Nieuwe aanpak schuldhulp: niet iedereen hoeft meer schuldenvrij

Op 1 juli 2012 treedt de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking. Gemeenten zijn nu al druk bezig om nieuw beleid op te stellen. Niet iedereen hoeft meer aan een schuldenvrije toekomst geholpen. De nieuwe inzet is gericht op het hoogst haalbare. 

Lange tijd was de inzet van de schuldhulpverlening er op gericht om elke schuldenaar die om hulp vroeg aan een schuldenvrije toekomst te helpen. Het belangrijkste instrument daarvoor was de schuldregeling. Dit is een driejarige regeling die eindigt met een schone lei. Gedurende deze periode moet de schuldenaar rondkomen van een bedrag onder de bijstandsnorm. Het succesvol volbrengen van de schuldregeling vereist intrinsieke motivatie en voldoende budgetvaardigheden. Er is geen of nauwelijks geld om een verjaardag te vieren of uit te gaan. Wie niet over voldoende motivatie en vaardigheden beschikt, haalt zelden de eindstreep.

Schuldenvrij is lang niet altijd haalbaar

De hoge ambitie om iedereen uit de schulden te helpen, had in de praktijk een aantal keerzijden. In de eerste plaats wekten schuldhulpverlenende organisaties bij zowel schuldenaren, ketenpartners als crediteuren verwachtingen die te vaak niet werden waargemaakt. In de tweede plaats werd er veel tijd (en geld) besteed aan dossiers waarvoor een intensievere analyse in de intakefase had kunnen voorkomen dat er een traject zou zijn opgesteld. Er was sprake van te vermijden verspilling. Een derde keerzijde is dat er een substantiële groep uitviel voor wie een schuldenvrije toekomst te hoog gegrepen was, maar voor wie schuldhulpverlening met een andere focus wel het nodige had kunnen betekenen.

Het besef van deze keerzijden in combinatie met noodzakelijke bezuinigingen op de uitvoering, maakte de tijd rijp voor een paradigmashift zoals die momenteel gaande is. In plaats van ‘iedereen schuldenvrij’ is het voornaamste doel van schuldhulpverlening geworden om huishoudens ‘financiële stabiliteit’ te bieden. Deze transitie heeft grote consequenties voor de schuldhulpverleners. Zij moeten gaan inschatten wat het hoogst haalbare is (doel) en op welke wijze dat bereikt kan worden (middel). Dit is een heel andere positie dan voorheen, waarbij sprake was van een vrij uniform werkproces met enkele keuzen (wel of geen budgetbeheer, wel of geen budgetcoaching).

De nadruk komt op gedrag te liggen

Door deze kanteling van de uitvoering komt de nadruk op gedrag te liggen; dat speelt immers een belangrijke rol bij het ontstaan van schulden. Zelfs als iemand door pech in het leven in de schulden raakt, is gedrag cruciaal voor de oplossing. Diverse onderzoeken wijzen uit dat er een nauwe verwevenheid is tussen het hebben van schulden en andere problematiek (verzuim op werk of school, langdurige uitkeringsafhankelijkheid, criminaliteit). Voor ruim de helft van de schuldenaren die een beroep doet op de schuldhulpverlening geldt dat zij op het moment van de aanmelding al bij andere hulpverleners bekend zijn. Vaak staat hun andere problematiek (GGZ, verslaving, psycho-sociaal, verstandelijke beperking) een snelle of duurzame oplossing van de financiële problematiek in de weg.

Het nieuwe beleid vereist een overgang van proces- naar resultaatgericht werken. Dit vraagt onder meer een intakefase waarin een screening plaatsvindt om het hoogst haalbare in te schatten. Zo’n screening wordt bijvoorbeeld ontwikkeld door De Hogeschool Utrecht en Regioplan (met een vragenlijst en een aantal vaardigheidstoetsen).

Een schuldenaar kan behalve sociaal en financieel onhandig ook gedemotiveerd, beschaamd en onzeker zijn. De vraag is telkens welke hulp iemand nodig heeft: budgetbeheer of de morele en praktische steun van een vrijwilliger? En welke benaderingswijze past daarbij? Na de screening volgt een gericht intakegesprek over een passend plan van aanpak.

Screening biedt kansen voor een op maat toegesneden aanpak, maar tegelijkertijd ontstaat ook het risico van willekeur. In de huidige situatie werken schuldhulpverleners vaak op basis van professionele intuïtie. Vooralsnog ontbreekt het ons aan (wetenschappelijke) kennis over de effectiviteit van onze interventies (wat werkt in welke situatie voor welke klant en waarom?). Om willekeur te voorkomen en de vruchten te plukken van de nieuwe werkwijze moeten schuldhulpverleners worden ondersteund om naast een overgang van proces- naar resultaatgericht werken ook een overgang te maken van intuïtief werken naar kennisgestuurd, methodisch werken.

De nieuwe manier van werken stelt eisen aan de schuldhulpverlener

Om effectief te kunnen werken met het screeningsinstrument is het noodzakelijk dat schuldhulpverleners kennis hebben van zelfsturing en van de psychologie van de schuldenaar. Ook is het van belang dat zij beschikken over de communicatietechnieken en –stijlen die nodig zijn om schuldenaren te motiveren, activeren en stimuleren.

Heel concreet betekent dit dat schuldhulpverleners het verhaal van de klant goed moeten kennen en dat zij de verhouding tussen feitelijk gedrag en vage voornemens bij klanten alsmede de voorspellende waarde van feitelijk gedrag op juiste waarde weten te schatten. Ook behoren schuldhulpverleners inzicht te verkrijgen in de contra-indicaties voor het bereiken van financieel stabiel gedrag. Verder dienen zij te weten wat iemand minimaal moet kunnen en moeten ze situaties leren onderscheiden waarin verschillende interventies nuttig zijn.

Ook moeten de schuldhulpverleners beschikken over verschillende communicatiestijlen, en die afhankelijk van de situatie kunnen inzetten. Dit vraagt in ieder geval om drie blokken vaardigheden. Zij moeten motiverende gespreksvoering kunnen toepassen. Daarnaast moeten zij oplossingsgericht coachen. Het uitgangspunt daarbij is dat het glas halfvol is. Bij elke schuldenaar wordt er gezocht naar oplossingen die aansluiten bij diens motivatie, vaardigheden en schuldenpakket. Deze vaardigheden kunnen zij alleen effectief toepassen in het contact met schuldenaren als zij in houding en gedrag zelf uitdragen wat ‘de theorie’ zegt.

Ook het management is aan zet

De inzet van het screeningsinstrument, de toepassing van aannemelijk werkzame interventies en gebruik van de juiste communicatiestijlen zijn geen garantie voor een effectieve uitvoering. Daarvoor moet aan twee cruciale randvoorwaarden worden voldaan. De eerste is dat allen binnen de schuldhulpverlening ervan overtuigd zijn dat de ingeslagen weg de juiste is en dat de inzichten die daaraan ten grondslag liggen ‘kloppen’. Iedereen, van uitvoerder tot manager, moet de gedeelde overtuiging in houding en gedrag uitdragen (voorbeeldgedrag over en weer). Gebeurt dat niet, dan zal bijvoorbeeld de inzet van het screeningsinstrument niet tot de beoogde maximale zelfredzaamheid bij schuldenaren leiden. De tweede randvoorwaarde is dat het (midden)management schuldhulpverleners op een andere manier gaat (aan)sturen. In plaats van op processtappen en ingevulde schermen, zal er op resultaat gestuurd moeten gaan worden. Dat vergt ook op dat niveau een behoorlijke omslag.

Dr. Nadja Jungmann is lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht en tevens organisatieadviseur bij Social Force

Dit artikel is 721 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (6)

  1. Helder stuk. Dit heeft natuurlijk noal de nodige voeten in de aarde. Het heet ook niet voor niets een paradigmashift. Ik hoop niet dat schuldeisers denken dat deze shift alleen bij de schuldhulpverlening moet plaatsvinden. Het zou toch mooi zijn als bijvoorbeeld de banken nu al aan zouden haken in een actieve rol. Doorde dialoog aan te gaan an hiertoe het iniatief te nemen. Zijn er uberhaupt anderen partijen actief betrokken?

  2. ‘Deze vaardigheden kunnen zij alleen effectief toepassen in het contact met schuldenaren’; deze zin staat een cruciaal woord, namelijk ‘contact’. Het is erg jammer dat Nadja dit woord slechts als bijwoord gebruikt en zich verder vooral richt op methodische en min of meer technische vaardigheden. Veel professionals in het sociaal werk, inclusief schuldhulpverlening, ontbreekt het aan de vaardigheid en mogelijkheid om echt contact met hun clienten te maken. Daar bedoel ik mee dat zij in staat zijn om de leef- en vooral belevingwereld van degene(n) met wie zij te maken hebben echt te begrijpen en invoelen. Dat kost tijd en vraag aandacht.
    Pas als er sprake is van contact heeft het zin om meer instrumentele zaken als vragenlijsten, vaardigheidstoetsen en aanverwante zaken in te zetten. Niet eerder!
    Een groot probleem is dat veel functionarissen binnen de sociale sector tegenwoordig beginnen met vragenlijsten, zelfredzaamheidsmatrixen en dat soort zogenaamd methodische hulpmiddelen. Contact maken wordt overgeslagen.
    Het is alsof je een huis bouwt op veengrond zonder enig fundament aan te brengen….. dat huis zakt uiteraard weg.
    Het is de taak en zelfs (morele) plicht van de systeemwereld en haar vertegenwoordigers (sociale professionals) om de brug te slaan naar de belevingswereld van de mensen met wie zij werken. Als deze brug er is kan aan de wederkerigheid begonnen worden.
    Het is erg jammer dat dit onderwerp er in het betoog van Nadja zo bekaaid afkomt. Ze zou de effectiviteit van de door haar ontwikkelde methoden en technieken enorm kunnen vergroten door hier meer aandacht aan te besteden.

  3. Er zou meer hulp van de gemeentes moeten zijn.
    Die houden de hand op de knip en laten mensen zonder eten en medemenselijkheid zitten.
    Ze bouwen er maar op los

  4. Hoewel het betoog van Nadja Jubgman helder en duidelijk is roept het toch vragen op. Enerzijds is er de trend om meer te gaan selecteren. Het UWV doet dat, scholen doen dat tegenwoordig, Sociale diensten en nu ook de schuldhulpverlening. Niet vreemd dat dit gebeurt in een tijd dat er minder geld te besteden is. In wie gaan we nog investeren en wat doen we met de rest.
    Aan de andere kant is dit niet nieuw. In de oorspronkelijke opzet van de integrale intake vindt een assessment plaats waarin ingeschat diende te worden welke capaciteiten en mogelijkheden of beperkingen een client had. Je kunt je dan ook afvragen waarom dit niet al veel eerder gesignaleerd is.Het is prima om met meer sporen te werken en passende oplossingen te zoeken en dat hoeft niet altijd schuldsanering te zijn. Zoals Marc Rakers stelt, de nadruk is op processen en dossiers gaan liggen terwijl juist een persoonlijk (maar ook professionele) band met de client essentieel is. Dat contact is vaak minimaal en de vraag is of de screening dit zal gaan verbeteren. Vooral maatschappelijk erkenning van de problematiek en laagdrempelige voorzieningen zijn even belangrijk als resultaatgericht werken. De vraag blijft nog steeds, welk perspectief bieden we de burger met problematische schulden.

    Dick Haster

  5. Combineer het met contact met de nationale ombudsman. Volgens mij is deze bezig met o.a. het onderwerp: Elke keer opnieuw je hele doopceel lichten.

    Voor elk ‘wissewasje’, bijzondere bijstand element, mogelijke korting op gemeentebelastingen, etc. dient de cliënt z’n hele doopceel te lichten. Op zich niet vreemd, maar bij elke instantie moet het weer opnieuw.

    Praktijk: Men is dan bezig uit de verschillende mappen (áls die al aanwezig zijn) vele stukken te zoeken en te kopiëren. Deze stukken zijn bijna niet weer op hun juiste plekken in de mappen terug te voegen. (Vergeet even niet dat er veelal sprake is van meervoudige problematiek). Men is daar dagen mee bezig. Een week later vraagt een andere instantie ongeveer hetzelfde, maar dan net even anders.

    Mogelijk komt daar bij: Verslavingszorg, psychische zorg (en de privacy van de persoon, vaak hoofdveroorzaker van financiële toestand binnen een (uiteenvallend) gezin), jeugdzorg, maatschappelijk werk, verschillende afdelingen bij gemeente (die niet weten wat er in de naastgelegen ruimte over het gezin op het bureau ligt), rechtszaken, zorg voor kinderen en omgang bij een uiteenvallend gezin, huisvesting, etc.
    Allerlei hulpverlening die langzamerhand naar de gemeenten gesluisd gaat wordt. Terwijl gemeenten nu al niet weten wat er speelt.
    Ingehuurde zzp-ers, door bedrijven uitgezonden binnen de hulpverlening. Hun functioneren kan m.i. eigenlijk alleen maar door de hierboven bedoelde klanten beoordeeld worden.

    Voor de klant wordt het langzamerhand één grote chaos. Elke nieuwe hulpverlener gooit een nieuw balletje de lucht in en/of denkt dat ergens anders een balletje wel opgevangen zal zijn. Dit gebeurt tot in de rechtbank toe, waar over het lot van de kinderen beslist moet worden. Ook de raad voor Kinderbescherming en het AMK heeft van die ingehuurde zzp-ers.
    De klant denkt dat essentiële dossiers zijn overgedragen om de boel beter te kanaliseren. Er wordt echter niet teruggekoppeld of geëvalueerd.
    Moeders met kinderen blijven gegijseld door psychische-, en financiële problematiek van een verslaafde ex die niet in staat is zaken te regelen en te leveren, maar wel het recht heeft verslavingszorg te verbieden informatie uit te wisselen met maatschappelijk werker van de kinderen.
    Hulpverlening wil zich vooral niet branden aan juridische zaken, die wel essentieel zijn om halve gezinnen vlot te kunnen trekken om het heft weer in handen te nemen om weer vooruit te kunnen gaan denken. Bewijzen vanuit hulpverlening mogen niet ingebracht worden in rechtszaken, etc. etc.
    Een ex/vader die zorgt dat hij vrijwillig onder bewind staat houdt tekenbevoegdheid en is gewoon wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen als er iets met moeder gebeurt.
    Degene die het graag wil, is niet in staat een dossier van zichzelf op tafel te krijgen!
    Degene die de boel op nul houdt lijkt niet geholpen te kunnen worden. Pas als die het bijltje er bij neer gooit of instort en het financieel in de soep laat lopen kan er weer hulp verleend worden.

    Een heel verhaal waarmee ik wil illustreren dat je naar mijn idee niet alleen de schuldhulpverlening los moet zien.
    Je moet mensen die in de schuldhulpverlening terecht komen volgens mij ook niet een beetje zakgeld geven en de boel gaan regelen. Het is niet voor niets dat men daar terecht kwam. Laat mensen hun eigen belasting invullen, laat ze hun eigen bijzondere bijstand aanvragen etc. Laat mensen het heft in eigen hand kunnen nemen en begeleidt daarbij. Zorg dat ze een (beperkte) internetaansluiting hebben.

    Ik denk dat het heel essentieel is dat men zijn eigen digitaal dossier kan bouwen, en niet alleen inzake schuldhulpverlening. Het zou dienen te starten bij de eerste hulpverlener die in beeld komt (en uiteindelijk door de klant aangevuld te worden met voorafgaande elementen).
    In mijn optiek moet dat een digitaal tijdlijn programma zijn (facebook-achtig?), een logboek, waarin mails, pdf’s, docs gevoegd kunnen worden, waar hulpverleners aantekeningen kunnen maken, waar de klant zelf aantekeningen kan maken.
    Daarin de simpele dingen – gescande documenten die steeds gevraagd worden, en dus door cliënt steeds opnieuw geprint kunnen worden als nodig – maar ook stukken van de rechtbank, aantekeningen hulpverlening, etc.
    Essentieel is dat nagedacht wordt over het geheel en gedeeltelijk beschikbaar zijn van documenten en de privacy gevoeligheid. We hebben het in Nederland wel over het feit dat onze privacy hoog in het vaandel staat, maar mijn ervaring is dat de wetgeving dusdanig is, dat er soms hele rare situaties kunnen ontstaan, waarvan elk weldenkend mens zou denken dat dat niet de bedoeling kan zijn. Ons rechtssysteem is volgens mij vooral prettig ingericht voor criminelen en verslaafden.

    Ik zou hier graag over meedenken. Zoiets moet toch te maken zijn met een aantal wwb-ers?

  6. Eindelijk worden er andere stappen gezet. Alleen dat een schuldenaar gedemotiveerd kan zijn snap ik niet helemaal. Wanneer iemand om hulp vraagt is deze persoon gemotiveerd. Misschien niet in wat wij willen maar de persoon in kwestie vraagt niet voor niets om hulp dus is hij gemotiveerd. Vaak is de hulpverlener niet in staat om deze motivatie vast te houden of de motivatie van de hulpvrager aan te passen aan de mogelijkheden. Dit los je niet op met standaard communicatietechnieken maar met kennis van gedrag en gedragsverandering die de meeste hulpverleners niet meekrijgen met de huidige opleidingen voor Schuldhulpverlener of budgetcoach.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *