Nederlanders vinden dat ze redelijk verdienen

De meeste Nederlanders vinden dat ze een redelijk inkomen hebben. Vijfentwintig procent denkt dat ze onredelijk weinig verdient. Wie zijn deze mensen en hoe verhoudt hun ervaren benadeling zich tot die van andere Europeanen?

Nederland staat bekend als land met relatief lage ongelijkheid in besteedbaar inkomen (CBS, 2019; OECD 2015). Desondanks zijn er natuurlijk ook hier mensen met een laag netto-inkomen en mensen die hun inkomen als te laag ervaren. Ongelijkheid heeft, met andere woorden, zowel een objectieve als een subjectieve dimensie.

De vraag is of er een verband bestaat tussen feitelijke ongelijkheid in een land en de persoonlijke inschatting van mensen dat zij onredelijk weinig te besteden hebben. Om hier antwoord op te geven maken wij gebruik van data van de European Social Survey (ESS; zie onderaan). In 2018 vroeg de ESS aan mensen in 27 Europese landen of zij hun netto-inkomen onredelijk laag, redelijk of onredelijk hoog vinden. Het is te verwachten dat vooral de overtuiging dat men onredelijk weinig verdiend tot onvrede leidt.

Nederlanders zijn best tevreden

Het aandeel mensen dat denkt onredelijk weinig te verdienen is in Nederland (25%) het laagst van alle ESS-landen (gemiddeld 51%). Koploper op het gebied van ervaren benadeling is Hongarije: maar liefst 8 op de 10 mensen vinden daar dat zij onredelijk weinig verdienen.

Het aandeel van degenen die denken een redelijk netto-inkomen te hebben is in Nederland met 65% juist het hoogst van alle ESS-landen. Er zijn ook relatief veel Nederlanders die vinden dat zij onredelijk veel verdienen. Nederland staat met 9% achter België (10%) en Cyprus (11%) op de derde plaats van alle ESS-landen. Weer ligt Hongarije aan de andere kant van het spectrum. Hier ervaart slechts 0,3% van de mensen hun netto-inkomen als onredelijk hoog.

Figuur 1. Het aandeel mensen die hun inkomen als onredelijk laag ervaren per land en gemiddeld voor alle aan de ESS deelnemende landen.

Ervaring van onredelijk laag inkomen hangt van meerdere zaken af

Een verklaring voor deze verschillen tussen landen zou kunnen zijn dat mensen in landen met grotere inkomensongelijkheid eerder geneigd zijn hun inkomen als onredelijk laag te ervaren. Het verschil tussen mensen met een hoog en een laag inkomen is in Nederland beduidend kleiner dan in de EU als geheel. Dat geldt echter ook voor Hongarije – het land waar de meeste mensen vinden dat ze een te laag inkomen hebben (Eurostat, 2018).

Er bestaat dus zeker geen één op één verband tussen de feitelijke inkomensongelijkheid in een land en het percentage bewoners dat hun inkomen als (on)redelijk ervaart. Blijkbaar zijn er ook andere factoren van invloed, bijvoorbeeld het verschil met omringende landen of het feit dat men het in een land normaal vindt dat sommigen aanzienlijk meer verdienen dan anderen.

Hoogte van het inkomen speelt een rol

Maar er zijn ook individuele factoren die de beleving van een onredelijk laag inkomen beïnvloeden. Allereerst kan het feitelijke inkomen een rol spelen bij de inschatting dat men onredelijk weinig verdiend. Het is aannemelijk dat iemand met een laag inkomen eerder geneigd is om dit als onredelijk laag waar te nemen dan iemand met een hoger inkomen.

Dit blijkt inderdaad het geval te zijn. In Nederland vindt 34% van degenen die maandelijks maximaal 1500 euro te besteden hebben dat dit onredelijk weinig is. Van degenen die meer verdienen vindt 21% hun netto-inkomen onredelijk laag.

Naast het feitelijke inkomen kunnen opleidingsniveau, geslacht of etnische achtergrond van invloed zijn.

Lager opgeleiden zijn eerder geneigd inkomen als laag in te schatten

In Nederland verdienen hoger opgeleiden over het algemeen meer dan lager opgeleiden (CBS, 2020). Tot op zekere hoogte zou men deze verschillen met de langere periode van opleiding kunnen rechtvaardigen. Echter, lager opgeleiden kunnen, naarmate hun loopbaan vordert, ook steeds vaker profiteren van hun beroepservaring en eventuele bijscholing. Zij zouden eerder geneigd kunnen zijn hun besteedbaar inkomen als onredelijk laag te ervaren als zij zien dat verdere investering in hun loopbaan maar beperkt loont.

De ESS-cijfers laten dit ook zien: lager opgeleiden zijn eerder geneigd hun inkomen als onredelijk laag in te schatten (28%) dan mensen die een vorm van hoger onderwijs hebben afgerond (21%).

Vrouwen voelen zich vaker benadeeld

Vrouwen verdienen in Nederland over het algemeen minder dan mannen (CBS, 2020), omdat zij minder uren werken of in beroepen met een lager loon. Maar zelfs als zij dezelfde functie hebben, verdienen vrouwen vaak minder. Vrouwen zouden dus eerder geneigd kunnen zijn hun netto-inkomen als onredelijk laag te ervaren.

De ESS laat inderdaad zien dat vrouwen eerder geneigd zijn zich benadeeld te voelen dan mannen. 30% van de vrouwen zegt onredelijk weinig te verdienen, onder mannen is dat 21%.

Ook etnische minderheden zeggen onredelijk weinig te verdienen

Tot slot laten wij zien of mensen die behoren tot een etnische minderheid vaker geneigd zijn om hun netto-inkomen als onredelijk laag te ervaren. Deze groep wordt vaak voor minder goed betaalde banen aangenomen of krijgt voor hetzelfde werk minder betaald dan de etnische meerderheid. Over het algemeen verdienen in Nederland mensen met een migratieachtergrond dus minder dan mensen zonder migratieachtergrond (CBS, 2020).

Uit de ESS blijkt dat 37% van degenen die tot een etnische minderheid behoort, zegt onredelijk weinig te verdienen. Bij de etnische meerderheid is dit 24%.

Draagvlak voor inkomenspolitiek het geringst bij laagste inkomens

Nergens in de aan de ESS deelnemende landen ervaren zo weinig mensen hun inkomen als onredelijk laag als in Nederland. Het draagvlak van de Nederlandse inkomenspolitiek lijkt dus groot te zijn.

Desondanks zijn er binnen Nederland groepen die grotere kans maken dan anderen om zich benadeeld te voelen. Dit geldt voor degenen die ook feitelijk benadeeld zijn: mensen die weinig te besteden hebben, mensen die geen hogere opleiding hebben afgemaakt, vrouwen en mensen die behoren tot een etnische minderheid. Deze groepen zijn zich goed bewust van hun achtergestelde positie op de arbeidsmarkt, want ze vinden vaker dan anderen dat hun inkomen onredelijk laag is.

Dergelijke gevoelens kunnen niet alleen leiden tot ontevredenheid, maar mogelijk ook tot terugtrekking van de arbeidsmarkt, iets wat in een verouderende samenleving onwenselijk is. Aandacht voor redelijke beloning en discriminatie op de arbeidsmarkt blijft dus geboden.

Maria Eismann is onderzoeker aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Aart C. Liefbroer leidt de themagroep Families & Generations op het NIDI en is als hoogleraar verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen en de Vrije Universiteit van Amsterdam.

 

De European Social Survey (ESS)

De ESS, in Nederland ook bekend als het onderzoek ‘Waar staat Nederland', is een internationaal vergelijkend enquêteonderzoek dat sinds 2001 iedere twee jaar wordt gehouden in Europa. De data zijn te downloaden via de website.

In de recent verschenen ESS Ronde 9 is een module opgenomen over recht en rechtvaardigheid. De belangrijkste bevindingen op basis van deze module zijn samengevat in uitgave 10 van de ESS Topline Results Series, getiteld Justice and Fairness.

 

Foto: Enschede promotie (Flickr Creative Commons)