geleerd zelf keuzes te maken, zegt hij: ‘Zelfstandig worden, is goed opletten hoe anderen het doen. Je ouders, familie en vrienden leren je de dingen en ze doen steeds een stapje terug, maar blijven wel meekijken totdat je het uiteindelijk echt zelf kan. En soms moet je de sprong in het diepe wagen om je grens te kunnen verleggen.’

Een mens kan alleen autonoom zijn als hij het gevoel heeft dat hij zijn zelfstandigheid aankan. Door het volgen van een opleiding tot ervaringsdeskundige kunnen mensen met een verstandelijke beperking hun ervaring bijvoorbeeld inzetten als co-onderzoeker, co-docent of co-presentator en daardoor gevoelens van voldoening, erkenning en empowerment ervaren.

Zelf keuzes maken, maar niet alleen

Het is belangrijk dat mensen met een verstandelijke beperking zelf keuzes mogen en kunnen maken, maar dit zal vaak in samenwerking en verbondenheid met de sociale omgeving moeten gebeuren.

Om daadwerkelijk te kunnen spreken van gelijkwaardige partnerschap, is het van groot belang dat de mensen met een verstandelijke beperking en hun sociale omgeving gemeenschappelijk de doelen bepalen, gezamenlijk keuzes maken en dat ze elkaar wederzijds vertrouwen en respecteren. Verder is een open en eerlijke communicatie vereist. Jelle: ‘Ik vind het fijn om zelf keuzes te mogen maken, maar ik overleg ook graag met familie, vrienden of begeleiders zodat ik daarna zelf kan kiezen of ik bij mijn eigen keuze blijf of niet. Meestal is dat zo, maar niet altijd’.

Hun matige inclusie, beperkte sociale netwerken en de hoge eisen van de huidige samenleving maken het vervullen van de basisbehoeften aan autonomie, verbondenheid en competentie voor mensen met verstandelijke beperkingen tot een extra uitdaging.

Petri Embregts is bijzonder hoogleraar Mensen met een verstandelijke beperking aan Tilburg University. Dit artikel is gebaseerd op de inleiding die zij hield, samen met ervaringsdeskundige Jelle de Vos op het tweejaarlijks symposium van de Academische Werkplaats ‘Leven met een Verstandelijke Beperking’ van Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn aan Tilburg University.

Dit artikel is 5914 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Terecht staat aan het einde van het artikel :
    ” Hun matige inclusie, beperkte sociale netwerken en de hoge eisen van de huidige samenleving maken het vervullen van de basisbehoeften aan autonomie, verbondenheid en competentie voor mensen met verstandelijke beperkingen tot een extra uitdaging”.
    Uit psychologisch onderzoek is trouwens ook bekend dat mensen met een (lichte) verstandelijke handicap moeite hebben met leren van hun ervaringen en het toepassen van het geleerde in een andere situatie.
    In de jaren ’70 van de vorige eeuw hebben we ook een beweging gehad die sprak over mensen met mogelijkheden. Ik zie nu weinig mogelijkheden, met dank aan VVD en P v d A, om zelf maar enige keus te maken.
    Het afschuifsysteem op familie en vrijwilligers is enorm en voor mantelzorgers is de grens al wel bereikt.
    Al met al, leuk bedacht, maar nu de praktische oplossingen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *