RECENSIE Gezinnen op zoek naar zekerheid bij gebrek aan politiek

De nieuwe onzekerheid vraagt om nieuwe politiek. In de hedendaagse mondiale economie worden veel verzorgingsstaten afgebroken zonder dat er een goed alternatief voor in de plaats komt: de bescherming van werkenden verschraalt, de bijstand wordt steeds minder een vangnet en steeds meer publieke voorzieningen zijn niet langer publiek.

In haar boek ‘Cut adrift- Families in insecure times’ pleit sociologe Marianne Cooper in Amerika voor een heruitvinding van collectieve solidariteit – een politiek project dat met de Trump-regering verder weg lijkt dan ooit. Maar volgens Cooper is dit buitengewoon urgent, want de nieuwe onzekerheid raakt iedereen, dwars door de klassen heen. Haar lessen zijn ook voor de Nederlandse context van belang, hoe groot de verschillen met de VS ook zijn: ook hier zouden de klassen die zich nog veilig wanen zich zorgen moeten maken.

Voor haar onderzoek volgde Cooper gezinnen in Sillicon Valley die ‘security projects’ opzetten en onderhouden. Dit zijn strategieën om met de nieuwe onzekerheid om te gaan, onafhankelijk van - en niet gesteund door de overheid. Ze gaat diep in op het ‘emotionele werk’ dat daarmee gepaard gaat en hoe dat werk wordt verdeeld (Cooper was student van Arlie Hochschild, de wereldberoemde socioloog van emoties).

In de praktijk runt meestal een van beide ouders het ‘security project’ en is daarmee ‘designated worrier’: de aangewezen piekeraar. Vaak zijn dat vrouwen. Door zo dicht op de huid van gezinnen te kruipen, maakt Cooper heel invoelbaar wat onzekerheid met mensen doet: het zet huwelijken op scherp, creëert nieuwe ongelijkheden binnen gezinnen, laat solidariteit eroderen en geeft ouders grote zorgen over de toekomst van hun kinderen.

De wereld wordt kleiner en groter

In de Verenigde Staten zijn ongelijkheden sinds de jaren zeventig drastisch toegenomen: van 1976 tot 2005 nam het bruto inkomen van de armste huishoudens met 6 procent toe, midden inkomens met 21 procent (minder dan 1 procent per jaar), terwijl het bruto inkomen van de top vijf huishoudens met 80 procent toenam. De vermogensongelijkheid is zelfs nog meer toegenomen: in 2010 bezat de top vijf huishoudens 88,9 procent van al het vermogen, huishoudens in het midden 12 procent en armste huishoudens hadden een negatief vermogen: een schuld van 0,9 procent (p.32).

Er is een enorm verschil ontstaan tussen rijk en arm en de middenklasse is zo goed als verdwenen. Tegelijkertijd is sociale zekerheid geprivatiseerd: mensen zijn niet langer door hun werkgever verzekerd van een pensioen, voor werkloosheid en voor ziekte, maar moeten dit nu zelf regelen op de markt.

En hoewel deze toegenomen onzekerheid al vaak aangetoond is met grafieken, wilde Cooper weten hoe dit voor mensen voelt en welke strategieën ze ontwikkelen om hiermee om te gaan en zich te beschermen. Hiervoor volgde ze twee jaar lang vijftig gezinnen. Haar doel was om te kijken hoe het gevoel van onzekerheid verdeeld is tussen verschillende sociale klassen.

Ze verwachtte dat mensen met een laag inkomen en weinig opleiding het hardst getroffen zouden zijn door de huidige economie en dat zij zich veel zorgen zouden maken om hun bestaan. En dat mensen met veel geld en veel opleiding hier minder last van zouden hebben. Maar zo zat het niet helemaal.

Alle families moesten op nieuwe manieren met grote onzekerheid omgaan, ook al ziet onzekerheid er voor verschillende klassen heel verschillend uit. De ‘zekerheidsprojecten’ van arme families gingen vaak over het opvangen van ontwrichtende gebeurtenissen, zoals langdurige werkloosheid, een onverzekerd ongeval en scheiding, met grote schulden als gevolg.

Cooper beschrijft als voorbeeld Laura, die pijnlijk creatief moet zijn om haar kinderen iedere dag eten te kunnen geven en de verwarming te kunnen betalen. Het is een situatie van enorme bestaansonzekerheid, maar zelf is Laura positief en optimistisch over de toekomst. Haar zekerheidsproject is om haar negatieve gevoelens te onderdrukken: ze moet optimistisch blijven om door te kunnen gaan met overleven. Het is een strategie van ‘downscaling’. Ze vermindert actief haar verwachtingen ten aanzien van zekerheid totdat alleen de kern overblijft: ze wil er zijn voor haar kinderen. Zo lang dat nog lukt, zo zegt ze zelf, gaat het nog goed.

Juist rijkere families maken zich ontzettend zorgen

Laura’s verhaal staat in schril contrast met rijkere families. Deze families maakten zich juist ontzettend veel zorgen. Brooke bijvoorbeeld, voorheen met een goede baan, wijdt zich volledig aan haar moederschap en ziet voortdurend toe op de ontwikkeling van haar kinderen.

Tot ergernis van de kinderen zelf zoekt Brooke steeds actief naar wat nog niet perfect is. Topuniversiteiten en goede toekomstige banen zijn immers niet vanzelf toegankelijk, maar wel nodig om welvaart te behouden. Hoewel Cooper in eerste instantie verbaasd was dat deze welvarende families zo bezorgd en onzeker over de toekomst waren – waarom zo veel zorgen als je veel geld hebt? – constateert ze dat hun zekerheidsprojecten uiteindelijk vorm krijgen in dezelfde structurele context: een armoedeval is makkelijk gemaakt, zeker tussen generaties.

Een afslag missen, een ongeluk krijgen, een kans niet aangrijpen kan vergaande gevolgen hebben in het huidige Amerika. Deze gezinnen gebruiken vooral de strategie van ‘upscaling’: hun zekerheid raakt in hun beleving steeds verder buiten bereik en er zijn steeds uitgebreidere strategieën nodig om hun kinderen te behoeden voor de val. Deze families beseffen goed dat er een enorme concurrentie is in de hedendaagse economie, dat de juiste scholen daarbij van enorm belang zijn, dat er weinig sociale zekerheid is en de middenklasse verdwenen is: als je in Amerika valt, val je diep.

Terug naar Nederland

In Nederland is de situatie anders: hier zijn (nog) collectieve vangnetten, de ongelijkheid tussen klassen is niet zo groot als in de VS en ziekte of ongeval stort de meeste mensen niet meteen in armoede. Maar ook hier vallen veel zekerheden weg.

Zo is voor jonge generaties een vaste baan een verhaal uit het verleden, leven steeds meer mensen in een tijdelijke woning en kloppen bestuurders en politici zich op de borst als ze mensen buiten de bijstand houden (of dat nu betekent of ze werken of niet).

Wat Coopers boek laat zien, is dat ondanks de zekerheden die de meeste Nederlanders nog altijd genieten, het een vergissing is te denken dat de nieuwe onzekerheid aan hen voorbij zal gaan. Onderzoek zoals dat van Cooper is in Nederland niet gedaan, maar ook hier is de druk op ouders om hun kinderen goed te laten presteren in het onderwijs gestegen en is werk geen garantie op de afwezigheid van armoede.

Ook hier ‘upscalen’ ouders (bijlesinstituten draaien goed, welvarende ouders kopen panden in de steden voor hun studerende kroost en ouders zetten leerkrachten onder druk om een hoger schooladvies te krijgen) en ‘downscalen’ anderen (waarschijnlijk, want dit is minder zichtbaar). De emotionele kosten hiervan zijn nauwelijks in beeld als een maatschappelijk probleem.

Natuurlijk lezen we over burn-out en depressie, maar zelden wordt dit begrepen als het maatschappelijk probleem dat het ook is: een individuele reactie op structureel onzekere en stressvolle omstandigheden. Liever geloven we dat ‘millennials’ ‘overgevoelig’ of ‘verwend’ zijn dan dat we scherp kijken naar waarom jonge mensen zoveel stress ervaren en wat daaraan te doen is in politieke zin.

Wat valt hier aan te doen?

Vinden we een recept voor verandering in Coopers boek? Niet helemaal. Cooper grijpt terug op bekende ideeën over zekerheid. Ten eerste focust ze zich op het kerngezin als de plek om zekerheid en veiligheid te creëren. Hiermee versterkt ze een bepaald ideaal dat voor veel mensen niet aan de orde of zelfs wenselijk is. Alsof er niet talloze andere opties zijn om een bestaan op te bouwen en veel mensen zekerheid niet in hun banden buiten het kerngezin organiseren.

Ten tweede zoekt ze solidariteit alleen binnen Amerika: ‘one nation under worry’. Maar het is belangrijk om te beseffen dat de nieuwe onzekerheid voor veel mensen helemaal niet nieuw is. De zekerheid die in Nederland, voor sommige mensen, opgebouwd was, ging ten koste van vele anderen (mensen van kleur, vrouwen, en mensen buiten Europa/ de VS). Die kosten overweegt Cooper niet en ze gaat ook niet in op raciale ongelijkheid in de VS. De kwetsbaarheid die door de nieuwe onzekerheid voelbaar wordt, kan ook dienen om na te denken over een bredere solidariteit, een die niet op uitbuiting van een ander gebaseerd is.

Wat Cooper wel goed doet, is dat ze laat zien hoe de ene onzekerheid met de ander verbonden is. Hoe privézorgen en ogenschijnlijke privéproblemen een sociale context hebben en dus eigenlijk politieke problemen zijn. Ze laat ons dicht op de huid voelen dat de onzekerheid alleen maar groter wordt als dit niet politiek wordt gemaakt.

Als van rijkeren de reactie op onzekerheid is om nog meer strategieën inzetten om hun klassepositie voor volgende generaties te handhaven (veel geld verdienen en hun kinderen naar de beste scholen sturen), en precaire populaties doen alsof hun problemen wel meevallen, terugvallend op optimisme als strategie, dan worden de verschillen en daarmee het onderliggende probleem alleen maar groter. Een politiek begrip van onzekerheid is nodig om verbindingen te zoeken tussen deze groepen.

Dus in plaats van andere mensen zonder huis de schuld te geven van het bemoeilijken van jouw zoektocht, te denken dat ouders die panisch reageren op citoscores zich niet zo moeten aanstellen, of dat mensen die schulden hebben dat aan zichzelf te danken hebben, moeten we kijken hoe dit met elkaar verbonden is en op basis daarvan politiek mobiliseren. Bestaansonzekerheid voelt individueel, zo laat Cooper zien, maar moet publiek gemaakt worden.

Tania Huijben studeert sociologie in de Research Master Social Sciences aan de Universiteit van Amsterdam. Ze gaat volgend jaar onderzoek doen naar informeel werk en onzekerheid in Nederland.

Marguerite van den Berg is universitair docent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt nu aan onderzoek over precair werk in Nederland.

Foto: University of California Press

Dit artikel is 1424 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Ben benieuwd wat het zal betekenen voor de 1. de groep die te maken heet met het optreden van intergenerationele- overerfbare armoede 2. de groep van alleenstaande bijstandsmoeders bijstandsvrouwen en 3. LVB-ers en Wajongers in armoede/

  2. Goed artikel over een boek dat in Nederland helaas ook actueel begint te worden. In feite gaat het hier over de neoliberale economie zoals die vanaf het begin van de jaren ’80 in het westen vorm heeft gekregen.
    De kern van de neoliberale economie is dat de sociale rechten van de burgers en werknemers sterk worden ingeperkt en dat voor kapitalistische ondernemingen beperkende regels en wetten t.a.v. productie, arbeid en milieubescherming zo veel mogelijk worden opgeheven. Indien deze ‘vrijmaking’ van de kapitaalstromen in een land niet goed mogelijk is verhuizen veelal de multinationale ondernemingen hun productie naar China en het verre oosten.
    Deze politieke context hiervan is trouwens mogelijk gemaakt door de kiezer die steeds meer op neoliberale partijen is gaan stemmen. (In Nederland m.n. VVD, CDA, PvdA en D’66).
    De prijs is sociaal economisch hoog geweest. Het bestaansminimum op het gebied van inkomen en werk is ook in Nederland zwaar aangetast.
    M.n. de middenklasse dreigt ook in Nederland te verdwijnen. Hun banen staan ook op de tocht of zij moeten als ZZP-er aan de gang.
    Ook het hebben van een hogere opleiding is geen garantie meer voor maatschappelijk succes.
    Parallel hieraan is de tanende macht en invloed van de (linkse?) vakbeweging. De afgelopen 15 jaar zijn de lonen nauwelijks substantieel gestegen en de pensioenen bevroren.
    Dit gecombineerd met woningnood en onbetaalbare koopwoningen voor velen leiden deze factoren tot een toename van de bestaansonzekerheid.
    Maar er lijkt thans een kentering te ontstaan. Gevestigde partijen krijgen thans minder stemmen en in b.v. Rotterdam en Amsterdam lijkt politiek links weer aan de winnende hand bij de vorming van een College.
    Want het is natuurlijk wel politiek links geweest die de afgelopen 30 jaar haar oren vooral neoliberaal heeft laten hangen en in grote mate verantwoordelijk is voor de thans ontstane economische en politieke situatie.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *