Cher die ABBA’s Dancing Queen zingt. Het is de plaat die ik aanzet om me te buigen over de vraag wat te verwachten van het komende jaar en hoe inclusief we als maatschappij zullen zijn voor seksuele en genderdiversiteit. ‘Leave them burning and then you’re gone’, zingt Cher, en ik moet denken aan de Verenigde Staten waar op basisscholen tal van boeken worden verboden – verbrand nog net niet, volgens mij. Juist de boeken die kinderen leren dat de wereld complexer is dan jongetje, meisje, later trouwen en voortplanten.
Ook met de huidige conservatieve regering valt niet te verwachten dat verworven rechten direct worden teruggedraaid
Nu is Nederland de VS niet. In meerdere staten accepteerde enkele jaren geleden nog niet de helft van de Amerikanen homoseksualiteit. In Nederland was dat in de meest recente WVS-enquête 92 procent (WVS meet wereldwijd al tientallen jaren het denken over onder andere homoseksualiteit). Dus ook met de huidige conservatieve regering valt niet te verwachten dat verworven rechten direct worden teruggedraaid. Tegelijkertijd is progressie ook onwaarschijnlijk. Op juridische gender-erkenning zullen we achter blijven lopen. Subsidies voor emancipatie worden vast ook teruggeschroefd.
Het gevaar voor de lhbtiqa+ emancipatie zit echter vooral in het grotere discursieve verhaal. Het verhaal dat doorklinkt in regeerprogramma-zinnen als: ‘(...) zetten we in op neutrale en leeftijdsadequate doelen in zowel het basis- als voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld waar het gaat om relationele en seksuele vorming’.
Populisme
Lang is moderniteit gezien als de kracht achter lhbtiqa+ emancipatie. Maar op basis van vergelijkend onderzoek in Europa en over de jaren in Nederland is mijn stelling dat we een populistisch keerpunt bereikt hebben en dat dit ook voor seksuele en genderdiversiteit cruciaal kan blijken.
Men ging vol op het ‘redelijke gewoon’-orgel met uitspraken als: doe gewoon je homo-ding thuis
Als onderdeel van de ‘moderniteit’ zijn we minder volgzaam geworden aan politici, pastoor, dokter en docent. En dit is samengegaan met het opgroeien in grote welvaart, waardoor we luxe vanzelfsprekend vinden of dit niet eens als zodanig herkennen. Het gevolg is dat we heel slecht kunnen omgaan met ‘nee’, met dat we misschien moeten inleveren. En dat is een perfecte bodem voor populisme, en in Nederland rechtspopulisme. Dat rechtspopulisme is vooral tegen de elite, tegen migranten en islam; het zet ‘de wil van het volk’ centraal. Dit lijkt allemaal weinig met seksuele en genderdiversiteit te maken te hebben – los van homotolerantie in te zetten als wapen tegen moslims en ‘buitenlanders’ – maar het bleek ideaal om populisme te mobiliseren.
Terwijl er juist meer aandacht kwam voor een inclusievere samenleving en dus voor begrip voor transgender en non-binaire mensen, ging men vol op het ‘redelijke gewoon’-orgel met uitspraken als: er zijn gewoon mannen en vrouwen, dat weet iedereen. Het is de woke-elite die ons van alles opdringt. Doe gewoon je homo-ding thuis. En kinderen horen geen les te krijgen over pijpen en genderqueens. Dragqueens die voorlezen is niet normaal; pedo’s. Toiletten worden gevaarlijk voor echte vrouwen.
Er is weinig in deze samenvatting van populistische volkswijsheden wat ik zelf bedacht heb. En weinig hierin klopt.1 Maar het is effectief. Het verwijt anderen dat ons, het ‘gewone volk’, (weer) gevraagd wordt om aanpassing en het legitimeert (op basis van desinformatie) waarom dat aanpassen zelfs slecht zou zijn. Het is een politiek van comfort: wat jullie ‘gewone normale mensen’ doen, is al goed, jullie hoeven je niet aan te passen.
Media
Op zich is desinformatie niets nieuws. Door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen krijgt het momenteel echter vrij baan op sociale én in reguliere media. Mensen zijn kritischer geworden richting media terwijl die media meer uit lijken op winstbejag. Er ontstaan nieuwe media (zenders en platforms) die weinig bezig zijn met waarheidsvinding en oprechte bevraging.
Het is niet gek dat juist de laatste jaren de acceptatie van seksuele en genderdiversiteit afneemt
Jongeren krijgen hun informatie vooral via sociale media waar desinformatie welig tiert. En reguliere media legitimeren de desinformatie door die te herhalen, in beeld te brengen en aan tafel te zetten als serieus. Sensatie zoeken gaat hand in hand met het domme idee dat aan de onzin van ‘het tegengeluid’ ruimte geven, gelijkstaat aan neutraliteit. Maar dit is niet wat media willen horen. Het belang van hun eigen rol haalt eigenlijk nooit de tekst na een interview.2
Het is dus niet gek dat juist de laatste jaren de acceptatie van seksuele en genderdiversiteit afneemt. Stevig onder jongeren en ook onder de gehele bevolking, specifiek rond transgenderrechten en non-binariteit, en vooral onder meer nostalgische en populistische mensen.
Zelfmoord
Tegen deze achtergrond moeten we kijken naar het bredere beleid nu en de impact daarvan. Voor emancipatie is het cruciaal dat de regering wil dat scholen zich focussen op taal en rekenen. Dit betekent dat ze vooral niet bezig moeten zijn met mediawijsheid, kennis van diversiteit of weerbaarheid. En ook het korten van media en wetenschap lijkt actieve ondermijning van een goed geïnformeerd publiek.
Laten we niet verrast doen als onveiligheid en discriminatie van en geweld tegen lbhtiqa+’ers verder toenemen
Dus aan de ene kant krijgt desinformatie de vrije ruimte, wordt het bestaansrecht van lhbtiqa+’ers betwijfeld, is de regenbooggemeenschap onderdeel van het kwaad en legitimeert men ‘weerstand’ – iets waarvoor Forum voor Democratie is veroordeeld terwijl ik dit typ. En aan de andere kant worden kennis en weerbaarheid afgebroken, zoals al voor deze regering begon, wat we terugzien in dat voorlichters op minder scholen welkom zijn.
Laten we dan niet verrast doen als in 2025 blijkt dat de onveiligheid en discriminatie van en het geweld tegen lbhtiqa+’ers verder zijn toegenomen. Waarbij we nooit mogen vergeten dat afwijzing in de omgeving ook samenhangt met zelfmoordpogingen onder lhbtiqa+’ers.
Geen slechte mensen
Let wel: als mensen moeite hebben met regenboogbankjes of moeilijk kunnen wennen aan ‘die’ en ‘hen’ in plaats van ‘hij’ en ‘zij’, maakt dat mensen niet slecht of intens anti-lhbtiqa+. Verandering vraagt ook gewoon gewenning, en soms wat moeite.
Eerst de gewenning. Wat ons te wachten staat, is dat de samenleving simpelweg veranderen zal. Meer mannen dragen inmiddels nagellak. Meer mensen gebruiken ongegenderde voornaamwoorden. Regenbogen verdwijnen niet. Het aantal kinderen met (openlijk) homoseksuele ouders wordt groter. En het aantal mensen dat zichzelf als non-binair herkent en identificeert, neemt toe. Ook onder beroemdheden en personages in streamingdiensten. We zien de menselijke kant van non-binariteit en genderfluïditeit.
Voor een inclusiever 2025 moet er niet naar de regering, maar lokaler worden gekeken
En er is meer dan de regering. Juist gezien de verslechterende veiligheidssituatie van lhbtiqa+’ers lijken lokale overheden oprecht bezorgd. Niet enkel Amsterdam en Nijmegen, ook typische ‘conservatieve’ gemeenten vragen ons naar aanleiding van de lhbtiqa+ welzijnsmonitor Gelderland en Overijssel om mee te denken.
Verklaarbare frustratie
Dan de moeite. Seksuele en genderdiversiteit is door het populisme aangewend om zijn grotere strijd te strijden. Over de rug van de niet-cis- en niet-hetero-mensen. Voor een inclusiever 2025 moet er niet naar de regering, maar lokaler worden gekeken. Gaan gemeenten die strijd aan?
En nemen media weer hun verantwoordelijkheid? Geen desinformatie en verdachtmakerij herhalen; wel met programma’s als Hij, zij, hen komen en na SpangaS in 2020 (!) ook met genormaliseerde non-binaire karakters in Goede tijden, slechte tijden. Geven clubs en bonden steun aan voetballers die uit de kast komen en spreken juist cis-hetero’s zich uit als iemand met ‘homo’ scheldt?
Voor jonge lhbtiqa+’ers zijn positieve herkenningspunten fijn in een wereld waarin ze een scheldwoord zijn
Maar er is nog iets crucialer. Gaat het lukken om seksuele en genderdiversiteit weer los te koppelen van het populisme? ‘Gewone Nederlanders’ zijn niet slecht en hun frustratie met van alles is verklaarbaar. De vraag is niet om voornaamwoorden foutloos te gebruiken en die van jezelf aan te passen, maar enkel de kleine moeite om je best te doen. Je mag een regenboogbankje minder mooi vinden en je hoeft er niet op te zitten. Maar laat ze heel, want voor jonge lhbtiqa+’ers is het fijn om positieve herkenningspunten te hebben in een wereld waarin ze een scheldwoord zijn.
Het zijn dit soort gebaren die enige, maar zeer kleine, moeite kosten. Soms niet meer dan gewoon even niks zeggen en deskundigen, zoals voorlichters, hun werk laten doen. Zullen we inzien dat die kleine moeites niks met een vage elite te maken hebben, maar met het welzijn van lhbtiqa+’ers, mensen, in onze eigen omgeving?
Inclusie- en exclusiesocioloog Niels Spierings is hoogleraar aan de Radboud Universiteit.
Noten
1. Genderqueer bestaat, genderqueen niet (Wilders); kinderen kregen geen pijples (FvD); je mag op een toilet niemand lastigvallen, ongeacht het geslacht in je paspoort (NSC); juridisch en lichamelijk geslacht zijn verschillende zaken (Van der Plas); de rechtse online haat en bedreiging is groter dan de linkse (Van der Plas). En, nee er zijn niet maar twee geslachten. Ongeacht naar welke fysieke marker je kijkt, weten we dat er veel meer variatie is.
2. In tal van interviews genoemd; alleen bij de kritische kanalen De Correspondent en het programma Medialogica kwam het door.
Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (2017) (Flickr Creative Commons)