RECENSIE Wat Nederland van de Amerikaanse huisuitzettingen kan leren

Overal ter wereld staat het recht op betaalbaar en degelijk wonen onder druk. Woningen zijn verworden tot handelswaar, verdienmodel en pinautomaat voor de bezittende klasse. Pandjesbazen, speculatieve beleggers en woningbezitters kunnen flink met hun woning – of woningportfolio – verdienen. Aan de onderkant delven de armen, benadeelden en ongelukkigen het onderspit. Zij worden geconfronteerd met intense woononzekerheid.

De Amerikaanse socioloog Matthew Desmond schetst met zijn meesterwerk Evicted: Poverty and Profit in the American City uit 2016 een indringend en urgent portret van deze precaire woonsituaties aan de onderkant van de samenleving. Hij benadrukt daarbij de kwalijke rol van de onrechtvaardige Amerikaanse woningmarkt – een woningmarkt die draait op winstbejag en uitbuiting.

De ‘eviction crisis’ in cijfers

 Evicted richt zich specifiek op huisuitzettingen. Deze komen met grote regelmaat voor in de Verenigde Staten, zo laat Desmond op zijn website EvictionLab.org zien. Enkele cijfers: in New York werden in 2016 ruim 36.000 huishoudens hun huurwoning uit gezet. Dat is 1,6 procent van alle huurders, en daarmee scoort New York nog relatief gunstig.

Koploper is North Charleston, een stad in South Carolina: hier werd maar liefst 16,5 procent van alle huurders in één jaar tijd hun huis uitgezet. En dit zijn alleen nog maar de officiële cijfers. Informele huisuitzettingen, bijvoorbeeld door intimidatie of met een oprotpremie, zijn niet eens opgenomen. Huisuitzettingen staan niet op zichzelf, maar vallen doorgaans samen met erbarmelijke woonomstandigheden, betaalbaarheidsproblemen en perioden van dakloosheid.

Huisuitzettingen zijn onderdeel van de vaak tragische levensverhalen van een in armoede levende stedelijke onderklasse. In Evicted ontrafelt Desmond deze levensverhalen aan de hand van etnografisch onderzoek in Milwaukee, Wisconsin. Daartoe verbleef hij eerst enkele maanden in een voornamelijk wit woonwagenkamp, waarna hij verhuisde naar een arme zwarte binnenstadbuurt. Het resultaat is een aangrijpend boek dat de levens van acht families volgt terwijl zij proberen te leven met woononzekerheid, huisuitzettingen en schrijnende armoede.

Huisuitzettingen: oorzaak van armoede

Een van de belangrijkste conclusies van het boek is dat de veelvoorkomende huisuitzettingen diepe littekens achterlaten bij mensen en, niet onbelangrijk, hun kinderen.

Een officiële uitzetting levert je een aantekening op, waardoor je kansen op de arbeidsmarkt en woningmarkt slinken. Werkgevers en verhuurders zullen eerder voor iemand zonder aantekening kiezen.

Bovendien vreet de huisuitzetting en het voorafgaande proces mentale en fysieke energie. Ook de zoektocht naar een nieuw huis kost veel tijd. Het vinden van een huis wordt de voornaamste, en vaak enige, zorg. Al het andere is van secundair belang: uitkeringsontvangers missen verplichte begeleidingsafspraken en lopen zo het risico hun uitkering te verliezen, werkenden verwaarlozen hun werk, en kinderen worden lang niet altijd naar school gebracht en lopen een schoolachterstand op.

Huisuitzettingen zijn dan ook veel meer dan tijdelijke omzwervingen: ze veranderen de levenspaden van getroffenen op ingrijpende wijze – doorgaans ten slechte. Desmond laat overtuigend zien dat huisuitzettingen niet alleen een gevolg, maar vooral ook een oorzaak van armoede zijn.

Uitzettingen zorgen vaak niet voor één maar voor meerdere achtereenvolgende gedwongen verhuizingen in kort tijdsbestek. In de wanhopige zoektocht naar een woning zijn gezinnen geneigd alles wat maar voorbijkomt te accepteren. Ook als de woning in erbarmelijke staat verkeert, in een onveilige buurt ligt, of eigenlijk veel te duur is. De kans is groot dat deze gezinnen snel weer op zoek moeten naar een andere woning. Met andere woorden: huisuitzettingen reproduceren woononzekerheid.

Raciale discriminatie is springlevend

Huisuitzettingen zijn aan de orde van de dag, maar niet iedereen wordt in gelijke mate getroffen. Desmond laat zien dat raciale discriminatie springlevend is. Er zijn ook andere opvallende verschillen: vrouwen worden veel vaker hun huis uitgezet dan mannen. Als gevolg van hun doorgaans lagere inkomen zijn zij kwetsbaarder, en komen zij vaker in precaire woonsituaties terecht. Daarnaast zijn zij vaker alleenstaande ouders. Vooral zwarte vrouwen krijgen vaak te maken met een huisuitzetting. ‘Arme zwarte mannen worden opgesloten, arme zwarte vrouwen uitgesloten’, concludeert Desmond treffend.

Kinderen vergroten de kans om uit huis gezet te worden aanzienlijk. De mogelijke overlast die zij veroorzaken, worden door pandjesbazen aangegrepen als stok om mee te slaan – als makkelijk excuus om huisuitzetting voor de rechtbank te verdedigen. De kleinste dingen kunnen huisuitzetting rechtvaardigen – een van de gezinnen moet hun huis verlaten nadat hun kind een sneeuwbal naar een rijdende auto gooit.

Verhuurders zijn bovendien minder snel geneigd hun woning te verhuren aan gezinnen met kinderen, of vragen extra hoge borgsommen. Het bittere gevolg is dat juist gezinnen met kinderen dakloos dreigen te worden – met blijvende gevolgen voor toekomstige generaties.

Gevolg van een onrechtvaardige woningmarkt

 Evicted laat overtuigend zien dat de individuele en maatschappelijke kosten van huisuitzettingen gigantisch zijn. De huidige ‘eviction crisis’ is niet het gevolg van individueel onverantwoordelijk gedrag, maar van het in stand houden van een onrechtvaardige woningmarkt.

Op ‘de markt’ geldt het recht van de sterkste – ook als het gaat om het recht van verhuurders om buitensporig te verdienen aan hun woning door armen met nauwelijks andere opties uit te buiten. Dit is volgens Desmond onverenigbaar met ieders recht op degelijk en betaalbaar wonen. Het garanderen van dat laatste is volgens Desmond uiteindelijk een kwestie van politieke bereidheid.

De bereidheid om de markt aan banden te leggen, en het voortouw te nemen betaalbare huisvesting te realiseren. Hij pleit daarom voor het ontwikkelen van een volwaardige sociale huursector waar lage inkomens niet te veel hoeven te betalen en huurbescherming genieten.

Nederlandse lessen

Met Evicted legt Desmond allereerst de wijdverspreide uitbuiting en onrechtvaardigheid op de Amerikaanse woningmarkt bloot. Maar het boek is ook relevant voor de Nederlandse context.

Het Nederlandse woonbeleid richt zich al jaren op het terugbrengen van de sociale huurvoorraad. Tussen 2002 en 2017 zijn er in Amsterdam netto zo’n 30.000 corporatiewoningen verdwenen. Hetzelfde geldt voor Rotterdam. Het gevolg is dat meer huishoudens met een lager inkomen buiten de boot zullen vallen en aan de grillen van de markt overgelaten worden.

Woonlasten onder huurders nemen nu al toe. Betalingsproblemen zijn het gevolg: in 2015 had 18 procent van alle huurders, zo’n 500.000 huishoudens, moeite de maandelijkse huur op te hoesten.

Huurbescherming staat op de helling onder het mom van ‘flexibilisering’. Sinds 2016 zijn tijdelijke huurcontracten van één tot twee jaar mogelijk in de vrije huursector, waar voorheen contracten voor onbepaalde tijd de standaard waren. Ook andere tijdelijke en precaire woonvormen zijn aan een opmars bezig.

Huisuitzettingen komen nu al voor in Nederland. Hoewel ogenschijnlijk veel minder vaak dan in de VS, gaat het ook hier om substantiële aantallen – zeker wanneer rekening gehouden wordt met informele (niet-geregistreerde) huisuitzettingen.

En dan is er een groeiende onderkant in Nederland. Bijna 1,1 miljoen Nederlanders leeft op of onder de armoedegrens, een aantal dat economische groei ten spijt nauwelijks daalt. Het aantal daklozen is daarnaast gestaag toegenomen. Exacte cijfers zijn lastig te achterhalen, maar het CBS schat dat er in 2016 bijna 31.000 daklozen waren in Nederland, 72 procent meer dan in 2009. Daarnaast bestaat een onderlaag van mensen met nauwelijks mogelijkheden, aangewezen op precaire en illegale woonvormen. Permanente bewoning van vakantieparken is een goed voorbeeld.

Er is kortom ook in Nederland een ontwikkeling richting grotere woononzekerheid. Hoewel de Nederlandse situatie vooralsnog minder schrijnend is, laat Evicted zien welke grote negatieve consequenties deze trend uiteindelijk kan hebben.

Het is hierbij wrang dat Desmond bij het formuleren van een alternatief inspiratie put uit de Nederlandse geschiedenis van volkshuisvesting, terwijl opeenvolgende landelijke regeringen deze traditie juist aanvallen. Voor mij leest Evicted dan ook als belangrijke waarschuwing voor het Nederlandse woonbeleid.

Op 4 juli 2018 spreekt Matthew Desmond op uitnodiging van het John Adams Institute in de Balie in Amsterdam.

Dit artikel is vertaalde en bewerkte versie van Review of Matthew Desmond: Evicted: poverty and profit in the American City verschenen in Journal of Housing and the Built Environment.

Cody Hochstenbach is postdoctoraal onderzoeker stadsgeografie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dit artikel is 1933 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (8)

  1. Het recht op huisvesting is verankerd in de Grondwet. In werkelijkheid is de woonsector big business geworden waar veel aan wordt verdiend.
    De combinatie van woningtekort en ‘vrije markt’ op de huizenmarkt heeft tot een gigantische prijsopdrijving en speculatie geleid.
    De politiek heeft in feite haar handen afgetrokken van de sociale huursector door deze te verzelfstandigen.
    Thans worden veel sociale huurwoningen gesloopt of verkocht.
    De winst op een huurwoning door een wooncorporatie bedraagt thans meer dan €100, per maand.
    Van de jaarlijkse miljarden huuropbrengst worden nauwelijks nieuwe huizen gebouwd. De huidige dominante politieke neoliberale zienswijze in Tweede Kamer geeft weinig hoop op verandering en verbetering. Ook de PvdA heeft daar niets aan veranderd in het vorige kabinet Rutte.

  2. Leg mij maar eens uit hoe huiseigenaren verdienen aan stijgende huizenprijzen. Geld in stenen heb je niets aan en bij verkoop koop je een ander duur huis weer.
    Een misverstand dat nog bij veel mensen leeft!

    Een deel van de problemen wordt juist veroorzaakt door de veel te grote sociale huursector in dit land, waardoor middeninkomens onrechtvaardig benadeeld worden t.o.v. de lage inkomens. Meer huurwoningen bouwen in het middensegment, beetje meer regulering in de vrije sector en wat minder vertroetelen van de ‘armen’ zou wat mij betreft een stap in de goede richting zijn!
    Verder moet er veel meer gebouwd worden; schaarste is het echte probleem, zowel koop- als huurwoningen.

  3. “Een deel van de problemen wordt juist veroorzaakt door de veel te grote sociale huursector in dit land, waardoor middeninkomens onrechtvaardig benadeeld worden t.o.v. de lage inkomens.”

    De lage inkomens kunnen veelal ook de ‘sociale’ huursector woningen niet betalen zonder ‘huurtoeslag’. De middeninkomens vallen inderdaad tussen de wal en het schip maar die help je niet door sociale huurwoningen te verkopen of te slopen.
    Alleen banken, financiële instellingen (corporaties?), speculanten en overheden verdienen aan stijgende huizenprijzen.

  4. @Marius,

    Nee, ik zeg niet dat er huurwoningen gesloopt moeten worden, er moeten juist veel meer huurwoningen bij komen. Maar niet in de sociale sector. Verder zouden sociale huurwoningen alleen bestemd moeten zijn voor de mensen die het echt nodig hebben, dus de onderkant van de samenleving. Een grens van 710 euro voor sociale huurwoningen vind ik absurd hoog. Betaalbare huurwoningen in het middensegment krijg je niet als de huur tussen de 700 en 1000 euro moet liggen. De huren moeten dus naar beneden en de liberalisatiegrens ook.

    Dat laatste kan alleen als grondprijzen naar beneden gaan, dat betekent uiteindelijk dat de prijzen van koopwoningen naar beneden moeten. Daar zit de kern van het probleem.

  5. @Erik, alle middenpartijen zijn ervoor verantwoordelijk en geen enkele politieke partij wil de problemen op de woningmarkt bij de wortel aanpakken. Daarom heb ik weinig hoop op verandering.

  6. Huurbescherming staat op de helling onder het mom van ‘flexibilisering’. Sinds 2016 zijn tijdelijke huurcontracten van één tot twee jaar mogelijk in de vrije huursector, waar voorheen contracten voor onbepaalde tijd de standaard waren. Ook andere tijdelijke en precaire woonvormen zijn aan een opmars bezig.
    1. Hoe groot is die vrije huursector? Grootste deel huurwoningen is sociale huur en zij mogen, in beginsel, geen kortdurende contracten sluiten.
    2. Worden die tijdelijke contracten ook echt gebruikt? Of is de standaard nog steeds onbepaalde tijd?
    3. Welk belang heeft een verhuurder bij kortdurende overeenkomsten? Al die mutaties kosten geld.
    Ofwel: ik twijfel aan de geldigheid van dit argument (om duidelijk te maken dat het in NL allemaal zo slecht is of wordt).

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *